id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.267 Rolnummer: A. 192754/IX-6375 Zaak: Arrest 203267 - Penitentiair recht - 26/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-07 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:39 Fiche Arrest nr 203.267 van 26 april 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 203.267 van 26 april 2010 in de zaak A. 192.754/IX-6375 In zake : Jean Paul VAN DEN HAUWE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Natascha Baert kantoor houdend te Diksmuide Fabriekstraat 4 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 26 mei 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van de beslissingen van de directeur van de gevangenis van Turnhout van 21 april 2009 en van 27 april 2009 tot toepassing van een bijzondere veiligheids- maatregel ten aanzien van Jean-Paul Van den Hauwe. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april
- Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. IX-6375-1/7 Advocaat Marijke Van Der Hasselt, die loco advocaat Natascha Baert verschijnt voor de verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is geïnterneerd wegens onder meer het toebrengen van slagen en verwondingen en verblijft op het ogenblik van de bestreden beslissingen in de strafinrichting van Turnhout. 3.
- De directie van de gevangenis van Turnhout verkrijgt informatie van een andere geïnterneerde dat enkele gedetineerden een ontsnapping beramen met gijzeling van personeel. Er is eveneens sprake van het binnenbrengen van een wapen in de gevangenis. De verzoeker is één van de gedetineerden die hierbij betrokken zou zijn. 3.
- De verzoeker wordt hieromtrent gehoord op 21 april 2009 met het oog op het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Hij ontkent de feiten. 3.
- Er wordt op grond van artikel 110 van de wet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden (hierna: de basiswet) een bijzondere veiligheidsmaatregel opgelegd voor een duur van 7 dagen, die een aanvang neemt op 21 april 2009 en duurt tot en met 27 april
- De voorwerpen die kunnen dienen als wapen, worden hem onthouden of ontnomen. Hij mag geen gemeenschappelijke activiteiten verrichten, heeft één wandelmoment per dag in de vorm van een individuele wandeling, kan een eredienst op cel hebben en kan éénmaal daags telefoneren. Op basis van de dreiging kan er besloten worden tot overplaatsing naar een beveiligde cel. IX-6375-2/7 De motivering van deze beslissing luidt als volgt : “Wij beschikken over informatie dat betrokkene, samen met medegedeti- neerden, een ontsnapping plant met gebruik van wapens en door middel van een gijzeling van personeel. Gelet op het feit dat de gedetineerde werd gehoord op 17.12.2008 (sic) (zie verslag van het horen van de gedetineerde als bijlage) Gelet op het feit dat deze elementen ernstige aanwijzingen vormen van een gevaar voor de orde de veiligheid” Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
- De verzoeker wordt nogmaals gehoord op 27 april 2009 waarbij hij nogmaals ontkent dat hij ontsnappingsplannen heeft. De opgelegde veiligheids- maatregel wordt met toepassing van artikel 110 van de basiswet verlengd van 28 april 2009 tot 4 mei
- De motivering van deze beslissing luidt als volgt : “Wij beschikken over informatie dat betrokkene, samen met medegedeti- neerden, een ontsnapping plant met gebruik van wapens en door middel van een gijzeling van personeel. Twee personen werden reeds verwijderd naar een andere inrichting. Gelet op het feit dat de gedetineerde werd gehoord op 17.04.2009 (zie verslag van het horen van de gedetineerde als bijlage) Gelet op het feit dat deze elementen ernstige aanwijzingen vormen van een gevaar voor de orde de veiligheid” Dit is de tweede bestreden beslissing. IX-6375-3/7 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt op dat de bestreden beslissingen een ordemaatregel betreffen die de goede werking van het gevangeniswezen beogen en is ingegeven door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen. Het betreft, zo vervolgt ze, niet een tuchtmaatregel die tot doel heeft de gedetineerde te bestraffen voor een tekortkoming. Op grond van artikel 110 van de basiswet kan de directeur, wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid, ten aanzien van een gedetineerde bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen. Volgens de directie bestonden er ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde en de veiligheid binnen de inrichting. De maatregelen werden opgelegd met de bedoeling om de orde en de veiligheid in de gevangenis te vrijwaren. De Raad van State heeft zich in het verleden onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de bijzondere veiligheids- en voorzichtigheidsmaatregelen.
- De verzoeker antwoordt in zijn memorie van wederantwoord dat administratieve rechtshandelingen die de rechtstoestand van de verzoeker onmiddellijk en rechtstreeks raken en in principe een verdoken tuchtsanctie uitmaken, wel aanvechtbaar zijn. De beslissingen hebben een ernstige weerslag op de rechtstoestand van de verzoeker. Hij verloor elke vertrouwenspositie, bovendien worden ten gevolge van de bestreden beslissing zijn uitgaansvergunningen opgeschort. Overeenkomstig de circulaire 28/IV van 20 december 1991 wordt de rechtspositie van een gedetineerde geraakt, telkens een reeds verkregen gunst wordt weggenomen of een tuchtsanctie wordt opgelegd. De opschorting van een uitgaansvergunning als gevolg van de bestreden beslissing maakt een wegneming van een gunst uit. Verder wordt de toekenning van een uitgangspermissie met het oog op een intakegesprek in het kader van tewerkstelling voor de verzoeker geweigerd door de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij omwille van dit incident. De genomen beslissing heeft een weerslag op zijn reclassering, wat een recht is van de verzoeker. De genomen maatregelen zijn niet uitsluitend of hoofdzakelijk ingegeven door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, maar strekken er hoofdzakelijk toe om de gedetineerde te bestraffen wegens disciplinaire IX-6375-4/7 tekortkomingen. Een poging tot het plegen van een ontsnapping of deelname eraan en het bezit van wapens maken een tuchtrechtelijke inbreuk uit. Het tuchtregime strekt er bovendien toe om de orde en de veiligheid te vrijwaren. Uit de voorliggen- de gegevens kan het uitsluitende veiligheids- en voorzichtigheidskarakter van de beslissing niet worden afgeleid. De bestreden beslissingen hebben een bestraffend karakter. In zijn laatste memorie voegt de verzoeker hieraan toe dat de bestreden beslissingen een nodeloos verregaand karakter hebben waardoor zij een verdoken tuchtsanctie uitmaken. De loutere beweringen van een geesteszieke omtrent een ontsnappingspoging kunnen bezwaarlijk als betrouwbaar worden afgedaan. Voorts heeft de verzoeker niets verkeerd gedaan waardoor elke wijziging van het normale regime als een straf overkomt. De werkelijke reden van de tweede beslissing was trouwens het feit dat de verzoeker boos was over de eerste beslissing; de tweede beslissing had dienvolgens een bestraffend karakter. De bestreden beslissingen kunnen dan ook niet beschouwd worden als maatregelen opgelegd louter om de orde en veiligheid in de gevangenis te vrijwaren. Beoordeling
- De directeur van een strafinrichting is belast met de zorg voor de goede werking van en de goede orde in de strafinrichting. Hij kan met het oog daarop ten aanzien van wie in de strafinrichting is opgenomen een veelheid van maatregelen nemen die zekere ongemakken of onaangenaamheden kunnen meebrengen. In zoverre die maatregelen uitsluitend of hoofdzakelijk zijn ingegeven door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, doen zij zich voor als loutere maatregelen van inwendige orde, waartegen in principe geen annulatieberoep openstaat. Het is evenmin aan de Raad van State om kennis te nemen van middelen waarin een verzoeker doet gelden dat de bestreden beslissing een schending uitmaakt van zijn subjectieve rechten.
- Uit het administratief dossier blijkt dat de bijzondere veiligheids- maatregelen uitsluitend, minstens hoofdzakelijk, zijn ingegeven door de bezorgd- heid voor de orde en de veiligheid in de strafinrichting. Met deze maatregelen gaf de directie van de strafinrichting in Turnhout gevolg aan de informatie die ze had IX-6375-5/7 gekregen en wilde op die manier vermijden dat de verzoeker, samen met medege- detineerden, een mogelijke ontsnapping uitvoeren met gebruik van wapens en door middel van gijzeling van personeel. Uit de aard van de opgelegde maatregelen die erop gericht zijn om de verzoeker van de medegedetineerden te scheiden waarbij hij geen gemeenschap- pelijke activiteiten mag uitoefenen en waarbij hij wordt overgeplaatst naar een beveiligde cel, kan niet worden afgeleid dat de directie de bedoeling heeft om aan de verzoeker een tuchtstraf op te leggen. De verzoeker toont voorts niet aan dat de opgelegde maatregelen een nodeloos verregaand karakter hebben, ook niet wat betreft de tweede beslissing die steunt op dezelfde overwegingen als de eerste. De bewering dat de bestreden beslissingen een verboden tuchtstraf uitmaken, overtuigt niet temeer de verzoeker in zijn twee middelen de bestreden beslissingen aanvecht als ordemaatregelen en niet als verdoken tuchtmaatregelen.
- De omstandigheid dat de verzoeker als gevolg van de bestreden beslissingen problemen ondervindt om een vertrouwensfunctie te krijgen, dat zijn uitgaansvergunningen worden geschorst en dat hij problemen heeft met de eventuele reclassering, kan er niet voor zorgen dat de bijzondere veiligheidsmaatregelen van aard wijzigen en het annulatieberoep ontvankelijk is.
- Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. IX-6375-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6375-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.267 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div