← België

Arrest 203215 - Huisvesting - 22/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.215 Rolnummer: A. 192859/VII-37713 Zaak: Arrest 203215 - Huisvesting - 22/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-30 04:38 Fiche Arrest nr 203.215 van 22 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 203.215 van 22 april 2010 in de zaak A. 192.859/VII-37.

  1. In zake: de BVBA OZ BELGIË bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn VERBIST kantoor houdend te Antwerpen Graaf van Hoornestraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de PROVINCIE ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van Der Straten kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 120 ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 2 juni 2009, strekt tot de nietigverklaring van "het Ministerieel Besluit van 3 april 2009 waarbij aan de provincie Antwerpen een aanvullende machtiging tot onteigening wordt verleend met toepassing van de spoedprocedure van het onroerend goed gelegen in de Koninging Elisabethlei 26 te 2000 Antwerpen, kadastraal gekend onder Antwerpen, 10de Afdeling, sectie K, nummers 1552 w 5 en 1552 l 8". II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 197.524 van 29 oktober 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. VII-37.713-1/3 Het genoemde arrest is op 12 november 2009 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 8 februari 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en artikel 15ter van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij het arrest nr. 197.524 van 29 oktober 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 15ter, § 1, van het genoemde koninklijk besluit van 5 december 1991, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen. VII-37.713-2/3 BESLISSING
  6. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  7. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.713-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.215 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.524 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.