← België

Arrest 203573 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 03/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.573 Rolnummer: A. 170316/IX-5244 Zaak: Arrest 203573 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 03/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-12 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:41 Fiche Arrest nr 203.573 van 3 mei 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 203.573 van 3 mei 2010 in de zaak A. 170.316/IX-5244 In zake : Rogier BRUGGEMAN wonende te Mechelen Sparrenstraat 21 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 februari 2006, strekt tot de nietigver- klaring van het koninklijk besluit van 4 april 2003 in zoverre daardoor Ferdinand Van Neylen en Robert Busschots worden benoemd tot directeur bij een fiscaal bestuur. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
  3. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, en inspecteur Jan De Vleeschouwer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-5244-1/7 Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Bij dienstorder 10/2000 van 23 oktober 2000 worden verschillen- de betrekkingen van directeur bij een fiscaal bestuur in competitie gesteld voor mutatie of bevordering. Op 17 november 2000 kandideert de verzoeker voor verschillende betrekkingen waaronder de betrekking bij de administratie van de Directe Belastingen te Leuven en de betrekking bij het controlecentrum Antwerpen II bij de Administratie van de Ondernemings- en inkomstenfiscaliteit (AOIF). Zowel zijn directe chef bij de Inspectie Mechelen Ven. A als de gewestelijk directeur van de Directe Belastingen Antwerpen II geven een positief advies. Ook F. Van Neylen en R. Busschots kandideren onder meer voor de twee voornoemde betrekkingen. 3.
  6. In een nota van 4 april 2002 legt de directeur-generaal van de Directe Belastingen zijn voorstellen voor aan de directieraad. In die nota wordt vermeld dat de betrekkingen van directeur bij een fiscaal bestuur maar kunnen worden toegekend door mutatie aan ambtenaren die reeds die graad bezitten of door verandering van graad aan de eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur uit de sector taxatie die titularis zijn van een betrekking waaraan de functie van dienstchef is verbonden en die een niveau- anciënniteit van minstens negen jaar hebben. Voor de betrekking van directeur bij de gewestelijke directie Antwerpen II van de Directe Belastingen stelt hij F. Van Neylen voor, R. Busschots wordt niet voorgesteld. IX-5244-2/7 Deze voorstellen gaan vergezeld van een lijst met de rangschik- king van de verschillende kandidaten. De verzoeker komt niet voor onder de kandidaten. Uit die lijst blijkt dat er alleen kandidaten op voorkomen die ofwel reeds de graad van directeur bij een fiscaal bestuur hebben ofwel de graad van eerstaanwe- zend inspecteur met weddeschaal 10S
  7. 3.
  8. Bij koninklijk besluit van 4 april 2003 worden F. Van Neylen en R. Busschots dan benoemd tot directeur bij een fiscaal bestuur. Dit is het thans bestreden besluit. 3.
  9. In antwoord op een vraag tot inlichtingen geformuleerd door het Auditoraat op 12 maart 2009 deelt de verwerende partij op 16 maart 2009 mee dat R. Busschots met ingang van 1 augustus 2008 werd gepensioneerd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  10. De verwerende partij werpt als exceptie op dat de verzoeker niet beschikt over het rechtens vereiste belang omdat de bijlage II bij het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën bepaalt dat enkel een eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, titularis van een betrekking waaraan de functie van dienstchef is verbonden kan worden benoemd tot directeur bij een fiscaal bestuur, zoals ook duidelijk in het dienstorder 10/2000 wordt vermeld. De verzoeker is evenwel benoemd in de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur maar niet als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, titularis van een betrekking waaraan de functie van dienstchef is verbonden. Hij kan bijgevolg niet tot directeur bij een fiscaal bestuur worden benoemd, reden waarom hij niet werd opgenomen in de lijst van de kandidaten die werd voorgelegd aan de directieraad.
  11. De verzoeker antwoordt dat “titularis van een betrekking waaraan de functie van dienstchef is verbonden” geen graad is maar een hoedanigheid terwijl in het besluit de benoemden enkel worden aangeduid met hun graad. IX-5244-3/7 Hij voegt daaraan toe dat hij wel de hoedanigheid heeft van “titularis van een betrekking waaraan de functie van dienstchef is verbonden”, vermits hij als voormalig hoofdcontroleur de hoedanigheid van dienstchef had en deze dus ook na de omvorming van die graad in eerstaanwezend inspecteur heeft behouden. Het feit dat hij sinds zijn eerste benoeming tot hoofdcontroleur werd gemuteerd naar de controle Antwerpen-Ven.10 en nadien naar de controle Mechelen 2, doet daaraan geen afbreuk. Hij verwijst daarvoor naar een brief van 1 oktober 1998 van de verwerende partij waarin wordt vermeld dat de verzoeker zijn functie van eerstaanwezend inspecteur (diensthoofd) opnieuw moest opnemen en naar een omzendbrief van 1 maart 1972 waarin een hoofdcontroleur als een dienstchef wordt beschouwd.
  12. In zijn laatste memorie blijft de verzoeker bij zijn standpunt dat hij wel degelijk voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor een betrekking van directeur bij een fiscaal bestuur. Beoordeling
  13. Met ingang van 1 augustus 2008 werd R. Busschots gepensio- neerd. Zijn benoeming staat een benoeming van de verzoeker in de tot dan toe door R. Busschots bezette betrekking dan ook niet langer in de weg. De verzoeker, wiens aperte belang er in bestaat om zelf in die betrekking te worden benoemd, heeft bijgevolg geen actueel belang meer bij de vernietiging van de benoeming van R. Busschots.
  14. Krachtens de bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel kunnen slechts bij wege van verhoging in graad bevorderd worden tot directeur bij een fiscaal bestuur de eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur, titularis van een betrekking waaraan de functie van diensthoofd is verbonden en die minstens negen jaar anciënniteit tellen in niveau
  15. IX-5244-4/7 Krachtens artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën die behoren tot de niveaus 1 en 2+ werden de hoofdcon- troleurs bij een fiscaal bestuur ambtshalve benoemd tot eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, nieuwe graad van rang 10 die werd opgericht door artikel 1, § 1, van hetzelfde besluit en waarin de vroegere fiscale graden van de rangen 11 en 12 opgaan. Er bestaat geen graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur-diensthoofd maar artikel 3, § 5, van voornoemd besluit bepaalt dat de in aanmerking komende diensten die geleverd zijn in de graden van comptabili- teitsinspecteur bij een fiscaal bestuur, commissaris bij een aankoopcomité en inspecteur bij een fiscaal bestuur (voorheen graden van rang 12) geacht worden verricht te zijn in een betrekking van eerstaanwezend inspecteur waaraan de functie van diensthoofd is verbonden. Daaruit blijkt dat de betrekkingen waaraan vóór de hervorming van de graden, een graad van rang 12 beantwoordde nu worden geacht betrekkingen te zijn van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur waaraan de functie van diensthoofd is verbonden. Luidens artikel 2, A 22/, c van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van Financiën worden de gelokaliseerde betrekkingen van eerstaanwe- zend inspecteur bij een fiscaal bestuur, vastgesteld bij ministerieel besluit, waaraan de functie van dienstchef is verbonden en zij worden bezoldigd met de weddeschaal 10S
  16. Dit laatste besluit werd opgeheven bij artikel 47, 2/, van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de FOD Financiën van het Ministerie van Financiën. Artikel 5, A18/, en artikel 48, 5/, van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 bepaalt dat de eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur met ingang van 1 december 2004 bezoldigd worden als volgt: a) de basisweddeschaal is 10S2; IX-5244-5/7 b) na ten minste vier jaar graadanciënniteit en binnen de perken van de openstaande betrekkingen kan een weddeschaalverhoging tot 10S3 worden bekomen; c) de gelokaliseerde betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur waaraan de functie van dienstchef is verbonden, worden bezoldigd volgens de schaal 10S3, en zij worden toegekend mits een graadanciënniteit van vier jaar. Bijgevolg is niet elke betrekking van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur die inhoudelijk leidinggevend is, een betrekking van “diensthoofd” in de zin van de voornoemde reglementering, en heeft de functie van diensthoofd in voornoemde besluiten een juridisch-technische betekenis. De verzoeker kan niet worden gevolgd waar hij voorhoudt dat hij als voormalig hoofdcontroleur die aan het hoofd stond van een controle bij de omvorming van de graden automatisch geacht moet worden, benoemd te zijn tot eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, diensthoofd. De omzendbrief waarnaar de verzoeker verwijst doet daaraan geen afbreuk. Hij dateert van 1972 en dus van lang vóór voormelde reglementering en de term dienstchef die er in wordt gebruikt heeft niet de juridisch-technische betekenis die er in de besluiten van 1997 en 2005 aan wordt gegeven. Evenmin leidt de brief van 1 oktober 1998 die de verzoeker voorbrengt als stuk B bij zijn memorie van wederantwoord, tot een andere conclusie. Deze brief is het gevolg van de schorsing, bij arrest nr. 75.953 van 28 september 1998, van de tuchtstraf waarbij de verzoeker werd teruggezet in graad, van de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur naar inspecteur bij een fiscaal bestuur. Op het moment dat hij deze tuchtstraf opliep was hij hoofdcontroleur, graad die omgevormd werd tot eerstaanwezend inspecteur, van de controle Antwerpen Venn.
  17. De brief van 1 oktober 1998 doet niets anders dan de verzoeker terug te plaatsen in zijn vroegere betrekking van hoofdcontroleur, intussen eerstaanwezend inspecteur. Uit de door de verwerende partij voorgebrachte brief van 26 oktober 2005 blijkt dat de betrekking te Mechelen 2, waarnaar verzoeker op 1 februari 2000 vanuit Antwerpen muteerde, een functie 10S2 was en dus geen betrekking waaraan de functie van eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd was verbonden. Er mag dan ook worden aangenomen dat zijn functie te Antwerpen IX-5244-6/7 Venn. 10 geen functie van diensthoofd in de zin van de koninklijke besluiten van 1997 en 2005 was.
  18. Bijgevolg voldoet de verzoeker niet aan de voorwaarden voor een benoeming tot directeur bij een fiscaal bestuur en doet hij bijgevolg niet blijken van het rechtens vereiste belang bij de door hem gevorderde vernietiging.
  19. De exceptie van de verwerende partij is dienvolgens gegrond en het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  20. De Raad van State verwerpt het beroep.
  21. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 3 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-5244-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.573 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.