id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.289 Rolnummer: A. 186079/X-13551 Zaak: Arrest 203289 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-05 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:39 Fiche Arrest nr 203.289 van 27 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 203.289 van 27 april 2010 in de zaak A. 186.079/X-13.
- In zake : Josephus SCHOOFS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean De Brabander kantoor houdend te 3840 BORGLOON Hoepertingenstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van LIMBURG DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Josephus SCHOOFS op 29 november 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit dd. 27.09.2007 van de Deputatie van de Provincie Limburg waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Heers op 04.06.2007, niet werd ingewilligd, en bijgevolg geen stedenbouwkundige vergunning gegeven werd voor het regulariseren van de wijziging van het reliëf op het kadastraal perceel 4de afdeling, sectie A, nr. 366 aan het Groeneschild in de deelgemeente Veulen”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 1 december 2009; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-13.551-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag is de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Op grond van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-13.551-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig april 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-13.551-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.289 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div