← België

Arrest 203091 - Wapens - 20/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.091 Rolnummer: A. 122441/XII-3574 Zaak: Arrest 203091 - Wapens - 20/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-28 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.091 van 20 april 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 203.091 van 20 april 2010 in de zaak A. 122.441/XII-3574 In zake: Alfons SMITS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Eric Pringuet kantoor houdend te Drongen Kroonprinsstraat 1 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 13 juni 2002, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 15 april 2002 van de gouverneur van de provincie Antwerpen houdende intrekking van de vergunningen van Alfons Smits tot het voorhanden hebben van verweervuurwapens. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Patrick De Wolf heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 februari
  3. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. XII-3574-1\8 Jurist Mario Boeckx, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur generaal Patrick De Wolf heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. De politiecommissaris van Zoersel verleent op 28 juli 1992 aan verzoeker een vergunning voor het voorhanden hebben van een geweer Browning, kaliber .22LR, en op 29 december 1993 een vergunning voor het voorhanden hebben van een pistool Browning, kaliber 9 mm para. Op 26 februari 2002 stelt een hoofdinspecteur van de politie Voorkempen in een proces-verbaal vast dat verzoeker in overtreding met artikel 23.1.1/ van het koninklijk besluit van 1 december 1975 (hierna: de wegcode) zijn voertuig niet rechts ten opzichte van zijn rijrichting heeft opgesteld en dat hem recentelijk reeds een schriftelijke verwittiging werd overgemaakt opdat hij zijn voertuig reglementair zou parkeren. In een proces-verbaal van13 maart 2002 geeft de hoofdinspecteur volgend feitenrelaas: “Op datum van 12 maart 2002 te 18.35 uur rijden wij, in uniform gekleed, met onze fiets over de Emiel Vermeulenstraat in richting Raymond Delbekestraat huiswaarts. Ter hoogte van de Kastanjeweg worden wij ingehaald door een vrachtwagen met nummerplaat ‘GXX 855’”, onmiddellijk nadat dit voertuig op onze hoogte is zwaait de bestuurder van het voertuig met zijn arm en rijdt schuin recht voor ons tot op de gelijkgrondse berm, waarbij ons brutaal de pas wordt afgesneden. De bestuurder, welke wij herkennen als Smits, Alfons, springt uit zijn voertuig en vliegt op ons af, hij begint te roepen en loopt tegen ons, hij roept: ‘gaat gij mij blijven kloten, klootzak?’ Wij hebben betrokkene kalm geantwoord dat hij, zoals andere foutief parkeerders, een eerlijke kans heeft gekregen door een voorafgaandelijke schriftelijke waarschuwing, en wij op deze zaak niet meer willen terugkeren, doch hiermee nam Smits geen vrede, hij bleef ons de huid volschelden in het midden van de openbare weg, hij maakte daarbij zoveel misbaar dat omwonenden uit hun huis kwamen gelopen XII-3574-2\8 Betrokkene maakt aan één stuk een resem verwijten en beledigingen aan ons adres. Wij konden hem nauwelijks tot kalmte aanmanen. Wij hebben hem duidelijk gezegd dat wij ons allesbehalve akkoord konden verklaren met zijn provocerende en beledigende houding tegenover ons, gekleed in uniform, en dit te midden van de openbare weg en dat wij in deze zaak proces-verbaal zouden opstellen. Teneinde de zaak niet verder op te blazen hebben wij ons met [de] fiets opnieuw in beweging gezet, met de bedoeling Smits te ontwijken. Toen wij ons verwijderden roept Smits ons na, op een niet mis te verstane manier: ‘Zo, gaat uw leven niet lang blijven duren maatje’ wij voelden ons ernstig bedreigd door deze levensbedreigende belofte tot aanslag op personen. Wij kunnen verder mededelen dat wij ons thans zeer ernstig bedreigd voelen, aangezien wij op onze weg huiswaarts, het traject waar Smits woonachtig is, dagelijks dienen te volgen met onze fiets en dit zowel tijdens dag, avond- als nachturen en omdat betrokkene ons met een vrachtwagen dwong om met onze fiets halt te houden, een dreigende houding aannam, en zijn intenties om ons ernstig leed of letsel toe te brengen duidelijk heeft uitgesproken. Wij voelen ons des te meer bedreigd omdat betrokkene houder is van ‘een vergunning tot het voorhanden hebben van 2 ‘verweervuurwapens’. In deze zaak werd door ons afzonderlijk proces-verbaal opgesteld en overgemaakt aan het ambt des procureur des Konings, en tevens werd een administratief verslag opgesteld en overgemaakt aan de heer gouverneur der provincie Antwerpen”. In een proces-verbaal van 14 maart 2002, dat naar de procureur des Konings te Antwerpen wordt verstuurd, herneemt voormelde hoofdinspecteur het hiervoor vermelde feitenrelaas en voegt er tot besluit aan toe dat het onverantwoord lijkt dat de verzoeker nog langer in het bezit blijft van verweervuurwapens. Gesteld wordt dat verzoeker niet over de nodige zelfbeheersing en koelbloedigheid beschikt en er niet voor terugschrikt een politieofficier in uniform klem te rijden, zwaar te beledigen op de openbare weg en te bedreigen met een aanslag op zijn persoon zonder enige aanvaardbare reden. In een brief van 14 maart 2002 meldt de hoofdinspecteur aan de gouverneur van de provincie Antwerpen dat hij het hiervoor vermeld proces-verbaal heeft verstuurd naar de procureur des Konings te Antwerpen omdat hij het nog langer voorhanden houden van een vuurwapen door betrokkene “een mogelijk te groot risico” acht voor de openbare veiligheid. Op 10 april 2002 schrijft de procureur des Konings te Antwerpen aan de gouverneur van de provincie Antwerpen dat de wapenvergunningen van verzoeker volgens hem dienen te worden ingetrokken tot vrijwaring van de openbare orde. Gesteld wordt dat verzoeker bij het parket gekend is voor smaad ten aanzien van officieren van de openbare macht en verkeersagressie, “wat nog steeds in XII-3574-3\8 onderzoek is”. “Gezien het onverantwoordelijk gedrag en de agressieve persoonlijkheid van betrokkene”, is de procureur des Konings van mening dat de handhaving van de vergunningen niet verantwoord is en dat ze om veiligheids- redenen dienen te worden ingetrokken. Op 15 april 2002 beslist de gouverneur van de provincie Antwerpen om verzoekers wapenvergunningen in te trekken. Gemotiveerd wordt: “Gelet op het verzoek van de lokale politie Voorkempen tot intrekking van de vergunningen tot het voorhanden hebben van de hierna vermelde vuurwapens van de heer Smits Alfons, wonende te 2980 Zoersel, Emiel Vermeulenstraat 116; Gelet op het schrijven d.d. 10 april 2002 van de procureur des Konings van Antwerpen, die eveneens van mening is dat de vergunningen moeten worden ingetrokken; Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd bij de wetten van 29 juli 1934, 4 mei 1936, 6 juli 1978, 30 januari en 5 augustus 1991, 9 maart 1995, 24 juni 1996 en 18 juli 1997, hierna wapenwet genoemd, inzonderheid de artikelen 6, § 1, lid 3, 11, § 2; Gelet op het koninklijk besluit d.d. 20 september 1991 tot uitvoering van voormelde wapenwet, gewijzigd bij koninklijke besluiten van 18 januari 1993, 30 maart 1995, 4 augustus 1996 en 4 februari 1999, inzonderheid de artikelen 9 tot en met 14; Gelet op de gecoördineerde omzendbrief van 30 oktober 1995 en aanvullingen van de minister van justitie, betreffende de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake wapens, inzonderheid de punten 5, 9 en 7; Gelet op de ministeriële omzendbrief van 5 mei 1998 van de minister van Justitie, betreffende het toezicht op het legaal wapenbezit; Gelet op de E.G. richtlijnen 91/477/EEG van 18 juni 1991 en 6903 van 26 juli 1991, inzonderheid artikel 5; Overwegende dat de heer Smits zich onverantwoordelijk en agressief gedraagt; Overwegende dat betrokkene gekend is in de notitiën van het parket voor smaad ten aanzien van officieren van de openbare macht en verkeersagressie (AN 41.92.100166-02), feiten die nog in onderzoek zijn; Overwegende dat het behoud van de openbare orde en veiligheid de intrekking van de vergunningen vereist”. IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van verzoeker
  6. In een eerste middel voert verzoeker “dwaling omtrent de feiten - onjuiste feitelijke voorstelling - machtsoverschrijding” aan. Hij voert in essentie aan dat de gouverneur van de provincie Antwerpen zich enkel en alleen heeft gebaseerd XII-3574-4\8 op de eenzijdige verklaring van de hoofdinspecteur die beweert dat verzoeker agressief zou zijn geweest, dat die beweringen eenzijdig en onjuist zijn, en dat ze worden tegengesproken door zowel de verklaring van verzoeker van 6 juni 2002 afgelegd bij de politie te Zoersel als door de verklaringen van de getuige M.V.H. In de memorie van wederantwoord voegt verzoeker daar onder meer aan toe dat ook de procureur des Konings blijkbaar enkel rekening heeft gehouden met het eenzijdig proces-verbaal van de hoofdinspecteur, dat de feiten nog steeds in onderzoek zijn, dat de getuige nog niet werd ondervraagd in het kader van het onderzoek, dat de smaad ten aanzien van de openbare macht en de verkeers- agressie “(nog) niet” vaststaan en ten stelligste betwist worden, en dat het beweerde onverantwoorde en agressieve gedrag van verzoeker dan ook niet bewezen is. In de laatste memorie herhaalt verzoeker ten stelligste te betwisten enige agressie of smaad te hebben geuit. Hij verwijst daarvoor naar een nieuw stuk: een verklaring van de getuige M.V.H. Beoordeling
  7. De te dezen toepasselijke wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie (hierna: de wapenwet), zoals gewijzigd door de wet van 30 januari 1991, stelt in artikel 6, § 1, derde lid, dat de provinciegouverneur de vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen kan schorsen of intrekken bij een met redenen omklede beslissing “indien blijkt dat het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren”. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 30 januari 1991 tot wijziging van de wapenwet blijkt dat het begrip “openbare orde” in de ruime zin moet worden opgevat (Parl. St. Kamer, 1989-1990, 978/6, pp. 26-27) en dat het de bedoeling is de samenleving te beschermen tegen geweld en het risico op ongelukken te verminderen (Parl. St. Senaat, 1989-1990, 972/2, blz. 2 en 4 en Parl. St. Kamer, 1989-1990, nr. 978/6, p. 2). Noch in de wapenwet, noch in het uitvoeringsbesluit is bepaald dat een intrekking of schorsing enkel mogelijk zouden zijn indien de betrokkene XII-3574-5\8 veroordeeld werd wegens bepaalde misdrijven. Evenmin is daarvoor vereist dat hij de openbare orde reeds effectief zou hebben verstoord met een wapen.
  8. Op grond van voormeld artikel 6, § 1, derde lid, beschikt de gouverneur over een ruime discretionaire bevoegdheid. Dit belet evenwel niet dat hij zijn beslissing moet steunen op werkelijk bestaande, relevante feiten, die met de nodige zorgvuldigheid werden vastgesteld. In dat verband is het echter niet de taak van de Raad van State om het feitenonderzoek over te doen. Als wettigheidsrechter komt het hem alleen toe na te gaan of de administratieve overheid rechtmatig tot haar voorstelling van de feiten is kunnen komen.
  9. Uit de overwegingen van het bestreden besluit blijkt dat de aanleiding tot en het beslissend motief voor het intrekken van verzoekers wapen- vergunning te zoeken zijn in het proces-verbaal van 13 maart 2002 waarin melding wordt gemaakt van beledigingen, verwijten en bedreigingen die hij op 12 maart 2002 jegens de hoofdinspecteur van de politie Voorkempen uitte. Op zich vermogen dergelijke feiten van smaad aan officieren van de openbare macht en verkeers- agressie de conclusie te verantwoorden dat verzoeker zich “onverantwoordelijk en agressief” heeft gedragen en dat er reden is om met het oog op het behoud van de openbare orde en veiligheid de intrekking van zijn vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens in te trekken. Weliswaar betwist verzoeker de feiten onder aanvoering van een getuige die ze zou kunnen tegenspreken. Nochtans kan hij er niet eerder toe komen van die getuige een verklaring voor te leggen dan nadat het bevoegd lid van het auditoraat in zijn verslag voorstelde het middel te verwerpen omdat verzoeker toegeeft dat de zogenaamde getuige nooit werd ondervraagd en hij evenmin een verklaring van hem voorlegt. Wat er van de laattijdigheid van het getuigenis ook zij, het is, gelet op zijn vage algemeenheid, in elk geval niet van die aard dat het op beslissende wijze afbreuk doet aan het sub 3 weergegeven, gedetailleerde en precieze feitenrelaas van 13 maart 2002 van de hoofdinspecteur.
  10. Het eerste middel is niet gegrond. XII-3574-6\8 B. Tweede middel Standpunt van verzoeker
  11. In een tweede middel voert verzoeker de schending aan van de motiveringsplicht en van het redelijkheidsbeginsel, doordat het bestreden besluit niet naar behoren is gemotiveerd, terwijl krachtens de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de feitelijke en juridische motieven voor de intrekking moeten worden vermeld en de motivering afdoende moet zijn: correct, pertinent en van aard de beslissing te verantwoorden. In de memorie van wederantwoord brengt verzoeker nog naar voor dat de plicht tot motivering en het redelijkheidsbeginsel werden geschonden omdat het bestreden besluit enkel drie zinsneden bevat. Beoordeling
  12. In zoverre het middel uit de schending van de formele- motiveringsplicht wordt afgeleid, is het ongegrond. Het besluit vermeldt wel degelijk de motieven waarop de intrekking is gestoeld. Uit de bespreking van het eerste middel volgt dat die motieven de intrekking kunnen verantwoorden. Wat specifiek het aangevoerde redelijkheidsbeginsel betreft, waaraan verzoeker overigens geen aparte toelichting besteedt, wordt opgemerkt dat de vraag of de in aanmerking genomen feiten van smaad en verkeersagressie al dan niet de conclusie vermogen te dragen dat het bezit door verzoeker van een vuurwapen een potentiële gevaarssituatie inhoudt, een zaak van appreciatie is - een zaak dus waarover in redelijkheid uiteenlopend kan worden gedacht. Welnu, verzoeker doet niet aannemen dat verwerende partij bij de uitoefening van haar ruime appreciatiebevoegdheid de grenzen is te buiten gegaan van wat nog als redelijk kan worden aangezien. Kan de Raad van State zich best indenken dat verzoeker de bestreden intrekking als zeer streng en zwaar beschouwt, dit toont geenszins uit zichzelf de onwettigheid van de beslissing aan. Streng en onwettig zijn geen synoniemen.
  13. Ook het tweede middel is niet gegrond. XII-3574-7\8 BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 april 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-3574-8\8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.091 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.