id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.100 Rolnummer: A. 178464/XII-4924 Zaak: Arrest 203100 - Diploma's - 20/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-27 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.100 van 20 april 2010 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 203.100 van 20 april 2010 in de zaak A. 178.464/XII-4924 In zake: Véronique MEIRSCHAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te Antwerpen Ankerrui 26-30 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW TECHNICUM NOORD-ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 november 2006, strekt tot de nietigverklaring van : “De beslissing van de inrichtende macht van Technicum Noord-Antwerpen van 14 september 2006 waarbij besloten werd geen nieuwe klassenraad bijeen te roepen, met als bijlage het advies van de interne beroepscommissie van 12 september 2006”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag opgesteld. Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 februari
- XII-4924-1\9 Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christiaan Lesaffer, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Christophe Vangeel, die loco advocaat Jean Hendrickx verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster volgt een opleiding in het volwassenenonderwijs, met name de GPB-opleiding 2005 Ec HOKT, in het Technicum Noord-Antwerpen, CVO, afdeling technische leergangen. Het betreft een modulaire opleiding, waarvan verzoekster, naar eigen keuze, tijdens het schooljaar 2005-2006 de modules mediakunde en algemene vakdidaktiek (didactische competentie praktijkinitiatie of DCP) volgt. 3.
- Op de proclamatie van 9 juni 2005 blijkt dat verzoekster voor de module mediakunde wel en voor de module DCP niet geslaagd is verklaard. Bij e-mailbericht van 15 juni 2005 geeft verzoekster, die naar eigen zeggen op die dag van een medeleerling haar uitslagen voor de bedoelde modules heeft ontvangen, de school te kennen de reden te willen vernemen waarom zij voor het opleidingsonderdeel DCP niet geslaagd werd verklaard. Zij laat weten geen genoegen te nemen met de uitslag en gehoord wenst te worden. Op 16 juni 2006 laat de school in een e-mail aan verzoekster weten dat zij, als zij niet akkoord gaat met haar uitslag, er via de ombudsvrouw binnen vijf werkdagen na het verkrijgen van de resultaten beroep kan tegen aantekenen. XII-4924-2\9 Bij e-mail van 19 juni 2006 bevestigt verzoekster het schoolbestuur deze weg te zullen bewandelen. Noch verzoekster, noch verwerende partij leggen afschrift neer van dit bezwaarschrift, zodat de Raad van State voortgaande op de e-mail van verzoekster moet aannemen dat het beroep ten vroegste op 19 juni 2006 -en wellicht zelfs later- is ingesteld. 3.
- Bij schrijven van 7 juli 2006 bevestigt de ombudsvrouw de goede ontvangst van het “verzoek voor het starten van een beroepsprocedure” en beschrijft zij het verloop van die procedure, te weten dat de beroepscommissie op 30 augustus 2006 zal samenkomen en dat verzoekster aldaar de gelegenheid krijgt haar standpunt in verband met de genomen examenbeslissing toe te lichten. Verzoekster verschijnt niet op de bijeenkomst van 30 augustus 2006 van de beroepscommissie, die dienvolgens beslist de raad van bestuur te adviseren de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen. 3.
- Uit een e-mailbericht van verzoekster van 4 september 2006 begrijpt verwerende partij dat verzoekster het schrijven van 7 juli 2006 -naar verwerende partij betoogt maar niet aantoont aangetekend verzonden- niet ontvangen zou hebben. Bij e-mailbericht van 5 september 2006 geeft verwerende partij verzoekster het volgende te kennen : “Wij hebben uw aangetekend schrijven met de vraag om het opstarten van een beroepsprocedure eind juni goed ontvangen. U hebt van ons, begin juli 2006, bericht gekregen dat u zich mocht verantwoorden op de beroepscommissie op woensdag 30 augustus 2006 om 09.00 u. in de school, Londenstraat 43 te Antwerpen. U was echter niet aanwezig en liet zich ook niet verontschuldigen. Ondertussen hebt u hierover een mail en een telefoon ontvangen van de algemene coördinator [K.V.], maar u hebt niet geantwoord. Aangezien wij geen procedurefouten willen maken, roepen wij de beroepscommissie terug samen op dinsdag 12 september 2006 om 09.00 u. in de school, Londenstraat 43 te Antwerpen. U krijgt opnieuw de kans om zich te komen verdedigen. Deze uitnodiging voor de beroepscommissie is ook dinsdag 05 september aangetekend verzonden”. Verzoekster wordt ook bij aangetekend schrijven van diezelfde dag uitgenodigd om op 12 september 2006 te verschijnen voor de interne beroepscommissie. XII-4924-3\9 Een afschrift van de e-mail van de algemene coördinator, waarvan sprake in het zo-even geciteerd bericht, ligt niet voor. Bij e-mail van 7 september 2006 reageert verzoekster in de volgende bewoordingen : “Ik heb een aangetekend schrijven gestuurd omdat dit mij opgedragen werd door Sandra. Ik vroeg eigenlijk om uitleg betreffende het examen. Deze bekwam ik niet en heb ik nog steeds niet. Om mijn rechten te vrijwaren heb ik dan een aangetekend schrijven verstuurd. Mag ik misschien nu de uitleg. Nogmaals er is geen enkele reden tot een niet slagen. Ik heb alle opdrachten uitgevoerd en ruimschoots op tijd binnengebracht. Dit even ter verduidelijking. Ik heb geen enkel bericht ontvangen noch per brief; noch per e-mail. Er is wel een aangetekend schrijven verloren gegaan op de Post. Bewijzen aanwezig. Dit kan misschien uw brief zijn. Dit is op 21 augustus 2006 voorgevallen. Alhoewel het OCMW zegt dat deze van hun kwam. Ik kan uiteraard niet komen op 12 sept
- U heeft 2 maanden de tijd gehad om iets te doen. Al was het maar een gesprek met uitleg. Ik zou eveneens voor de beroepscommissie staan onvoorbereid en zou dan onmiddellijk een antwoord moeten geven. Mijn kansen zouden al ontnomen worden voor het begin. Ik wens mij helemaal te kunnen voorbereiden. Mijn advokaat en mijn advokaat eveneens. Ik hoop op een dialoog, geen monoloog. Ik denk dat het een minimum is om te vragen dat ik me kan voorbereiden en over de nodige informatie te beschikken. Buiten het overhandigen door een medeleerling van het deelattest weet ik niets. Verder is de tijd dat u me kon uitnodig[en] ruim overschreden, met minstens 2 maand”. In een e-mail van 11 september 2006 repliceert verwerende partij hierop : “Via een eenvoudige mail of telefoon naar [S. S.] kan u uitleg krijgen over het examen: GPB [...] @yahoo.com of 0485 [...]”. 3.
- Op 12 september 2006 stelt de beroepscommissie vast dat verzoekster andermaal niet is opgedaagd en adviseert zij de raad van bestuur om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen. 3.
- Op 14 september 2006 geeft de afgevaardigd-bestuurder van Technicum Noord-Antwerpen verzoekster te kennen : “De inrichtende macht heeft vandaag uw bezwaar tegen de eindbeslissing van de klassenraad behandeld. XII-4924-4\9 Uw dossier, evenals het verslag van de interne beroepscommissie (zie bijlage) verbonden aan het CVO Technicum Noord-Antwerpen, Londenstraat 43 te 2000 Antwerpen werd bestudeerd. Hieruit blijkt dat de klassenraad voldoende rekening heeft gehouden met alle relevante gegevens en er geen nieuwe elementen worden aangereikt die het noodzakelijk maken de klassenraad opnieuw samen te roepen. De inrichtende macht beslist daarom dat de klassenraad niet opnieuw dient samengeroepen te worden”. Dit is de bestreden beslissing. Met een e-mail van 22 september 2006 reageert verzoekster als volgt : “Ik mocht uw brief van 14 september 2006 ontvangen op 21 september
- Deze brief was niet aangetekend. Daarin maakt u gewag van een bezwaar dat ik zou aangetekend zou hebben rond een eindbeslissing klassenraad. U spreekt hierin over het niet aanreiken van nieuwe elementen. Maar ik ben helemaal niet uitgenodigd. Ik heb de uitnodiging samen met uw brief ontvangen. Met andere woorden gisteren. Ik heb wel gevraagd in juni 2006 om de uitslag van het examen te bespreken. Wat mij tot op heden nog niet gelukt is”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Het examenreglement dat van toepassing was tijdens het schooljaar 2005-2006 schrijft volgende procedure voor in geval de examenresultaten betwist worden : “De beslissing die een examencommissie neemt, is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in jouw belang. Bij eventuele betwistingen van een beslissing van de examencommissie moet je uiterlijk binnen de twee werkdagen na het bekendmaken van de beslissingen een persoonlijk onderhoud aanvragen bij de directeur van het centrum. Deze aanvraag kan je zowel schriftelijk als mondeling - zelfs telefonisch - doen. Dit onderhoud kan er toe leiden dat: - je ervan wordt overtuigd dat de genomen beslissing gegrond is. Er is geen betwisting meer. - de directeur oordeelt dat de door de jou aangebrachte elementen geen nieuwe bijeenkomst van de examencommissie rechtvaardigen. Je bent het hier niet mee eens en de betwisting blijft bestaan. - de directeur oordeelt dat de door de jou aangebrachte redenen voor betwisting het overwegen waard zijn. De examencommissie wordt dan opnieuw samengeroepen en de beslissing wordt nogmaals overwogen. Het resultaat van deze bijeenkomst wordt je schriftelijk per aangetekende zending meegedeeld. Als de betwisting blijft bestaan kan je schriftelijk beroep aantekenen bij de afgevaardigde beheerder van de inrichtende macht binnen 5 werkdagen na de bekendmaking van de beslissing met een aangetekend schrijven”. XII-4924-5\9
- Gevraagd om nadere toelichting bij dit reglement en de toepassing ervan in de voorliggende zaak, verklaart verwerende partij wat volgt : “Het artikel uit het reglement spreekt over een termijn van twee dagen voor een onderhoud met de directeur en een termijn van vijf dagen voor het instellen van beroep en stelt dat deze termijn loopt na het bekendmaken van de beslissing [cursivering door verwerende partij]. Eén interpretatie zou kunnen zijn dat de termijn van vijf dagen begint te lopen na de beslissing van de directeur, maar een andere zou ook kunnen zijn dat de termijn van vijf dagen loopt vanaf de beslissing inzake het al dan niet geslaagd zijn. Onder meer omwille van deze onduidelijkheid is het artikel ook herschreven geworden, maar zoals hieronder zal blijken werd deze onduidelijkheid net in het voordeel van verzoekster aangewend door verweerster. [...] DCP werd permanent geëvalueerd en verzoekster beschikte op 15 juni al ettelijke weken over alles wat ze moest hebben om de reden van haar tekort te kennen: de beoordelingsfiches van haar lessen waren teruggegeven, ook haar cursus had ze (bestand in haar bezit en besproken op de beoordelingsfiche van haar les) evenals haar twee observaties (bestand eveneens in haar bezit, de beoordeling weliswaar niet). [...] Het was verweerster dus duidelijk dat verzoekster in feite een onderhoud wou om haar uitslag te laten wijzigen, maar de enige mogelijkheid die nu nog open lag was de beroepsprocedure. De termijn van twee dagen -na de beslissing- om een gesprek te hebben met de directeur was immers reeds verstreken. Verweerster meende -op basis van de interpretatie hierboven uiteengezet- dat verzoekster wel nog beroep kon aantekenen. [...] Met andere woorden: verweerster heeft getracht voor verzoekster een oplossing te vinden met de middelen die haar ter beschikking stond. [...] Verweerster besloot dat verzoekster nog binnen de termijn van 5 werkdagen na de proclamatie zat om een ontvankelijk beroep in te stellen en dat de rest door de vingers kon worden gezien omdat het niet mee vermeld stond als reden om een beroep onontvankelijk te verklaren. Verzoekster kreeg, als ze het echt meende, ook nog de kans om een fatsoenlijk verzoekschrift op te sturen. In feite had verweerster er zich in juni 2006 heel makkelijk vanaf kunnen maken door haar te antwoorden dat zij te laat was: men moest (en moet ook in de huidige procedure) eerst een onderhoud aanvragen bij de directeur van het centrum en dat moest gebeuren binnen de twee dagen ‘na het bekendmaken van de beslissingen’ van de examencommissie, m.a.w. de proclamatie [...] en niet het moment waarop je de nagestuurde uitslag ontvangt indien je niet op de proclamatie bent, zoals verzoekster duidelijk meende”.
- Verzoekster heeft op dit standpunt geen reactie. Over haar afwezigheid op de proclamatie stelt zij dat er geen verplichting is om fysiek aanwezig te zijn en dat haar aanwezigheid niets aan de zaak veranderd zou hebben “aangezien de resultaten die ze dan schriftelijk zou gekregen hebben, dezelfde waren als degene die ze van een medeleerling kreeg na de proclamatie die de schriftelijke resultaten had meegenomen voor haar”. XII-4924-6\9 7.
- Verwerende partij heeft middels de in het examenreglement beschreven procedure aan de student die een examenresultaat betwist de mogelijkheid geboden om dit resultaat te betwisten. Opdat dit geschil uiteindelijk op ontvankelijke wijze aan de Raad van State kan worden voorgelegd met een annulatieberoep, moet de betrokken student het hem of haar geboden administratief beroep op ontvankelijke wijze uitputten. Dat heeft verzoekster te dezen niet gedaan. 7.
- Met betrekking tot examenresultaten is de proclamatie in beginsel de wijze van kennisgeving. Ook voor de huidige zaak is dit het geval, zoals blijkt uit zowel punt 5.
- van het examenreglement (“de beslissingen van de examencommissie worden na de beraadslaging meegedeeld”) als uit het “huisreglement voor de G.P.B.-Opleiding” (“de examenresultaten worden enkel verstrekt op de op de examens volgende proclamatie”). Verzoekster spreekt verwerende partij niet tegen dat zij bij haar inschrijving een exemplaar heeft gekregen van het examenreglement met de bijlagen eigen aan de gekozen opleiding, noch dat vrijdag 9 juni 2006 als de datum van de proclamatie stond aangeduid op de jaarkalender die zij toen heeft ontvangen en op het prikbord. Zij kende derhalve deze reglementen -of moest ze kennen- en kende -of moest hem kennen- de datum van de proclamatie. 7.
- Verzoekster roept geen overmacht in om haar afwezigheid op de proclamatie te verklaren. Zij was inderdaad niet verplicht op die proclamatie aanwezig te zijn, maar haar afwezigheid doet er geen afbreuk aan dat de proclamatie hoe dan ook beschouwd moet worden als de datum waarop de kennisgeving van de examenresultaten rechtsgeldig is gebeurd aan de studenten. Verzoekster heeft evenwel gewacht tot donderdag 15 juni 2009 om in een e-mail aan verwerende partij uitleg te vragen over haar resultaten. In die e-mail vraagt zij niet met zoveel woorden een persoonlijk onderhoud aan met de directeur van het centrum, maar zelfs als dit bericht zo mag worden opgevat is het ruimschoots buiten de daartoe gegeven termijn van “twee werkdagen na het bekendmaken van de beslissingen”. XII-4924-7\9 Verwerende partij stelt dat de toenmalige redactie van het examenreglement dubbelzinnig was en dat verzoekster althans volgens één mogelijke lezing van het reglement nog een beroep kon instellen toen zij op 15 juni 2006 de school contacteerde. Immers, aldus verwerende partij, is onduidelijk of de mogelijkheid om beroep in te stellen “binnen 5 werkdagen na de bekendmaking van de beslissing” refereert aan de oorspronkelijke proclamatie van de examenbeslissing, dan wel aan de mededeling van de eventuele beslissing van de directeur -genomen na het onderhoud- om een nieuwe bijeenkomst van de examencommissie te weigeren. Welnu, ook in de voor verzoekster gunstige lezing van het examenreglement dat zij het onderhoud met de directeur mocht overslaan, moet worden vastgesteld dat verzoekster het beroep zeker niet vroeger heeft ingesteld dan op maandag 19 juni 2006, hetzij meer dan vijf werkdagen na de proclamatie. 7.
- Kortom, verzoekster heeft niet conform het examenreglement binnen twee werkdagen na de beslissing haar recht op overleg doen gelden zodat zij heeft belet dat er een beslissing tot stand is kunnen komen van de directeur, waartegen zij dan beroep kon aantekenen binnen vijf werkdagen. Verzoekster heeft eveneens nagelaten binnen vijf werkdagen na de proclamatie rechtstreeks beroep in te stellen. Welke lezing van het examenreglement ook de juiste is mag dan ook onbeslist blijven, in de beide gevallen is immers de conclusie dezelfde. Verzoekster heeft hoe dan ook het georganiseerd administratief beroep niet op ontvankelijke wijze ingesteld. Die vaststelling heeft dan weer tot gevolg dat ook voorliggend beroep onontvankelijk is. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. XII-4924-8\9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 april 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert Van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-4924-9\9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.100 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.