id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.040 Rolnummer: A. 193865/IX-6500 Zaak: Arrest 203040 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 19/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.040 van 19 april 2010 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.040 van 19 april 2010 in de zaak A. 193.865/IX-6500 In zake : Jurgen MEERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de Lokale Politiezone HALLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Lindemans kantoor houdend te Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 september 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 2 juli 2009 van de dienstdoende korpschef van de lokale politie te Halle, waarbij Jurgen Meert de lichte tuchtstraf van de waarschuwing wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld overeenkom- stig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 maart
- IX-6500-1/6 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Bert Van Herreweghe , die loco advocaat Dirk Lindemans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is inspecteur van politie bij de lokale politie te Halle. 3.
- Op 25 mei 2009 wordt aan de verzoeker een inleidend tuchtver- slag betekend, omdat hij “niet ter plaatse [is] geweest bij het slachtoffer van [een] diefstal en hierdoor niet [heeft] voldaan aan de hieruit voortvloeiende verplichting- en”. De korpschef stelt voor hem voor die feiten de lichte tuchtstraf van de waarschuwing op te leggen. 3.
- De uitnodiging voor een verhoor op 29 juni 2009 wordt ondertekend door “CP VAN ISTERBEEK Liesbeth, Dd. Korpschef PZ Halle”; de korpschef is op dat ogenblik met vakantie. In een nota van 29 juni 2009 wendt verzoekers tuchtverdediger zich tot de korpschef, waarbij hij het volgende stelt: “De bevoegde gewone tuchtoverheid is in dit dossier de korpschef van de PZ HALLE, Dhr. HCP Johan VANWEZER. De verdediging stelt vast dat de uitnodiging in de brief dd 19-06-2009 tot de hoorzitting vastgelegd op 29-06-2009 ondertekend is door Mevr CP Liesbeth VAN ISTERBEEK, als dienstdoende korpschef. Alhoewel art. 66bis van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten inderdaad in een vervanging IX-6500-2/6 voorziet, kan dit volgens de verdediging enkel en alleen wanneer hiervoor aan de wettelijk geregelde vormvereisten is voldaan. De voorbereidende werken dienaangaande zijn duidelijk: ‘...Zodoende, in geval van tijdelijke afwezigheid, komt het de titularis toe zijn vervanger aan te wijzen. Behoudens in de gevallen waarin door of krachtens de wet voorzien wordt in een specifieke delegatie dient de delegatie voorafgaande- lijk en schriftelijk te gebeuren en is ze in de tijd beperkt voor de periode van afwezigheid van de titularis’. Wij vragen om het bewijs te leveren van deze mandatering. Bovendien heeft DGS/DSJ een interne nota uitgevaardigd waar deze beginselen duidelijk worden in toegelicht. Uit de stukken van het dossier kan de verdediging niet opmaken of er voldaan werd aan deze voorziene wettelijke vormvereisten inzake aanduiding van de vervanger (voorafgaandelijk, schriftelijk, beperkt in de tijd, vermelding van de vervanger). Indien niet aan deze voorzieningen werd voldaan kan CP Liesbeth VAN ISTERBEEK geen uitnodiging uitvaardigen, is de daaruit voortvloeiende procedure dus nietig waardoor de verdediging niet kan ingaan op die uitnodi- ging.” In het proces-verbaal van de hoorzitting wordt daarover nog het volgende genotuleerd: “- De heer Van Belleghem heeft een voorafgaandelijke vraag neergelegd omtrent het feit of CP Van Isterbeek gemandateerd is geweest met een schriftelijk mandaat om op te treden als vervanger van de korpschef als tuchtoverheid conform de tuchtwet art. 66bis en de voorbereidende werkzaam- heden. (Cfr. voorafgaandelijke vraag bij de hoorzitting 29-06-2009) CP Van Isterbeek voegt een mail toe van 11 juni 2009 die volgens haar dit mandaat bevestigt. - Deze mail wordt niet aanvaard door de heer Van Belleghem als zijnde een bewijs van dit mandaat. Dus kan hij de bevoegdheid van CP Van Isterbeek niet aanvaarden en kan deze hoorzitting in feite niet plaatsvinden. - Het verweer wil hij in volledig ondergeschikte orde meedelen.” 3.
- Op 2 juli 2009 beslist CP Van Isterbeek als “dd. Korpschef PZ Halle” om de verzoeker de lichte tuchtstraf van de waarschuwing op te leggen. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het middel Standpunt van de partijen
- De verzoeker voert aan dat commissaris van politie (hierna: CP) L. Van Isterbeek niet bevoegd was om in deze als tuchtoverheid op te treden. Hij wijst erop dat luidens artikel 19 van de wet van 13 mei 1999 houdende het IX-6500-3/6 tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten (hierna: de tuchtwet) de korpschef de gewone tuchtoverheid van de verzoeker is. Dat niet de korpschef de bestreden beslissing heeft genomen, maar wel CP L. Van Isterbeek kan volgens de verzoeker niet worden gerechtvaardigd door een e-mailbericht waarin de korpschef meedeelt in verlof te zijn en vervangen te worden door CP L. Van Isterbeek; met die e-mail wordt immers de uitoefening van de tuchtbevoegdheid niet uitdrukkelijk overgedragen. Het gaat ook niet om een akte, zoals nochtans vereist door de interne nota 3490/A/2006 van 25 januari 2006 van de algemene directie personeel van de federale politie; zij is ook niet ondertekend door de persoon die delegeert. Uit dat alles leidt de verzoeker af dat er geen rechtsgeldige delegatie van bevoegdheid is gebeurd, zodat CP L. Van Isterbeek niet bevoegd was om de bestreden beslissing te nemen.
- De verwerende partij betoogt in haar memorie van antwoord dat de korpschef van de verzoeker met e-mails van 11 juni 2009 de politiezone formeel op de hoogte heeft gebracht van zijn afwezigheid van 14 juni tot 10 juli 2009 en dat hij CP L. Van Isterbeek heeft aangewezen als zijn vervanger tijdens die periode. Op die manier heeft hij alle bevoegdheden die verbonden zijn aan het mandaat van korpschef, inbegrepen zijn hoedanigheid van gewone tuchtoverheid ten aanzien van de verzoeker, voor de duur van zijn afwezigheid overgedragen aan CP L. Van Isterbeek. Artikel 66bis van de tuchtwet maakt een vervanging mogelijk, maar geeft niet aan hoe die vervanging concreet moet gebeuren; wat gesteld wordt in parlementaire stukken in verband met het genoemde artikel 66bis en de interne nota die de verzoeker aanhaalt kan geen wettelijke vormvereiste uitmaken, maar enkel de wet verduidelijken. Hoe dan ook is aan de vereisten beschreven in die documen- ten voldaan, doordat
(1)de e-mails voorafgaand aan het verlof werden overgemaakt,
(2)de e-mails verzonden werden vanaf het mailadres van de korpschef en elektronisch ondertekend,
(3)de delegatie beperkt is tot de periode van zijn afwezigheid en
(4)de verzoeker zelf ook in kennis werd gesteld van de overdracht van bevoegdheid.
- In zijn memorie van wederantwoord repliceert de verzoeker dat de e-mail van 11 juni 2009 waarmee de korpschef CP L. Van Isterbeek aanwijst als zijn vervanger, niet volstaat om te kunnen spreken van een delegatie van ook de tuchtbevoegdheid, omdat daarvoor een specifieke delegatie noodzakelijk was. Hij voegt daaraan toe dat de bewoordingen in de e-mail te algemeen zijn, dat de e-mail geen akte is zoals vereist, dat uit niets blijkt dat een elektronische handtekening IX-6500-4/6 werd geplaatst, noch dat aan alle voorwaarden werd voldaan opdat een elektronische handtekening als een officiële handtekening kan gelden en dat de e-mail om die redenen geen rechtsgeldige delegatie in de zin van artikel 66bis van de zogenaamde tuchtwet uitmaakt. Beoordeling
- De verwerende partij verantwoordt het optreden van CP L. Van Isterbeek door de bevoegdheidsoverdracht met een e-mailbericht door de korpschef, die tijdelijk afwezig was. Deze e-mail luidt: “Van 14 juni tot 10 juli 2009 ben ik met verlof. CP Liesbeth Van Isterbeek zal mij vervangen als korpschef. [...]”.
- Artikel 66bis van de tuchtwet staat toe dat de tuchtbevoegdheid wordt uitgeoefend door de persoon die de titularis vervangt bij diens tijdelijke afwezigheid of verhindering. Te dezen gaat het om de tuchtbevoegdheid die aan de korpschef van de verzoeker toekomt. Artikel 46 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (hierna: WGP) luidt als volgt: “In geval van afwezigheid of verhindering van de korpschef, stelt de burgemeester of het politiecollege onder de leden van het politiekorps met de hoogste graad, de vervangende korpschef aan.” Deze wetsbepaling legt de bevoegdheid om over de vervanging van de korpschef te beslissen ingeval van diens afwezigheid of verhindering aldus in een ééngemeentepolitiezone uitdrukkelijk bij de burgemeester die daarvoor telkens een uitdrukkelijke beslissing moet nemen, zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding van artikel 172bis van de nieuwe gemeentewet, waarvan artikel 46 WGP de overname is en waarin uitdrukkelijk gesteld is dat er geen automatische vervanging van de korpschef wordt ingevoerd, maar dat deze vervanging “geval per geval” moet gebeuren, hetgeen niet noodzakelijk beperkt moet zijn tot “een bepaalde administratieve procedure” maar toch ook “wanneer de korpschef IX-6500-5/6 bijvoorbeeld voor één maand met verlof gaat” (Parl. St. Kamer van Volksvertegen- woordigers, 1991-1992, stuk 454/4, p. 13-15).
- Te dezen blijkt niet dat de burgemeester van de stad Halle de vervangende korpschef heeft aangesteld. Integendeel, in haar memorie van antwoord bevestigt de verwerende partij dat “[d]e manier waarop het mandaat aan CP L. Van Isterbeek werd toevertrouwd, meer dan duidelijk [is] en voor weinig interpretatie vatbaar: het mandaat werd door de korpschef zelf per e-mail, voorafgaand en voor en beperkte periode uitdrukkelijk toevertrouwd aan mevrouw CP L. Van Isterbeek”. De korpschef was daarvoor niet bevoegd. Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 2 juli 2009 van de dienstdoen- de korpschef van de lokale politie te Halle, waarbij aan Jurgen Meert de tuchtstraf van de waarschuwing wordt opgelegd.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6500-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.040 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div