← België

Arrest 203104 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 20/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.104 Rolnummer: A. 189012/XII-5507 Zaak: Arrest 203104 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 20/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-27 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 203.104 van 20 april 2010 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 203.104 van 20 april 2010 in de zaak A. 189.012/XII-5507 In zake: Lutgard ALLIET woonplaats kiezend te Oostkamp Dalevijversstraat 10 tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door Scholengroep 25 Brugge - Oostkust bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Riet Rombaut kantoor houdend te Hove Lintsesteenweg 740 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 juli 2008, strekt tot de nietigverklaring van: “- De beslissing van de Raad van Bestuur [van de scholengroep 25 van het Gemeenschapsonderwijs] van 23 juni 2008 om de kandidatuur van [Lutgard Alliet] af te wijzen. [...] - De beslissing van de Raad van Bestuur van onbekende datum dat Caroline van Doorsselaer vanaf 1 januari 2004 een mutatie krijgt in de betrekking nr. 10034 voor kleuteronderwijzeres aan de BS Ruddervoorde Malpertuis. [...] - De impliciete beslissing van de Raad van Bestuur dat Caroline Van Doorsselaer vanaf 1 januari 2004 een mutatie krijgt in de betrekking nr. 10034 voor kleuteronderwijzeres aan de BS Ruddervoorde Malpertuis. Dit in de hypothese dat er geen nieuwe beslissing zou zijn van de Raad van Bestuur dat Caroline van Doorsselaer vanaf 1 januari 2004 een mutatie krijgt in de betrekking nr. 10034 voor kleuteronderwijzeres aan de BS Ruddervoorde Malpertuis en deze beslissing impliciet vervat zou zijn in de beslissing van de Raad van Bestuur van 23 juni 2008 om de kandida- tuur van [Lutgard Alliet] af te wijzen”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-5507-1\11 Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag opgesteld. Verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 maart
  3. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Antoon Lust, die loco advocaat Riet Rombaut verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Ingevolge een oproep tot de kandidaten voor de personeelsbewe- gingen in wervingsambten (niveau BAO/BUBAO/DKO/autonome internaten) op 1 januari 2004 dient verzoekster met het daartoe bestemde formulier op 27 oktober 2003 een aanvraag in voor een vaste benoeming als kleuteronderwijzeres in de betrekking nr 10034 aan de BSGO Malpertuis te Ruddervoorde. Naar later zal blijken nummert zij die betrekking verkeerdelijk als “10041”. Het nummer 10041 betreft een betrekking voor kinderverzorgster aan het MPI te Oedelem, waarvoor verzoekster naar eigen zeggen zelfs niet kan kandideren, aangezien zij niet over het aldaar vereiste diploma beschikt. Op 18 november 2003 deelt de algemeen directeur van de scholengroep 25 van het Gemeenschapsonderwijs aan verzoekster mee: XII-5507-2\11 “U heeft een aanvraag ingediend voor een vaste benoeming in een wervingsambt met ingang dd 01/01/
  6. Uw aanvraagformulier werd foutief ingevuld, nl het betrekkingsnummer klopt niet met de omschrijving van de aangevraagde betrekking. Dit kan leiden tot het afwijzen van uw kandidatuur conform de omzendbrief ‘Oproep tot de kandidaten voor de personeelsbewegingen in wervingsambten’ (niveau BAQ/BUBAO/DKO/autonome internaten) op 01/01/2004 dd 15 oktober
  7. De voorzitter van de Raad van Bestuur heeft de administratie van de scholengroep meegedeeld dat het u vrij staat ‘onder voorbehoud’ aan de procedure voor een vaste benoeming voor de personeelsbeweging van 01/01/2004 deel te nemen. De Raad van bestuur zal in zijn vergadering van 15 december 2003 een definitieve beslissing nemen over de foutieve aanvragen. Gelieve vóór vrijdag 21 november 2003 aangetekend de gevraagde betrekking met omschrijving mee te delen aan de Algemeen directeur Rijselstraat 3 B 8200 St.-Michiels”. Op 28 november 2003 neemt verzoekster met de andere kandidaten deel aan het interview. Na het interview rangschikt de selectiecommissie de kandidaten als volgt :
  8. Alliet Lutgard
  9. Caroline Van Doorsselaer
  10. P. D. 3.
  11. Op 15 december 2003 beslist de raad van bestuur van scholen- groep 25 Brugge-Oostkust van het Gemeenschapsonderwijs, als agendapunt 6, om de kandidaten uit het basisonderwijs, die geen kandidatuur hebben ingediend die voldoet aan de vormvereisten, niet te laten meedingen voor een vacante betrekking van de personeelsbewegingen met ingang van 1 januari
  12. Vervolgens beslist diezelfde raad van bestuur als agendapunt 7 over de toewijzing van de vacantverklaarde betrekkingen, waarbij hij beslist om de voordracht voor de betrekking in BS Ruddervoorde niet te volgen en de betrekking toe te wijzen aan Caroline Van Doorsselaer, de tweede gerangschikte kandidaat. 3.
  13. Bij schrijven van 16 december 2003 geeft de algemeen directeur van de scholengroep verzoekster te kennen dat de raad van bestuur op 15 december 2003 heeft beslist dat aan haar aanvraag voor vaste benoeming in de betrekking als kleuteronderwijzeres aan de BSGO Malpertuis te Ruddervoorde geen gunstig gevolg XII-5507-3\11 kan worden gegeven omdat het gevraagde betrekkingsnummer niet overeenstemt met de omschrijving van de betrekking. Bij schrijven van 22 december 2003 dient verzoekster bij de algemeen directeur van de scholengroep een bezwaar in tegen de voornoemde beslissingen. Op 6 januari 2004 deelt de algemeen directeur verzoekster mee: “Ik ontving uw bezwaarschrift dd. 22 december 2003 tegen de niet- toekenning van uw benoeming. De Raad van Bestuur heeft in zijn zitting van 15 december 2003 een definitieve beslissing genomen over de onvolledig of foutief ingevulde aanvraagformulieren. De raad wenst de algemene richtlijnen zoals vermeld in de omzendbrief dd. 15 oktober 2003 met referentie PVIAV103-332 consequent toe te passen en geen uitzonderingen toe te staan. Wenst u tegen de genomen beslissing van de Raad van Bestuur toch nog beroep aan te tekenen, dan kan u een gemotiveerd en aangetekend schrijven aan de voorzitter van de Raad van Bestuur richten”. Bij schrijven van 13 januari 2004 tekent verzoekster, conform het schrijven van 6 januari 2004 van de algemeen directeur, bij de voorzitter van de raad van bestuur bezwaar aan tegen de door de raad van bestuur genomen beslissing. 3.
  14. Op 9 februari 2004 notuleert de raad van bestuur de volgende beslissing: “De Raad van Bestuur van Scholengroep 25 Brugge-Oostkust heeft het bezwaarschrift van mevr. Alliet besproken en brengt betrokkene schriftelijk op de hoogte van de genomen beslissing. Een kopie van het schrijven wordt als bijlage aan deze beslissing toegevoegd (ref: PV/AV/04-029 dd. 10 februari 2004)”. Bij schrijven van 10 februari 2004 wordt verzoekster van de voornoemde beslissing in kennis gesteld en dit in navolgende bewoordingen: “In antwoord op uw bezwaarschrift dd 13.01.2004 dat ik heb ontvangen via uw raadman Kris Vyncke wens ik u mee te delen dat de Raad van Bestuur in zijn zitting van 09 februari 2004 de eerder genomen beslissing van 15/12/2003 wenst te handhaven. De Raad van Bestuur is tot de conclusie gekomen dat er geen reden is om de genomen beslissing te wijzigen en dit om volgende redenen: De genomen beslissing gebeurde consequent conform de omzendbrief dd 15/10/2003 met referentie PV/AV/03-332 ‘Oproep tot de kandidaten voor de personeelsbewegingen in aanwervingsambten (niveau BAQ/BUBAO/DKO/autonome internaten) op 01-01-2004’ (bijlage l) XII-5507-4\11 U diende op 03/11/2003 aangetekend een aanvraag in voor een vaste benoe- ming. Het aanvraagformulier werd foutief ingevuld, nl. het betrekkingnummer klopte niet met de omschrijving (bijlage2). Hoofdstuk 4 ‘Algemene richtlijnen voor het invullen van de aanvraagformulieren’ van de omzendbrief meldt duidelijk dat onvolledig of foutief invullen kan leiden tot de afwijzing van de kandidatuur. Na overleg met de centrale administratie van de scholengroep Brugge - Oostkust heb ik toen besloten dat het u vrij stond ‘onder voorbehoud’ de selectieprocedure verder te doorlopen omdat deze procedure in alle scholen tegen 01/12/2003 afgerond moest zijn. De Raad van Bestuur zou immers pas in zijn vergadering van 15 december 2003 een definitieve beslissing nemen over de geldigheid van uw ingediende kandidatuur en tegelijkertijd over de toewijzingen voor de persoonsbewegingen m.i.v. 01/01/
  15. In het schrijven dat de Scholengroep naar u richtte op 18/11/2003 stond duidelijk vermeld dat de Raad de procedure kon doorlopen. Er kan hier geen sprake zijn van valse hoop (bijlage 3). De definitieve beslissing werd u meegedeeld op 16/12/2003 (bijlage 4). U heeft op 22/12/2003 tegen de niet-toekenning van een vaste benoeming een bezwaarschrift ingediend (bijlage 5). De algemeen directeur, dhr Vanhaverbeke, heeft in een schrijven dd. 06/01/2004 met referentie PV/AV/04-003 meegedeeld dat de Raad van Bestuur de algemene richtlijnen zoals vermeld in de omzendbrief dd. 15/10//2003 wenste toe te passen en dit zonder uitzonderingen (bijlage 6). Op 16 december 2003 werd u door uw voormalige directie, mevrouw Defoort, op de hoogte gebracht van de beslissing van de Raad van Bestuur. Mevrouw Defoort heeft op woensdag 17/12/2003 contact opgenomen met de centrale administratie van de scholengroep Brugge-Oostkust en deelde mee dat zij de toegewezen kandidaat in dienst wenste te nemen met ingang van 01/01/
  16. De algemeen directeur en de centrale diensten van de scholengroep hebben prioriteit gegeven aan deze probleemsituatie en hebben een nieuwe aanstelling gezocht binnen de scholengroep. Er werd u een betrekking van kleuteronder- wijzer aan de BS Beernem aangeboden vanaf 01/01/2004 voor 21/
  17. Voor de overige 03/24 werd u vanaf 02/02/2004 opgenomen in de vervangingspool. Op vrijdag 19112/2003 werd u door mevrouw Defoort, directeur van de BS Ruddervoorde, vrijgesteld van toezicht om kennis te maken met de directie van de BS Beernem. Bovenstaande argumenten hebben ons ertoe doen besluiten niet terug te komen op onze eerder genomen beslissing. De beroepsprocedure binnen de scholengroep is uitgeput. Indien u dit wenst, kunt u een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging indienen bij de Raad van State binnen een termijn van zestig kalenderdagen. De termijn begint te lopen vanaf ontvangst van deze brief. De procedure heeft geen opschortende werking”. 3.
  18. Bij arrest nr. 181.887 van 10 april 2008 vernietigt de Raad van State de op 9 februari 2004 bevestigde beslissing van 15 december 2003 van de raad van bestuur van scholengroep 25 Brugge-Oostkust, waarbij Caroline Van Doorsselaer vanaf 1 januari 2004 een mutatie krijgt in de betrekking nr 10034 kleuteronderwijzeres aan de basisschool te Ruddervoorde en verzoeksters aanvraag voor vaste benoeming in diezelfde betrekking wordt afgewezen. De Raad van State overwoog hierbij: XII-5507-5\11 “Verwerende partij steunt haar beslissing vooreerst op de richtlijnen in de omzendbrief betreffende de personeelsbeweging, die aan verzoekster wel bekend waren. Zoals verzoekster terecht opmerkt, waarschuwden die richtlijnen dat een verkeerd invullen van de kandidatuur ‘kan’ leiden tot een afwijzing. De richtlijnen die de scholengroep had uitgevaardigd en waaraan deze zich dan ook diende te houden op het ogenblik waarop verzoekster zich als kandidaat kenbaar maakte gaven het schoolbestuur derhalve een discretio- naire bevoegdheid. De Raad van State valt verzoekster bij, om de door haar gegeven en hoger geciteerde redenen, dat een afwijzing in de concrete omstandigheden van deze zaak ‘een niet voor de hand liggende beslissing’ is. Een loutere referentie aan die omzendbrief volstaat dan ook geenszins als motief. In strijd met die richtlijnen heeft verwerende partij dan op 15 december 2003 besloten om alle foutief ingevulde formulieren zonder meer af te wijzen. Ook -en vooral- op die ‘algemene regel’ steunt verwerende partij. Die beslissing voegt toe aan de oorspronkelijke richtlijnen, nadat alle kandidaatstellingen reeds zijn ingediend, en staat zelfs op de agenda samen met de individuele beslissingen over de toewijzing van de betrekkingen. Meer nog, blijkens de notulering is de aanleiding voor het agenderen van dit punt enkel ‘de problematiek van de betrekking in BS Ruddervoorde’ waar het postulerende personeelslid ‘het verkeerde betrekkingnummer aangevraagd [heeft]’. Zonder te onderzoeken of in die omstandigheden nog wel van een ‘algemene regel’ sprake kan zijn, of het bestuur daartoe wel bevoegd was en of die dan aan verzoekster mocht worden tegengeworpen, mocht verzoekster, het beginsel patere legem quam ipse fecisti en het vertrouwensbeginsel indachtig, terecht verwachten dat als antwoord op haar bezwaar omstandig zou worden toegelicht waarom tijdens een reeds lopende benoemingsronde nog de procedureregels gewijzigd moesten worden. Noch verzoekster, noch overigens de Raad van State, heeft in de bestreden beslissing van 9 februari 2004 daarover ophelde- ring verkregen. Dit gebrek aan verduidelijking wordt door de Raad aanzien als een ontstentenis van motieven, zodat de zogenaamde ‘algemene regel’ van 15 december 2003 buiten toepassing moet blijven en verzoekster daarenboven terecht verwacht dat de specifieke argumenten die zij formuleerde in haar bezwaarschrift door het bestuur in overweging zouden worden genomen. Dit is evenwel duidelijk niet gebeurd. Uit niets blijkt dat de raad van bestuur bij het nemen van de eindbeslissing de argumenten die verzoekster in haar bezwaarschrift had aangevoerd op enige wijze bij zijn besluitvorming heeft betrokken, laat staan dat ter zake enig weerwerk zou zijn geleverd. Het enige nieuwe argument is, zoals verwerende partij zelf toegeeft, de vaststelling dat verzoekster in de scholengroep werkt na 1 januari
  19. Dat draagt niet bij tot enig inzicht waarom verzoekster geen vaste benoeming kreeg”. 3.
  20. Op 28 april 2008 vraagt verzoekster bij wege van haar vakorgani- satie zowel het Gemeenschapsonderwijs als de betrokken scholengroep om uitvoering van genoemd arrest. 3.
  21. Op 23 juni 2008 neemt de raad van bestuur van de scholengroep de volgende beslissing: “GEMOTIVEERDE BESLISSING VAN DE RAAD VAN BESTUUR: XII-5507-6\11 De Raad van Bestuur van Scholengroep 25 Brugge-Oostkust neemt kennis van het arrest 181.887 van 10 april 2008, waarbij de op 09 februari 2004 bevestigde beslissing van 15 december 2003 van de raad van bestuur houdende de mutatie van Caroline Van Doorsselaer in de betrekking kleuteronderwijzeres aan BS Malpertuis te Ruddervoorde en de afwijzing van de aanvraag voor vaste benoeming in diezelfde betrekking van Lutgard Alliet, wordt vernietigd. - Gegeven de aanvraag voor vaste benoeming van mevr, Alliet van 03 november 2003, waarbij een foutief nummer van de betrekking werd ingegeven (het betrekkingnummer kwam niet overeen met de beschrijving); - Gelet op de omzendbrief ‘Oproep tot de kandidaten voor de personeels- bewegingen in wervingsambten op 1 januari 2004’ die op 15 mei 2003 werd gepubliceerd en gekend was bij alle kandidaten; - Gegeven het feit dat de Raad van Bestuur kan beslissen over het in aanmerking nemen van kandidaturen die behept zijn met vormfouten; - Gegeven het onderzoek dat de Raad van Bestuur deed naar aanleiding van het arrest, waarbij de vernietiging wordt gestaafd door het feit dat de loutere referentie naar de omzendbrief niet als motief volstaat om de kandidatuur af te wijzen; wenst de Raad van Bestuur hierbij haar motieven voor de afwijzing, die al ter zitting van 15 december 2003 werden aangehaald en overwogen, weer te geven als volgt: - De Raad van Bestuur nam, voorafgaand aan de benoemingsprocedure, in de zitting van 15 december 2003 een beslissing over de met vormfouten behepte formulieren, o.m. deze van mevr. Lutgard Alliet; - De Raad van Bestuur heeft elk van de formulieren met vormfouten afzonderlijk besproken; de notulering ‘...alle foutief ingevulde formulieren af te wijzen...’ met verwijzing naar de omzendbrief, is een conclusie die het geheel dekt van alle afzonderlijk besproken formulieren; - Deze beslissing doet geenszins een toevoeging aan de oorspronkelijke richtlijn; - Het gaat hier over een algehele afwijzing die geen afbreuk doet aan de specifieke bespreking van de kandidatuur van mevr. Lutgard Alliet; - Op de agenda van de Raad van Bestuur werd de ‘problematiek van de betrekking in BS Ruddervoorde’ weliswaar besproken, maar in de notulen werd hiermee niets meer aangegeven dan dat de benoemende overheid, zijnde de Raad van Bestuur, moet beslissen over het al dan niet toelaten van de kandidaturen die niet voldoen aan de vormvereiste, o.m. deze van mevr. Alliet; - De notulen geven enkel aanwijzing dat er m.b.t. de afgewezen kandidaturen briefwisseling is ontvangen, onder meer werd de kandidatuur van mevr. Lutgard Alliet vermeld; - Uit deze notulen kan niet worden afgeleid dat, met de enkele vermelding ‘de problematiek van de betrekking in BS Ruddervoorde’, alleen de kandidatuur van mevr. Alliet zou ter sprake gebracht zijn; - Met de afwijzing van de kandidaatstelling, specifiek deze van Lutgard Alliet, heeft de Raad van Bestuur, zich beroepend op de omzendbrief en gegeven de haar toegekende bevoegdheid om een met vormfouten behept formulier al dan niet in aanmerking te nemen, gemeend een signaal te moeten geven aan komende kandidaatstellers om formulieren nauwkeurig en correct in te vullen wat nummer en omschrijving van de betrekking betreft; - Pas na de afsluiting van de kandidaturen is er verder navraag en onderzoek gedaan en werd achterhaald voor welke betrekking Lutgard Alliet kandideer- de; - Het is echter niet aan de Raad van Bestuur -de algemeen directeur via zijn administratie- om dergelijk onderzoek te doen, temeer daar dan de verwach- XII-5507-7\11 ting wordt gecreëerd dat elk formulier voor kandidaatstelling aan een tweede onderzoek moet worden onderworpen om eventuele fouten recht te zetten; - Daardoor zou een formulier voor kandidaatstelling overbodig worden, evenals een omzendbrief die zeer duidelijk vermeldt hoe formulieren moeten worden ingevuld; - Het aangeven van het juiste betrekkingnummer is in deze juist wel cruciaal, aangezien de fout gebeurde in een verwisseling van nummer met een ambt dat eveneens en enkel in het kleuteronderwijs bestaat, nl. dat van kinder- verzorgster; - De Raad van Bestuur diende zich over 134 betrekkingen uit te spreken; - In andere omstandigheden is de administratieve dienst niet in de gelegenheid om dergelijke fouten na te gaan en de Raad van Bestuur kan zich geen precedenten m.b.t. verwisseling van nummers van betrekkingen waarop toekomstige kandidaten zich zouden kunnen beroepen, veroorloven; Om bovenstaande redenen beslist de Raad van Bestuur van Scholengroep 25 Brugge-Ooskust om de kandidatuur van mevr. Lutgard Alliet af te wijzen”. IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
  22. Verwerende partij verschaft noch in haar memories noch in haar administratief dossier opheldering over de beslissingen die zij na het aangehaald vernietigingsarrest heeft genomen met een welbepaalde weerslag op de rechtssitua- tie van Caroline Van Doorsselaer. Zij spreekt verzoekster evenwel niet tegen dat aan Caroline Van Doorsselaer opnieuw, hetzij expliciet hetzij impliciet, de mutatie is gegeven die bij arrest nr. 181.887 vernietigd is geworden, zodat de Raad van State aanneemt dat verzoekster deze beslissing mee mocht bestrijden met het voorliggend verzoekschrift. V. Onderzoek van de middelen In het auditoraatsverslag ambtshalve opgeworpen middel van schending van het gezag van gewijsde van het arrest nr. 181.887
  23. Na een algemene toelichting van de strekking en de draagwijdte van het gezag van gewijsde van een vernietigingsarrest en een en ander toepassend op de voorliggende zaak, concludeert de auditeur-verslaggever dat verwerende partij met de nieuwe beslissing niet aan de dragende, met het dictum van de nietigverkla- ring verbonden motieven van het arrest nr. 181.887 van 10 april 2008 is tegemoet gekomen: “Wel integendeel. Ze opent haar nieuwe motivering stellende dat ‘de Raad van Bestuur hierbij haar motieven voor de afwijzing, die al ter zitting van 15 december 2003 werden aangehaald en overwogen, (wenst) weer te geven als volgt (...)’. XII-5507-8\11 En verder in de motivering wordt gesteld: ‘Deze beslissing doet geenszins een toevoeging aan de oorspronkelijke richtlijn’, terwijl onmiddellijk daarna volgt: ‘Het gaat hier om een algehele afwijzing (...)’, waaruit duidelijk blijkt dat hier een algemene regel wordt opgelegd waarbij, in strijd met de oorspronkelijke richtlijn, ALLE foutief ingevulde formulieren zonder meer worden afgewezen, terwijl de omzendbrief van 15 oktober 2003 juist voorzag dat een foutief ingevuld aanvraagformulier KAN leiden tot het afwijzen van een kandidatuur, waaruit juist blijkt dat het schoolbestuur terzake over een DISCRETIONAIRE bevoegdheid beschikt om, geval per geval, en aan de hand van de concrete gegevens van de zaak, na te gaan of de voorgeschreven sanctie al dan niet dient te worden toegepast (waarbij de Raad van State onder pt. 6 van zijn arrest nr. 181.887 van 10 april 2008 stelde dat een afwijzing in de concrete omstan- digheden van deze zaak ‘een niet voor de hand liggende beslissing’ is ...). Een dergelijk onderzoek ligt niet voor, laat staan dat de verwerende partij te dezen de argumenten van verzoekster in haar besluitvorming zou hebben betrokken”. Standpunt van de verwerende partij
  24. In de laatste memorie zet verwerende partij uiteen dat de raad van bestuur op 15 december 2003 “bij wijze van algemene maatregel [heeft beslist] alle foutief ingevulde inschrijvingsformulieren af te wijzen”. Hierdoor zijn de procedureregels weliswaar gewijzigd, aldus verwerende partij, maar het betreft een maatregel van inwendige orde die niet voor vernietiging vatbaar is, waarvan ook door verzoekster de vernietiging niet is gevorderd, waarvan door de Raad van State tenslotte de nietigverklaring niet is uitgesproken. Deze algemene maatregel beoogt op generlei wijze de rechtspositie van verzoekster te wijzigen. De raad van bestuur heeft daarom “geoordeeld dat de algemene maatregel overeind bleef” en “heeft gemeend, nu de algemene regel van 15 december 2003 niet werd vernietigd door de Raad van State in hoger genoemd arrest (nr. 181.887 van 10 april 2008) te kunnen verwijzen naar deze maatregel”. Volgens verwerende partij kan als dragend motief voor de bestreden beslissing worden aanvaard dat de administratieve dienst in andere omstandigheden niet in de gelegenheid is om dergelijke fouten na te gaan en de raad van bestuur zich geen precedenten kan veroorloven. XII-5507-9\11 Beoordeling
  25. Dat de “algemene maatregel” van 15 december 2003 niet is vernietigd bij het arrest nr. 181.887 is correct, maar geheel niet ter zake. In zijn arrest oordeelde de Raad van State immers op gemotiveerde wijze dat die “algemene maatregel”, die toevoegt aan de in de omzendbrief van 15 oktober 2003 vervatte richtlijnen betreffende de personeelsbeweging en er derhalve mee strijdt -daargela- ten de vraag of het bestuur wel bevoegd was en of hij aan verzoekster mocht worden tegengeworpen-, buiten toepassing moest blijven tijdens de reeds lopende benoemingsronde, én dat verzoekster terecht mocht verwachten dat de specifieke argumenten die zij formuleerde in haar bezwaarschrift door het bestuur in overweging zouden worden genomen, hetgeen duidelijk niet was gebeurd omdat haar argumenten op geen enkele wijze bij de besluitvorming werden betrokken.
  26. Zoals verwerende partij erkent in de laatste memorie, heeft het bestuur de “algemene maatregel” nog steeds geenszins buiten toepassing gelaten, maar er opnieuw blindelings toepassing van gemaakt. Het zogenaamde motief dat het schoolbestuur zich geen precedenten wil veroorloven, versterkt slechts die conclusie, aangezien het er nog duidelijker van laat blijken dat elke individuele afweging van de merites van het dossier en de argumenten van verzoekster achterwege zijn gebleven. De Raad van State merkt nog op, ten overvloede, dat verwerende partij in de bestreden beslissing ook argumenteert dat het niet aan de raad van bestuur toevalt om zélf een onderzoek te doen. Daargelaten of dit argument in zijn absoluutheid wel valabel mag worden aangevoerd door een zorgvuldig handelende overheid, stelt de Raad van State vast dat het voorbijgaat aan de feitelijke gegevens van deze zaak, zoals ze ook door verzoekster zijn aangevoerd, dat de vergissing al op 18 november 2003 werd gedetecteerd door de algemeen directeur en dat zijzelf op 20 november 2003 en haar directie op 11 december 2003 bij de benoemende overheid zijn tussengekomen om de verschrijving recht te zetten. Veel te onder- zoeken was er voor de raad van bestuur dus niet meer.
  27. Het desnoods ambtshalve aan te voeren middel is gegrond. XII-5507-10\11 BESLISSING
  28. De Raad van State vernietigt de beslissing van 23 juni 2008 van de raad van bestuur van de scholengroep 25 Brugge-Oostkust van het Gemeenschaps- onderwijs, waarbij de kandidatuur van Lutgard Alliet voor de betrekking nr. 10034 van kleuteronderwijzeres aan de basisschool te Ruddervoorde wordt afgewezen en de beslissing van ongekende datum van diezelfde raad van bestuur waarbij Caroline Van Doorsselaer vanaf 1 januari 2004 een mutatie krijgt in dezelfde betrekking nr.
  29. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 april 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert Van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-5507-11\11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.104 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.