← België

Arrest 203035 - Penitentiair recht - 19/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.035 Rolnummer: A. 194724/IX-6612 Zaak: Arrest 203035 - Penitentiair recht - 19/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.035 van 19 april 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.035 van 19 april 2010 in de zaak A. 194.724/IX-6612 In zake : Jamal AOULAD LARBI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristof Van Camp kantoor houdend te Antwerpen Justitiestraat 25, bus 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. Het beroep, ingesteld op 24 november 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 25 september 2009 van de directeur van de strafinrichting te Merksplas waarbij aan Jamal Aoulad Larbi volgende tuchtstraf wordt opgelegd: “- m.b.t. inslikken verboden substantie : 15 d AC (mogelijk op duocel); - m.b.t. bezit van GSM : 10 d AC (mogelijk op duocel) + 7 dagen telefoonverbod;” II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het administratief dossier is neergelegd. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 maart
  3. IX-6612-1/4 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Veerle Van Nimmen, die loco advocaat Kristof Van Camp verschijnt voor de verzoeker, en attaché Eva De Cock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is geïnterneerd in de strafinrichting van Merksplas. 3.
  6. Tegen de verzoeker worden er op 24 september 2009 verschillen- de rapporten aan de directeur opgesteld: het eerste heeft betrekking op onregelma- tigheden tijdens het bezoek, het tweede op het inslikken van een verdachte substantie tijdens de lichaamsfouille, het derde en de vierde op het vinden van een GSM in de cel van de verzoeker. 3.
  7. Op 24 september 2009 wordt aan de verzoeker een voorlopige maatregel opgelegd: de plaatsing op veiligheidscel. 3.
  8. Op 25 september 2009 deelt de directeur van de strafinrichting de verzoeker mee dat een tuchtprocedure wordt opgestart. De betrokken documenten worden hem overgemaakt. De verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman, wordt gehoord op 25 september
  9. 3.
  10. De directeur van de gevangenis legt op 25 september 2009 de volgende tuchtsanctie op: IX-6612-2/4 “m.b.t inslikken verboden substantie : 15 d AC (mogelijk op duocel); m.b.t. bezit van GSM : 10 d AC (mogelijk op duocel) + 7 dagen telefoonverbod.” Dit is de bestreden beslissing. Zij is gesteund op de volgende overwegingen: “M.b.t. de verboden substantie is er een ernstig vermoeden van een grote hoeveelheid drugs die hij heeft ingeslikt (tot 2x toe). Er werden verdachte handelingen waargenomen tijdens het bezoek. Hij was bijzonder nerveus en geagiteerd toen hij werd gefouilleerd. Op basis de vaststellingen en MO 1785 kunnen we stellen dat er een ernstig vermoeden van betrokkenheid bij handel in verboden substanties is. M.b.t. het bezit van de GSM is vastgesteld dat de GSM in een persoonlijke kast is gevonden en de nummers die met de GSM werden gebeld enkel door betrokkene worden gebruikt (via SAGI).” IV. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel
  11. In een enig middel voert de verzoeker de schending aan van het vermoeden van onschuld en van zijn recht van verdediging. Volgens hem is hij gestraft op basis van vermoedens. De genomen RX-foto’s tonen aan dat er niet direct te zien was dat hij iets ingeslikt zou hebben en twijfel moet in zijn voordeel spelen. Beoordeling
  12. De verwerende partij beschikte voor het bewijs van de feiten over de rapporten van de penitentiaire beambten omtrent het verbergen/inslikken van een bepaald product en het aantreffen, tijdens een kamercontrole, van een GSM in de cel van de verzoeker. Dergelijke rapporten, die uitgaan van penitentiair beambten die ervaring hebben aangaande de wijze waarop het leven in de gevangenis verloopt en met de gedragingen van de gedetineerden, vormen voor de directeur een deugdelijke grondslag voor het bewijs van de tuchtfeiten, op voorwaarde dat zij voldoende concrete gegevens bevatten en de gevangene de mogelijkheid heeft de onjuistheid ervan aannemelijk te maken. In dit geval bevatten de rapporten voldoende nauwkeurige gegevens om de tuchtinbreuken voor bewezen te houden. Er wordt in het tweede tuchtrapport uiteengezet op welke eigenaardige manier de verzoeker zich gedragen IX-6612-3/4 heeft tijdens de fouille, wat hij niet had moeten doen indien hij inderdaad slechts Marokkaanse zoete koekjes in zijn mond verstopt had en geen product dat niet mocht ontdekt worden. In het vierde rapport wordt ook aangegeven op grond van welke gegevens -de gebelde telefoonnummers- de penitentiair beambten besloten hebben dat de aangetroffen GSM aan de verzoeker toebehoorde. Tijdens zijn verhoor heeft de verzoeker geen elementen aangewezen die de onjuistheid laten vermoeden van die vaststellingen en de conclusies die eraan verbonden werden; zijn ontwijkende antwoorden aan de directeur zijn niet meer dan een doorzichtig standaard-verweer dat niet opweegt tegen de verklaring van de penitentiair beambten.
  13. De directeur beschikte over voldoende bewijskrachtige gegevens om de tuchtfeiten voor bewezen te houden. Het vermoeden van onschuld noch de rechten van de verdediging zijn miskend. Het enig middel is niet gegrond. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6612-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.035 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.