← België

Arrest 203054 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 19/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.054 Rolnummer: A. 83577/X-8894 Zaak: Arrest 203054 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 19/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-23 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.054 van 19 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 203.054 van 19 april 2010 in de zaak A. 83.577/X-8894. In zake: 1. de n.v. OPSLAG & DITRIBUTIE TER-HAEGHE 2. de n.v. RUMMO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Van Passel kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Frankrijklei 146 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Claes kantoor houdend te 2550 KONTICH Mechelsesteenweg 160 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 16 april 1999, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 28 oktober 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeenten Aartselaar, Antwerpen, Boechout, Boom, Borsbeek, Brasschaat, Edegem, Hemiksem, Hove, Kapellen, Kontich, Lint, Mortsel, Niel, Ranst, Rumst, Schelle, Schilde, Schoten, Stabroek, Wijnegem, Wommelgem en Zwijndrecht, “voor wat betreft het onderdeel dat betrekking heeft op de percelen eigendom van verzoeksters”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 188.028 van 18 november 2008 worden de debatten heropend en wordt het door de auditeur-generaal aan te stellen lid gelast met het aanvullend onderzoek. X-8894-1/5 Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 februari 2010. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marc Van Passel, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Anneleen Claes, die loco advocaat Johan Claes verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Beoordeling 3. De verzoekende partijen vorderen de nietigverklaring van het bestreden besluit “voor wat betreft het onderdeel dat betrekking heeft op de percelen eigendom van verzoeksters”. In tussenarrest nr. 188.028 van 18 november 2008 werd met betrekking tot deze percelen het volgende overwogen: “In het verzoekschrift worden de voornoemde percelen niet opgesomd. De verzoekende partijen duiden ook niet aan waar de door het bestreden besluit vastgestelde bestemmingsgebieden zich op hun eigendom situeren. De verzoekende partijen beperken zich er toe een bundel neer te leggen met uittreksels uit de kadastrale legger en kopieën van een twintigtal notariële akten met betrekking tot kapitaalverhogingen, vestiging van een recht van opstal en eigendomsoverdracht. Het komt de Raad van State niet toe om binnen dit bundel op zoek te gaan naar de percelen waarvoor de verzoekende partijen de nietigverklaring vorderen. De verzoekende partijen dienen terzake de vereiste klaarheid te X-8894-2/5 scheppen, precies de betrokken percelen aan te duiden en aan te geven welke bestemming deze gekregen hebben”. 4. Op het verzoek van de auditeur-verslaggever om “de door de Raad vereiste klaarheid te scheppen”, hebben de verzoekende partijen bij brieven van 26 maart, 15 april en 16 september 2009 een opsomming gegeven van de (huidige) kadastrale perceelnummers waarop hun vordering tot gedeeltelijke vernietiging van de bestreden beslissing betrekking heeft, meer bepaald de percelen nrs. 360/h, 370/z, 450/n/3, 366/2, 368/f, 368/h en 370/l. Tevens leggen zij een luchtfoto in grijswaarden neer waarvan een deel in het paars, een deel in het groen en een deel in het geel is ingekleurd. Volgens de verzoekende partijen gaat het om “een kleurenplan met de thans geldende bestemming”, waarop “duidelijk te zien (

  1. is)dat de bestemmingen uit het gewestplan niet overeenstemmen met de perceelsgrenzen en niet met de reeds aanwezige vergunde gebouwen”. In hun brief van 15 april 2009 stellen de verzoekende partijen het volgende: “Op deze percelen bevinden zich thans vergunde industriële gebouwen. Na uitvoering van de voorgestelde gewestplanwijziging blijven twee stroken van de bestaande gebouwen buiten de KMO-zone liggen. Anderzijds wordt een gedeelte van de bestaande aanplantingen rond de vijver omgevormd tot industriegebied. Het doel van deze procedure is om alle normaal vergunde industriële gebouwen en de vergunde gebouwen in oprichting volledig te situeren in KMO-gebied. Daarnaast wilden verzoekers de bestaande zone van aanplantingen vrijwaren en wilden zij deze zones op het gewestplan ingekleurd zien als groene zone”. In het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat de verzoekende partijen in de voornoemde brieven weliswaar de betrokken kadastrale percelen aanduiden doch nog steeds nalaten “aan te geven welke bestemmingen deze gekregen hebben” in gevolge de bestreden gewestplanwijziging, zodat ze niet voldoen aan het in het arrest nr. 188.028 nochtans uitdrukkelijk geformuleerd verzoek om “klaarheid te scheppen”. De auditeur-verslaggever heeft daaruit afgeleid dat het “feitelijk dan ook niet mogelijk (
  2. is)om na te gaan of de, door verzoeksters, uitdrukkelijk, beoogde gedeeltelijke vernietiging eigenlijk wel mogelijk en dus ontvankelijk is”. In hun laatste memorie stellen de verzoekende partijen vooreerst dat de verwerende partij beter geplaatst is om de vereiste klaarheid te scheppen. Vervolgens sommen zij voor zes van de zeven hiervoor genoemde percelen “hun door het bestreden besluit verkregen bestemming” op en leggen ze een stuk neer X-8894-3/5 waarin een kadastraal plan voor de percelen nrs. 360/h, 370/z, 450/n/3 en 368/h wordt geprojecteerd op de hiervoor genoemde ingekleurde luchtfoto. 5. Het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat heeft op het ogenblik van het opstellen van het aanvullend verslag terecht besloten dat het op grond van het hem door de verzoekende partijen verstrekte antwoord onmogelijk is te beoordelen of de beoogde gedeeltelijke vernietiging mogelijk en dus ontvankelijk is. De door de verzoekende partijen in hun laatste memorie aangevoerde elementen, die zij reeds in hun antwoord aan het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat hadden kunnen aanvoeren, kunnen aan deze vaststelling geen afbreuk doen. Er anders over oordelen betekent dat de Auditeur andermaal, maar nu bij arrest, moet worden gelast met het onderzoek van de zaak, onderzoek dat hij, toen het ogenblik daarvoor was gekomen, niet heeft kunnen doen ingevolge het gebrekkige antwoord dat werd gegeven op zijn vraag, die niet meer was dan het herhalen van het in het tussenarrest nr. 188.028 geformuleerde verzoek om “klaarheid te scheppen”. Een dergelijke opdracht, die het normaal verloop van de procedure zou verstoren, kan niet worden gegeven ter wille van een partij die zelf heeft nagelaten afdoende haar medewerking aan de procedure te verlenen. Het beroep is niet langer ontvankelijk. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 347,06 euro, elk voor de helft. X-8894-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien april 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-8894-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.054 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.028 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.