id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.262 Rolnummer: A. 195291/IX-6683 Zaak: Arrest 203262 - Personeel van de rechterlijke orde - 26/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:39 Fiche Arrest nr 203.262 van 26 april 2010 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.262 van 26 april 2010 in de zaak A. 195.291/IX-6683 In zake: Pierre VAN OBBERGEN wonend te Huldenberg Neesveld 44 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 29 december 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 9 december 2009 van de FOD Justitie waarbij vastgesteld wordt dat de kandidatuur van Pierre Van Obbergen voor een benoeming in het ambt van rechter in handelszaken niet in aanmerking genomen wordt omdat hij de leeftijd van 68 jaar bereikt heeft, terwijl de leeftijdsgrens voor dat ambt bepaald is op 67 jaar. Met hetzelfde verzoekschrift vraagt de verzoeker ook de schorsing van het bestreden besluit. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, IX-6683-1\7 eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anthony Poppe, die loco advocaat Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- In het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 2009 worden 32 betrek- kingen voor het ambt van rechter in handelszaken in de rechtbank van koophandel te Brussel vacant verklaard. 3.
- Met een aangetekende brief van 26 oktober 2009 stelt de verzoeker zich kandidaat. 3.
- In de adviezen van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel en de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel wordt opgemerkt dat de kandidatuur van de verzoeker onontvankelijk is, aangezien hij werd geboren op 21 maart 1941 en dus 68 jaar is. IX-6683-2\7 3.
- Met een brief van 9 december 2009 deelt de federale overheidsdienst Justitie aan de verzoeker mee: “Naar aanleiding van Uw kandidatuurstelling tot het ambt van rechter in handelszaken in de rechtbank van koophandel te Brussel, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 2009, dien ik U te melden dat Uw kandidatuurstelling niet kan in aanmerking worden genomen aangezien U de leeftijd van 68 jaar bereikt hebt. Een mandaat van rechter in handelszaken kan tot de leeftijd van 67 jaar uitgeoefend worden.” Van deze beslissing wordt de schorsing en nietigverklaring gevorderd. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging en uitbreiding van het voorwerp
- Met een brief van 14 april 2010 bezorgt de verzoeker aan de Raad van State een antwoord op het auditoraatsverslag.
- De rechtspleging inzake de verkorte procedure van artikel 93 van het algemeen procedurereglement voorziet niet in de neerlegging van dergelijk stuk. De verzoeker heeft zijn brief blijkbaar ook niet zelf als een echt procedurestuk bedoeld, aangezien hij artikel 84, §1, eerste lid, van het algemeen procedurereglement niet heeft nageleefd, waarin bepaald is dat procedurestukken bij aangetekende zending aan de Raad van State bezorgd moeten worden. Reeds om die redenen kan met het bedoelde stuk geen rekening worden gehouden. In ieder geval merkt de Raad van State op dat de verzoeker met deze brief van 14 april 2010 een andere inhoud geeft aan zijn vordering: hij streeft niet langer de nietigverklaring na van de weigering om benoemd te worden, maar wil de verwerende partij veroordeeld zien enerzijds om bij een vacature voor rechters in handelszaken duidelijk te vermelden welke leeftijdsgrens speelt en anderzijds tot de naleving van een verbod om vacatures te schrappen en vervolgens opnieuw open te verklaren. Daargelaten de vaststelling dat de verzoeker daarmee op onontvankelijke wijze een andere inhoud geeft aan zijn vordering, dient hem tegengeworpen dat de Raad van State in het kader van het annulatiecontentieux aan het bestuur geen verplichtingen van die aard kan opleggen. IX-6683-3\7 De uitbreiding of wijziging van het voorwerp van het beroep is om vormelijke en inhoudelijke redenen niet ontvankelijk. V. Onderzoek van de middelen
- De verzoeker zet in zijn verzoekschrift uiteen wat volgt: “Hierbij vorder ik de schorsing en de nietigverklaring van het besluit van 09.12.2009 waarbij ik ongeschikt word verklaard wegens te hoge leeftijd hetgeen helemaal niet overeenstemt met andere benoemingen voor hetzelfde ambt dewelke werden toegestaan tot de leeftijd van 70 jaar. Op geen enkel ogenblik werd er voorafgaandelijk melding gemaakt van deze discriminerende maatregel zodat er geen enkel motief bestaat om mij te benoemen aangezien ik voldoe aan de voorwaarden. (...) In ondergeschikte orde, bezorg ik U de publicatie in het Belgisch Staatsblad van 21.
- j.l. waarbij 24 plaatsen vacant zijn ter vervanging van deze gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 16.10.
- Dit druist in tegen de regels van behoorlijk bestuur en veroorzaakt rechtsonzekerheid.”
- De verwerende partij heeft in de uiteenzetting van de verzoeker twee middelen onderkend: het eerste geput uit de vaststelling dat twee rechters in handelszaken werden aangesteld tot de leeftijd van 70 jaar en dat ook voor hem geen leeftijdsgrens mocht spelen, het tweede geput uit de rechtsonzekerheid veroorzaakt door de publicatie van een aantal vacante plaatsen ter vervanging van eerder gepubliceerde vacatures. De auditeur-verslaggever heeft het verzoekschrift vanuit dat oogpunt onderzocht. A. Eerste middel
- De verwerende partij is van oordeel dat middel niet ontvankelijk is, omdat er geen melding wordt gemaakt van de overtreden rechtsregel of het geschonden rechtsbeginsel; het middel is volgens haar in ieder geval niet gegrond omdat artikel 383 juncto artikel 390 van het Gerechtelijk Wetboek duidelijk stelt dat rechters in ruste gesteld worden op 67 jaar en hetzelfde Gerechtelijk Wetboek enkel bepaalt dat personen die reeds magistraat zijn hun ambt boven de leeftijd van 67 jaar kunnen blijven uitoefenen, hetgeen het geval is met de twee referenties die de verzoeker aanbrengt. IX-6683-4\7 Beoordeling
- Artikel 2, § 1, 3/ van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en de middelen dient te bevatten. De uiteenzetting van de middelen vormt een essentieel onderdeel van het verzoekschrift, omdat het de andere partijen toelaat zich te verdedigen tegen de grieven die ten aanzien van de bestreden beslissing worden aangevoerd, en de Raad van State in staat stelt de gegrondheid van die grieven te onderzoeken. Onder middel in de zin van artikel 2, § 1, 3/, van het algemeen procedurereglement moet worden verstaan : de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel of dat rechtsbeginsel door de bestreden rechts- handeling wordt geschonden. Voldoende duidelijk betekent dat het niet nodig is veronderstellingen over de juiste bedoelingen van de verzoeker te maken, waardoor in werkelijkheid de verwerende partij, en nadien de Raad van State ertoe zou worden gebracht in de plaats van de verzoeker het verzoekschrift op te stellen. Te dezen laat de verzoeker gelden dat er “geen enkel motief” bestaat om zijn kandidatuur te weigeren, aangezien “andere benoemingen voor hetzelfde ambt (…) werden toegestaan tot de leeftijd van 70 jaar”. Hij betwist aldus op summiere, doch voldoende duidelijke wijze de wettigheid van de betreden weigeringsbeslissing. Het middel is ontvankelijk.
- Artikel 383, § § 1 en 2, van het Gerechtelijk Wetboek luidt: “§
- De magistraten van de rechterlijke orde houden op hun ambt uit te oefenen en worden in rust gesteld op het einde van de maand in de loop van dewelke zij de leeftijd bereiken van: zeventig jaar wat de leden van het Hof van Cassatie betreft; zevenenzestig jaar wat de leden van de andere rechtscolleges betreft; of wanneer zij wegens een ernstige en blijvende gebrekkigheid niet langer in staat zijn hun ambt naar behoren te vervullen. §
- Evenwel kunnen, op hun verzoek, magistraten toegelaten tot de inruststelling wegens hun leeftijd zoals bedoeld in § 1 naargelang van het geval door de eerste voorzitters van de hoven van beroep en arbeidshoven, de voorzitters van de rechtbanken of door de procureurs-generaal bij de hoven van beroep worden aangewezen om het ambt van plaatsvervangend magistraat uit te oefenen tot zij de leeftijd van 70 jaar hebben bereikt.” IX-6683-5\7 Artikel 390 van het Gerechtelijk Wetboek verklaart deze bepalingen toepasselijk op de rechters in handelszaken.
- De verzoeker heeft de leeftijd van 67 jaar bereikt. Hij kon derhalve niet meer tot rechter in handelszaken benoemd worden. Zijn kandidatuur werd derhalve terecht niet in aanmerking genomen.
- Overeenkomstig artikel 383, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek kunnen rechters in handelszaken die de leeftijd van 67 jaar hebben bereikt, op hun verzoek worden aangewezen om het ambt van plaatsvervangend rechter in handelszaken uit te oefenen tot zij de leeftijd van 70 jaar hebben bereikt. De antecedenten waar de verzoeker naar verwijst hebben betrekking op dergelijke aanwijzingen. Artikel 383, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek is in het geval van verzoeker niet van toepassing, aangezien hij niet tot rechter in handelszaken benoemd was.
- Het middel is niet gegrond. B Tweede middel
- De verwerende partij acht het tweede middel dat zij in het verzoekschrift onderkent, niet ontvankelijk omdat niet wordt uiteengezet op welke wijze zij de aangevoerde beginselen zou miskend hebben. Beoordeling
- In het Belgisch Staatsblad van 21 december 2009 werden 25 betrekkingen voor het ambt van rechter in handelszaken in de rechtbank van koophandel te Brussel bekendgemaakt. Het bericht vermeldt : “Vierentwintig van deze plaatsen vervangen plaatsen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 6 april 2009 en 16 oktober 2009”.
- De verzoeker maakt op geen enkele wijze duidelijk op welke wijze die bekendmaking de wettigheid van de bestreden beslissing in het gedrang brengt.
- Het middel is derhalve niet ontvankelijk. IX-6683-6\7
- De middelen zijn hetzij niet ontvankelijk, hetzij niet gegrond. De zaak kan volgens de verkorte procedure van artikel 93 van het algemeen procedurereglement worden afgedaan. VI. De vordering tot schorsing.
- De zaak wordt ten gronde beslecht. Er moet geen uitspraak meer worden gedaan over de subsidiaire vordering tot schorsing. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6683-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.262 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div