← België

Arrest 202971 - Milieuvergunningen - 15/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.971 Rolnummer: A. 194333/VII-37554 Zaak: Arrest 202971 - Milieuvergunningen - 15/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-21 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 202.971 van 15 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 202.971 van 15 april 2010 in de zaak A. 194.333/VII-37.

  1. In zake: de NV UNITED REAL ESTATE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen De Maeyer en tevens door advocaat Els Empereur kantoor houdend te Antwerpen Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: de NV CHRISTEYNS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Martin Denys kantoor houdend te Hoeilaart de Quirinilaan 2 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 19 oktober 2009 strekt tot de nietigver- klaring van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 13 augustus 2009 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent van 19 februari 2009, waarmee aan de NV Unirest de milieuvergunning wordt verleend voor de exploitatie van enkele aanhorigheden bij een appartementencomplex, gelegen aan de Sassevaartstraat te Gent, wordt ingewilligd, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt geweigerd. VII-37.554-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  3. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 januari
  4. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ive Van Giel, die loco advocaten Koen De Maeyer en Els Empereur verschijnt voor de verzoekende partij, jurist Christophe Wille, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Martin Denys, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De stad Gent plant een stadshernieuwing rond de oude havendok- ken aan de noordkant van de binnenstad, de zogenaamde Noorderdokken. 3.
  7. Binnen dat gebied ligt onder meer de zogenaamde ACEC-site, een voormalig industriegebied. Er werd een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan opgemaakt, genaamd RUP 134-ACEC. De ACEC-site ligt ten westen langs de Gentse stadsring, aan de binnenzijde van die ring. Aan de andere kant naast de stadsring ligt het Handelsdok, aan de overkant daarvan de Koopvaardijlaan, en vervolgens industrieterreinen, waarvan een deel eigendom is van de NV Christeyns, een bedrijf dat zeep en detergenten fabriceert. Daar weer naast ligt de Afrikalaan, en aan de overkant daarvan staan weer andere bedrijfsgebouwen van de NV Christeyns. VII-37.554-2/8 3.
  8. In het stadsvernieuwingsproject is ook een brug voorzien over het Handelsdok, waardoor een deel van de stadsring dat thans westelijk naast het Handelsdok loopt, zou worden verlegd naar de oostkant. 3.
  9. Een gedeelte van het bedrijfsterrein van de NV Christeyns zou daartoe worden onteigend. Een besluit in dat verband van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 2 april 2004 werd bij arrest nr. 188.623 van 8 december 2008 door de Raad van State vernietigd op vordering van de NV Christeyns. 3.
  10. In 2006 dient de NV Christeyns een milieuvergunningsaanvraag in voor de hernieuwing en verandering van haar aflopende vergunningen, die voortaan in één vergunning zouden worden gebundeld. Het is de bedoeling dat de gebouwen aan de westzijde van de Afrikalaan zouden worden afgebroken, en vervangen door een nieuw distributiecentrum. Die percelen liggen volgens het gewestplan in industriegebied. Het bedrijfsterrein aan de oostzijde van de Afrikalaan ligt volgens hetzelfde gewestplan in woongebied, en volgens het goedgekeurd bijzonder plan van aanleg "Afrikalaan" in een zone met als hoofdbestemming kleine en middelgrote ondernemingen, dienstverlenende bedrijven en commerciële bedrijven, en als nevenbestemming wonen. Alle productieactiviteiten worden samengebracht op dit perceel. De vergunningsaanvraag behelst ook een verhoging van de productie, waardoor het bedrijf een "hoge-drempel Sevesobedrijf" wordt. 3.
  11. Op 1 februari 2007 verleent de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning. Daarop dient de NV Vastgoed Noord, die eigenaar is van gebouwen op de ACEC-site, een administratief beroep in. Op 20 september 2007 wordt het beroep verworpen en wordt de vergunning bevestigd. 3.
  12. Tegen deze beslissing wordt een vordering tot schorsing en een annulatieberoep ingediend door de NV Vastgoed Noord en Hans De Neef, gekend onder zaak A.186.234/VII-37.113, en een annulatieberoep door de stad Gent in de zaak A. 185.985/VII-37.
  13. VII-37.554-3/8 In de zaak A.186.234/VII-37.113 heeft de Raad van State bij arrest nr. 184.756 van 26 juni 2008 geoordeeld dat de zaak niet kon worden beslecht volgens de procedure op grond van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bij arrest nr. 187.907 van 13 november 2008 werd de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging verworpen. 3.
  14. De NV Vastgoed Noord heeft voor een deel van de ACEC-site een recht van opstal toegekend aan de verzoekende partij voor de bouw van een appartementencomplex. 3.
  15. Op 24 december 2008 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent aan de verzoekende partij een stedenbouwkundige vergunning voor dergelijk appartementencomplex. De NV Christeyns dient tegen die vergunning een administratief beroep in, en op 31 maart 2009 weigert de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen de stedenbouwkundige vergunning. De verzoekende partij heeft tegen deze weigering een annulatie- beroep ingediend. Dit is zaak A. 192.366/X-14.
  16. 3.
  17. Parallel met de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag wordt door de verzoekende partij een milieuvergunningsaanvraag ingediend, voor een aantal aanhorigheden bij het appartementencomplex. Het betreft de exploitatievergunning voor een noodaggregaat voor elektriciteitsproductie, met een vermogen van 120 kW. Ook wordt de exploitatiever- gunning aangevraagd voor een tank met 1.500 liter brandstof voor het noodaggre- gaat, voor een transformator en voor het lozen van huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering. 3.
  18. Op 19 februari 2009 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de gevraagde milieuvergunning. 3.
  19. De NV Christeyns dient een administratief beroep in. VII-37.554-4/8 3.
  20. De afdeling Milieuvergunningen adviseert hierop voorwaardelijk gunstig; het stedenbouwkundig advies is stilzwijgend gunstig; de provinciale milieudeskundige adviseert gunstig en de Provinciale Milieuvergunningscommissie adviseert gunstig. 3.
  21. Inmiddels heeft de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen op 26 maart 2009 een administratief beroep van de NV Christeyns tegen een op 4 september 2008 aan de NV Vastgoed Noord verleende stedenbouwkundige vergunning op de ACEC-site, onontvankelijk bevonden. De NV Christeyns heeft hiertegen een annulatieberoep ingediend. Dit is zaak A. 192.715/X-14.
  22. 3.
  23. Op 13 augustus 2009 wordt de bestreden beslissing genomen : de gevraagde exploitatievergunning wordt geweigerd. IV. Tussenkomst
  24. Met een op 5 januari 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de NV Christeyns om in de debatten te mogen tussenkomen. De gegevens van de zaak zijn van aard om dat verzoek tot tussenkomst in te willigen. V. Onderzoek van de middelen Eerste middel
  25. De debatten ter zitting op grond van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hebben zich beperkt tot het onderzoek van het eerste middel. Standpunt van de partijen
  26. De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van artikel 24, §1, 5/, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergun- ning (hierna : milieuvergunningsdecreet), van artikel 50, 3/, b), van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams VII-37.554-5/8 reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurs- handelingen en van de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het motive- ringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij stelt hierbij dat de bestreden beslissing onterecht en minstens zonder afdoende motivering het door de tussenkomende partij ingestelde beroep ontvankelijk verklaarde, hoewel de tussenkomende partij niet aantoonde dat zij rechtstreeks hinder zou kunnen ondervinden van de vergunde werken en zonder dat de eventuele hinder die de tussenkomende partij zou kunnen lijden door de verwerende partij zorgvuldig werd onderzocht. Uit artikel 24, §1, 5/, van het milieuvergunningsdecreet vloeit volgens haar voort dat enkel rechtspersonen die tengevolge van de vestiging en de exploitatie van de inrichting rechtstreeks hinder kunnen ondervinden ontvankelijk beroep kunnen instellen en uit de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, vloeit voort dat in de bestreden beslissing een afdoende motivering moet zijn opgenomen op grond van een zorgvuldig onderzoek van feitelijk juiste gegevens waarom de tussenkomende partij hinder zou kunnen lijden, temeer daar in het kader van de stedenbouwkundige vergunningsprocedure deze hinder uitvoerig werd betwist door de verzoekende partij, de stad Gent en de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar en onder meer hierover thans een procedure tegen de verwerende partij aanhangig is bij de Raad van State in de zaak A. 192.366/X-14.
  27. In haar verzoekschrift tot tussenkomst betoogt de tussenkomende partij in essentie dat zij in haar beroep bij de verwerende partij uiteengezet heeft dat zij "minstens juridische hinder ondervindt van het wooncomplex dat Unirest NV beoogt op te richten en dat dankzij de milieuvergunning kan geëxploiteerd worden". Zij wijst er op dat in de zaak A. 192.366/X-14.159 het verzoek van de verzoekende partij om de zaak om identieke redenen te beslechten met korte debatten, door het auditoraat van de Raad van State werd verworpen. Zij verzoekt ten slotte, indien zij niet gevolgd kan worden, om een prejudiciële vraag te richten aan het Grondwettelijk Hof in de volgende bewoor- dingen : VII-37.554-6/8 "Schendt artikel 24 § 1 quinquies van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, het gelijkheidsbeginsel doordat het aan die derden die fysische hinder ondervinden een mogelijkheid van beroep toekent tijdens de administratieve procedure daar waar deze mogelijkheid wordt uitgesloten in hoofde van derden die geen fysische hinder ondervinden maar wel enig belang kunnen doen gelden". Beoordeling
  28. Artikel 24, § 1, 5/, van het milieuvergunningsdecreet luidt als volgt : "Het beroep bedoeld in artikel 23 kan worden ingediend door: (...) 5/ elke natuurlijke of rechtspersoon die ten gevolge van de vestiging en de exploitatie van de inrichting rechtstreeks hinder kan ondervinden; (...)".
  29. Als de decreetgever ook aan een rechtspersoon de mogelijkheid verleent om zich te mengen in een debat over milieuvergunningen kan hij bezwaarlijk voor ogen gehad hebben dat de hinder die een rechtspersoon kan ondervinden te maken zou kunnen hebben met dezelfde soort hinder als voor een fysiek persoon die betrokken moet worden op milieuhygiënische of gezondheidsas- pecten, zoals onder meer geluid, rook, stof of uitzicht. De vraag dient zich dan aan wat onder de hinder die een rechtspersoon rechtstreeks kan ondervinden als gevolg van een verleende milieuvergunning, moet worden verstaan. De tussenkomende partij gewaagt hierbij van juridische hinder, terwijl het auditoraatsverslag het houdt bij milieuhygiënische aspecten. De Raad van State is er bijgevolg toe gebracht een interpretatie te geven aan de hiervoor geciteerde decretale bepaling. Het oplossen van een interpretatieprobleem kan bezwaarlijk beschouwd worden als behorende tot een behandeling waarvoor slechts korte debatten zijn vereist.
  30. De zaak is bijgevolg niet in zoverre gereed dat zij definitief kan worden beslecht. Zij wordt bijgevolg verwezen naar de gewone rechtspleging. VII-37.554-7/8 BESLISSING
  31. Het verzoek van de NV Christeyns tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  32. De Raad van State heropent de debatten.
  33. De Raad van State verwijst de zaak naar de gewone rechtspleging. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.554-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.971 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.787 ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.223.642 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.