← België

Arrest 203578 - Gerechtsdeurwaarders - 03/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.578 Rolnummer: A. 184289/IX-5696 Zaak: Arrest 203578 - Gerechtsdeurwaarders - 03/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-12 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 04:41 Fiche Arrest nr 203.578 van 3 mei 2010 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 203.578 van 3 mei 2010 in de zaak A. 184.289/IX-5696 In zake : Stijn SCHELDEMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jessie Deckmyn kantoor houdend te Hasselt Luikersteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Peeters kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 177/6 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Bart VYT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hugo Lamon kantoor houdend te Hasselt Schiervellaan 23 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 4 juli 2007, strekt tot de nietigverklaring van: - het koninklijk besluit van 27 april 2007 waarbij Bart Vyt benoemd wordt tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Tongeren; - het ministerieel besluit van 27 april 2007 waarbij het kantoor van Bart Vyt gevestigd wordt in de stad Genk. IX-5696-1/20 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 31 augustus
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
  4. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Jessie Deckmyn, die verschijnt voor de verzoeker, advocaat Jens Mosselmans, die loco advocaat Patrick Peeters verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Hugo Lamon, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. IX-5696-2/20 III. Feiten 3.
  6. Met een bericht in het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 2006 wordt een betrekking van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Tongeren vacant verklaard. De verzoeker dient zijn kandidatuur in op 14 november
  7. De tussenkomende partij deed dit op 7 november
  8. In totaal stellen er zich 38 personen kandidaat. 3.
  9. Op 15 december 2006 geeft de raad van de arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders (hierna : de arrondissementskamer) van het gerechtelijk arrondissement Tongeren over de kandidatuur van de verzoeker als voorlopig advies de beoordeling “uitmuntend”. De verzoeker heeft een anciënniteit van 10 jaar. De verzoeker maakt bij brief van 27 december 2006 zijn opmerkingen omtrent het advies over. Hij wenst dat ook aandacht wordt besteed aan zijn territoriale betrokkenheid in het arrondissement. De arrondissementskamer vult op 16 januari 2007 zijn definitief advies aan met het volgende motief: “Aangezien de heer Scheldeman werkzaam is in het gerechtelijk arrondissement Tongeren en hier een goede reputatie geniet”. 3.
  10. Op 15 december 2006 brengt de arrondissementskamer over de kandidatuur van de tussenkomende partij een “uitmuntend advies” uit “met de bijzondere vermelding omwille van de zeer grote ervaring en het uitermate gunstig deontologisch profiel”. Zij heeft een anciënniteit van 14 jaar en 4 maanden. 3.
  11. De procureur des Konings te Tongeren verleent op 11 januari 2007 een “zeer gunstig advies” voor de verzoeker en op 11 december 2006 een “uitmuntend advies” voor de tussenkomende partij. De Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen verleent op 3 januari 2007 een “gunstig advies” voor beide kandidaten. 3.
  12. Bij koninklijk besluit van 27 april 2007 wordt de tussenkomende partij tot gerechtsdeurwaarder benoemd. Dit benoemingsbesluit, dat het voorwerp IX-5696-3/20 uitmaakt van het voorliggend beroep en dat op 10 mei 2007 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt werd, bevat volgende motieven: “Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid op de artikelen 510, 515, tweede lid en 555quater; (...) Overwegende dat op basis van de vergelijking van de adviezen, beroepser- varing, anciënniteit, opleiding en verdiensten van bovenvermelde kandidaten een aantal vaststellingen kunnen worden gedaan; Overwegende dat alle kandidaten gunstige adviezen mochten ontvangen van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen; dat enkel de heer Eyskens Yves een zeer gunstig advies mocht ontvangen; dat de heer Eyskens Yves echter verder geen aanspraak kan maken op de beste adviezen, zodat bijgevolg op basis van deze adviezen geen rangschikking kan opgemaakt worden tussen de kandidaten onderling; Overwegende dat verder slechts drie kandidaten vanwege de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, een uitmuntend advies op hun naam hebben staan, met name : Dreesen Marc, Geuens Paul en Vyt Bart; Overwegende dat de Raad van de arrondissementskamer van gerechtsdeur- waarders te Tongeren ook haar adviezen heeft uitgebracht, dit op basis van een samenspel van objectieve criteria, zijnde :
  13. ontvankelijkheid van de kandidatuur met betrekking tot de wettelijke voorwaarden inzake leeftijd, getuigschrift, dienstplichtvervulling, homologatie;
  14. wetenschappelijke bekwaamheden van de kandidaat, relevant ten aanzien van het ambt;
  15. gedrag en moraliteit, rekening houdende met ondermeer tucht- en strafrechtelijke opmerkingen, deontologisch en sociaal profiel, wijze waarop de kandidaat zijn dossier aanbrengt en verdedigt, onafhankelijk- heid en onpartijdigheid van de kandidaat;
  16. anciënniteit;
  17. professionele ervaring, tevens rekening houdende met de aard en de continuïteit in de beroepservaring, met de territoriale betrokkenheid sensu lato; Overwegende dat enkel de hierna vermelde kandidaten een uitmuntend advies met bijzondere aanbeveling hebben verkregen, zijnde : Geuens Paul, Vyt Bart en Smeets Raf; Overwegende dat op basis van de verleende adviezen, de volgende rangschikking en onderscheid kan gemaakt worden wat betreft de twee best geklasseerde kandidaten, zijnde : Geuens Paul en Vyt Bart; Overwegende dat enkel deze twee kandidaten immers de combinatie hebben van de beste adviezen, zijnde : uitmuntend advies met bijzondere aanbeveling vanwege de Raad, een uitmuntend advies vanwege de procureur des Konings en een gunstig advies vanwege de procureur-generaal; IX-5696-4/20 Overwegende dat wanneer bovenvermelde kandidaten gerangschikt worden volgens anciënniteit sedert de plaatsvervangingen, dit op basis van de gegevens verstrekt vanwege de Raad, er tot de volgende conclusie kan gekomen worden:
  18. Geuens Paul : 14 jaar en 4 maand en
  19. Vyt Bart : 14 jaar en 4 maand; Overwegende dat de Raad van de arrondissementskamer van Tongeren de volgende berekening hanteert van het aantal jaren in anciënniteit : met name dat de wettelijke en ononderbroken stage met validatie/homologatie wordt in aanmerking genomen en bijgevolg deze datum wordt genomen als moment vanaf wanneer de betrokkene voldoet aan alle benoemingsvoorwaarden en deze dag bijgevolg beschouwd wordt als de dies a quo voor de berekening van de anciënniteit van de respectievelijke kandidaten; Overwegende dat beide kandidaten bijgevolg hier even sterk scoren; Overwegende dat wanneer de loopbaan van betrokkenen als plaatsvervan- gend gerechtsdeurwaarder geanalyseerd wordt, er kan vastgesteld worden dat enerzijds beide kandidaten reeds lange tijd werkzaam zijn op gerechtsdeurwaar- derkantoren in het arrondissement waardoor hun beider capaciteiten inzake kantoorwerk afdoende bewezen werd, en aldus geen onderscheid kan worden gemaakt tussen de kandidaten onderling maar anderzijds dat wat het aantal plaatsvervangingen betreft, wel degelijk een verschil naar voren treedt tussen de kandidaten onderling, met name dat de heer Bart Vyt sedert ettelijke jaren actief is als plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder zonder onderbreking en aldus meer dan 85.000 diverse aktes op zijn palmares heeft staan; dat de plaatsvervangingen van de heer Paul Geuens daarentegen zeer duidelijk aanzienlijk minder zijn; Overwegende dat hierin de heer Bart Vyt zich aldus manifesteert als betere en meer ervaren kandidaat gelet op zijn duidelijke voorsprong als plaatsver- vangend gerechtsdeurwaarder, actief op het terrein; Overwegende dat de heer Vyt Bart aan alle wettelijke benoemingsvoorwaar- den voldoet; Overwegende dat bij de in overwegingneming van alle hierboven vermelde criteria, de heer Vyt Bart als de meest geschikte kandidaat dient te worden weerhouden voor het ambt van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Tongeren.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  20. De verwerende partij vraagt het beroep onontvankelijk te verklaren in zoverre het gericht is tegen de adviezen van de arrondissementskamer en van de procureur des Konings, aangezien die adviezen louter voorbereidend zijn. Terecht antwoordt de verzoeker dat de adviezen niet het voorwerp vormen van het annulatieberoep. De exceptie wordt dan ook verworpen. Dit belet evenwel niet dat de regelmatigheid van deze adviezen, als onderdeel van een complexe administratieve verrichting, bij het onderzoek van de zaak kan betrokken IX-5696-5/20 worden en dat de onregelmatigheid van de bestreden eindbeslissing kan vastgesteld worden op grond van de onregelmatigheid van deze voorbereidende beslissingen. V. Onderzoek van de middelen A. Het eerste middel Standpunt van de partijen
  21. De verzoeker voert in zijn eerste middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de artikelen 510, 512 en 555quater van het Gerechtelijk Wetboek, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van een aantal beginselen van behoorlijk bestuur. In het eerste onderdeel van het middel voert de verzoeker aan dat uit de adviezen, waarop het benoemingsbesluit steunt, niet blijkt dat er een vergelijking van titels en verdiensten is gebeurd, nu de motivering van de adviezen niet strookt met de werkelijkheid en derhalve niet deugdelijk is. Bovendien is er geen overeenstemming tussen het motiverend gedeelte van het advies en het uiteindelijke advies. Over het advies van de procureur des Konings stelt de verzoeker dat niet blijkt waarom de tussenkomende partij een uitmuntend advies krijgt terwijl hij slechts een zeer gunstig advies krijgt. Hijzelf beschikt over een grote maturiteit en onderlegdheid, zoals blijkt uit de adviezen in het administratief dossier terwijl voor de tussenkomende partij geen dergelijke adviezen voorliggen. Hij beschikt over een anciënniteit van meer dan 10 jaar en is nooit het voorwerp geweest van enige klacht, zodat er met betrekking tot de maturiteit tussen hem en de tussenk- omende partij geen verschil bestaat. Inzake de onderlegdheid van de kandidaten bestaat er wel een verschil: hij heeft ervaring met betrekking tot kantoorwerk en met betrekking tot baanwerk, terwijl de ervaring van de tussenkomende partij beperkter en éénzijdiger is. Voorts is de tussenkomende partij werkzaam geweest in het arrondissement Hasselt terwijl hijzelf steeds werkzaam geweest is in het arrondisse- ment Tongeren. De procureur des Konings stelt wel in zijn advies dat de tussen- komende partij een goede kennis van de Franse taal heeft, maar deze bewering -die enkel blijkt uit het cv van de tussenkomende partij- wordt niet gestaafd; daarentegen IX-5696-6/20 heeft hij een bijkomend licentiaatsdiploma in het economisch recht in de Franse taal behaald. Aldus beschikt hij over meer bekwaamheden, titels en verdiensten dan de tussenkomende partij en kon er op basis van het advies van de procureur des Konings geen onderscheid gemaakt worden tussen hem en de tussenkomende partij. Hij besluit dat zijn kandidatuur ten onrechte, enkel en alleen op basis van het advies van de procureur des Konings, verder niet vergeleken is met deze van de tussen- komende partij. Over het advies van de arrondissementskamer van Tongeren stelt de verzoeker dat de arrondissementskamer bepaalde criteria waarvan sprake in het bestreden benoemingsbesluit en die zij zelf heeft vastgesteld, niet in acht genomen heeft, zodat er geen objectieve vergelijking tussen de verzoeker en de tussenkomen- de partij is kunnen gebeuren. Omtrent het criterium “wetenschappelijke bekwaamhe- den” stelt de verzoeker dat hij met onderscheiding het diploma licentiaat in de rechten heeft behaald en dat hij tevens over een bijkomend juridisch licentiaatsdi- ploma economisch recht -behaald in het Frans- beschikt; het feit dat hij onderlegd is in het economisch recht en de Franse taal machtig is, wat van belang is voor Voeren, een taalfaciliteitengemeente, is een meerwaarde voor de functie van gerechtsdeurwaarder en de adviezen dienden hiermee rekening te houden. Omtrent het criterium “gedrag en moraliteit” stelt de verzoeker vast dat de betrokken kandidaten dezelfde waardering krijgen, maar dat de tussenkomende partij een bijzondere vermelding krijgt omwille van haar zeer grote ervaring en haar uitermate gunstig deontologisch profiel terwijl de tussenkomende partij met betrekking tot het deontologisch profiel geen betere evaluatie behaalt; ondanks het feit dat de arrondissementskamer van oordeel is dat de tussenkomende partij een “zeer goed” deontologisch profiel heeft, vermeldt zij in haar advies aan de minister toch dat zij een “uitermate gunstig” deontologisch profiel heeft, waaruit dan weer blijkt dat de arrondissementskamer een advies verleend heeft dat niet in overeenstemming is met het motiverend gedeelte van haar advies. Voorts stelt de verzoeker zich de vraag op welke wijze de arrondissementskamer het deontologisch profiel van de tussenk- omende partij heeft bepaald, nu deze niet werkzaam is in haar arrondissement en er geen elementen in het administratief dossier voorhanden zijn op basis waarvan de beoordeling van dat profiel werd gemaakt; er kan dan ook enkel aan zijn eigen beoordeling waarde worden gehecht, omdat hij jarenlang gewerkt heeft in het gerechtelijk arrondissement Tongeren. Omtrent het criterium “anciënniteit” erkent de verzoeker dat de tussenkomende partij een betere score behaalt: respectievelijk 14 jaar en 4 maanden tegenover 10 jaar, maar hij stelt toch vast dat de arrondisse- IX-5696-7/20 mentskamer dan weer afwijkt van de door haar opgestelde criteria en enkel met betrekking tot de tussenkomende partij een nuance aanbrengt door te stellen dat door het verplicht invoeren van de validatie van de stage haar anciënniteit de iure beperkter is dan haar anciënniteit de facto, waar derhalve geen rekening gehouden wordt met het feit dat de verzoeker sedert 1986 zijn rechtenstudies heeft aangevat en sindsdien een basis aan het leggen is voor zijn huidige bekwaamheid; met andere woorden: het criterium is niet op identieke wijze toegepast, want iemand met meer dan 10 jaar ervaring staat op gelijke voet met een kandidaat die 14 jaar en 4 maanden dienst heeft. Omtrent het criterium “Professionele ervaring rekening houdende met de aard en de continuïteit van de beroepservaring, met de territoriale betrokkenheid sensu lato”, merkt de verzoeker op dat in tegenstelling tot het advies over de tussenkomende partij, dit criterium in zijn advies niet behandeld wordt. Zou dit wel het geval zijn geweest, dan was gebleken dat hij een gunstiger profiel heeft: hij combineert plaatsvervangend werk met kantoorwerk en heeft dus een meer gevarieerde ervaring dan de tussenkomende partij, hetgeen ook bevestigd wordt in de adviezen van de desbetreffende titularis-gerechtsdeurwaarders die voor hem uitermate lovend zijn; in het dossier van de tussenkomende partij daarentegen is geen enkel advies van de titularis-gerechtsdeurwaarder opgenomen. Op grond van dat alles is de verzoeker van mening dat niet blijkt dat de arrondissementskamer alle aspecten in overweging heeft genomen en een vergelijking heeft doorgevoerd tussen de kandidaten; alleszins blijkt niet waarom de tussenkomende partij een uitmuntend advies met de bijzondere vermelding van zeer grote ervaring kreeg, terwijl deze in realiteit beperkter en eenzijdiger is dan de ervaring van de verzoeker. De verzoeker wijst er ook nog op dat het advies vermeldt dat de tussenkomende partij bij de raad bekend is als een uitermate competent kandidaat met grote vaardigheden, terwijl in een overweging van het advies vermeld is dat zij in het gerechtelijk arrondissement Hasselt blijkbaar een zeer goede reputatie geniet, hetgeen tegenstrijdig is. Hij voegt daaraan toe dat over zijn territoriale betrokkenheid in het advies niets vermeld wordt, terwijl de tussenkomende partij geen betrokkenheid heeft met het arrondisse- ment Tongeren en enkel werkzaam is in het arrondissement Hasselt. Hij besluit daaruit dat hij niet overeenkomstig de vooropgestelde criteria beoordeeld werd, zelfs niet nadat hij daar uitdrukkelijk om verzocht had. Gelet op het voorgaande kon de benoemende overheid zich niet baseren op het advies van de arrondissementska- mer zonder dit advies te toetsen aan de werkelijkheid. De lijst van kandidaten, waarbij naast de naam van elke kandidaat telkens de conclusie van de over de betrokkene uitgebrachte adviezen wordt vermeld, kan niet als een afdoende vergelijking van de titels en de verdiensten van een kandidaat worden beschouwd. IX-5696-8/20 In het tweede onderdeel van zijn eerste middel voert de verzoeker aan dat uit het benoemingsbesluit niet blijkt dat de benoemende overheid een inhoudelijke toetsing heeft doorgevoerd met betrekking tot de door haar vooropge- stelde vergelijkingspunten en dat zij niet tot een effectieve vergelijking is overgegaan; de lijst van de kandidaten, waarbij naast de naam van elke kandidaat telkens de conclusie van de over de betrokkene uitgebrachte adviezen wordt vermeld, kan volgens de verzoeker niet als een afdoende vergelijking van de titels en de verdiensten van de kandidaten worden beschouwd. Ook blijkt uit het benoemingsbesluit niet dat de benoemende overheid de correctheid van de gehanteerde criteria getoetst heeft: zij heeft integendeel, zonder toetsing van de adviezen, twee kandidaten overgehouden, hoewel zij bij een inhoudelijke toetsing van de adviezen had kunnen vaststellen dat deze adviezen niet deugdelijk waren. De benoemende overheid heeft op geen enkel ogenblik een afdoende vergelijking gemaakt tussen de verschillende kandidaten; hij werd ten onrechte niet in de vergelijking opgenomen en daardoor is het gelijkheidsbeginsel geschonden. Voorts is het benoemingsbesluit ook niet afdoende gemotiveerd. En door ten onrechte te stellen dat de tussenkomende partij werkzaam is in een gerechtsdeurwaarderskan- toor in het arrondissement Tongeren, terwijl hij enkel werkzaam is in het arrondisse- ment Hasselt, heeft het bestuur geoordeeld op basis van foutieve gegevens; de territoriale betrokkenheid bij het arrondissement waar de plaats vacant is, is nochtans een belangrijk element bij de beoordeling van de kandidaten. De verzoeker stelt ook nog dat zijn aanspraken en verdiensten niet objectief door de benoemende overheid werden onderzocht en vergeleken met deze van de andere kandidaten. Waar het benoemingsbesluit zich beperkt tot de vermelding dat 3 kandidaten vanwege de arrondissementskamer “een uitmuntend advies met bijzondere aanbeveling” hebben verkregen, is het niet duidelijk wat die bijzondere aanbeveling inhoudt en waarom de verzoeker die niet kreeg. Had het bestuur een correcte vergelijking van de kandidaturen uitgevoerd, dan was hij als een meer geschikte kandidaat dan de tussenkomende partij geklasseerd geworden.
  22. De verwerende partij antwoordt dat het middel niet ontvankelijk is omdat het gericht is tegen de adviezen. De vergelijking van titels en verdiensten door de verzoeker is volgens de verwerende partij bovendien niet dienstig daar de Raad van State zich beperkt tot een marginale toetsing. De betrokken adviezen hebben op zich geen vergelijkend karakter. IX-5696-9/20 Ondergeschikt stelt de verwerende partij omtrent het eerste onderdeel dat de argumenten die de verzoeker aanvoert ten aanzien van het advies van de procureur des Konings niet overtuigen. Zij wijst er op dat de tussenkomende partij 4 jaar meer anciënniteit heeft. De bewering dat de tussenkomende partij een beperkte en éénzijdige ervaring heeft, is volgens de verwerende partij onjuist: de tussenkomende partij heeft -zoals in het advies wordt aangegeven- 85.000 diverse akten in alle geledingen van de activiteit betekend. De kennis van het Frans is bovendien geen voorwaarde om tot gerechtsdeurwaarder te worden benoemd in het gerechtelijk arrondissement Tongeren. En uit de adviezen kan wel degelijk worden afgeleid waarom de kandidaten een verschillende beoordeling krijgen: de procureur des Konings hechtte veel belang aan het gegeven dat de tussenkomende partij over een grote anciënniteit beschikte en regelmatig als plaatsvervanger werd aangesteld. Op basis van deze kwaliteiten kon terecht geoordeeld worden dat de tussenkomende partij over voldoende maturiteit en onderlegdheid beschikt om het ambt gedegen uit te oefenen. Wat betreft de grieven tegen het advies van de arrondissementskamer stelt de verwerende partij dat de verzoeker ten onrechte stelt dat de arrondissements- kamer bepaalde criteria zoals vermeld in het bestreden besluit niet in acht heeft genomen. Integendeel, de arrondissementskamer heeft de criteria consequent toegepast op elke kandidaat. De verzoeker kan niet loochenen dat zijn aanvraag en die van de tussenkomende partij werden beoordeeld op grond van alle in het bestreden besluit opgesomde criteria. Waar de verzoeker tracht aan te tonen dat de tussenkomende partij ten onrechte gunstiger werd beoordeeld dan hijzelf stelt de verwerende partij wat volgt: er is rekening gehouden met de diploma’s van de verzoeker, maar een diploma licentiaat in de rechten betekent niet dat er een voorrang gecreëerd wordt op een kandidaat met een getuigschrift van kandidaat gerechtsdeurwaarder; de tussenkomende partij heeft een bijzondere vermelding gekregen omwille van haar zeer grote ervaring en met name vier jaar meer en in feite zelfs acht jaar meer anciënniteit dan de verzoeker; zij verrichtte meer plaatsvervangingen dan de verzoeker. Ook de bewering van de verzoeker dat de arrondissementskamer geen kandidaat kan beoordelen die werkzaam is in een ander arrondissement is volgens de verwerende partij onjuist: zij kon steunen op de informatie die zij kreeg van de arrondissementskamer van Hasselt. Aangaande “professionele ervaring en territoriale betrokkenheid” wijst de verwerende partij er op dat de adviezen van de arrondissementskamer op zich niet vergelijkend zijn. De onderhavige benoemingsprocedure kan niet vergeleken worden met de benoemings- procedures waar de verzoeker naar verwijst nu er thans geen gebruik meer gemaakt wordt van de nota van de syndicus waarin overwegend belang wordt gehecht aan IX-5696-10/20 de territoriale gebondenheid. En toch hield de arrondissementskamer rekening met het criterium van de territoriale betrokkenheid, aangezien in haar definitief advies wordt aangegeven dat de verzoeker zijn uitmuntend advies ontving op basis van de professionele bekendheid in het gerechtelijk arrondissement; dit element was evenwel niet doorslaggevend om de verzoeker een bijzondere vermelding te verlenen. Omtrent het tweede onderdeel van het middel stelt de verwerende partij dat de verplichting om de titels en verdiensten van de kandidaten te vergelijken, niet kan inhouden dat de benoemende overheid de titels en verdiensten van elk van de kandidaten expliciet moet bespreken en vergelijken. Het volstaat dat in het benoemingsbesluit de redenen worden aangegeven op grond waarvan de benoemende overheid, op grond van de door de wet voorgeschreven adviezen, geoordeeld heeft dat de benoemde kandidaat de meest geschikte is om in het vacante ambt benoemd te worden. De verwerende partij wijst er op dat 38 kandidaat- gerechtsdeurwaarders zich kandidaat voor het ambt gesteld hebben en dat, gezien het groot aantal kandidaten, de benoemende overheid terecht beslist heeft om zich in eerste instantie te baseren op het resultaat van de adviezen, alvorens over te gaan tot een vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten. Blijkens het bestreden besluit weerhield de benoemende overheid de heer Geuens en de tussenkomende partij als kandidaat voor het ambt omdat beide kandidaten de combinatie hadden van de beste adviezen. De benoeming van de tussenkomende partij werd geschraagd met de volgende motieven: zij verkreeg de beste adviezen in globo, zij beschikt over de grootste anciënniteit, zij verrichtte het meeste aantal plaatsvervangingen en heeft meer dan 85.000 diverse akten op haar palmares staan. De teleurgestelde kandidaten, waaronder de verzoeker, kunnen in het bestreden besluit lezen waarom ze niet werden gekozen. De verzoeker die, in tegenstelling tot de tussenkomende partij niet kan bogen op de grootste anciënniteit, toont niet aan dat hij in vergelijking met de tussenkomende partij over direct grotere aanspraken op de benoeming beschikt. De formele motiveringsplicht is niet geschonden.
  23. In zijn memorie van wederantwoord stelt de verzoeker nog dat de benoemende overheid geen toetsing gedaan heeft van de inhoudelijke correctheid van de adviezen. Er is geen logisch verband tussen de criteria en de werkelijkheids- getrouwe toepassing ervan, evenmin als er een logisch verband is tussen de adviezen en het benoemingsbesluit; het curriculum van de tussenkomende partij is overgenomen zonder enige beoordeling uit te spreken over de correctheid ervan. Er IX-5696-11/20 kon zelfs geen vergelijking gebeuren van titels en verdiensten van de kandidaten aangezien de adviezen van de titularissen ontbreken, aangezien het administratief dossier ook het Franstalig juridisch diploma van de verzoeker niet bevat en aangezien verkeerdelijk wordt vermeld dat de tussenkomende partij in het arrondissement Tongeren werkt. Het definitief advies van 11 januari 2007 maakt overigens geen deel uit van het administratief dossier. De formele en materiële motiveringsplicht werden duidelijk geschonden, aangezien de tussenkomende partij niet over de grootste anciënniteit beschikt, zij niet werkzaam is in het arrondisse- ment Tongeren, er talloze kandidaten werden benoemd met minder anciënniteit en minder plaatsvervangingen/ervaring, terwijl het betekenen van een aantal akten een nietszeggend en irrelevant argument is in het licht van de vooropgestelde objectieve criteria. De verzoeker beschikt over twee voor het beroep relevante juridische licentiaatsdiploma’s, waaronder één Franstalig juridisch diploma. Hij legt een uitgebreid palmares aan gevolgde studiedagen en bijscholing voor en zijn dossier werd gestaafd met lovende aanbevelingsbrieven.
  24. In zijn laatste memorie blijft de verzoeker het standpunt verdedigen dat de benoemende overheid haar beoordelingsbevoegdheid niet correct uitgeoefend heeft omdat zij niet is uitgegaan van de juiste feitelijke omstandighe- den, deze niet correct heeft beoordeeld en op grond daarvan niet in redelijkheid tot haar besluit gekomen is. Er is geen redelijke toetsing gebeurd van de criteria die door de arrondissementskamer werden vooropgesteld en hetzelfde geldt voor de uitgebrachte adviezen en het benoemingsbesluit. De verzoeker herhaalt dat zijn anciënniteit verkeerd werd ingeschat, doordat geen rekening werd gehouden met de jaren die hij gestudeerd heeft voor het behalen van twee diploma’s: op die manier had hij eigenlijk een anciënniteit van 16 jaar verworven, terwijl in een aantal arrondissementen een anciënniteit van 8 jaar volstaat om benoemd te worden. Rekening houdend met het beperkte anciënniteitsverschil kan niet geoordeeld worden dat de tussenkomende partij meer beroepservaring zou hebben. En een inhoudelijke vergelijking van het werk laat die conclusie evenmin niet toe, inzonderheid omdat het criterium van het aantal betekende akten een onredelijk criterium is. Ook de verwijzing naar de kennis van het Frans door de tussenkomende partij kan haar geen voorsprong opleveren aangezien de verzoeker een Franstalig diploma kan voorleggen. Voorts wijst de verzoeker erop dat op geen enkel ogenblik duidelijk wordt gemaakt wat het criterium “territoriale gebondenheid sensu lato” inhoudt en er geen vergelijking is gebeurd. Nochtans blijkt uit vroegere benoe- mingsbesluiten -en ook nog uit een benoemingsbesluit van 7 juni 2009- dat de IX-5696-12/20 territoriale gebondenheid zeer relevant was. Aangezien hij voor elk criterium op zich en over de ganse lijn over zichtbaar betere aanspraken beschikt dan de tussenkomende partij, is de beoordeling van de benoemende overheid en de adviesverlenende instanties onjuist en kennelijk onredelijk. Beoordeling
  25. In het kader van een complexe verrichting kan de onwettigheid van een voorbereidende beslissing tot de nietigverklaring leiden van het eindbesluit. Dit is het geval met het advies van de arrondissementskamer en van de gerechtelijke overheden. Het middel is ontvankelijk.
  26. De benoeming van een gerechtsdeurwaarder is een benoeming naar keuze. Dergelijke beslissing moet overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de feitelijke en juridische overwegingen bevatten die aan het besluit ten grondslag liggen en die vermeldingen moeten afdoende zijn. Ze moet ook terdege materieel gemotiveerd zijn en op deugdelijke grondslagen berusten, wat betekent dat het bewijs geleverd moet worden dat de geschiktheid, de aanspraken en de verdiensten van de kandidaten objectief onderzocht en vergeleken zijn op basis van objectieve, redelijke en pertinente criteria. De formele motiveringsverplichting houdt in dat een benoemings- beslissing als de hier bestredene in positieve zin gemotiveerd moet worden; er moet aangeduid worden waarom de benoemde kandidaat de voorkeur gekregen heeft, er moet niet aangeduid worden waarom de andere kandidaten niet benoemd zijn. Dit betekent niet dat het benoemingsbesluit zich mag beperken tot de vermelding dat de benoemde kandidaat de benoemingsvoorwaarden vervult of dat het kan volstaan de kwaliteiten van de benoemde op te sommen; uit het besluit moet opgemaakt kunnen worden welke redenen het bestuur ertoe gebracht hebben de ene kandidaat boven de andere te verkiezen. Dat betekent ook niet dat noodzakelijkerwijze de aanspraken van alle kandidaten besproken moeten worden, maar wel dat het bestuur de criteria aanwijst op grond waarvan zij er uiteindelijk toe gekomen is aan de benoemde de voorkeur te geven, hetgeen de teleurgestelde kandidaten moet toelaten uit te maken op grond van welke objectieve, redelijke en pertinente criteria zij voorbijgegaan zijn. IX-5696-13/20 De verplichting om de titels en de verdiensten van de kandidaten te vergelijken op grond van objectieve, redelijke en pertinente criteria geldt ook wanneer een groot aantal personen zich kandidaat stelt voor een vacante betrekking. In dergelijk geval mag het bestuur de beoordeling wel in verschillende fasen laten verlopen. In een eerste fase wordt dan op grond van de toetsing van de kandidaturen aan de algemene beoordelingscriteria die het bestuur uitgewerkt heeft, een selectie gemaakt om vervolgens in een tweede fase bij de enkele kandidaten die als de meest geschikte voorkomen, een doorgedreven onderzoek naar de titels en de verdiensten te voeren en de uiteindelijke keuze te bepalen. Voor het maken van de eerste selectie kan de benoemende overheid afgaan op het onderzoek uitgevoerd door organen die haar adviseren en dat zij tot het hare maakt; zij hoeft zelf het onderzoek niet individueel voor alle kandidaturen over te doen, maar in dat geval neemt zij wel de onregelmatigheden die eventueel aan het advies kleven, tot de hare.
  27. Artikel 512, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de minister van Justitie het met redenen omkleed advies dient in te winnen van de procureur-generaal, van de procureur des Konings en van de raad van de arrondissementskamer over de verdiensten en de bekwaamheid van de kandidaten. Deze adviezen vormen een essentieel onderdeel van de benoemingsprocedure, waarmee de benoemende overheid, ook al is zij door de adviezen niet gebonden, bij haar beslissing rekening dient te houden.
  28. De verwerende partij heeft een trapsgewijze selectie doorgevoerd en zij heeft daarvoor gesteund op de door haar ingewonnen adviezen. Zij heeft de kandidaten geselecteerd die de beste adviezen mochten ontvangen en zij heeft daarbij groot belang gehecht aan de adviezen van de arrondissementskamer over de verschillende kandidaten. Deze adviezen zijn gesteund op een “samenspel van criteria” die werden vastgelegd tijdens de vergadering van de arrondissementskamer van Tongeren op 17 oktober 2006 en die luiden als volgt: “De beoordelingscriteria zijn identiek voor alle kandidaten en zullen voor alle kandidaten op identieke wijze worden toegepast. Er zal rekening worden gehouden met : De ontvankelijkheid van de kandidatuur, rekening houdende met de wettelijke vereisten inzake ondermeer leeftijd, diploma, getuigschrift, dienstplichtvervulling, homologatie. Wetenschappelijke bekwaamheden, relevant ten aanzien van het ambt. IX-5696-14/20 Gedrag en moraliteit, tucht- en strafrechterlijke opmerkingen, deontologisch en sociaal profiel ten aanzien van de justiciabele en de instellingen, voorbreng- en en verdedigen van de kandidatuur en de bekwaamheden, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de kandidaat. Anciënniteit, berekend in maanden vanaf de datum van de homologatie of validatie van de stage - het bekomen van de hoedanigheid van kandidaat gerechtsdeurwaarder - tot de dag van de publicatie van de vacature, hetzij 16.10.2006, onder aftrek van een eventuele schorsing en of een eventuele professionele onderbreking. Professionele ervaring rekening houdende met de aard en de continuïteit van de beroepservaring, met de territoriale betrokkenheid sensu lato.”
  29. In dit geval beschikte de verwerende partij, op basis van de wettelijk voorgeschreven adviezen, over een beoordeling van de titels en verdien- sten van de betrokken kandidaten. Het stond haar vrij om deze adviezen al dan niet te volgen.
  30. De verzoeker bekritiseert de adviezen van de procureur des Konings en van de raad van de arrondissementskamer. Hij meent dat de titels en verdiensten van de beide kandidaten niet deugdelijk zijn onderzocht en dat niet duidelijk is waarom de tussenkomende partij een betere beoordeling kreeg. In het kader van zijn wettigheidscontrole stelt de Raad van State zijn beoordeling over de titels en verdiensten van de kandidaten niet in de plaats van de benoemende overheid. Hij kan enkel nagaan of de door de overheid uitgebrachte beoordeling steunt op correcte gegevens die met het administratief dossier worden aangetoond en die adequaat bij de vergelijking van de kandidaten betrokken kunnen worden; ook gaat hij na of de beoordeling niet kennelijk onredelijk is. Zelfs wanneer zou blijken dat de verzoeker op bepaalde punten beter scoort dan de tussenkomende partij, toont dit niet de onjuistheid noch de kennelijke onredelijkheid van de adviezen aan. Dat is bijvoorbeeld het geval met de verwijzing door de verzoeker naar het feit dat hij een bijkomend diploma economisch recht in het Frans bezit of het feit dat hij werkzaam is in het gerechtelijk arrondissement Tongeren. Het is op zich ook niet kennelijk onredelijk de anciënniteit van de tussenkomende partij hoger in te schatten en haar onder meer op deze grond een betere waardering te geven. IX-5696-15/20 Wat betreft de concrete vergelijking van de titels en de verdien- sten leidt het onderzoek van het dossier tot volgende vaststellingen: - het criterium anciënniteit is een belangrijk criterium in de vergelijking en de tussenkomende partij heeft onmiskenbaar een grotere anciënniteit dan de verzoeker. Het is logisch dat de tussenkomende partij daarin een voorsprong vindt. De omstandigheid dat de verzoeker in het verleden zelf voorbijgestoken is door kandidaten met minder anciënniteit doet aan die vaststelling niets af, nu in die gevallen andere beweegredenen gespeeld kunnen hebben en het criterium anciënniteit belangrijk, maar niet absoluut is; - wat diploma’s betreft, stelt de verzoeker dat hij over een rechtendiploma beschikt en over een licentie economisch recht terwijl het diploma van de tussenkomende partij niet van universitair niveau is. Dat onderscheid kan evenwel geenszins bepalend zijn voor de keuze, aangezien de wet geen onderscheid maakt tussen de kandidaten die op grond van artikel 510 Ger. W. een benoeming wensen te krijgen en die welke op grond van de overgangsbepalingen van artikel 555quater, Ger. W. voor een benoeming in aanmerking komen. Beide categorieën worden in principe geacht op gelijke wijze een deugdelijke voorbereid te zijn om het ambt van gerechtsdeurwaarder te kunnen uitoefenen. Voorts is het bezit van een Franstalig universitair diploma wel een feitelijk bewijs dat de verzoeker Frans kent, maar dit neemt niet weg dat de tussenkomende partij blijkens de niet- betwiste gegevens van haar curriculum eveneens de Franse taal machtig is, aangezien zij onder meer een cursus juridisch Frans gevolgd heeft. En in elk geval toont de verzoeker niet aan dat de kennis van de Franse taal een juridische vereiste of een vereiste is die voor de praktijk van groot belang is in het gerechtelijk arrondissement Tongeren; - de verwijzing naar de territoriale verbondenheid moet gerelativeerd worden in die zin dat de arrondissementskamer ter gelegenheid van deze benoeming anders dan voorheen niet meer met een puntensysteem van de syndicus heeft gewerkt, maar met objectieve beoordelingscriteria die vooraf waren vastgesteld. Aldus wordt de territoriale verbondenheid hier beoordeeld in het kader van de professionele ervaring en is zij niet meer zo sterk als voorheen verbonden met het gerechtelijk arrondissement waar de vacature zich situeert. De vaststelling dat de verwerende partij in een recent benoemingsbesluit uitdrukkelijk verwijst naar de “streekge- bondenheid (van de benoemde) in het gerechtelijk arrondissement Tongeren” bewijst op zich niet dat de verwerende partij in dit geval onregelmatig gehandeld heeft door in de territoriale verbondenheid van de verzoeker geen decisief criterium te vinden om hem te benoemen. Overigens blijkt uit het dossier dat de IX-5696-16/20 tussenkomende partij als plaatsvervanger aanstellingen heeft verkregen in het arrondissement Tongeren. Een en ander leidt tot het besluit dat de verzoeker op enkele vooraf bepaalde criteria beter scoort dan de tussenkomende partij, maar dat op andere punten de tussenkomende partij een voorsprong neemt. Globaal genomen toont de verzoeker niet aan dat hij over zichtbaar betere aanspraken beschikt waardoor de beoordeling van de benoemende en de adviesverlenende instanties onjuist of kennelijk onredelijk zou zijn.
  31. In het advies van de procureur des Konings wordt aan de verzoeker een zeer gunstig advies verleend terwijl de tussenkomende partij een uitmuntend advies verkrijgt. Die verschillende beoordeling blijkt te steunen op de meerwaarde die wordt gehecht aan de langere ervaring van de tussenkomende partij, aan het aantal akten dat zij heeft betekend en aan het feit dat zij is opgetreden in uitvoering van alle facetten van de functie, evenals op haar ruime anciënniteit en intense taakuitoefening.
  32. Anders dan wat de verzoeker voorhoudt, is zijn aanvraag wel degelijk beoordeeld aan de hand van de criteria die in het bestreden benoemingsbe- sluit vermeld staan; zijn kandidatuur is ontvankelijk bevonden (eerste criterium); de arrondissementskamer maakt voorts melding van het diploma van licentiaat in de rechten, van een Franstalig diploma economisch recht (tweede criterium), van de afwezigheid van tuchtsancties, de afwezigheid van negatieve gegevens met betrekking tot gedrag en moraliteit en stelt dat hij een gunstig deontologisch profiel heeft (derde criterium) en een anciënniteit van 10 jaar (vierde criterium). Het definitief advies vermeldt ook de territoriale betrokkenheid van de verzoeker (vijfde criterium).
  33. De verzoeker is terecht van mening dat hij op bepaalde punten beter scoort dan de tussenkomende partij. Dit neemt evenwel niet weg dat de adviezen waarop het bestreden besluit steunt de titels en verdiensten van de beide kandidaten globaal beoordelen. Het komt de Raad van State niet toe om te bepalen welke waarde moet worden gehecht aan elk van de gehanteerde criteria. Het besluit is niet onregelmatig omdat het bestuur andere prioriteiten legt dan de verzoeker. De verwijzing naar de bijzondere vermelding inzake de ervaring en het uitermate IX-5696-17/20 gunstig deontologisch profiel en de veel grotere anciënniteit van de tussenkomende partij kunnen verklaren waarom de tussenkomende partij de voorkeur krijgt.
  34. De verzoeker toont de onwettigheid van de betrokken adviezen niet aan. Het middel is niet gegrond. B. Het tweede middel Standpunt van de partijen
  35. In zijn memorie van wederantwoord voert de verzoeker een nieuw middel aan, afgeleid uit de schending van het recht op een gelijke en objectieve behandeling van zijn kandidatuur. Hij stelt dat uit de inventaris van het administra- tief dossier blijkt dat een aantal stukken geen deel uitmaakten van de versie van het benoemingsdossier dat door de FOD Justitie hem op 12 juni 2007 werd overge- maakt. Het zou gaan om de stukken 9 “opmerkingen vanwege verzoeker op het voorlopig advies van de arrondissementskamer”, 10 “definitief advies van de arrondissementskamer van 16 januari over verzoekers kandidatuur” en 17 “puntensysteem van de syndicus”. De arrondissementskamer heeft een onvolledig administratief dossier overgemaakt aan de benoemende overheid. Het stuk “puntensysteem van de Syndicus” wordt voor de eerste maal tijdens de procedure voor de Raad van State bijgebracht door de Belgische Staat, zodat de benoemende overheid daar geen kennis van had en haar besluit niet daarop gesteund kan hebben. Door het ontbreken van het stuk met de opmerkingen van de verzoeker op het voorlopig advies van de arrondissementskamer heeft de benoemende overheid geen kennis kunnen nemen van zijn bedenkingen. De stukken 9 en 10 van het administratief dossier zijn volgens de verzoeker essentiële elementen van zijn kandidatuur; nu deze niet ter kennis van de benoemende overheid gebracht werden op het tijdstip dat zij tot benoeming diende over te gaan, heeft zij geen deugdelijke vergelijking van de kandidaturen kunnen uitvoeren en staat vast dat de kandidaturen niet gelijk behandeld werden. In zijn laatste memorie blijft de verzoeker op het standpunt dat zijn dossier niet volledig aan de benoemende overheid werd voorgelegd, aangezien hem geen volledig dossier werd overgemaakt toen hij de benoemende instantie IX-5696-18/20 daarom heeft verzocht. Hij houdt dan ook vol dat een deugdelijke vergelijking van de kandidaturen niet mogelijk was. Hij stelt dat het aan de benoemende instantie is om aan te tonen dat desbetreffende stukken in aanmerking genomen werden bij de beoordeling. Beoordeling
  36. In zoverre de verzoeker met het middel vastgesteld wil zien dat hij niet alle stukken die het bestuur in zijn beslissingsproces betrokken heeft, heeft kunnen inzien, dient opgemerkt dat de desbetreffende onwettigheid geen gevolgen kan hebben op de regelmatigheid van het bestreden besluit zelf. In zoverre de verzoeker in het middel aanvoert dat de benoemende overheid geen kennis heeft kunnen nemen van alle stukken van het administratief dossier, baseert de verzoeker zijn stelling op het stuk “Kandidatuurstelllingsdossier van de heer Scheldeman Stijn gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondisse- ment Tongeren”. Gewis wordt in dit stuk geen melding gemaakt van de brief met de opmerkingen van de verzoeker over het voorlopig advies en ook niet van het definitief advies van de arrondissementskamer. Zulks betekent evenwel niet dat de benoemende overheid geen kennis gekregen heeft van desbetreffende stukken. Wat betreft het puntensysteem dat door de syndicus werd gehanteerd kan worden herhaald wat bij de bespreking van het eerste middel reeds aan bod gekomen is, te weten dat de arrondissementskamer zich bij het opstellen van adviezen niet gesteund heeft op dit puntensysteem waardoor het voor de beoordeling door de benoemende overheid zonder belang was om over dit stuk te beschikken. Het tweede middel is niet gegrond. BESLISSING
  37. De Raad van State verwerpt het beroep.
  38. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. IX-5696-19/20 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 3 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-5696-20/20 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.578 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.