← België

Arrest 203286 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.286 Rolnummer: A. 194241/X-14428 Zaak: Arrest 203286 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-05 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:39 Fiche Arrest nr 203.286 van 27 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 203.286 van 27 april 2010 in de zaak A. 194.241/X-14.

  1. In zake :
  2. Jean-Pierre DE ROECK
  3. Karen CORNELIS
  4. Dirk KNAEPKENS
  5. Karine VAN DE LOCHT
  6. Ronny VAN GORP
  7. Liesbeth HUYBREGTS
  8. Philippe PARISIS
  9. Reinhilde WENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Brusselstraat 59, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  10. de gemeente MALLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Guy Van Dyck kantoor houdend te 2390 WESTMALLE Brechtsesteenweg 22
  11. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Claes kantoor houdend te 2550 KONTICH Mechelsesteenweg 160 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de v.z.w. EMMAÜS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Hugo Sebreghts en Floris Sebreghts kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Pierre DE ROECK, Karen CORNELIS, Dirk KNAEPKENS, Karine VAN DE LOCHT, Ronny VAN GORP, Liesbeth HUYBREGTS, Philippe PARISIS en Reinhilde WENS op 8 september 2009 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 25 mei 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle X-14.428-1/3 waarbij aan de v.z.w. EMMAÜS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het aanleggen van toegangswegen, een wandelpad en een buffergracht met vijver en het aanplanten van groenvoorziening bij een te bouwen ziekenhuisvleugel op een perceel gelegen te Malle, Oude Liersebaan 4, kadastraal bekend sectie C, nrs. 322/k, 317/v3, 322/f, 322/g en 321/f; Gelet op het arrest nr. 199.535 van 15 januari 2010 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen op 26 januari 2010; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. X-14.428-2/3 De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  12. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  13. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 1400 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een achtste. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig april 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-14.428-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.286 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.535 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.