← België

Arrest 202974 - Monumenten en Landschappen - 15/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.974 Rolnummer: A. 175626/VII-37588 Zaak: Arrest 202974 - Monumenten en Landschappen - 15/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-21 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:36 Fiche Arrest nr 202.974 van 15 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 202.974 van 15 april 2010 in de zaak A. 175.626/VII-37.

  1. In zake:
  2. Emanuel BAERT
  3. Francesca de FONSECA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Van Damme kantoor houdend te Gent Sint-Annaplein 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 7 augustus 2006, strekt tot de nietig- verklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 25 april 2006 in zoverre daarbij de woning Professor A. Hacquaert, gelegen aan de Vaderlandstraat 47 te Gent, als monument wordt beschermd. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. VII-37.588-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart
  6. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominique Matthys, die loco advocaat Antoon Van Damme verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Elsbeth De Vylder, die loco advocaat Veerle Tollenaere verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. De verzoekende partijen zijn eigenaars van de woning "Professor A. Hacquaert", gelegen aan de Vaderlandstraat 47 te Gent. 3.
  9. In een nota van 26 februari 2004 stelt de afdeling Monumenten en Landschappen voor om voornoemde woning te beschermen als monument. 3.
  10. Op 6 mei 2004 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken om de woning als monument op een ontwerp van lijst te plaatsen van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten. Een afschrift van dit voorlopig beschermingsbesluit wordt bij brief van 9 november 2004 naar de verzoekende partijen en de betrokken besturen verstuurd. 3.
  11. Op 7 december 2004 dienen de verzoekende partijen een bezwaarschrift in. 3.
  12. Op 21 februari 2005 wordt een hoorzitting georganiseerd. VII-37.588-2/6 3.
  13. De afdeling Monumenten en Landschappen behandelt de adviezen, bezwaren en opmerkingen in haar verslag van 17 maart
  14. 3.
  15. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (hierna : KCML) verleent op 7 april 2005 een gunstig advies. 3.
  16. Op 7 november 2005 beslist de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening tot termijnverlenging van zes maanden van het ontwerp van lijst. 3.
  17. Op 25 april 2006 neemt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening het bestreden besluit. IV. Onderzoek van de middelen Tweede middel, eerste onderdeel Standpunt van de partijen
  18. De verzoekende partijen roepen in een tweede middel, eerste onderdeel, de schending in van de motiveringsplicht, voorgeschreven door de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna : motiveringswet). Zij voeren aan dat het uitwendige van de woning beschermd is doordat het deel uitmaakt van een stadsgezicht, beschermd bij besluit van de Vlaamse regering van 18 april 1994 en dat de motivering aangaande het interieur van de woning "Professor A. Hacquaert" gesteund is op onjuiste feitelijke gegevens. Meer bepaald betwisten de verzoekende partijen volgende overweging in het bestreden besluit : "Het uitermate sober interieur behield zijn binnenschrijnwerk met hang- en sluitwerk, parket, badkamer, ingemaakte kasten, schouwlichamen". Zij stellen dat als binnenschrijnwerk enkel nog deuren bestaan die zelf geen speciaal karakter hebben. VII-37.588-3/6
  19. De verwerende partij antwoordt dat wanneer de overheid een onroerend goed als monument beschermt, zij in het besluit de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden waarop het is gesteund. Volgens de verwerende partij verplicht deze formele motiveringseis de administratieve overheid niet in de akte expliciet de opmerkingen en bezwaren te beantwoorden die tijdens de voorafgaande procedure tegen de bescherming zijn ingebracht en volstaat het dat uit het dossier blijkt dat de bezwaren onderzocht en bij de beoordeling meegenomen zijn. Anderzijds stelt zij dat het besluit op concrete wijze opgeeft om welke redenen het bestuur van oordeel is dat het beschermde onroerend goed van algemeen belang is. De verwerende partij concludeert dat in het bestreden besluit deze motieven duidelijk worden aangegeven en dat de verzoekende partijen het antwoord van de afdeling Monumenten en Landschappen met betrekking tot het door hen ingediende bezwaar, niet weerleggen.
  20. De verzoekende partijen repliceren dat er geen elementen zijn die hen kunnen doen besluiten dat de architect zich heeft beziggehouden met de afwerking van het interieur van de beschermde woning. Volgens de verzoekende partijen bewijst alles wat wordt teruggevonden dat de inrichting door de jaren heen gebeurde door de eigenaars - in de jaren vijftig werd een nieuwe badkamer geïnstalleerd en werden de ingemaakte kasten gebouwd-, is een aanvullende verbouwing gebeurd in de jaren zeventig en hebben zij bij aankoop van de woning het interieur vernieuwd en uitgebreid en één schouwmantel, enkele binnendeuren en waar mogelijk het parket behouden. Zij concluderen dat de motivering van het bestreden besluit feitelijk onjuist is.
  21. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat de verzoekende partijen pas bij hun memorie van wederantwoord concrete gegevens en facturen voorleggen en dit niet gedaan hebben op het ogenblik van het openbaar onderzoek of tijdens de hoorzitting. Volgens de verwerende partij blijkt uit de overgemaakte facturen niet dat de in het bestreden besluit opgesomde waarden niet meer aanwezig of aangetast zijn en is de woning in 2005 een tweede maal bezocht door de "werkgroep interbellum" die tot het besluit kwam dat de woning erfgoedwaarde had. VII-37.588-4/6 Beoordeling
  22. Krachtens het motiveringsbeginsel of de materiële motiveringsplicht moet elke administratieve beslissing berusten op rechtens aanvaardbare motieven met een voldoende feitelijke grondslag. De motieven moeten in beginsel steunen op feiten die met de werkelijkheid overeenstemmen. Als annulatierechter is de Raad van State belast met een wettigheidstoezicht. Het komt de Raad van State niet toe het feitenonderzoek in de behandelde zaak over te doen en in plaats van het bestuur te appreciëren of een goed wel als monument en/of stads- of dorpsgezicht beschermingswaard is. De Raad vermag wel na te gaan of de administratieve overheid rechtmatig tot haar voorstelling van de feiten is kunnen komen. Uit de weerlegging van het bezwaar van de verzoekende partijen blijkt dat er op 15 februari 2005 een plaatsbezoek georganiseerd is en dat vastgesteld werd dat renovatiewerken werden doorgevoerd : "Het pand werd volledig bezocht en de reeds uitgevoerde werken en verbouwingen van de huidige eigenaars geëvalueerd. Daaruit blijkt dat de verbouwing een gedeeltelijke restauratie van het oorspronkelijke pand betekent. Het huis is door de restauratiewerken dichter komen te staan bij het oorspronkelijke concept en heeft bijgevolg niet aan monumentwaarde ingeboet. (...) In het inhoudelijk dossier en de motivatie is duidelijk aangegeven dat de bescherming eveneens betrekking heeft op de interieurelementen. De aanwezigheid van het waardevol interieur was één van de belangrijke criteria voor het opstarten van een beschermingsprocedure. Zonder historisch waardevol interieur wordt een beschermingsprocedure slechts opgestart wegens een uitzonderlijke vormgeving van het exterieur. In dit pand zijn er voldoende interieurelementen bewaard gebleven om een bescherming als monument te verantwoorden". Met deze overweging wordt wel gesteld dat het pand ondanks de doorgevoerde werken en verbouwingen niet aan monumentwaarde heeft ingeboet, doch uit deze overweging kan niet worden opgemaakt om welke overgebleven interieurelementen of monumentwaarde het dan wel gaat. VII-37.588-5/6 De motivering aangaande de bescherming van het interieur - "Het uitermate sober interieur behield zijn binnenschrijnwerk met hang en sluitwerk, parket, badkamer, ingemaakte kasten, schouwlichamen"- is identiek aan de overweging zoals die reeds opgenomen was in het ontwerpbesluit en niet van aard het bestreden besluit te schragen. Of ze feitelijk onjuist is kan, rekening houdend met de vage bewoordingen van het verslag ter weerlegging van het bezwaarschrift van de verzoekende partijen, zelfs niet worden nagegaan. Het eerste onderdeel van het tweede middel is gegrond. BESLISSING
  23. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 25 april 2006 in zoverre daarbij de woning Professor A. Hacquaert, gelegen aan de Vaderlandstraat 47 te Gent, als monument wordt beschermd.
  24. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
  25. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.588-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.974 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.