id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.053 Rolnummer: A. 83575/X-8892 Zaak: Arrest 203053 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 19/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.053 van 19 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 203.053 van 19 april 2010 in de zaak A. 83.575/X-
(50316); de hinder die de dagrecreatie veroorzaakt (50022, 50316, 50459, 50460) ; het weerhouden van de bestemming van natuurgebied wegens het in het gedrang brengen van de natuurwaarde in de omgeving (50316, 50416 tot en met 50418). 4. De Regionale Commissie van Advies treedt het gedeeltelijk ongunstig advies van de gemeenteraad van Stabroek bij. Ongunstig advies wordt dus uitgebracht ten aanzien van de wijziging van respectievelijk 7,2 ha en 3,1 ha agrarisch gebied naar gebied voor dagrecreatie’. Bij besluit d.d. 28/10/1998 stelde de Vlaamse Regering het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan ANTWERPEN, o.m. in de Gemeente KAPELLEN, definitief vast. T.o.v. de voorlopige vaststelling van hetzelfde gewestplan worden volgende wijzigingen in het definitief vastgesteld gewestplan vastgelegd : ‘ ’t Rood: - wijziging van recreatiegebied naar natuurgebied; - wijziging van gebied voor dagrecreatie naar parkzone’; T.o.v. het advies van de Regionale Commissie van Advies worden volgende wijzigingen in het definitief vastgelegd gewestplan vastgelegd : - wijziging van 7,2 ha en 3,1 ha agrarisch gebied naar respectievelijk parkzone en natuurgebied. De motivering van de Vlaamse Regering luidt als volgt : ‘Overwegende dat voor punt B26, het kasteelpark Witven te Kapellen, de bestemming van het noord-westelijk gedeelte als natuurgebied verantwoord is; dat er geen scoutslokaal in dit gebied staat en dit gebied deel uitmaakt van een groter boscomplex dat als natuurgebied is bestemd; dat de bestemming van het zuidelijk gedeelte als parkgebied aan het huidige gebruik tegemoet komt en het gebied paalt aan een groter parkgebied’; De uitbreiding van de parkzone in het definitief vastgesteld gewestplan is noch in het voorlopig vastgelegd gewestplan noch in het advies van de Regionale Commissie van Advies terug te vinden. Uit de hierboven aangegeven preliminaria blijkt dat de Vlaamse Regering in zijn besluit d.d. 28/10/1998 waarbij het gewestplan definitief wordt vastgesteld, afwijkt én van het voorlopig vastgesteld gewestplan én van het advies van de Regionale Commissie van Advies. Overeenkomstig artikel 13 § 7 Wet op de Stedenbouw (thans artikel 11 § 7 van het Coördinatiedecreet) is de overheid, die het gewestplan definitief vaststelt, verplicht zich te richten naar het advies van de Regionale Commissie van Advies, tenzij er gegronde, met de Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening verband houdende redenen voorhanden zijn om ervan af te wijken, vervolgens, X-8892-4/10 dan in geval van afwijking van het advies waarbij het gewestplan definitief wordt vastgesteld, de motieven van de afwijkingen worden aangegeven (...). Op de bevoegdheid van de Koning (thans : Vlaamse Regering) om in het gewestplan een in het ontwerp-gewestplan voorlopig vastgestelde bestemming te wijzigen staat een dubbele rem. Eensdeels mag de Koning (thans : Vlaamse Regering) aan het ontwerp-gewestplan geen wijzigingen aanbrengen die niet in de bezwaren en opmerkingen van de particulieren of in de adviezen van de geraadpleegde overheden worden voorgesteld of daarin zijn neergelegd of noodzakelijk of logisch eraan verbonden zijn of eruit voortvloeien of, als die voorwaarde niet vervuld is, die niet vooraf onderworpen werden aan de formaliteit van het openbaar onderzoek en van de raadpleging van de betrokken gemeenteraden en bestendige deputatie en van de Regionale Commissie van Advies. Anderdeels is de Koning (thans : de Vlaamse Regering) verplicht de voorschriften van het voorlopig vastgestelde ontwerp-gewestplan aan te passen aan de resultaten van het openbaar onderzoek en van de raadpleging van de gemeenteraden en van de bestendige deputatie, wanneer zij uit oogpunt van stedenbouw en ruimtelijke ordening gegrond blijken te zijn, en aan die van de raadpleging van de Regionale Commissie van Advies, wanneer er geen met stedenbouw en ruimtelijke ordening verband houdende reden bestaat om ze af te wijzen. (...). Na evaluatie van de motivering van het besluit d.d. 28/10/1998 van de Vlaamse Regering ‘Overwegende dat voor punt B26, het kasteelpark Witven te Kapellen, de bestemming van het noord-westelijk gedeelte als natuurgebied verantwoord is ; dat er geen scoutslokaal in dit gebied staat en dit gebied deel uitmaakt van een groter boscomplex dat als natuurgebied is bestemd ; dat de bestemming van het zuidelijk gedeelte als parkgebied aan het huidige gebruik tegemoet komt en het gebied paalt aan een groter parkgebied’; staat het vast dat de motieven voor deze afwijking niet overeenkomstig art. 11 § 7 van het Coördinatiedecreet worden aangegeven. De Vlaamse Regering geeft geen gegronde, met stedenbouw en ruimtelijke ordening verband houdende redenen aan om van het voorlopig vastgelegd gewestplan ANTWERPEN en het advies van de Regionale Commissie af te wijken. Bovendien overtreedt de Vlaamse Regering de hiervoor aangeduide rem. Inderdaad de hierboven aangeduide wijzigingen aan het ontwerp-gewestplan werden door de Vlaamse Regering aangebracht zonder dat deze in de bezwaren en opmerkingen van de particulieren of in de adviezen van de geraadpleegde overheden worden voorgesteld of daarin zijn neergelegd of noodzakelijk of logisch eraan verbonden zijn of eruit voortvloeien en werden evenmin onderworpen aan de formaliteit van het openbaar onderzoek en van de raadpleging van de betrokken gemeenteraden en bestendige deputatie en van de Regionale Commissie van Advies. Het ongunstig advies van de Regionale Commissie van Advies op de voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan ANTWERPEN beperkt zich tot de wijziging van respectievelijk 7,2 ha agrarisch gebied naar dagrecreatiegebied en 3,1 ha agrarisch gebied naar gebied voor recreatie. Vooreerst dient vastgesteld dat in dit advies een materiële misslag is geslopen : immers het gebied voor dagrecreatie bevindt zich in het zuiden van ’t Rood aan de Hoevenensebaan en het recreatiegebied is in het 'noordwesten van ’t Rood gelegen. Waarschijnlijk bedoelt de Regionale Commissie van Advies slechts de zone voor dagrecreatie, groot 7,2 ha, die aan de Hoevenensebaan is gelegen. Rekening houdende met deze vaststelling staat het onweerlegbaar vast dat de Vlaamse Regering in zijn besluit d.d. 28/10/1998 voor wat het X-8892-5/10 noordwestelijk gedeelte van het kasteelpark Witven betreft (groot 3
- ha)zich op geen advies van de Regionale Commissie van Advies kan steunen, nu er geen advies door deze laatste daarover werd verstrekt. De zonering veranderde zonder enig daartoe aanleiding gevend bezwaar of advies van recreatiegebied (voorlopig vastgesteld gewestplan) naar natuurgebied (definitief vastgesteld gewestplan). Bovendien is de in het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 28/10/1998 aangegeven reden om van het advies van de Regionale Commissie van Advies af te wijken zeer summier en komt tekort aan de verplichte toetsing aan een ernstige, met de Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening verband houdende motivering : ‘Overwegende dat voor punt B.26, het kasteelpark Witven te Kapellen, de bestemming van het noord-westelijk gedeelte als natuurgebied verantwoord is; dat er geen scoutslokaal in dit gebied staat en dit gebied deel uitmaakt van een groot boscomplex dat als natuurgebied is bestempeld’. Over het in het voorlopig vastgesteld gewestplan voorziene gebied voor dagrecreatie, groot 7,2 ha, aan de Hoevensebaan gelegen, werd door de Regionale Commissie van Advies een ongunstig advies uitgebracht. De Regionale Commissie is derhalve van oordeel dat dit gebied agrarische zone dient te blijven, zoals vastgesteld in het vorig gewestplan ANTWERPEN. Het feitelijk gebruik van dit gebied betreft weiden die door vee worden begraasd en overigens gedeeltelijk zijn verpacht. Derhalve overweegt de Vlaamse Regering in zijn besluit d.d. 28/10/1998 op feitelijk vlak ten onrechte : ‘dat de bestemming van het zuidelijk gedeelte als parkgebied aan het huidig gebruik tegemoet komt...’ De enige motivering die de Vlaamse Regering aan de wijziging van het gebied voor dagrecreatie, groot 7,2 ha, zoals voorgesteld in het voorlopig vastgesteld gewestplan, naar parkgebied, zoals vastgesteld in het definitief vastgesteld gewestplan geeft, is : ‘en het gebied paalt aan een groter parkgebied’; Dergelijke summiere motivering, die overigens slechts als een beperkte en eenzijdige vaststelling geldt, voldoet evenmin en komt opnieuw tekort aan de verplichte toetsing aan een ernstige, met de Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening verband houdende motivering. Het besluit d.d. 28/10/1998 van de Vlaamse Regering is dan ook door machtsoverschrijding aangetast. Het ingeroepen middel is derhalve gegrond. II. Het gebrek aan motivering van het besluit d.d. 28/10/1998 De formele motiveringsplicht werd overeenkomstig de wet van 29/07/1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen ingevoerd en geldt voor alle bestuurlijke rechtshandelingen met individuele strekking daar zij strekt tot de bescherming van de belanghebbende, in casu verzoekster. Het betreft derhalve een op straffe van nietigheid van de rechtshandeling na te leven substantiële vormvereiste. Het staat onbetwistbaar vast dat de verplichting tot het vermelden van de feitelijke overwegingen in de bestreden beslissing een substantieel vormvoorschrift is. Zoals hierboven reeds aangeduid, motiveert de Vlaamse Regering in haar besluit d.d. 28/10/1998 de wijzigingen van het definitief vastgelegd gewestplan ANTWERPEN op het voorlopig vastgesteld gewestplan ANTWERPEN als volgt : ‘Overwegende dat voor punt B26, het kasteelpark Witven te Kapellen, de bestemming van het noord-westelijk gedeelte als natuurgebied verantwoord is; dat er geen scoutslokaal in dit gebied staat en dit gebied X-8892-6/10 deel uitmaakt van een groter boscomplex dat als natuurgebied is bestemd; dat de bestemming van het zuidelijk gedeelte als parkgebied aan het huidige gebruik tegemoet komt en het gebied paalt aan een groter parkgebied’; Dergelijke summiere motivering is onduidelijk, onbegrijpelijk, niet draagkrachtig en onaanvaardbaar. Het betreft een geijkte uitdrukking en voldoet hierdoor niet aan de formele motiveringsplicht, nl. de plicht tot het vermelden van de feitelijke overwegingen in het besluit. Het doel of de belangrijkste bestaansreden van de formele motivering aan diegene t.o.v. wie een beslissing wordt genomen, is een zodanig inzicht te verschaffen in de motieven van de bestuurshandeling dat hij in staat is ter dege te oordelen of het zin heeft hiertegen de bestuurshandeling te verweren met de middelen die het recht hem verschaft, door aan te tonen dat de in de motivering tot uitdrukking gebrachte motieven niet gegrond zijn. Overigens is deze motivering onzorgvuldig en strijdig met de realiteit : - waar nu eens wel dan weer eens geen sprake is van de aanwezigheid van een scoutslokaal van verzoekster in het voorziene recreatiegebied (3,1 ha). De realiteit is dat verzoekster dit lokaal nog dient op te richten. - waar het feitelijk gebruik van het parkgebied als park wordt aangeduid en dit in realiteit weiland is. Dergelijke summiere motivering beschermt geenszins de belanghebbende en stelt de deur voor willekeur open. Ook het tweede middel is gegrond”. B. Beoordeling van de middelen 4. Het belang van de verzoekende partij is beperkt tot de percelen waarvan zij erfpachthouder is. Het bestreden besluit bestemt deze percelen tot natuurgebied. In zoverre de middelen het bestreden besluit bekritiseren omdat het andere percelen omzet tot parkgebied zijn ze niet ontvankelijk daar het gegrond bevinden van het middelonderdeel niet kan leiden tot een nietigverklaring met betrekking tot de percelen waarvan de verzoekende partij erfpachthouder is. 5. Luidens artikel 1 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht moet, voor de toepassing van die wet, onder een bestuurshandeling worden verstaan “de eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur”. De plannen van aanleg, waaronder het gewestplan, bezitten bindende en verordenende kracht. Het zijn derhalve geen rechtshandelingen “met individuele strekking”. Een besluit tot vaststelling van een gewestplan valt niet onder de toepassing van de voornoemde wet. X-8892-7/10 6. De Vlaamse regering mag aan het ontwerp-gewestplan geen wijzigingen aanbrengen die niet in bezwaren en opmerkingen van particulieren of in adviezen van geraadpleegde overheden worden voorgesteld of daarin zijn neergelegd of noodzakelijk of logisch eraan verbonden zijn of eruit voortvloeien of, als die voorwaarde niet is vervuld, die niet vooraf onderworpen werden aan de formaliteit van het openbaar onderzoek en van de raadpleging van de betrokken gemeenteraden en bestendige deputatie en van de Regionale Commissie van Advies. In onderhavige zaak bestemt het ontwerpplan de percelen waarvan de verzoekende partij erfpachthouder is tot gebied voor dagrecreatie, omwille van - zoals het in de toelichtingsnota wordt uitgedrukt - “de aanwezigheid van een scoutslokaal”. Tijdens het omtrent het ontwerpplan gehouden openbaar onderzoek verstrekt de gemeente Stabroek een ongunstig advies, waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “Dat de zone van agrarisch gebied naar recreatiegebied werd voorzien om reden van de aanwezigheid van een scoutslokaal; dat op dit terrein geen scoutslokaal aanwezig is; (...) dat geen voldoende garanties werden vooropgesteld met de intrinsieke hinder die recreatiegebieden met zich meebrengen; (...) Het gemeentebestuur gaat niet akkoord met de vooropgestelde wijziging van agrarisch gebied naar (...) recreatiegebied om redenen dat geen inrichtingsplannen werden voorgelegd; dat de werkelijkheid niet in overeenstemming is met de toelichtingsnota. Bij de inrichting dienen voldoende garanties te worden aangetoond tot vrijwaring van mogelijke hinder in functie van de woonwijk ‘Krekelbergh’”. Tijdens hetzelfde openbaar onderzoek formuleert Agalev volgend bezwaar: “Wij tekenen echter bezwaar aan tegen de voorgestelde wijziging van agrarisch gebied naar recreatiegebied (3,1
- ha)omwille van de aanwezigheid van een scoutslokaal. Dit bezwaar stoelt op de volgende overwegingen: (...) Het gemeentebestuur van Kapellen heeft een erfpachtovereenkomst met de scouts afgesloten om de bouw van een scoutslokaal mogelijk te maken. Wij verzetten ons tegen deze bestemming omdat ze een bedreiging vormt voor het omringende natuur-gebied. Wij verwijzen hier naar een studie gemaakt in okt. 1995 door W. Mertens, o.l.v. Prof. Dr. R.F.Verheyn in opdracht van de Gemeente Kapellen. Deze studie stelt dat zowel wat het biotische milieu als wat het landschap betreft, het gebied een hoge waarde door zijn hoge authenticiteit, diversiteit en homogeniteit. Het vervult ook een belangrijke functie als groene buffer tussen de gemeente Kapellen en Hoevenen. De aanwezigheid van scoutslokalen en de verwachte frequentie waarmee jongeren aanwezig zullen zijn brengen ernstige effecten met zich mee. De bouw van het lokaal, de mogelijke aanleg van een toegangsweg en vooral de verhoogde recreatiedruk zullen leiden tot een belangrijk ecotope-ver1ies, X-8892-8/10 waardoor de planten-gemeenschappen zullen veranderen en waardevolle types in oppervlakte achteruitgaan. Ook op de fauna zullen negatieve effectenvast te stellen zijn. (...) Dit alles ten koste van de schaarse overgebleven natuur en open ruimte in de gemeente. Deze gang van zaken is strijdig met de principes van goede ruimtelijke ordening. (...) In bijlage sturen wij U een deurwaardersverslag dat bevestigt dat in het gebied geen scoutslokaal is gevestigd”. De Regionale Commissie van Advies treedt het hiervoor geciteerde ongunstig advies van de gemeente Stabroek bij. Het bestreden besluit verantwoordt de bestemming tot natuurgebied van de betrokken percelen als volgt: “Overwegende dat voor punt B26, het kasteelpark Witven te Kapellen, de bestemming van het noord-westelijke gedeelte als natuurgebied verantwoord is; dat er geen scoutslokaal in dit gebied staat en dit gebied deel uitmaakt van een groter boscomplex dat als natuurgebied is bestemd”. De wijziging aan het ontwerpplan vloeit logisch voort uit de argumenten inzake de goede ruimtelijke ordening in het geciteerde advies en het geciteerde bezwaar. 7. De middelen worden verworpen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. X-8892-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien april 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-8892-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.053 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.030 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div