id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.038 Rolnummer: A. 195375/IX-6700 Zaak: Arrest 203038 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 19/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.038 van 19 april 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.038 van 19 april 2010 in de zaak A. 195.375/IX-6700 In zake : Peter OTTENBURGS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kaat Leus en Audrey Baeyens kantoor houdend te Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstraat 8 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 29 januari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 1 december 2009 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij de voorlopige schorsing van Peter Ottenburgs in het kader van een tuchtprocedure voor vier maanden verlengd wordt. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 maart
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. IX-6700-1/6 Advocaat Audrey Baeyens, die verschijnt voor de verzoeker, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is hoofdinspecteur van politie bij de federale gerechtelijke politie te Tongeren. 3.
- Met een brief van 4 maart 2009 deelt de procureur des Konings te Tongeren aan de directeur-generaal van de federale gerechtelijke politie mee dat hij lastens de verzoeker een opsporingsonderzoek heeft afgesloten en tegen hem vervolging zal instellen voor inbreuken op de artikelen 467 (diefstal) en 148 (huisvredebreuk) van het strafwetboek. Hij verleent daarbij toelating tot inzage en afschrift van het dossier. 3.
- Op 1 april 2009 beslist de minister van Binnenlandse Zaken, na eensluidend advies van de minister van Justitie, om de verzoeker bij wijze van ordemaatregel voorlopig te schorsen voor een termijn van vier maanden. Die schorsing gaat gepaard met een inhouding van de brutowedde ten belope van 25%. Tegen deze beslissing stelt verzoeker een annulatieberoep in bij de Raad van State; dat beroep is gekend onder rolnummer A. 192.924/IX-
- 3.
- Met een dienstnota van 4 juni 2009 stelt de directeur-generaal van de federale gerechtelijke politie aan de minister van Binnenlandse Zaken voor om de voorlopige schorsing van de verzoeker te verlengen. De verzoeker dient daartegen een verweerschrift in en wordt dienaangaande gehoord. IX-6700-2/6 Op 5 augustus 2009 beslist de minister van Binnenlandse Zaken, na eensluidend advies van de minister van Justitie, om de voorlopige schorsing van de verzoeker te verlengen voor een nieuwe periode van vier maanden. Ook deze schorsing gaat gepaard met de inhouding van de brutowedde ten belope van 25%. Tegen deze beslissing stelt de verzoeker een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State. Met een arrest van 1 februari 2010, nr. 200.297, verwerpt de Raad de vordering tot schorsing bij gebrek aan een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 3.
- Met een vonnis van 10 september 2009 verklaart de correctionele rechtbank van Tongeren de strafvordering tegen de verzoeker onontvankelijk en ontslaat hem daarbij van elke strafvervolging. De rechtbank is, samengevat, van oordeel dat “het vermoeden van onschuld” en “het beginsel van de wapengelijkheid” geschonden zijn. Met een brief van 9 oktober 2009 laat de procureur des Konings te Tongeren aan de federale gerechtelijke politie weten dat het openbaar ministerie tegen voornoemd vonnis hoger beroep heeft ingesteld. 3.
- Op voorstel van de directeur-generaal van de federale gerechtelij- ke politie en nadat de verzoeker een verweerschrift heeft ingediend en is gehoord, verlengt de minister van Binnenlandse Zaken, na eensluidend advies van de minister van Justitie, met een beslissing van 1 december 2009 de voorlopige schorsing van de verzoeker opnieuw voor een periode van vier maanden, zij het dat deze ordemaatregel zelf zal worden opgeschort vanaf 1 januari 2010, en dit voor de duur van een door de verzoeker aangevraagde -en door het bestuur toegestane- “afwezigheid voor één jaar wegens persoonlijke aangelegenheden”. Dit is de thans bestreden beslissing. 3.
- Op 23 december 2009 ontvangt de verzoeker een inleidend tuchtverslag, waarbij hem volgende feiten worden ten laste gelegd: “Als lid van de Federale Gerechtelijke Politie, de waardigheid van zijn ambt op een volstrekt ontoelaatbare wijze in het gedrang te hebben gebracht enerzijds, en zijn dienstverplichtingen flagrant niet te zijn nagekomen anderzijds, doordat hij: IX-6700-3/6 C informatie ingewonnen samen met een collega inzake mogelijke oplichting- en m.b.t. de huurder van een appartement, niet heeft meegedeeld aan de gerechtelijke instanties of bruikbaar heeft gemaakt binnen de politieorgani- satie (Feit 1) C nadat was gebleken tijdens een huiszoeking in het appartement van dezelfde huurder, dat goederen die verband hielden met de mogelijke oplichtingen aanwezig waren in het appartement, actief deelgenomen heeft aan de recuperatie ervan door de leveranciers van deze goederen (Feit 2) C gebruik heeft gemaakt van een nagemaakte sleutel nuttig in het raam van de huiszoeking aan dewelke hij deelnam, om zich enkele dagen na de huis- zoeking toegang te verschaffen tot het appartement met de leveranciers van goederen en de eigenaar van het appartement (Feit 3) C een kader (fotocollage) aanwezig in het appartement heeft teruggebracht naar de kantoren van de FGP TONGEREN, wetende dat het bezit ervan onrechtmatig was, en dit voorwerp jaren heeft laten hangen in zijn kantoor of in de gang van het gebouw van de FGP TONGEREN (Feit 4) C zijn deelneming aan de bijeenkomst met de leveranciers en eigenaar van het appartement, en het binnendringen ervan met de nagemaakte sleutel, als dienstprestatie heeft aangerekend en zijn activiteitenfiche als dusdanig ingevuld (Feit 5) C geen proces-verbaal heeft opgesteld m.b.t. de gemaakte vaststellingen, gestelde handelingen en verzamelde informatie na de huiszoeking (Feit 6)”. De directeur-generaal van de federale gerechtelijke politie stelt voor om de verzoeker voor deze feiten de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op te leggen. IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- De verzoeker zet uiteen dat, zo de Raad van State stelt dat een preventieve schorsing wegens haar tijdelijk en niet-tuchtrechtelijk karakter in beginsel het betrokken personeelslid geen nadeel berokkent, hij van oordeel is dat er in zijn geval toch uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn die het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aantonen. Hij verwijst naar het moreel nadeel dat voor hem voortvloeit uit het diskrediet dat hij ervaart bij collega’s en de IX-6700-4/6 buitenwereld en de bezoedeling van zijn reputatie, hetgeen nu blijft voortduren en waarschijnlijk voor onbepaalde duur verlengd zal worden nu zijn strafzaak, die in eerste aanleg voor de correctionele rechtbank uitgelopen is op een ontslag van rechtsvervolging, in hoger beroep hangende is. Hij voegt daaraan toe dat het feit dat de preventieve schorsing opgeschort is gedurende zijn aangevraagde afwezigheid uit de dienst, aan dat nadeel niets verandert, aangezien de maatregel bij zijn terugkeer in het korps onverminderd zal gelden.
- Volgens de verwerende partij maken de omstandigheden waar de verzoeker gewag van maakt geen uitzonderlijke omstandigheden uit die een schorsing van de preventieve schorsing, die in dit geval tot vier maanden beperkt is, zouden kunnen rechtvaardigen. Van diskrediet is geen sprake, aangezien de overheid zich niet uitgesproken heeft over de schuld. Het nadeel dat de verzoeker aanvoert vloeit niet zozeer voort uit de schorsing zelf, maar uit de strafprocedure die hoe dan ook nog tegen de verzoeker loopt.
- De verzoeker voert een uitsluitend moreel nadeel aan. Dat kan slechts de schorsing rechtvaardigen wanneer de verzoeker aannemelijk maakt dat zijn geval zo bijzonder is dat de vernietiging niet zal volstaan om het nadeel, waarvan hij het ernstig karakter aantoont, goed te maken. De Raad van State heeft over de identieke uiteenzetting van de verzoeker met betrekking tot de vorige verlenging van zijn preventieve schorsing gesteld, en bevestigt nu voor deze zaak, dat het aangevoerd nadeel niet zozeer het gevolg is van de preventieve schorsing maar van de strafrechtelijke procedure die nog tegen hem loopt. De schorsing van de preventieve schorsing kan niet tot gevolg hebben dat de verzoeker van elke verdachtmaking gezuiverd is; het betekent enkel dat de beslissing dat hij de goede werking van de dienst in de weg staat, niet geheel regelmatig was.
- Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is niet aangetoond. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-6700-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6700-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.038 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.219.602 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div