id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.276 Rolnummer: A. 191018/IX-6181 Zaak: Arrest 203276 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 26/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-06 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:39 Fiche Arrest nr 203.276 van 26 april 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.276 van 26 april 2010 in de zaak A. 191.018/IX-6181 In zake : Jan DE KEYE woonplaats kiezend te Mechelen Koningin Astridlaan 112 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 9 januari 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van het besluit van de waarnemend secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie van 12 november 2008 houdende beëindiging van het mandaat van afdelingshoofd van Jan De Keye. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 198.176 van 24 november 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. Het genoemde arrest is op 30 november 2009 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 11 februari 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. IX-6181-1/3 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. IX-6181-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Bert Thys IX-6181-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.276 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.176 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div