id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.219 Rolnummer: A. 142110/VII-38312 Zaak: Arrest 203219 - Jacht - Reglementen - 22/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:38 Fiche Arrest nr 203.219 van 22 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Jacht - Reglementen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 203.219 van 22 april 2010 in de zaak A. 142.110/IX-3945 In zake:
- de BEROEPSVERENIGING VAN DE KONINKLIJKE SINT-HUBERTUSCLUB VAN BELGIE
- de VZW HUBERTUSVERENIGING VLAANDEREN
- Frans DE MUNTER
- Nicolas ENGELS
- Edmond BEELDENS
- Walter VERMEIR
- Roland VRIJDAGHS
- Gerd DE MEYER
- Dirk DEBRUYNE
- Françoise DE CONINCK DE MERCKEM
- Luc DOMBRECHT
- Jan DE RIJK
- Pierre CRAHAY
- de NV HAMELVIJVER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bouckaert en Tom Gevers kantoor houdend te Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 26 september 2003, strekt tot de nietigverklaring van “bepaalde onderdelen van artikel 4, artikel 6, artikel 8, artikel 9, artikel 10, artikel 11, artikel 12 en artikel 16 van het besluit van de Vlaamse regering betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2008”. IX-3945-1/11 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Jan Clement heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 mei
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tine Gernaey, die loco advocaten Jan Bouckaert en Tom Gevers verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Fitzgerald Temmerman, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Artikel 4 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 (hierna: het jachtdecreet) luidde op het ogenblik van het bestreden besluit als volgt: “De Vlaamse Executieve bepaalt minstens vijfjaarlijks na advies van de Vlaamse Hoge Jachtraad, de Vlaamse Hoge Raad door Natuurbehoud en de in artikel 10 derde lid van het koninklijk besluit van 15 september 1924 tot inrichting van de officiële vertegenwoordiging van de landbouw zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 april 1977 bedoelde gewestelijke sectie van de Nationale Landbouwraad, voor het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest, voor elke categorie, soort, type of geslacht van wild en voor elke jachtwijze de data van de opening van de sluiting van de jacht. De besluiten betreffende de opening en de sluiting van de jacht worden ten IX-3945-2/11 minste dertig dagen voor de op grond van het eerste lid bepaalde datum bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.” 3.
- Bij besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 1998 wordt de jacht geregeld in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 1998 tot 30 juni
- Bij arresten nrs. 104.550 tot 104.553 van 11 maart 2002 vernietigt de Raad van State sommige bepalingen van dit besluit. 3.
- Nog vooraleer de Vlaamse minister van Leefmilieu een voorontwerp van nieuw jachtopeningsbesluit heeft opgemaakt, brengen de Vlaamse Hoge Jachtraad, de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud, de gewestelijke sectie van de Nationale Landbouwraad, respectievelijk op 24 september 2002, 26 november 2002 en 11 december 2002 een advies uit, waarin met het oog op de vaststelling van een nieuw jachtopeningsbesluit wijzigingen worden voorgesteld ten aanzien van het genoemde besluit van de Vlaamse regering van 23 juni
- 3.
- Op 28 mei 2003 brengt de inspectie van financiën advies uit over het voorontwerp van nieuw jachtopeningsbesluit voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni
- 3.
- Op 2 juni 2003 vindt het Benelux-overleg plaats over dat voorontwerp. 3.
- Op 3 juni 2003 zendt de Vlaamse minister van Leefmilieu naar de minister van Landbouw en Landelijke aangelegenheden van het Waalse Gewest en naar de minister van Leefmilieu van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een brief, met de volgende inhoud: “Waarde collega, Ik vraag uw aandacht voor het jachtopeningsbesluit 2003-2008 van het Vlaamse Gewest waarvan u de tekst in bijlage kan terugvinden. Gezien dit besluit in voege moet treden op 30 juni 2003 wens ik voor het overleg conform de bijzondere wet van 8-8-1980 tot hervorming van de instellingen de schriftelijke procedure te volgen. Ik stel volgende beslissing voor:
- De ICL neemt nota van het Ontwerp van besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van de regelgeving betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest;
- De ICL constateert dat de overlegprocedure bepaald in artikel 6, § 2, 2/ van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen met betrekking tot het voormelde ontwerp van besluit van de Vlaamse regering hiermee is afgesloten; IX-3945-3/11 Gezien de Vlaamse regering uiterlijk op vrijdag 13 juni een principiële beslissing zal nemen in dit dossier had ik graag voordien eventuele opmer- kingen ontvangen.” 3.
- Op 3 juni 2003 legt de Vlaamse minister van Leefmilieu het voorontwerp van nieuw jachtopeningsbesluit voor aan de Vlaamse Hoge Jachtraad, de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud en de gewestelijke sectie van de Nationale Landbouwraad. Op 5 juni 2003 brengt het vast comité van de Vlaamse Hoge Jachtraad advies uit over dat voorontwerp. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld: “Aanleiding voor deze vergadering was een tekstvoorstel over het nieuwe jachtopeningsbesluit vanwege het kabinet van minister Sannen dat dinsdagna- middag (3 juni) ter beschikking werd gesteld en waarover het advies van de Raad tegen vrijdag (6 juni) verwacht werd. Het Vast Comité betreurt het feit dat deze tekst pas in extremis ter beschikking werd gesteld. Ondanks het feit dat de Raad reeds op 24 september 2002 een eerste advies gaf, werd de tekst vanwege het kabinet slechts drie weken vooraleer het nieuwe openingsbesluit reeds gepubliceerd zou moeten zijn in het Belgisch Staatsblad aan de Raad ter advisering voorgelegd. Het Vast Comité vreest dan ook voor een juridisch vacuüm indien het nieuwe besluit niet tijdig [wordt] gepubliceerd en drukt de vrees uit wat er te gebeuren staat onder andere op het vlak van wildschade.” Op 5 juni 2003 brengt de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud een “spoedadvies” uit. Van de zesentwintig leden van de Raad zijn er tien aanwezig. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld: “De Raad betreurt de laattijdige consultatie van de raad waardoor over een dergelijk belangrijke materie een spoedadvies op zulke korte termijn moet gegeven worden.” Op 6 juni 2003 brengt de gewestelijke sectie van de Nationale Landbouwraad advies uit. 3.
- Op 27 juni 2003 legt de Vlaamse minister van Leefmilieu het voorontwerp van nieuw jachtopeningsbesluit voor aan de Vlaamse regering. IX-3945-4/11 De Vlaamse regering beslist om haar principiële goedkeuring te hechten aan het voorontwerp, op voorwaarde dat aan artikel 14 van het ontwerpbe- sluit een paragraaf 6 wordt toegevoegd, waarvan de tekst als volgt luidt: “Indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat, kunnen broedsels van de fazant, die beschadigd zijn door maaiwerkzaamheden, overgebracht worden voor verdere uitbroeding, het opkweken en het voor 1 juli van hetzelfde kalenderjaar opnieuw in de natuur brengen van de jongen. Het overbrengen van eieren en jongen wordt gemotiveerd en geregistreerd bij de woudmeester.” Met betrekking tot het voorafgaand advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State beslist de Vlaamse regering: “[...] de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, te gelasten over voornoemd voorontwerp van besluit, aangepast conform de in punt 1 vermelde beslissing, het advies in te winnen van de Raad van State, met verzoek om spoedbehandeling zoals bepaald in artikel 84, § 1, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (advies mee te delen binnen een termijn van vijf werkdagen).” 3.
- Op 1 juli 2003 legt de Vlaamse minister van Leefmilieu het overeenkomstig de beslissing van de Vlaamse regering aangepaste ontwerp van nieuw jachtopeningsbesluit ter advies voor aan de afdeling wetgeving van de Raad van State. 3.
- Het advies nr. 35.653/3 van 3 juli 2003 van de afdeling wetgeving van de Raad van State stelt onder meer het volgende: “Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisend karakter ervan. In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd ‘door de omstandigheid dat de jacht op reebok in juli plaatsvindt en het feit dat het huidige jachtopeningsbesluit afloopt op 30 juni 2003’. Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, heeft de afdeling wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan. [...]” 3.
- Op 28 juli 2003 wordt in het Belgisch Staatsblad het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2008 bekendgemaakt. IX-3945-5/11 Van dit besluit worden met het voorliggende beroep tot nietigverklaring een aantal bepalingen bestreden. 3.
- Op 26 september 2003 vordert de VZW Vogelbescherming Vlaanderen de nietigverklaring van het voormelde besluit (zaak A. 142.092/IX- 3943). 3.
- Bij besluiten van de Vlaamse regering van 21 oktober 2005 en 7 maart 2008 wordt het voormelde besluit gewijzigd. Deze wijzigende besluiten worden door de verzoekende partijen niet met een beroep tot nietigverklaring bestreden. IV. Verzoek tot samenvoeging
- De verwerende partij vraagt in haar laatste memorie dat de voorliggende zaak zou worden samengevoegd met de zaak gekend onder het nummer A. 142.092/IX-
- Zij voert aan dat zij in de beide zaken optreedt als verwerende partij, dat de beide zaken hetzelfde besluit als voorwerp hebben, en dat in de beide zaken de schending wordt aangevoerd van artikel 84, § 1, eerste lid, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
- In de zaak A. 142.092/IX-3943 vordert de VZW Vogelbescher- ming Vlaanderen de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni
- Hoewel de verwerende partij in de beide zaken dezelfde is en de beroepen in de beide zaken gericht zijn tegen hetzelfde besluit, moet worden vastgesteld dat een behoorlijke rechtsbedeling te dezen niet gediend is met de samenvoeging van de beide zaken, gelet op de onmiskenbaar tegenstrijdige belangen van de betrokken verzoekende partijen Terwijl de verzoekende partij in de zaak A. 142.092/IX-3943 zich gegriefd ziet door de jacht als zodanig, betwisten de verzoekende partijen in de voorliggende zaak daarentegen sommige beperkingen van de jacht. Op het verzoek tot samenvoeging wordt derhalve niet ingegaan. IX-3945-6/11 V. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep op dat moet worden nagegaan of de tweede verzoekende partij “het vereiste belang” heeft om op te komen voor het collectief belang van haar leden. Voorts laat zij gelden dat “het belang van verzoekende partijen als eigenaars van de desbetreffende percelen dient te worden beperkt tot die percelen die hun eigendom zijn en in het bestreden besluit in artikel 11 als vogelrijk gebied zouden zijn aangeduid”. Ten slotte voert zij aan dat het aan de veertiende verzoekende partij toekomt om te bewijzen dat haar bevoegde orgaan heeft beslist tot het instellen van het beroep.
- De verzoekende partijen repliceren in hun memorie van wederantwoord dat het bestreden besluit een voldoende band heeft met het door de tweede verzoekende partij nagestreefde belang en dat de verwerende partij geen gegevens aanbrengt die tegenspreken dat de uit de statuten van de tweede verzoekende partij blijkende aanspraak op representativiteit niet strookt met de werkelijkheid. Voorts stellen zij dat de aard van het jachtopeningsbesluit niet toelaat dat de vernietiging van de bestreden bepalingen slechts zou gelden voor die percelen waarvan de verzoekende partijen eigenaar zijn en die in vogelrijk gebied liggen. Die percelen zijn volgens hen niet isoleerbaar van de andere percelen waarop het jachtopeningsbesluit van toepassing is. Met betrekking tot het in rechte treden van de veertiende verzoekende partij, verwijzen zij naar de beslissing van de afgevaar- digd bestuurder om een beroep tot nietigverklaring tegen één of meerdere artikelen van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2008 bij de Raad van State in te stellen.
- Ter terechtzitting laat de verwerende partij nog gelden dat de verzoekende partijen hoe dan ook geen actueel belang meer hebben bij hun beroep, vermits de geldingsduur van het bestreden besluit inmiddels is verstreken. IX-3945-7/11 Beoordeling
- Artikel 3 van de statuten van de tweede verzoekende partij bepaalt de doelstellingen van de vereniging als volgt: “1/ de bevordering, ontwikkeling en verdediging van de weidelijke jacht, m.i.v. de bestrijding van wildschade, in al zijn facetten en regionale verschei- denheid, alsmede van de georganiseerde jagerij als minderheid in een moderne samenleving; 2/ de bevordering van de jacht als verstandig gebruik van natuurlijke, semi-natuurlijke habitats, cultuurlandschappen, wildsoorten en overige fauna en flora; 3/ het behoud, het beheer, de ontwikkeling en het herstel van natuurlijke en semi-natuurlijke habitats, cultuurlandschappen, wildsoorten en overige fauna en flora; 4/ de verdediging van het jachtrecht als onderdeel van het eigendoms- recht; 5/ de bijscholing en permanente vorming van haar leden in verband met hetgeen voorafgaat; 6/ de samenwerking op regionaal, nationaal en internationaal niveau met verenigingen die eenzelfde, gelijkaardige of complementaire doelstelling nastreven. [...] De Vereniging kan alle daden stellen die hetzij direct, hetzij indirect verband houden met haar doelstelling. [...]” Gelet op deze statutaire doelstellingen, inzonderheid de doelstellingen betreffende de bevordering van de jacht, moet worden aangenomen dat de tweede verzoekende partij een specifiek moreel belang heeft bij de vernietiging van reglementaire bepalingen die onder bepaalde voorwaarden de jacht openen. De verwerende partij brengt voorts geen enkel gegeven aan dat kan doen twijfelen aan de representativiteit van deze verzoekende partij, terwijl ook uit het dossier geen dergelijk gegeven blijkt.
- De derde tot de veertiende verzoekende partij zijn allen houder van het jachtrecht. In die hoedanigheid hebben zij een persoonlijk belang bij de vernietiging van reglementaire bepalingen die onder bepaalde voorwaarden de jacht openen.
- Artikel I, 9/, laatste zin, van de statuten van de veertiende verzoekende partij bepaalt dat, onverminderd de algemene vertegenwoordigings- macht van de raad van beheer als college, de vennootschap in alle handelingen in en buiten rechte ten aanzien van derden rechtsgeldig wordt verbonden door twee beheerders, die gezamenlijk optreden, of door een afgevaardigde beheerder die alleen optreedt. De veertiende verzoekende partij heeft een stuk neergelegd waaruit IX-3945-8/11 blijkt dat afgevaardigd bestuurder H. de Villenfagne de Vogelsanck op 25 september 2003 heeft beslist dat de vennootschap bij de Raad van State een beroep zou indienen tot nietigverklaring van één of meerdere artikelen van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni
- De veertiende verzoekende partij is aldus regelmatig in rechte getreden.
- De omstandigheid dat de geldingsduur van het bestreden besluit inmiddels is verstreken doet geen afbreuk aan het actueel belang van de verzoeken- de partijen. Besluiten met een beperkte geldingsduur zijn immers niet buiten de vernietigingsbevoegdheid van de Raad van State gehouden, terwijl de verzoekende partijen bovendien niet verantwoordelijk zijn voor het feit dat de Raad van State het annulatieberoep onderzoekt op een ogenblik dat het besluit geen gelding meer heeft. Ook al zouden de verzoekende partijen in beginsel geen rechtstreeks voordeel meer kunnen halen uit de vernietiging van bepalingen die de jacht onder bepaalde voorwaarden openen tijdens de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2008, dan dient te dezen te worden opgemerkt dat het besluit geen alleenstaande regeling betreft, maar dat de verwerende partij met betrekking tot opeenvolgende periodes de opening van de jacht regelt met gelijkaardige besluiten en voorts de voorwaarden van de jacht bepaalt, zodat het onderzoek van de voorliggende zaak ertoe kan leiden dat een herhaling van onwettige beslissingen wordt vermeden. In dat opzicht behouden de verzoekende partijen hun belang bij het beroep. De door de verwerende partij opgeworpen exceptie is niet gegrond.
- De verzoekende partijen vorderen de nietigverklaring van welbepaalde bepalingen of onderdelen van bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni
- Sommige van de bestreden bepalingen of onderdelen daarvan werden gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober
- IX-3945-9/11 De auditeur-verslaggever werpt dienaangaande in zijn verslag over de zaak ambtshalve op: “Het blijkt niet dat verzoekers nog belang hebben bij de vernietiging van de bepalingen van het besluit van 18 juli 2003 die gewijzigd zijn door het besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 2005.” Vermits de verzoekende partijen in hun laatste memorie en ter terechtzitting geen bezwaren tegen deze stelling maken, valt de Raad van State ze bij. In zoverre is het voorliggende beroep derhalve niet ontvankelijk. VI. Voorwerp van het beroep
- De auditeur-verslaggever stelt in zijn verslag dat niet blijkt dat alle door de verzoekende partijen bestreden bepalingen en onderdelen daarvan afsplitsbaar zijn en dienvolgens in aanmerking komen voor afzonderlijke vernieti- ging, maar dat niettemin in de zaak A. 142.092/IX-3943 werd besloten tot de gegrondheid van het beroep, zodat indien in die zaak het jachtopeningsbesluit van 18 juli 2003 wordt vernietigd, het voorliggende beroep hoe dan ook zijn voorwerp verliest.
- Aangezien de Raad van State in zijn arrest nr. 203.218 van heden de debatten in de zaak A. 142.092/IX-3943 heeft heropend, is er aanleiding om ook de debatten in de voorliggende zaak te heropenen. BESLISSING
- De debatten worden heropend.
- Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. IX-3945-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Daniël Moons IX-3945-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.219 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.220.848 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div