← België

Arrest 203580 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 03/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.580 Rolnummer: A. 119612/IX-3292 Zaak: Arrest 203580 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 03/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-12 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:41 Fiche Arrest nr 203.580 van 3 mei 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 203.580 van 3 mei 2010 in de zaak A. 119.612/IX-3292 In zake : Hugo GOOSSENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean Bourtembourg kantoor houdend te Brussel Zwitserlandstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën Tussenkomende partij in schorsingsprocedure : Noël COLPIN wonend te Sint-Jans-Molenbeek Koecksplein 3 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 13 april 2002, strekt tot de nietigverkla- ring van:
  2. het koninklijk besluit van 27 februari 2002 waarbij Noël COLPIN wordt benoemd tot directeur-generaal in overtal bij de Administratie der douane en accijnzen en wordt aangewezen om de functie van tweetalig adjunct uit te oefenen bij de directeur-generaal,
  3. de impliciete weigering om de verzoeker te bekleden met de graad van directeur- generaal in overtal en aan te wijzen als tweetalig adjunct bij de directeur- generaal van de Administratie der douane en accijnzen. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 114.388 van 13 januari 2003 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. IX-3292-1/7 De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
  5. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frank Vandevoorde, die loco advocaat Jean Bourtembourg verschijnt voor de verzoeker, en inspecteur Jan De Vleeschouwer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. De verzoeker was auditeur-generaal van financiën bij de Administratie der douane en accijnzen. 3.
  8. Op 5 maart 2001 wordt een oproep gedaan tot de kandidaten voor een betrekking van tweetalig adjunct bij de directeur-generaal van de Administratie der douane en accijnzen. Drie personen stellen zich kandidaat, waaronder de verzoeker en N.C. IX-3292-2/7 3.
  9. Op 26 maart 2001 beslist de directeur-generaal, na onderzoek en vergelijking van de kandidaten, om de verzoeker voor die functie voor te stellen. Op 30 maart 2001 treedt de directieraad dit voorstel bij. 3.
  10. Op 14 september 2001 onderzoekt de directieraad een bezwaar- schrift dat door N.C. tegen die beslissing werd ingediend en beslist hij om N.C. voor te stellen voor de functie. 3.
  11. Bij koninklijk besluit van 29 november 2001 wordt N.C. benoemd tot de graad van auditeur-generaal van financiën met ingang van 1 december
  12. 3.
  13. Op 18 januari 2002 verwerpt de directieraad een bezwaarschrift van de verzoeker tegen de beslissing van 14 september 2001 om N.C. voor te stellen voor de functie van tweetalig adjunct bij de directeur-generaal. 3.
  14. Bij koninklijk besluit van 27 februari 2002 wordt N.C. met ingang van 1 maart 2002 benoemd tot directeur-generaal in overtal en aangesteld als tweetalig adjunct bij de directeur-generaal. Dit is het eerste bestreden besluit. 3.
  15. Bij ministerieel besluit van 9 augustus 2002 wordt N.C. aangesteld tot het uitoefenen van het hoger ambt in de graad van auditeur-generaal van financiën van 1 maart 2001 tot en met 30 november
  16. 3.
  17. Bij koninklijk besluit van 24 december 2002 wordt de ranginne- ming van N.C. in de graad van auditeur-generaal van financiën vastgesteld op 1 maart 2001, wordt voormeld koninklijk besluit van 27 februari 2002 ingetrokken (in de Franse tekst staat “abrogé”) en wordt N.C. met ingang van 1 maart 2002 benoemd tot directeur-generaal in overtal en aangewezen als tweetalig adjunct bij de directeur-generaal. 3.
  18. Bij koninklijk besluit van 9 mei 2008 wordt aan de verzoeker eervol ontslag uit zijn ambt verleend met ingang van 1 april 2008 en mag hij zijn aanspraak op het pensioen laten gelden. IX-3292-3/7 IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
  19. De verwerende partij werpt als exceptie op dat de vordering zijn voorwerp heeft verloren nu het bestreden besluit is ingetrokken. De verzoeker heeft evenwel op regelmatige wijze in zijn memorie van wederantwoord, zijnde het eerste nuttige processtuk na de kennisname van het nieuwe benoemingsbesluit van 24 december 2002 in de memorie van antwoord, het beroep uitgebreid tot dat besluit, en dit dus binnen de zestig dagen na de kennisname ervan. De exceptie wordt verworpen. V. Ontvankelijkheid van het beroep
  20. Met een brief van 8 januari 2009 is de verzoeker door de staatsraad-verslaggever ambtshalve gevraagd om zijn belang bij het onderhavige beroep te verduidelijken, in het bijzonder gelet op zijn oppensioenstelling met ingang van 1 april
  21. Met een brief van 10 februari 2009 heeft de verzoeker geantwoord nog steeds over een actueel belang te beschikken bij het onderhavige beroep. Met name is hij van mening op grond van de toenmalige wetgeving en reglementering nog steeds recht te hebben op een benoeming tot tweetalig adjunct bij de directeur- generaal na de vernietiging van de bestreden benoeming en dit als herstel in zijn rechten en als herstel van de hem destijds aangedane materiële en morele schade. Hij voegt daaraan toe dat door het uitblijven van een gunstig arrest van de Raad van State, jarenlang geen pensioenrechten te hebben kunnen opbouwen in de graad van directeur-generaal, wat thans een weerslag heeft op zijn rustpensioen. Voorts zet hij uiteen gemachtigd te zijn de titel van zijn ambt, auditeur-generaal van financiën, eershalve te voeren en stelt hij, zonder de tussenkomst van een gunstig arrest in de onderhavige zaak nooit de hem toekomende titel van ere-directeur-generaal te zullen kunnen voeren. IX-3292-4/7 Beoordeling
  22. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover.
  23. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoeker, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor hij niet wordt aangesteld in een betrekking waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld maar waarin integendeel iemand anders wordt aangesteld, is door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat die betrekking opnieuw open wordt verklaard en dat hij aldus de kans krijgt om zelf, in de plaats van degene wiens benoeming nietig is verklaard, in die betrekking te worden aangesteld en om ze daadwerkelijk waar te nemen. De verzoeker is bij koninklijk besluit van 9 mei 2008 eervol ontslag uit zijn ambt verleend. Te dezen had de verwerende partij niet de absolute rechtsplicht om de verzoeker te benoemen, maar ging het integendeel om een benoeming naar keuze. De bestreden benoeming is immers verleend na een met redenen omkleed advies van de directieraad dat gesteund is op een vergelijking van verdiensten, waarde en geschiktheid. De overheid heeft dan ook niet de rechtsplicht om, in geval van vernietiging van de bestreden benoeming, de verzoeker met terugwerkende kracht tot de graad van directeur-generaal bij de Administratie der douane en accijnzen te benoemen en zijn loopbaan te reconstrueren. Een vernietigingsarrest kan derhalve niet meer bijdragen tot het rechtsherstel dat de verzoeker met zijn beroep ambieert, met name zelf benoemd of bevorderd worden in de betrokken functie. De verzoeker geeft dan ook niet langer blijk van een materieel belang bij zijn beroep.
  24. De verzoeker beroept zich voorts op een financieel belang, dat erin bestaat dat hij geen pensioenrechten heeft kunnen opbouwen in de graad van directeur-generaal. Dit is een belang dat hij kan doen gelden in het kader van een vordering tot schadevergoeding. Een dergelijke vordering behoort tot de uitsluitende IX-3292-5/7 bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. Mocht de verzoeker bedoelen dat zijn belang erin bestaat om de bestreden benoeming bij een arrest van de Raad van State onwettig te horen verklaren, om op grond van deze met gezag van gewijsde beklede uitspraak een vordering tot schadevergoeding voor de justitiële rechter kracht bij te zetten, dan gaat het in een dergelijk geval om een voordeel dat niet verbonden is met het doen verdwijnen van de bestreden benoeming uit het rechtsverkeer, maar enkel met het gegrond horen verklaren van één of meer middelen. Een dergelijk belang is een onrechtstreeks belang, dat niet volstaat voor de ontvankelijkheid van het voorliggende beroep.
  25. Er zijn voorts geen bijzondere omstandigheden die doen blijken van een ander belang, met name een moreel belang. Het niet gemachtigd zijn om eershalve de titel van directeur-generaal te kunnen voeren, kan niet als een dergelijk belang worden beschouwd. Daarenboven bevatten de motieven van het bestreden besluit geen enkele overweging die, objectief gezien, van aard is de eer of de goede naam van de verzoeker aan te tasten.
  26. Gelet op het voorgaande, blijkt dat de verzoeker niet aantoont dat hij nog een actueel belang heeft bij het onderhavige beroep. Dit geldt eveneens voor de impliciete weigering om de verzoeker te bekleden met de graad van directeur- generaal in overtal en aan te wijzen als tweetalig adjunct bij de directeur-generaal van de Administratie der douane en accijnzen. Bijgevolg is het beroep onontvankelijk. BESLISSING
  27. De Raad van State verwerpt het beroep.
  28. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. De tussenkomende partij in de schorsingsprocedure wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. IX-3292-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 3 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-3292-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.580 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.110.588 ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.110.589 ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.114.388 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.