← België

Arrest 202972 - Monumenten en Landschappen - 15/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.972 Rolnummer: A. 166518/VII-37415 Zaak: Arrest 202972 - Monumenten en Landschappen - 15/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-21 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 04:36 Fiche Arrest nr 202.972 van 15 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 202.972 van 15 april 2010 in de zaak A. 166.518/VII-37.

  1. In zake:
  2. Maria VAN ROOSBROECK
  3. Franz AUMANN
  4. Marie-Paule AUMANN
  5. Joseph AUMANN
  6. André AUMANN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te Beringen Scheigoorstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier Onghena kantoor houdend te Antwerpen Grotehondstraat 44 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  7. Het beroep, ingesteld op 30 september 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 12 juli 2005 waarbij de zogenaamde "Oude Pastorij" en omgeving, gelegen aan de Schoolstraat 26-28 te Beringen (Paal), als monument wordt beschermd. II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. VII-37.415-1/7 De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 maart
  9. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wim Mertens, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Olivier Onghena, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Feiten 3.
  11. De verzoekende partijen zijn mede-eigenaars van het pand en de omringende percelen gelegen aan de Schoolstraat 26-28 te Beringen (Paal). 3.
  12. Op 11 juni 2004 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken om de oude pastorij en omgeving, gelegen aan de Schoolstraat 26-28 te Beringen (Paal), als monument op een ontwerp van lijst te plaatsen van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten. 3.
  13. In een motiveringsnota van de afdeling Monumenten en Landschappen van 22 juni 2004 worden deze keuze en de waarden van dit pand gemotiveerd. 3.
  14. Een afschrift van het voorlopig beschermingsbesluit wordt bij brief van 30 augustus 2004 naar de verzoekende partijen en de betrokken besturen verstuurd. VII-37.415-2/7 3.
  15. De verzoekende partijen dienen op 20 en 29 september 2004 bezwaarschriften in. 3.
  16. De afdeling Monumenten en Landschappen maakt op 4 januari 2005 ter beëindiging van het openbaar onderzoek een verslag op waarin de adviezen en bezwaren besproken worden. 3.
  17. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (hierna : KCML) verleent op 3 maart 2005 een gunstig advies. 3.
  18. Op 12 juli 2005 neemt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening het bestreden besluit. Dit besluit wordt op 2 augustus 2005 aangetekend naar de verzoekende partijen verstuurd. IV. Afstand van een middel
  19. De verzoekende partijen doen in hun laatste memorie afstand van het derde middel. V. Onderzoek van de middelen Vierde middel Standpunt van de partijen
  20. In een vierde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van de materiële en formele motiveringsverplichting. Zij wijzen er vooreerst op dat hun bezwaar dat betrekking had op de historische waarde van het te beschermen pand zonder enig bijkomend argument "van de tafel werd geveegd" en dat het voorlopig beschermingsbesluit gewaagde van "bouwsporen die minstens terugvoeren tot de tweede helft van de 18de eeuw, periode waarnaar duidelijk verwezen wordt in een vaantje op het dak met datering 1769" en waaruit ook een aantal elementen op "stilistische gronden schijnen te dateren". De bedoelde windhaan is volgens de verzoekende partijen echter vervaardigd in
  21. VII-37.415-3/7 Zij betwisten voorts de historische waarde zoals omschreven in het bestreden besluit en verwijzen zeer gedetailleerd en omstandig naar historische bronnen, waaruit volgens hen moet blijken dat het beschermde goed "niets van doen heeft met de 'Oude Pastorij' van Paal van 1709". Die oude pastorij is volgens hen een pastoreel huis van vakwerk dat de inwoners van Paal in 1709 voor hun pastoor hebben gebouwd. Zij argumenteren dat het beschermde huis oorspronkelijk persoonlijke eigendom was van een pastoor Petrus Lemmens die omstreeks 1780 de thans nog bestaande gebouwen heeft opgetrokken. Dit gebouw zou op 10 mei 1798 door zijn erfgenamen publiek verkocht zijn aan een bloedverwante in zijlijn van de huidige eigenaars, de verzoekende partijen. De verzoekende partijen zetten eveneens uiteen dat dit gebouw niet de pastorij van 1709 betreft, die zelf steeds als de oude pastorij is bestempeld, terwijl hun eigendom in 1820 wordt aangeduid als "nieuwe pastorije". De verzoekende partijen concluderen met een sterk gedocumenteerd historisch relaas van feiten dat de historische waarde in de bestreden beslissing "onjuist is gemotiveerd".
  22. De verwerende partij antwoordt dat het de Raad van State niet toekomt zijn beoordeling terzake in de plaats te stellen van die van de bevoegde administratieve overheid en haalt de concrete gegevens aan waarop de overheid haar beoordeling heeft gesteund. Volgens de verwerende partij is het niet onredelijk om vanuit de door haar aangehaalde gegevens tot het advies van de afdeling Monumenten en Landschappen in diens motiveringsnota te komen. Zij verwijst ook naar het antwoord van de afdeling Monumenten en Landschappen op het bezwaar van de tweede verzoeker om het argument van de verzoekende partijen te weerleggen dat er geen rekening zou zijn gehouden met het ingediende bezwaar. Zij stelt voorts dat de afdeling Monumenten en Landschappen en het bestreden besluit het onroerend goed steeds aanduiden als "zogenaamde oude pastorij" wat er op duidt dat het goed een tijd als pastorij heeft gefungeerd. Volgens de verwerende partij tonen de verzoekende partijen ten slotte niet aan dat het bestreden besluit niet op de vereiste correcte feitelijke grondslag is gesteund en dat de bevoegde minister door de historische waarde van het beschermde goed aan te nemen, onredelijk is geweest.
  23. De verzoekende partijen repliceren dat de verwerende partij hun argumentatie niet beantwoordt en dat zij in hun verzoekschrift nieuwe elementen en VII-37.415-4/7 stukken aanhalen en voorleggen die niet onderzocht zijn in het administratief dossier.
  24. In hun laatste memorie benadrukken de verzoekende partijen nogmaals dat de historische waarde van het gebouw "de oude pastorij van 1709" niet bewezen is, minstens dat er fout gemotiveerd is. Beoordeling
  25. Hoewel, zoals door de verwerende partij terecht wordt opgemerkt, het de Raad van State niet toekomt om zich in de plaats te stellen van de administratieve overheid bij de beoordeling van de historische waarde van een te beschermen goed, dient hij niettemin na te gaan of de administratieve overheid met voldoende zorgvuldigheid het onderzoek naar de historische waarde van een te beschermen goed heeft gevoerd, of dat onderzoek in redelijkheid en marginaal getoetst een historische kritiek kan doorstaan en of zulks ook blijkt uit de aangevoerde motieven. De bestreden beslissing motiveert de historische waarde van het beschermde goed onder meer als volgt : "De geschiedenis van de zg. 'Oude Pastorij' van Paal, overigens een getuige van de verzelfstandiging van de parochie (eerste kwart 18de eeuw), begint in 1709, toen een oerversie van het gebouw werd opgetrokken in stijl- en regelwerk, die mogelijk de structuur van het huidige gebouw (met traditionele opkamer) heeft bepaald. Uit de begindagen dateert met stelligheid wel de omgrachting van het pastorijperceel, waarvan tot op heden sporen bewaard bleven. (...)". Uit het administratief dossier blijkt op afdoende wijze dat de verzoekende partijen steeds met klem en zeer gedocumenteerd erop gewezen hebben dat hun goed, gelegen aan de Schoolstraat 26-28 te Beringen (Paal), "niets van doen heeft" met de "Oude Pastorij" die de verwerende partij bedoelt. Ook bij de verwerende partij blijkt enige twijfel te zijn ontstaan omtrent het werkelijke voorwerp van haar bescherming aangezien zij in haar memorie van antwoord zich, in antwoord op de argumentatie van de verzoekende partijen, tevreden stelt met het feit dat het pand toch ook "een tijd als pastorij heeft gefungeerd", wellicht doelende op de loutere omstandigheid dat het beschermde VII-37.415-5/7 goed gebouwd werd door een pastoor en reeds een tiental jaren later, na diens overlijden, in het bezit is gekomen van de familie van de verzoekende partijen. Ook wordt in de memorie van antwoord van de verwerende partij door verwijzing naar de bespreking van de bezwaren vanwege de tweede verzoeker toegegeven dat de foutieve verwijzing naar de windhaan, met een vergissing van 200 jaar, "inhoudelijk (...) gecorrigeerd (zal) worden". Het bestreden besluit legt evenwel niet uit dat die vergissing met 200 jaar geen invloed heeft gehad op de historische waardering, terwijl in het voorlopig beschermingsbesluit het bestaan van dat vaantje op het dak, met datering 1769, blijkbaar wel van groot historisch belang is en het voorlopig beschermingbesluit zelfs deels schraagt. Dat er bij de verwerende partij ook twijfels zijn ontstaan omtrent het werkelijke voorwerp van de bescherming blijkt eveneens uit de wijze waarop het beschermde goed in de loop van de beschermingsprocedure benoemd is geworden. Het voorlopig beschermingsbesluit gewaagt inderdaad zonder omwegen van de "oude pastorij", terwijl het advies van de KCML en de bestreden beslissing spreken van de "zg. 'Oude Pastorij'". Uit wat voorafgaat blijkt dat de aan het beschermde goed gegeven historische waarde niet steunt op draagkrachtige en met de vereiste zorgvuldigheid verzamelde gegevens en motieven. Het vierde middel is bijgevolg gegrond. BESLISSING
  26. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 12 juli 2005 waarbij de zogenaamde "Oude Pastorij" en omgeving, gelegen aan de Schoolstraat 26-28 te Beringen (Paal), als monument wordt beschermd.
  27. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  28. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 875 euro. VII-37.415-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.415-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.972 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.