id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.210 Rolnummer: A. 194845/VII-37613 Zaak: Arrest 203210 - Milieuvergunningen - 22/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:38 Fiche Arrest nr 203.210 van 22 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 203.210 van 22 april 2010 in de zaak A. 194.845/VII-37.
- In zake:
- Roger LUYCKX
- Henriette TILCKENS
- Nelly VANDE LANNOOTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Greg Jacobs kantoor houdend te Diegem De Kleetlaan 12 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te Zellik Noorderlaan 30 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de VZW TERLAMEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Hugo Sebreghts en Yves Loix kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 7 december 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 27 augustus 2009 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 9 november 2006, houdende het inwilligen van het verzoek, ingediend door de tussenkomende partij, tot wijziging van de exploitatievoorwaarden, opgelegd in de milieuvergun- ning, verleend aan de VZW Terlamen bij besluiten van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 7 januari 2000 en van de Vlaamse minister van VII-37.613-1/12 Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking van 19 juli 2004, voor het exploiteren van een racecircuit, gelegen aan de Terlaemen 30 te Heusden-Zolder. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 april
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Greg Jacobs, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Dirk De Greef, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaten Hugo Sebreghts en Yves Loix, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De tussenkomende partij exploiteert een permanente omloop voor motorvoertuigen, algemeen gekend als het circuit van Zolder-Terlamen.
- Omtrent deze omloop wordt reeds sedert vele jaren een rechtsstrijd gevoerd, die aanleiding heeft gegeven tot een reeks arresten van de Raad van State : - nr. 62.894 van 31 oktober 1996; - nr. 65.694 van 27 maart 1997; - nr. 72.423 van 12 maart 1998; VII-37.613-2/12 - nr. 80.018 van 29 april 1999; - nr. 83.237 van 29 oktober 1999; - nr. 92.153 van 11 januari 2001; - nr. 93.832 van 9 maart 2001; - nr. 94.722 van 12 april 2001; - nr. 121.771 van 17 juli 2003; - nr. 150.456 van 20 oktober 2005; - nr. 160.831 van 29 juni 2006; - nr. 175.648 van 11 oktober 2007; - nr. 179.957 van 21 februari 2008; - nr. 191.922 van 26 maart
- Op 7 januari 2000 verleent de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw een milieuvergunning waarvan de geldigheidstermijn loopt tot 31 december
- Aan die basisvergunning zijn een reeks bijzondere voorwaarden verbonden die hoofdzakelijk betrekking hebben op de bestrijding van de geluidshin- der die met de vergunde activiteiten gepaard gaat.
- Op 19 juli 2004 neemt de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking een besluit waarbij enkele bijzondere voorwaarden, opgelegd in de lopende milieuvergunning, ambtshalve worden gewijzigd. De wijziging van de betrokken voorwaarden wordt in het besluit van 19 juli 2004 gemotiveerd met verwijzing naar het feit dat de exploitant in de praktijk de A-activiteiten nooit expliciet catalogeert als van regionaal belang, zodat het aangewezen is de logica van het ministerieel besluit van 7 januari 2000 om te keren en de emissienorm van 105 dB(A) steeds van toepassing te maken, tenzij het gaat om activiteiten met een internationaal karakter die als dusdanig zijn vermeld in de activiteitenkalender. Uit het besluit van 7 januari 2000, samengelezen met het wijzigend besluit van 19 juli 2004, blijkt wat volgt : - tijdens de activiteiten van categorie B of C mag de omloop uitsluitend worden gebruikt door motorvoertuigen en/of -rijwielen waarvan het geluidsdrukniveau niet hoger is dan 95dB(A); VII-37.613-3/12 - tijdens de activiteiten van categorie A mag voor de wedstrijden en/of activiteiten met regionaal karakter de omloop uitsluitend worden gebruikt door motorvoertuigen en/of motorrijwielen waarvan het geluidsniveau niet hoger is dan 105 dB(A). Onder wedstrijden met regionaal karakter verstaat men de wedstrijden onder de auspiciën van de Vlaamse Autosportfederatie. De vrije trainingen op donderdag worden steeds gecatalogeerd als activiteiten met regionaal karakter en moeten dus voldoen aan de norm van 105 dB(A). Een uitzondering hierop vormen de trainingen op donderdagen vóór weekends met internationale wedstrijden; - A-activiteiten zijn enkel op bepaalde momenten toegestaan, met name op donderdagen (er gelden bepaalde uitzonderingen), tijdens een aantal weekends en op één avondtraining. Het totaal aantal A-dagen mag de 73,5 niet overschrijden. In geval van toewijzing van een wereldkampioenschap gemotoriseerde sporten wordt dit aantal opgetrokken tot 78,5; - B-activiteiten zijn acht dagen per maand toegelaten (maar niet op donderdagen). Het totaal aantal B-dagen bedraagt maximum
- Op 25 augustus 2004 neemt de verwerende partij een besluit waarbij de vergunningsvoorwaarden voor de exploitatie van het betrokken circuit opnieuw ambtshalve worden gewijzigd.
- Tegen dit besluit van 25 augustus 2004 stelt de eerste verzoeker, omwonende van het circuit, een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in bij de Raad van State. Bij arrest nr. 150.456 van 20 oktober 2005 wordt dit besluit door de Raad van State vernietigd. Eén van de aangevoerde middelen wordt kennelijk gegrond bevonden.
- Op 9 november 2005 heft de verwerende partij het ministerieel besluit van 19 juli 2004 op. Bij arrest nr. 175.648 van 11 oktober 2007 wordt dit besluit van 9 november 2005 op zijn beurt vernietigd.
- Op 7 augustus 2006 dient de tussenkomende partij een aanvraag in om de exploitatievoorwaarden te wijzigen. VII-37.613-4/12 Met een beslissing van de bestendige deputatie van de provincie- raad van Limburg van 9 november 2006 worden de vergunningsvoorwaarden gewijzigd zoals gevraagd door de tussenkomende partij.
- Tegen dit deputatiebesluit worden verschillende beroepen ingediend bij de Vlaamse minister van Leefmilieu.
- Op 12 juni 2007 neemt de verwerende partij een bestreden besluit waarbij deze beroepen ongegrond worden verklaard en de beroepen beslissing integraal wordt bevestigd. Dit besluit wordt evenwel opnieuw door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 191.922 van 26 maart
- In dit arrest wordt het volgende overwogen : "Bij een verzoek van de exploitant om de geldende vergunningsvoorwaarden te wijzigen, moet de bevoegde overheid onderzoeken of de hinder die zou worden veroorzaakt door de wijziging van de vergunningsvoorwaarden binnen aanvaardbare perken blijft. De beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan over dergelijk verzoek van de exploitant moet op dat punt ook afdoende gemotiveerd zijn. Een milieuhygiënische beoordeling van een vergunningsaanvraag impliceert dat de vergunningverlenende overheid, rekening houdend met alle concrete gegevens van de zaak en de erbij betrokken uiteenlopende belangen, de hinder en de risico's voor de mens en het leefmilieu onderzoekt en dat ze, rekening houdend met de precieze bevindingen van dat onderzoek, de passende eindconclusies trekt. (...) De beweerde onduidelijkheid van de te wijzigen vergunningsvoorwaarden en de nood aan rechtszekerheid zijn geen voldoende motief om de bestreden beslissing te schragen. Het bestreden besluit bevat immers geen milieu- hygiënisch motief en uit niets blijkt dat de toename van de hinder voor de omwonenden, waarop de nadruk werd gelegd in de diverse bezwaren en beroepschriften, bij de beoordeling van het verzoek tot wijziging van de vergunningsvoorwaarden werd betrokken. (...)".
- Na dit vernietigingsarrest moet de beroepsprocedure worden hernomen en wordt op 27 augustus 2009 de thans bestreden beslissing genomen. Ingevolge de bestreden beslissing gelden thans de volgende voorwaarden : - de A-activiteiten zijn enkel toegelaten van 1 maart tot en met 31 oktober, met uitzondering van één donderdag in de winterperiode en één activiteitsdag tijdens de periode van 1 november tot en met februari. De A-activiteiten zijn toegestaan elke VII-37.613-5/12 donderdag (er gelden bepaalde uitzonderingen), tijdens een aantal weekends en op één avondtraining. Het totaal aantal A-dagen mag de 60,5 niet overschrijden. In geval van toewijzing van een wereldkampioenschap gemotoriseerde sporten wordt dit aantal opgetrokken tot 65,5; - de B-activiteiten zijn enkel toegelaten op maximum negen dagen per maand en er moet rekening worden gehouden met de beperkingen omschreven onder de A- activiteiten. Het totaal aantal B-dagen bedraagt maximum 108; - de voorwaarde dat er voor de activiteiten van categorie A een geluidsbeperking geldt van 105 dB(A) wordt geschrapt.
- Deze voorwaarden worden in het bestreden besluit als volgt gemotiveerd : "Overwegende dat in het ministerieel besluit van 19 juli 2004 de voorwaar- den zoals opgelegd in het ministerieel besluit van 7 januari 2000 ambtshalve werden aangevuld met: de vrije trainingen op donderdag wordt steeds gecatalogeerd als activiteiten met regionaal karakter en moeten dus voldoen aan hoger vermelde norm van 105 dB(A) met uitzondering van de trainingen op donderdagen voor weekends met internationale wedstrijden; Overwegende dat in een schrijven van de afdeling Milieu-inspectie aan de deputatie van 10 juli 2008 is gesteld dat deze bepaling in het besluit van 19 juli 2004 verre van duidelijk is en interpretatiemogelijkheden toelaat waardoor een correcte handhaving onmogelijk is; dat namelijk het begrip 'vrije trainingen' nergens gedefinieerd is en ook het begrip 'regionaal karakter' opnieuw vatbaar wordt voor discussie door het arrest van de raad van State waarbij het ministerieel besluit van 12 juni 2007 geschorst wordt (nu ondertussen vernietigd); Overwegende dat vóór 2004 de regionale kampioenschappen op B-dagen werden georganiseerd en niet op A-dagen; dat evenwel bleek dat de norm van 95 dB(A), die geldt op B-dagen, met de jaren moeilijker haalbaar werd en er meer auto's uit de piste werden gehaald dan sportief aanvaardbaar; dat daarom vanaf 2005 tot en met 2008 deze regionale wedstrijden op A-dagen werden verplaatst met een norm van 105 dB(A); dat in 2009 de Historic Cup onttrokken werd aan de regionale VAS (Vlaamse Autosportfederatie) en naar de RABC (Royal Automobile Club of Belgium) getransfereerd werd; dat met ingang van 2010 de regionale kampioenschappen op circuit door de RACB worden opgeschort; dat dit betekent dat de begrippen regionaal en bovenregionaal zonder voorwerp vallen en tevens ook de norm van 105 dB(A); dat dit betekent dat alle A-activiteiten per definitie internationaal zijn; dat op donderdagen voorbehouden aan autosport, enkel houders van een RABC-licentie of licentiehouders van een andere nationaliteit nog kunnen rijden; (...) Overwegende dat deze donderdagen exclusief worden verhuurd aan promotoren, waardoor sowieso niet zomaar iedereen mag komen trainen; dat niemand zonder een licentie wordt toegelaten; dat het begrip 'vrije trainingen op donderdagen' bijgevolg relatief is; (...) Overwegende dat het begrip 'vrije trainingen' in de gemotoriseerde sporten normaal slaat op een testsessie die tijdens het weekend wordt georganiseerd; dat deze dient voor de topkampioenschappen om de laatste afstellingen te doen, VII-37.613-6/12 specifiek aangepast aan de omstandigheden van de dag vooraleer met aan de kwalificaties moet beginnen die de startopstellingen bepalen; dat het begrip 'vrije trainingen' in de vergunning van 17 juli 2004 van een heel andere aard is en aldus voor verwarring zorgt; Overwegende dat uit de praktijk bleek dat de deelnemerslijsten van deze 'vrije trainingen' op donderdag bestaan uit 27 % piloten die beantwoorden aan het begrip regionaal en 73% bovenregionaal; dat deze donderdagen dus maar voor een klein gedeelte bezocht worden door regionale teams; dat dit steeds zo is geweest; Overwegende dat er naast het trainen ook competitiedagen worden georganiseerd op donderdagen; Overwegende dat uit de klachtenlijn blijkt dat er weinig klachten worden ingediend over de trainingsdagen op donderdag; dat ook in de verslagen van de informatievergadering Commissie Terlamen, die 4 maal per jaar doorgaat, klachten over de donderdagen slechts af en toe ter sprake komen; Overwegende dat het dus aangewezen is om de activiteiten op donderdag beter te bepalen en een evenwicht te zoeken tussen de belangen van de omwonenden en deze van het circuit; dat vooral in een bepaalde periode, wanneer de wedstrijden worden georganiseerd, de A-activiteit op donderdag onontbeerlijk is om de leefbaarheid van de omloop te kunnen garanderen; dat als compensatie hiervan voor de omwonenden er geen A-activiteit zal plaatsvinden op de donderdagen van 1 november tot eind februari met uitzondering van één donderdag; dat in deze periode er op de donderdagen enkel B-activiteiten worden toegelaten met een geluidsbeperking van 95 dB(A); dat hierdoor het aantal B-dagen zal toenemen; Overwegende dat hierdoor het aantal A-dagen zal afnemen; dat namelijk bij ministerieel besluit van 7 januari 2000 het aantal A-dagen beperkt was tot 73,5 dagen (of 78,5 in geval van toewijzing van een wereldkampioenschap); dat bij besluit van 19 juli 2004 dit aantal niet werd gewijzigd; dat door het huidig voorstel, namelijk het beperken van het aantal donderdagen met A-activiteiten, het totaal aantal A-dagen terug wordt gebracht tot 60,5 dagen (of 65,5 in geval van toewijzing van een wereldkampioenschap)'; (...)". Met betrekking tot één van de voorwaarden wordt in het bestreden besluit het volgende gesteld : "Dat bijgevolg niet kan gesteld worden dat het geluidsvolume op jaarbasis door deze wijziging zal toenemen maar integendeel er is hierdoor geen verhoging van het totale geluidsniveau: immers vanuit milieuhygiënisch oogpunt is dit een significante vermindering". IV. Tussenkomst
- Met een op 28 december 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de VZW Terlamen om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. VII-37.613-7/12 VII-37.613-8/12 De schorsingsvoorwaarden
- Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 17.
- De verzoekende partijen zetten daarover het volgende uiteen : "De bestreden beslissing geeft aan de vzw Terlamen de mogelijkheid om meer activiteiten te organiseren met meer hinder, en houdt een aantal versoepe- lingen in die de belangen van de omwonenden terzijde schuiven in het voordeel van de vzw Terlamen. Bij verzoekschriften van 29 november 2004, 9 januari 2006 en 13 augustus 2007 dienden eerste en tweede verzoekende partij al een annulatieberoep en een schorsingsverzoek in tegen de ministerieel besluiten van 25 augustus 2004, 9 november 2005 en 12 juni 2007, die beiden een gelijkaardige versoepeling van de milieuvergunningsvoorwaarden inhielden als thans het geval is ten gevolge van de bestreden beslissing. Toen werd al op de impact gewezen van het aan de exploitant vrij overlaten van de bepaling wanneer er al dan niet regionale (geluidsbeperkte) activiteiten kunnen plaatsvinden, omdat daarmee de exploitant terug naar zijn vroegere praktijk zal grijpen om zonder meer alle activiteiten op donderdagen als internationale A-activiteit te bestempelen. Thans gaat men echter verder, en worden alle A-activiteiten op donderdagen zonder meer zonder enige geluidsbeperking mogelijk. Dat een toename van het aantal dagen met onbeperkt lawaai voor de omwonenden - waaronder tweede en derde verzoekende partij - als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet worden aangenomen, werd reeds door uw Raad in vorige gelijkaardige procedures van de omwonenden aanvaard: (...) Verzoekende partij heeft aangetoond dat in vergelijking met het bescher- mingsniveau dat gegarandeerd was door het besluit Tavernier er sprake is van een achteruitgang, nu de zogenaamde milderende maatregelen (geen A-activiteiten in de winterperiode) zonder inhoud zijn. Ten gevolge van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zullen er voortaan gedurende het gehele raceseizoen activiteiten op donderdagen worden georganiseerd zonder enige geluidsbeperking. De uitholling door de exploitant van het evenwicht dat destijds moeizaam tot stand was gekomen in het kader van de basismilieuvergunning, wordt thans door de bestreden beslissing gelegitimeerd en gebetoneerd, waardoor de omwonenden, waaronder verzoekende partijen, te maken zullen krijgen met een aanzienlijke verminde- ring van de kwaliteit van de leefomgeving in vergelijking met hetgeen zij konden verhopen op het ogenblik van het verlenen van de initiële basismilieu- vergunning van 7 januari 2000, en ten opzichte van hetgeen hen werd gegarandeerd ten gevolge van het definitief worden van het besluit Tavernier VII-37.613-9/12 van 19 juli
- Dergelijk nadeel is een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. (in dezelfde zin, R.v.St., Luyckx en Tilckens, nr. 179.957 van 21 februari
- In het verleden is gebleken dat de exploitant zich nooit iets heeft aangetrok- ken van de diverse schorsingsarresten en vernietigingsarresten, en dat ook de toezichthoudende overheden hebben nagelaten op te treden tegen deze overtredingen. Dat neemt niet weg dat verzoekende partijen niet langer aanspraak zouden kunnen maken op rechtsbescherming. Bovendien overwegen verzoekende partijen dit maal wel naar de bevoegde rechtbank te stappen teneinde de onwettige activiteiten te laten stilleggen mocht de exploitant weigeren de gevolgen van een eventueel schorsings- en vernietigingsarrest naast zich neer te leggen. Nu een dwangsom door de Raad van State enkel kan worden opgelegd aan de betrokken overheid en niet aan de begunstigde ervan, zullen verzoekende partijen genoodzaakt zijn dergelijke dwangsom via de burgerlijke rechtbanken te vorderen. De schorsing van de bestreden beslissing zal tot gevolg hebben dat de bestreden beslissing niet meer ten uitvoer kan worden gelegd, zodat samen met de gepaste procedure voor de burgerlijke rechtbank, aan de exploitant een verbod kan worden opgelegd nog langer de gevolgen verbonden aan de schorsings- en vernietigingsarresten naast zich neer te leggen". 17.
- De verwerende partij stelt daar het volgende tegenover : "Zoals gezegd is er geen sprake van een toename van de hinder nu het aantal dagen dat een A-activiteit kan worden georganiseerd wordt teruggeschroefd. De frequentie van de overlast zal met andere woorden afnemen. Bovendien zou een vernietiging tot gevolg hebben dat de verder inspanning- en ten voordele van de omwonenden, zoals een betere publicatie en een duidelijke regelgevend kader worden tenietgedaan. Er is dus geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel". 17.
- In het verzoekschrift tot tussenkomst wordt onder meer volgende argumentatie aangevoerd : "
- Verzoekende partij in tussenkomst verwijst naar al het voorgaande. Hoe kan op ernstige wijze worden voorgehouden wanneer een vergunning van 73,5 A-dagen (78,5 bij wereldkampioenschappen) met onbeperkte geluidshinder bij internationale activiteiten wordt gereduceerd naar 60,5 A-dagen (een verminde- ring A-dagen met 13), terwijl er maar 12 B-dagen [95 dB(A)] bij komen, de aldus gewijzigde vergunning toelaat méér activiteiten te organiseren met meer hinder? Dat is Chinese wiskunde!
- Er is nooit een dusdanige vermindering van het aantal A-dagen geweest, in geen enkele vergunning en er is hierover in geen enkel arrest uitspraak gedaan.
- Er kan onbetwistbaar niet worden voorgehouden dat er meer hinder en meer activiteiten mogelijk zijn.
- Verzoekers kunnen niet gevolgd worden, tonen niet aan en zijn te kwader trouw, wanneer ze beweren dat donderdagen sedert de jaren '90, en na de vergunning Dua anders werden ingevuld en toegepast dan dat het altijd gebeurde! Evenmin kunnen ze gevolgd worden waar zij stellen dat het organiseren van wedstrijden op donderdagen een overtreding zou zijn van de vergunning-voorwaarden Dua en Tavernier. Zij kunnen hiervoor uiteraard niet VII-37.613-10/12 verwijzen naar arresten uit de jaren 1996, 1997 en 1999 toen noch het besluit Dua, noch het besluit Tavernier bestond! (...)
- Er is geen moeilijk te herstellen, zelfs geen nadeel, dat groter is dan het nadeel dat volgt uit de niet aangevochten vergunningen. Er kan onmogelijk gesproken worden van een ernstig nadeel". Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt met betrekking tot het middel, waarin de geluidsoverlast aan bod komt, het volgende uiteengezet : "Op het eerste gezicht ziet het er naar uit dat er een compensatie is voor het loslaten van het maximum geluidsniveau van 105 dB(A) : - het aantal A-dagen vermindert van 73,5 naar 60,5 (of van 78,5 naar 65,5); - er zijn geen A-dagen tijdens de winterperiode (behoudens beperkte uitzonde- ringen). Of dit volstaat om te besluiten dat er geen afname is van het beschermingsni- veau is prima facie niet zo duidelijk. Men lijkt op het eerste gezicht niet bij voorbaat te mogen uitsluiten dat er wel degelijk een afname is van het beschermingsniveau, vermits het loslaten van het geluidsplafond van 105 dB(A) tot aanzienlijke geluidshinder aanleiding zou kunnen geven. Weliswaar zijn er 12 A-dagen minder, maar de resterende 60,5 (of 65,5) dagen kan de geluidshin- der zeer aanzienlijk toenemen. Komt daarbij dat het aantal B-dagen, waar een geluidsbeperking geldt van 95 dB(A) wordt opgetrokken met 12 eenheden. In voorliggend auditoraatsverslag wordt niet de conclusie getrokken dat er zeker een afname is van het beschermingsniveau, er wordt alleen gesteld dat dit niet mag worden uitgesloten. Het betreft hier een technische aangelegenheid die tijdens de procedure ten gronde verder zal moeten worden uitgespit en waarbij misschien de opinie van een deskundige zal moeten worden ingewonnen". Hieruit blijkt dat het nadeel waarvan de verzoekende partijen gewag maken - de toename van het aantal dagen met onbeperkt lawaai- niet zo ernstig is als de verzoekende partijen het willen laten voorkomen. De beschouwingen over de mogelijke verdere gerechtelijke stappen die de verzoekende partijen willen ondernemen, hebben eerder betrekking op een mogelijk (procedureel) voordeel dat zij nastreven, maar omschrijven niet het mogelijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat voortvloeit uit de bestreden beslissing. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken. VII-37.613-11/12 BESLISSING
- Het verzoek van de VZW Terlamen tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.613-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.210 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.738 ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.224.971 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div