← België

Arrest 203402 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.402 Rolnummer: A. 193553/X-14297 Zaak: Arrest 203402 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-10 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:40 Fiche Arrest nr 203.402 van 29 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 203.402 van 29 april 2010 in de zaak A. 193.553/X-14.

  1. In zake : de c.v. WEST-IMMO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerard Soete kantoor houdend te 8400 OOSTENDE Kerkstraat 8, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de c.v. WEST-IMMO op 29 juli 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het Besluit van de deputatie van West-Vlaanderen van 28.05.2009, (...) waarbij het beroep ingesteld door (verzoekster), tegen de beslissing dd. 12.09.2008 van het college van burgemeester en schepenen te Brugge houdende weigering van de vergunning tot het wijzigen van bestemming (van magazijn/parking naar handelsruimte) gelegen 8000 Brugge, Sint-Pieterskaai 69, ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard”; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 27 november 2009; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-14.297-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van weder- antwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt. Op grond van artikel 14bis, § 1 van voornoemd besluit van de Regent, zal de kamer uitspraak doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-14.297-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig april 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-14.297-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.402 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.