id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.214 Rolnummer: A. 156572/VII-32990 Zaak: Arrest 203214 - Milieuvergunningen - 22/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:38 Fiche Arrest nr 203.214 van 22 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 203.214 van 22 april 2010 in de zaak A. 156.572/VII-32.
- In zake:
- Noël BROUCKAERT
- Koen DENOO
- Marc HESSEL
- Francky BOUCKAERT
- de gemeente HOOGLEDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Isabelle Larmuseau, Peter De Smedt en Bert Roelandts kantoor houdend te Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip Vincke en Georges Martyn kantoor houdend te Avelgem Kasteelstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BVBA SENERGHO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 oktober 2004, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 10 augustus 2004, waarbij de beroepen, ingediend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 12 februari 2004, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de BVBA Senergho om een varkensbedrijf, gelegen aan de Driewegenstraat 21 te Gits (Hooglede), uit te breiden, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd. VII-32.990-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 140.760 van 17 februari 2005 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerleging van het bestreden besluit verworpen. Bij arrest nr. 191.916 van 26 maart 2009 wordt het beroep in hoofde van de derde en vierde verzoeker verworpen, worden de debatten heropend en wordt het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat gelast met het aanvullend onderzoek van de zaak. Eerste auditeur Peter Sourbron heeft een aanvullend verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 21 september
- De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. Op 10 december 2009 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het aanvullend auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. VII-32.990-2/4 De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen zouden vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 1.750 euro, elk voor één vijfde. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. VII-32.990-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys , staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-32.990-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.214 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.760 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.916 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div