id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.330 Rolnummer: A. 182435/X-13247 Zaak: Arrest 203330 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-10 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-30 04:40 Fiche Arrest nr 203.330 van 28 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 203.330 van 28 april 2010 in de zaak A. 182.435/X-13.247. In zake: Albert GEEBELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inke DEDECKER kantoor houdend te 3600 GENK Stoffelbergstraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van LIMBURG --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 13 april 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 14 februari 2007 van de deputatie van de provincieraad van Limburg houdende verwerping van het namens de verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 20 november 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Peer waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het herbouwen van een woning te Peer, Baan naar Bree 120, kadastraal bekend sectie B, nr. 682/m3. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. X-13.247-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart 2010. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Inke Dedecker, die verschijnt voor de verzoekende partij, en bestuurssecretaris Inge Willems, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 23 augustus 2006 (datum van het ontvangstbewijs) dient de verzoeker een aanvraag in tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning voor het herbouwen van een woning op een perceel gelegen te Peer, Baan naar Bree 120, kadastraal bekend sectie B, nr. 682/m3. 3.2. Het voormelde perceel is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 22 maart 1978 vastgestelde gewestplan Neerpelt-Bree gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, of van een vergunde verkaveling. 3.3. Bij besluit van 28 juni 1973 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg verkreeg de verzoeker reeds een vergunning voor het bebouwen van het aanpalende perceel, toentertijd kadastraal bekend sectie B, nr. 682/q. In dit besluit werd onder meer het volgende overwogen: “Gelet op het onderzoek dat ter plaatse werd ingesteld waaruit blijkt: - dat beroeper een woning wil bouwen bij de boerderij die hij uitbaat; X-13.247-2/7 - dat het bouwperceel , overeenkomstig de meest recente planologische studie, in de agrarische zone is gelegen; - dat de woning behorende bij de hoeve bewoond wordt door de ouders van beroeper die de boerderij echter niet meer uitbaten; dat er voldoende bewijzen werden geleverd (fakturen van aan- en verkoop) waaruit blijkt dat beroeper werkelijk de boerderij uitbaat; - dat het een algemeen aanvaard principe is dat de woning van de uitbater bij de boerderij mag gebouwd worden; - dat het beroep kan worden ingewilligd”. 3.4. In de beschrijvende nota bij de huidige aanvraag wordt onder meer het volgende gesteld: “Doelstelling De bestaande woning maakte, samen met de achterliggende stallen, deel uit van het voormalig landbouwbedrijf van de eigenaar. De huidige gebouwen van het landbouwbedrijf, overgenomen door de zoon, liggen op de aanpalende percelen. De achterliggende stallingen, een onordelijk geheel, worden afgebroken (vergund op 28/11/2005). Samen met de aanvraag voor het afbreken van de stallingen werd tevens een aanvraag gedaan voor het herbouwen van de woning. Deze werd geweigerd gezien er niet voldaan werd aan de voorwaarden van Art. 145bis. De eigenaars hebben aldus besloten om het ontwerp aan te passen zodat het geheel nu voldoet aan de bepalingen terzake”. De aanpassing betreft de volumeberekening. In de nota wordt ook aangeduid dat “de huidige gebouwen zijn vergund”. 3.5. Op 30 augustus 2006 verleent het departement Landbouw en Visserij - Duurzame Landbouwontwikkeling Limburg een ongunstig advies. Hierin wordt onder meer het volgende overwogen: “Er bestaat geen noodzaak voor deze werken in het kader van een betekenisvolle beroepsmatige landbouwactiviteit. Dit is een zuiver residentieel project”. 3.6. Op 18 september 2006 stelt het Agentschap voor Natuur en Bos “vanuit ecologisch standpunt (...) geen bezwaar (te hebben) tegen de afbraak van de woning en stallen en de heropbouw van een woning”. 3.7. Tijdens het openbaar onderzoek van 29 augustus 2006 tot en met 28 september 2006 worden twee bezwaren ingediend. In haar gunstig advies van 16 oktober 2006 verklaart het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Peer deze bezwaren ongegrond. X-13.247-3/7 3.8. Op 14 november 2006 verleent de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies, waarin onder meer het volgende wordt overwogen: “Overwegende dat het voorgestelde niet in overeenstemming is met de hierboven genoemde artikels (artikelen 145bis, §1, 3/en 6/, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening); dat de woning niet als vergund kan beschouwd worden, ook niet wat de functie betreft; dat dit zeer duidelijk is gesteld in het besluit van de bestendige deputatie van 23 februari 2006; Overwegende dat de bestendige deputatie het volgende standpunt heeft ingenomen: ‘Overwegende dat de vergunde plannen in 1973 vermelden dat de bestaande woning om te bouwen was tot stallen; dat dit inhoudt dat de bestemming als woning destijds werd opgeheven; dat het hier geen voorwaarde betreft die door de overheid werd opgelegd bij de vergunning maar een bestemmingswijziging die door de aanvrager zelf werd aangegeven om een nieuwe bedrijfswoning te kunnen bouwen; dat de bestemming van de oude constructie als een woning derhalve niet meer als vergund kan beschouwd worden; dat de landbouwuitbating eertijds enkel door één bedrijfsvoerder kon worden uitgebaat; dat eertijds de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning voor een nieuwe bedrijfswoning geen aanleiding kan zijn om middels het opwaarderen van de oude constructie het agrarisch gebied te verkavelen voor residentieel gebruik...’; dat het standpunt wordt bijgetreden; dat het voorgestelde aldus niet mogelijk is gelet op het feit dat de woning geen vergunde woonfunctie heeft”. 3.9. Op 20 november 2006 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Peer de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. 3.10. Tegen de voormelde weigeringsbeslissing wordt namens de verzoeker administratief beroep ingesteld op 19 december 2006. 3.11. Bij het bestreden besluit van 14 februari 2007 van de deputatie van de provincieraad van Limburg wordt het beroep van de verzoeker niet ingewilligd en wordt geen stedenbouwkundige vergunning verleend. IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Uiteenzetting van het middel 4.1. De verzoeker leidt een enig middel af uit de schending van artikel 145bis, §1, derde lid,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.