id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.426 Rolnummer: A. 196285/IX-6779 Zaak: Arrest 203426 - Penitentiair recht - 29/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-30 04:41 Fiche Arrest nr 203.426 van 29 april 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.426 van 29 april 2010 in de zaak A. 196.285/IX-6779 In zake : Mohamed ABBA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te Sint-Kruis (Brugge) Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 22 april 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid, van de beslissing van 20 april 2010 van de gevangenisdirecteur te Brugge waarbij aan Mohamed ABBA de tuchtstraf wordt opgelegd van “1 maand strikt, van 21/04 tot 20/05/2010”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 april 2010, om 13.30 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. De verzoeker, advocaat Mathieu Langerock, die verschijnt voor de verzoeker, en attaché Wim Van Brussel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6779-1/4 Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is gedetineerd in de gevangenis te Brugge. 3.
- Op 15 april 2010 wordt tegen hem een rapport aan de directeur opgesteld waarin melding gemaakt wordt van het vinden in zijn cel van een stuk papier dat wijst op GSM-verkeer en, van een kopie van een CD. Er wordt ook verwezen naar een naaktfouille waarbij een “kleine hoeveelheid wiet” gevonden werd. Op 18 april 2010 volgt een nieuw rapport aan de directeur waarin melding wordt gemaakt van het aantreffen van een GSM-batterij, verstopt in zijn cel. 3.
- Op 20 april 2004 wordt de verzoeker gehoord omtrent de beide rapporten. Hij stelt dat het “blad-fouille” hem slechts de dag na de feiten werd overhandigd en hij ontkent het bezit van een GSM-batterij. Dezelfde dag treft de gevangenisdirectie de thans bestreden beslissing, verwijzend naar het volgend motief: “Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor bezit niet toegelaten voorwerpen, kleine hoeveelheid wiet, en GSM-batterij op cel. Na onderzoek komen wij tot de conclusie dat de feiten vermeld in het rapport aan de directeur als bewezen beschouwd worden voor de volgende tuchtrechtelijke inbreuken: bezit wiet. De Directeur heeft de dwingende plicht om de orde en de veiligheid o.a. ten aanzien van het personeel, gedetineerden en goederen te handhaven. (cfr. art. 105 § 2 van de Basiswet 12.1.2005) Overwegende dat drugs in de gevangenis niet getolereerd kunnen worden.” IV. Onderzoek van de vordering IX-6779-2/4
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. V. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- Wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, zet de verzoeker eerst uiteen dat de bestreden beslissing onmiddellijk werd uitgevoerd en dat zij zijn “rechten in sterke en onherstelbare mate (beperkt)”. Hij stelt vervolgens dat de inhoud van de tuchtstraf niet duidelijk bepaald is en dat hij dan ook niet weet hoe hij “zich moet schikken”. Hij wijst verder op zijn isolatie en op het feit dat hij niet kan werken of sporten.
- De uiteenzetting van de verzoeker betreft slechts algemeenheden. Hij maakt niet aannemelijk dat het nadeel, dat hij van de opgelegde tuchtstraf ondervindt, ernstige gevolgen heeft op de situatie waarin hij zich bevindt. De bestreden beslissing is inderdaad niet gemodaliseerd. Dit betekent dat de verzoeker het strikt regime en de daarbij horende isolatie zal moeten ondergaan, zoals dat in de regel in de strafinrichting wordt toegepast. Eventuele onduidelijkheid over het bestaan van milderende maatregelen of het voortbestaan van gunsten, is op zich evenwel niet als een ernstig nadeel te beschouwen. Overigens had de verzoeker daarin zelf klaarheid kunnen brengen door de directie te bevragen. Dat de gunsten die een gedetineerde in de gevangenis op grond van de daar heersende reglementen geniet, afgenomen of verminderd worden, is inherent aan een tuchtstraf, die er precies op gericht is om de gevangene te straffen voor zijn onbehoorlijk gedrag. Op zich is het verlies van deze gunsten (hier de onmogelijkheid om te werken of te sporten) dan ook niet als een nadeel te aanzien dat een schorsing rechtvaardigt. IX-6779-3/4
- De verzoeker maakt niet aannemelijk dat de bestreden tuchtstraf hem een ernstig nadeel berokkent. De vordering wordt om die reden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6779-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.426 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div