← België

Arrest 203343 - Monumenten en Landschappen - 29/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.343 Rolnummer: A. 194010/VII-37465 Zaak: Arrest 203343 - Monumenten en Landschappen - 29/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-11 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:40 Fiche Arrest nr 203.343 van 29 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 203.343 van 29 april 2010 in de zaak A. 194.010/VII-37.

  1. In zake:
  2. Jean MOREL DE WESTGAVER
  3. Annick PIENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans Deneyer kantoor houdend te Galmaarden Zwaanstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 18 september 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 8 juni 2009 inzoverre daarbij het "Hof Tasseniers" met inbegrip van het bakhuis en de aangrenzende weidepercelen, gelegen aan de Damstraat 4 te Galmaarden, als monument wordt beschermd. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 199.358 van 7 januari 2010 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. VII-37.465-1/3 Het genoemde arrest is op 13 januari 2010 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 16 maart 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en artikel 15ter van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij het arrest nr. 199.358 van 7 januari 2010 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 15ter, § 1, van het genoemde koninklijk besluit van 5 december 1991, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen zouden vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen. VII-37.465-2/3 BESLISSING
  8. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  9. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 350 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.465-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.343 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.358 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.