id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.482 Rolnummer: A. 169853/X-12679 Zaak: Arrest 203482 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-07 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:41 Fiche Arrest nr 203.482 van 30 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 203.482 van 30 april 2010 in de zaak A. 169.853/X-12.
- In zake: Stefan HEREMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 BRUSSEL Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 januari 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 22 november 2005 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar en vernietiging van de beslissing van 10 februari 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams- Brabant houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning voor het aanleggen van een grindverharding, het plaatsen van een kantoorunit (18m²) en het stallen van voertuigen op een perceel gelegen te Sint-Pieters-Leeuw, Bergensesteenweg, kadastraal bekend sectie E, nr. 630/m. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-12.679-1/8 Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Ghysels, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 31 maart 2004 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de verzoeker aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint- Pieters-Leeuw de vergunning voor “het aanleggen van een grindverharding, het plaatsen van een kantoorunit en het stallen van voertuigen” op een perceel gelegen te Sint-Pieters-Leeuw, Bergensesteenweg, kadastraal bekend sectie E, nr. 630/m.
- De voormelde aanvraag wordt medeondertekend door Roel Vleeracker, namens de n.v. Mava Milieu-advies, de ontwerper van de grafische documenten horend bij de aanvraag.
- Op 5 mei 2004 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw de gevraagde vergunning. X-12.679-2/8
- “In opdracht van” de verzoeker stelt de n.v. Mava Milieu-advies tegen de voormelde weigeringsbeslissing administratief beroep in bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant. Bij dit beroep wordt een volmacht gevoegd die luidt als volgt: “VOLMACHT Ondergetekende, De heer Stefan HEREMANS Dokter Rouxstraat 18 1070 Brussel, bevestigt hierbij dat MAVA Milieu-advies n.v. Gorislaan 49 1820 Steenokkerzeel, in dit dossier vertegenwoordigd door de heer Roel VLEERACKER, het beroep met betrekking tot de geweigerde stedenbouwkundige vergunning voor het aanleggen van een grindverharding, het plaatsen van een kantoorunit (18m²) en het stallen van voertuigen langs de Bergensesteenweg 347 te 1600 Sint-Pieters-Leeuw, zal behandelen, Derhalve wordt hierbij de machtiging verleend tot inzage van alle stukken en wordt tevens de opdracht gegeven het dossier naar behoren te verdedigen bij alle hiertoe bevoegde instanties. Sint-Pieters-Leeuw, 24/06/2004, De heer Stefan HEREMANS”.
- Op 10 februari 2005 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant het door “de heer Roel Vleeracker van NV MAVA (...) namens Stefan Heremans” ingestelde beroep in. Een eensluidend verklaard afschrift van dit besluit wordt aan “Roel Vleeracker van NV MAVA (...) namens (de verzoeker)” toegestuurd.
- Tegen de voormelde beslissing stelt de gemachtigde ambtenaar op 20 april 2005 administratief beroep in bij de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening. Dit beroep wordt op dezelfde dag aan “Roel Vleeracker van NV MAVA” ter kennis gebracht.
- Op 22 april 2005 schrijft Roel Vleeracker aan de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap wat volgt: “Geachte, Wij zijn de raadgevers van de heer Heremans Stefan, de indiener van bovenvermelde vergunningsaanvraag. X-12.679-3/8 De gemachtigd ambtenaar heeft ons op 22/04/2005 in kennis gesteld van zijn hoger beroep tegen het inwilligingsbesluit dd. 10/02/2005 van de Bestendige Deputatie van de provincie Vlaams-Brabant. Hierbij verzoeken wij u om in bovenvermelde zaak te worden gehoord”.
- Op 22 november 2005 beslist de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening het beroep in te willigen. Dit is het bestreden besluit. IV. Onderzoek van de middelen Uiteenzetting van het enig middel
- De verzoeker roept in een enig middel de schending in van “artikel 53, §§ 2 en 3, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (...) en de artikelen 2 en 3 van de Uitdrukkelijke Motiveringswet”: “Doordat, de minister het beroep van de gemachtigde ambtenaar ontvankelijk verklaarde, niettegenstaande niet betwist wordt dat geen kopie van dat beroep gestuurd werd aan de aanvrager Dat de minister de ontvankelijkheid van het beroep van de gemachtigde ambtenaar als volgt motiveert: ‘Overwegende dat de betekening van de beslissing van de bestendige deputatie gebeurde op 29 maart 2005; dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld werd binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing; dat echter de raadsman van de particulier tijdens de hoorzitting aangeeft dat het beroepschrift niet werd overgemaakt aan de aanvrager doch aan de heer R. Vleeracker; dat hij derhalve stelt dat de kennisgeving van het beroep niet conform is met het artikel 53, § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 en zijn latere wijzigingen; dat hij derhalve concludeert dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar onontvankelijk is; Overwegende dat tijdens de beroepsprocedure bij de bestendige deputatie de heer Vleeracker opgetreden is als raadgever; dat hiertoe een volmacht van de aanvrager zelf aan de heer R. Vleeracker werd gegeven, zoals aangehecht bij het beroepschrift; dat de bestendige deputatie haar beslissing dus terecht overgemaakt heeft aan die raadgever; dat thans ook de raadgever werd aangeschreven door de gemachtigde ambtenaar; dat de gemachtigde ambtenaar er ook terecht van kon uitgaan dat deze raadsman ook als gevolmachtigde optrad; dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar derhalve als ontvankelijk moet worden beschouwd;’ Terwijl, eerste onderdeel, artikel 53, § 2 DROG bepaalt dat de gemachtigde ambtenaar zijn beroep terzelfder tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse regering brengt. In casu is de aanvrager de heer Stefan Heremans (...) en niet Roel Vleeracker. X-12.679-4/8 Het beroep van de gemachtigde ambtenaar werd door hem bij aangetekend schrijven d.d. 20 april 2005 enkel betekend aan de heer Roel Vleeracker van de N.V. MAVA. Dit is uiteraard niet de aanvrager, doch enkel de persoon die namens de heer Heremans beroep heeft ingesteld en behandeld bij de Bestendige Deputatie. Het beroep van de gemachtigde ambtenaar is dan ook behept met een schending van een substantiële vormvereiste, vervat in artikel 53, §2 van het DROG, zodat het beroep onontvankelijk is. Het eerste onderdeel is gegrond. Terwijl, tweede onderdeel, artikel 53, § 3 DROG bepaalt dat de beslissingen die de Vlaamse regering neemt over een beroep van de gemachtigde ambtenaar dienen te zijn omkleed met redenen en dat overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van Motiveringswet van 29 juli 1991 de motieven waarop de beslissing in rechte en in feite steunt in de akte zelf moeten opgenomen zijn en dat deze motieven afdoende moeten zijn, d.w.z. dat ze de beslissing moeten kunnen dragen, In het bestreden besluit is de minister van oordeel dat nu de heer Vleeracker met een volmacht voor de bestendige deputatie opgetreden is, de gemachtigde ambtenaar zijn beroep tegen dat besluit ook aan hem mocht betekenen in de plaats van aan de aanvrager, zodat het beroep van de gemachtigde ambtenaar weldegelijk ontvankelijk zou zijn. De minister drukt dit als volgt uit: ‘Overwegende dat tijdens de beroepsprocedure bij de bestendige deputatie de heer Vleeracker opgetreden is als raadgever; dat hiertoe een volmacht van de aanvrager zelf aan de heer R. Vleeracker werd gegeven, zoals aangehecht bij het beroepschrift; dat de bestendige deputatie haar beslissing dus terecht overgemaakt heeft aan die raadgever; dat thans ook de raadgever werd aangeschreven door de gemachtigde ambtenaar; dat de gemachtigde ambtenaar er ook terecht van kon uitgaan dat deze raadsman ook als gevolmachtigde optrad; dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar derhalve als ontvankelijk moet worden beschouwd;’ Dat motief kan de beslissing van de minister dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar ontvankelijk is niet dragen. Het mandaat is meegedeeld en was gekend of kenbaar, zowel voor de gemachtigde ambtenaar als voor de minister. Het mandaat omschrijft de bevoegdheid van de heer Vleeracker nadrukkelijk als het behandelen van het beroep met betrekking tot de geweigerde stedenbouwkundige vergunning. Deze omschrijving bindt niet alleen de lasthebber, maar ook derden (...). Het beroep van de gemachtigde ambtenaar is onontvankelijk. Het gaat dus om een bijzonder, beperkt mandaat, aangezien het mandaat slechts één welbepaalde zaak betreft (...). In het bijzonder kan gewezen worden op een arrest van het Hof van Beroep te Brussel in verzekeringszaken, waarbij het Hof oordeelde dat het mandaat at litem van een advocaat niet het vermoeden wettigt van een meer uitgebreid mandaat, dat to(t) gevolg zou hebben dat een kennisgeving aan de advocaat een verjaringstermijn t.o.v. de cliënt zou doen lopen (...). Het mandaat dat aan de heer Vleeracker gegeven werd, houdt niet in dat hij in de plaats van de cliënt (aanvrager) een eventueel beroep van de gemachtigde ambtenaar dient te ontvangen. Er is ook geen keuze van woonplaats gedaan bij de heer Vleeracker. Het mandaat van de heer Vleeracker liep in casu af met de gunstige uitspraak van de bestendige deputatie. De minister legt de volmacht verkeerd uit. De motivering van de ontvankelijkheid van het beroep van de gemachtigde ambtenaar vindt geen steun in de wet en ook niet in het dossier. Het tweede onderdeel is gegrond”. X-12.679-5/8 Beoordeling
- Het toentertijd geldende artikel 53, § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet) bepaalt: “§
- Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar kunnen bij de Vlaamse regering in beroep komen binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt tezelfder tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse regering gebracht. Komt de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien kennis aan het college”.
- De aangehaalde bepaling legt aan de gemachtigde ambtenaar de verplichting op het beroepschrift zelf ter kennis te brengen van de aanvrager. Alleen de kennisgeving van het beroepschrift stelt de aanvrager in de gelegenheid na te gaan of het beroep van de gemachtigde ambtenaar regelmatig werd ingesteld. De mededeling van het beroepschrift licht de aanvrager in over de datum van het beroep, de overheid bij dewelke het is ingediend, of het op redenen is gesteund en welke die redenen zijn.
- Uit de niet-betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de n.v. Mava Milieu-advies, namens de verzoeker, beroep heeft ingesteld bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant tegen de beslissing van 5 mei 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters- Leeuw, dat de verzoeker daarbij aan de n.v. Mava Milieu-advies, vertegenwoordigd door Roel Vleeracker, de schriftelijke volmacht heeft verleend om “het beroep met betrekking tot de geweigerde stedenbouwkundige vergunning (...)” te behandelen, en deze daarbij de machtiging heeft verleend “tot inzage van alle stukken” en de opdracht om “het dossier naar behoren te verdedigen bij alle hiertoe bevoegde instanties”, alsook dat het beroep dat de gemachtigde ambtenaar op 20 april 2005 bij de bevoegde Vlaamse minister tegen het besluit van 10 februari 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant heeft ingediend, dezelfde dag aan “Roel Vleeracker van NV MAVA”, doch niet aan de aanvrager zelf, werd betekend.
- De kennisgeving aan een persoon van wie op goede gronden kan worden vermoed dat de aanvrager hem als lasthebber heeft aangesteld om zijn belangen ter zake te behartigen, geldt evenwel als een kennisgeving aan de X-12.679-6/8 aanvrager zelf. In de onderhavige zaak bestonden die goede gronden, doordat de lasthebber van de verzoeker in zijn beroep bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant niet heeft gesteld en evenmin uit de bij dit beroep gevoegde volmacht blijkt, dat de n.v. Mava Milieu-advies, vertegenwoordigd door Roel Vleeracker, slechts over een beperkt mandaat beschikte, met name enkel om het beroep in te stellen, doch niet om de beroepsbeslissing in de plaats van de verzoeker te ontvangen. Na kennisname van het beroepschrift van de gemachtigde ambtenaar heeft Roel Vleeracker de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bij schrijven van 22 april 2005 gemeld raadgever te zijn van de verzoeker en hij heeft daarbij verzocht te worden gehoord. In dit schrijven heeft hij geen bezwaren geformuleerd omtrent het feit dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar niet aan de aanvrager zelf ter kennis werd gebracht, noch heeft hij daarin vermeld slechts over een beperkt mandaat te beschikken. Bovendien dient te worden vastgesteld dat de verzoeker niet aangeeft op welke wijze de kennisgeving van het beroep van de gemachtigde ambtenaar enkel aan zijn lasthebber zijn belangen zou hebben geschaad. In de gegeven omstandigheden kan uit de kennisgeving van het beroep aan enkel de lasthebber van de aanvrager niet worden afgeleid dat deze kennisgeving geschiedde met schending van het toentertijd geldende artikel 53, § 2 van het gecoördineerde decreet.
- In het bestreden besluit wordt met betrekking tot de kwestieuze betekening van het beroepschrift van de gemachtigde ambtenaar aan de lasthebber van de aanvrager het volgende overwogen: “Overwegende dat de betekening van de beslissing van de bestendige deputatie gebeurde op 29 maart 2005; dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld werd binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing; dat echter de raadsman van de particulier tijdens de hoorzitting aangeeft dat het beroepschrift niet werd overgemaakt aan de aanvrager doch aan de heer R. Vleeracker; dat hij derhalve stelt dat de kennisgeving van het beroep niet conform is met het artikel 53, § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 en zijn latere wijzigingen; dat hij derhalve concludeert dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar onontvankelijk is; Overwegende dat tijdens de beroepsprocedure bij de bestendige deputatie de heer R. Vleeracker opgetreden is als raadgever; dat hiertoe een volmacht van de aanvrager zelf aan de heer R. Vleeracker werd gegeven, zoals aangehecht bij het beroepsschrift; dat de bestendige deputatie haar beslissing dus ook terecht overgemaakt heeft aan die raadgever; dat thans ook de raadgever werd aangeschreven door de gemachtigde ambtenaar; dat de gemachtigde ambtenaar er ook terecht van kon uitgaan dat deze raadsman ook als gevolmachtigde optrad; dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar derhalve als ontvankelijk moet worden beschouwd”. X-12.679-7/8 Gelet op de voormelde overwegingen van het bestreden besluit en op hetgeen onder randnummer 15 werd gesteld, kan een schending van de formele motiveringsplicht, die te dezen, gelet op de suppletoire aard van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, enkel op het toentertijd geldende artikel 53, § 3 van het gecoördineerde decreet kan zijn gestoeld, evenmin weerhouden worden. Het middel is niet gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig april 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, met bijstand van Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-12.679-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.482 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div