id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.345 Rolnummer: A. 190832/VII-37303 Zaak: Arrest 203345 - Milieuvergunningen - 29/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-11 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:40 Fiche Arrest nr 203.345 van 29 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 203.345 van 29 april 2010 in de zaak A. 190.832/VII-37.
- In zake: de NV MOBISTAR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Arts en Tom De Cordier kantoor houdend te Brussel Tervurenlaan 268 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sébastien Depré, Laurence Mourlon Beernaert, Kamain Man en François Viseur kantoor houdend te Brussel Louizalaan 240 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV BASE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Alexandre Verheyden en Yvan Desmedt kantoor houdend te Brussel Brand Whitlocklaan 165 bij wie woonplaats wordt gekozen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 december 2008, strekt tot de nietigverklaring van "de door de heer Niko Demeester ondertekende beslissing van de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen van 25 november 2008 om af te zien van de stilzwijgende verlenging van de vergunning van Mobistar voor het opzetten en exploiteren van een mobiel netwerk van de tweede generatie". VII-37.303-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 192.845 van 30 april 2009 is de zaak gevoegd met de zaak A. 190.831/VII-37.302 voor wat betreft de schorsing, zijn de debatten heropend, is het verzoek tot tussenkomst van de NV Base in het administratief kort geding ingewilligd, verkrijgen de verzoekende partij en de tussenkomende partij toegang tot de volledige neergelegde administratieve dossiers en is aan de partijen de mogelijkheid geboden om binnen 60 dagen na de betekening van onderhavig arrest gebeurlijk nog een aanvullende nota neer te leggen. De verzoekende, verwerende en tussenkomende partijen dienen een aanvullende nota in. Bij arrest nr. 197.451 van 29 oktober 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. Het genoemde arrest is op 5 november 2009 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 30 maart 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en artikel 15ter van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. VII-37.303-2/3 Bij het arrest nr. 197.451 van 29 oktober 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 15ter, § 1, van het genoemde koninklijk besluit van 5 december 1991, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.303-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.345 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div