← België

Arrest 203047 - Onteigeningen - 19/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.047 Rolnummer: A. 193365/X-14268 Zaak: Arrest 203047 - Onteigeningen - 19/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.047 van 19 april 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 203.047 van 19 april 2010 in de zaak A. 193.365/X-14.

  1. In zake:
  2. Johannes CRETEN
  3. Pascalina CRETEN
  4. Odette CRETEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Justin Orij kantoor houdend te 3840 BORGLOON Gillebroekstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bruno Steegen, Erik Schellingen en André Gerkens kantoor houdend te 3740 BILZEN Demerlaan 21, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij (in de vordering tot schorsing): de c.v. KEMPISCH TEHUIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 BERINGEN Scheigoorstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 13 juli 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 19 maart 2009 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering waarbij: “de verwerving van de onroerende goederen, gelegen in Zonhoven - Halveweg, onteigeningsplan ‘Halveweg-Beskensstraat’, kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie B, nrs. 815, 827g/ex, 828d/ex en 847d/ex, samen 81a 09ca groot, waartoe de Raad van Bestuur van de Sociale Huisvestingsmaatschappij Kempisch Tehuis c.v. dd. 17 september 2008 heeft besloten, met het oog op de realisatie van een gemengd sociaal woonproject, van algemeen nut (wordt) verklaard (artikel 1). X-14.268-1/3 De Sociale Huisvestingsmaatschappij Kempisch Tehuis c.v. wordt ertoe gemachtigd om, ter verwezenlijking van de in artikel 1 bedoelde verrichting, over te gaan tot onteigening van de onroerende goederen (artikel 2). De onmiddellijke inbezitname van het in artikel 1 aangeduide onroerende goederen is volstrekt noodzakelijk. De rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden, vermeld in de wet van 26 juli 1962, mag bijgevolg op de onteigening van de hierboven bedoelde onroerende goederen worden toegepast (artikel 3)”. II. Verloop van de rechtspleging
  6. Met het arrest nr. 196.892 van 13 oktober 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 20 oktober 2009 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 20 december 2009 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Naar luid van het voornoemde artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek X-14.268-2/3 tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na de kennisgeving van het arrest. Op grond van het voornoemde artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. BESLISSING
  9. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  10. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 525 euro, ieder voor een derde. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien april 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-14.268-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.047 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.892 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.