id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.055 Rolnummer: A. 83593/X-8896 Zaak: Arrest 203055 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 19/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-27 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.055 van 19 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 203.055 van 19 april 2010 in de zaak A. 83.593/X-
- In zake:
- de b.v.b.a. BEHANG- EN VERFCENTRALE J. en F. DE LAET
- Achilles DECKERS
- de b.v.b.a. TRANSPORT DECKERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Brusselstraat 59 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Claes kantoor houdend te 2550 KONTICH Mechelsesteenweg 160 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 april 1999, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 28 oktober 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeenten Aartselaar, Antwerpen, Boechout, Boom, Borsbeek, Brasschaat, Edegem, Hemiksem, Hove, Kapellen, Kontich, Lint, Mortsel, Niel, Ranst, Rumst, Schelle, Schilde, Schoten, Stabroek, Wijnegem, Wommelgem en Zwijndrecht “voor de delen van het kaartblad 15/4 begrensd zoals aangegeven op de kaart die de bestemmingsgebieden aangeven met de aanvullende stedenbouwkundige voorschriften van artikel 22 zoals vervat in de bijlage 15 bij dit besluit op kaart blad 23/4”. X-8896-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 188.032 van 18 november 2008 worden de debatten heropend en wordt het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat gelast met een aanvullend onderzoek. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 februari
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stijn Brusselmans, die loco advocaat Wim Slosse verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Anneleen Claes, die loco advocaat Johan Claes verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Onderzoek A. Uiteenzetting van het zesde middel
- In het verzoekschrift wordt het volgende zesde middel aangevoerd: “
- Zesde middel afgeleid uit de schending van artikel 10 van het Decreet van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening en van artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen en uit de schending van het rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel: X-8896-2/5 Doordat in bijlage 16 onder art. 22 een aanvullend stedenbouwkundig voorschrift wordt opgenomen, dat in de praktijk ontoepasbaar lijkt, Terwijl uit de in het middel aangehaalde beginselen volgt dat ook de aanvullende stedenbouwkundige voorschriften een duidelijke aanduiding dienen te geven van de betrokken toestand; Toelichting : M.b.t. de bestemmingsbepalingen van art. 22, dient gesteld te worden dat het in de bestreden beslissing absoluut niet duidelijk is wanneer de nabestemming natuurgebied nu in werking treedt; Er wordt gesteld ‘wanneer die bedrijven hun huidige bedrijfsactiviteit niet meer voortzetten en geen andere activiteiten die tot dezelfde bedrijfssector behoren, uitoefenen, krijgt het betrokken gebied de bestemming natuurgebied’; Het is voor verzoekers absoluut niet duidelijk in hoeverre zij hun bedrijfsactiviteiten, of de aandelen van hun vennootschappen, nog kunnen verkopen, en wat de gevolgen zijn van deze verkoop voor de betrokken kopers; Evenmin is het duidelijk welke diversificatie van activiteiten nu nog in het betrokken gebied mogelijk is; Uit de in het middel aangehaalde beginselen blijkt duidelijk dat de burger in alle opzichten zijn rechtspositie behoort te kunnen kennen; Dit is in feite een onmiddellijk uitvloeisel van de rechtsstaatsgedachte; De uitgevaardigde normen moeten duidelijk geformuleerd zijn en zij moeten voor het ruimst mogelijke publiek leesbaar en begrijpelijk zijn; De burger moet, als hij één maal met de normen wordt geconfronteerd, precies weten waar hij aan toe is (...); De definitie van het uitgewerkt aanvullend stedenbouwkundig voorschrift (art. 22), is zeer vaag en onduidelijk en schendt alsdusdanig de in het middel aangehaalde beginselen”. B. Beoordeling van het zesde middel
- De beleidskeuzen die in een gewestplan worden gemaakt moeten uit zichzelf voldoende duidelijk zijn opdat de rechtsonderhorigen kunnen opmaken welke gevolgen er uit voortvloeien voor wat betreft het gebruik dat zij van hun gronden kunnen maken.
- Het ontwerp dat het bestreden stedenbouwkundige voorschrift is geworden stelt met betrekking tot de in het gebied aanwezige bedrijven het volgende: “Wanneer zij de bedrijfsactiviteiten die zij uitoefenen op het ogenblik van de vaststelling van het plan, niet meer voortzetten en geen andere activiteiten uitoefenen die tot dezelfde bedrijfssector behoren, krijgt het betrokken gebied (...) de bestemming groengebied”. Over deze ontworpen bepaling heeft de afdeling wetgeving van de Raad van State in haar advies nr. 28.364/1 van 19 oktober 1998 het volgende gesteld: X-8896-3/5 “Het is niet duidelijk wat bedoeld wordt met bedrijven die ‘geen andere activiteiten uitoefenen die tot dezelfde bedrijfssector behoren’. Onder meer moet het begrip ‘bedrijfssector’ nader worden omschreven”. Het door het besluit vastgestelde aanvullend stedenbouwkundig voorschrift voor het “industriegebied met nabestemming natuurgebied” luidt als volgt: “In de gebieden die als industriegebied met nabestemming natuurgebied zijn aangeduid, mogen de bedrijven in geen geval nog ruimtelijk uitbreiden. Wanneer die bedrijven hun huidige bedrijfsactiviteit niet meer voortzetten en geen andere activiteiten die tot dezelfde bedrijfssector behoren uitoefenen, krijgt het betrokken gebied de bestemming van natuurgebied”. Omwille van de onduidelijkheid van de omschrijving “geen andere activiteiten uitoefenen die tot dezelfde bedrijfssector behoren” kunnen de rechtsonderhorigen niet opmaken welke gevolgen er uit het geciteerde voorschrift voortvloeien voor wat betreft het gebruik dat zij van hun gronden kunnen maken. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door het door de verwerende partij in haar memorie van antwoord aangehaalde gegeven dat het voornoemde voorschrift “werd opgesteld naar analogie van de voorzieningen van het bijzonder voorschrift artikel 4 (gemengde woon- en industriegebieden) van het K.B. van 3 oktober 1979, hetwelk eveneens toelaat dat de bedrijven kunnen blijven zolang ze hun bedrijfsactiviteiten, of activiteiten die tot dezelfde sector behoren, voortzetten”.
- Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van 28 oktober 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen in zoverre het te Wommelgem vastgestelde “industriegebied met nabestemming natuurgebied” op kaartblad 15/4 in bijlage 9 bij dit besluit, betreft.
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit. X-8896-4/5
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 520,59 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien april 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-8896-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.055 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.032 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div