← België

Arrest 203742 - Milieuvergunningen - 06/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.742 Rolnummer: A. 195261/VII-37641 Zaak: Arrest 203742 - Milieuvergunningen - 06/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-18 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:42 Fiche Arrest nr 203.742 van 6 mei 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 203.742 van 6 mei 2010 in de zaak A. 195.261/VII-37.

  1. In zake: Ivan VERCAMMEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Ryckaert kantoor houdend te Eeklo Koningin Astridplein 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te Avelgem Kasteelstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 20 januari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 19 november 2009 waarbij het beroep aangetekend tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 14 mei 2009, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan Ivan Vercammen om een veeteeltbedrijf, gelegen aan de Oostmolenhoek 5 te Aalter, verder te exploiteren en te veranderen, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. VII-37.641-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 april
  4. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Celine Haegeman, die loco advocaat Luc Ryckaert verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Charlotte Verhaeghe, die loco advocaat Filip Vincke verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verzoeker exploiteert een veeteeltbedrijf aan de Oostmolen- hoek 5 te Aalter. Hij heeft de inrichting in 1993 overgenomen van zijn vader. Er gold toen een vergunning die op 8 december 1988 werd verleend door de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, voor een termijn van twintig jaar, voor 1.200 varkens, 100 runderen, een bijhorende mestopslag en een opslag van brandstof. De inrichting ligt volgens het gewestplan in industriegebied. 3.
  7. Kort voor het verstrijken van de lopende vergunning, op 12 november 2008, dient de verzoeker een milieuvergunningsaanvraag in voor de verdere exploitatie en verandering van de inrichting. 3.
  8. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aalter adviseert ongunstig omwille van de planologische onverenigbaarheid. VII-37.641-2/7 3.
  9. Op 14 mei 2009 verleent de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen de milieuvergunning voor 449 varkens, 133 runderen, een bijhorende mestopslag en een aantal andere bijhorende onderdelen, voor een termijn van vijftien jaar. 3.
  10. De gemeente Aalter dient hierop een administratief beroep in. In de beroepsakte van de gemeente Aalter wordt onder meer gesteld dat de gebouwen stedenbouwkundig niet vergund zijn en ook niet vergund kunnen worden. 3.
  11. Ingevolge het beroep worden de volgende adviezen verleend : - de Vlaamse Milieumaatschappij is van oordeel geen advies te moeten verlenen, omdat de argumenten van het beroep geen verband houden met haar bevoegdheden; - de afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid adviseert ongunstig omdat blijkt dat op 26 mei 1970 een stedenbouwkundige vergunning is afgeleverd voor het oprichten van een magazijn, doch dat een belangrijk deel van de bedrijfsgebouwen, waarin de activiteiten van de inrichting plaatsvinden, niet stedenbouwkundig is vergund. Het advies stelt dat bijgevolg geen uitzonderings- maatregel kan worden toegepast; - de afdeling Milieuvergunningen en de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie adviseren eveneens ongunstig. De verzoeker wordt op de zitting van de Gewestelijke Milieuver- gunningscommissie gehoord. Hij heeft er blijkbaar geen verduidelijking gegeven over de stedenbouwkundige vergunningstoestand van de bedrijfsgebouwen. 3.
  12. Op 19 november 2009 wordt de bestreden beslissing genomen : de vergunning wordt geweigerd. Met betrekkking tot de verenigbaarheid met de bestemmingsvoor- schriften wordt in die beslissing gesteld wat volgt : "Overwegende dat de verdere exploitatie van het veeteeltbedrijf principieel niet in overeenstemming is met de planologische voorschriften van het gewestplan; dat met toepassing van artikel 5.6.7, §2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan afgeweken worden van de voorschriften van een gewestplan, op voorwaarde dat de ruimtelijke ordening niet wordt geschaad en op voorwaarde dat de inrichting hoofdzakelijk vergund is; dat de laatste voorwaarde in casu niet vervuld is; VII-37.641-3/7 Overwegende dat immers uit navraag bij het gemeentebestuur van Aalter blijkt dat er alleen een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd voor het oprichten van een magazijn; dat echter een belangrijk deel van de bedrijfsgebouwen, waarin de activiteiten van de inrichting plaatsvinden, niet stedenbouwkundig vergund is; dat bijgevolg de bovenvermelde uitzonderings- maatregel niet kan toegepast worden (...)". Er wordt daarenboven ook nog een aantal milieutechnische bezwaren aangevoerd. IV. Onderzoek van de vordering
  13. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  14. Met betrekking tot de eerste voorwaarde argumenteert de verzoeker dat wat betreft het eerste weigeringsmotief, er wel degelijk kon worden afgeweken van de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. Hij geeft toe dat de verdere exploitatie van het veeteeltbedrijf principieel niet in overeenstemming is met de planologische voorschriften van het gewestplan, zoals deze zijn vastgelegd bij het koninklijk besluit van 24 maart
  15. Hij is echter van oordeel dat afwijking mogelijk is overeenkomstig artikel 5.6.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien de ruimtelijke ordening hierdoor niet wordt geschaad en de inrichting hoofdzakelijk is vergund. Hij zet hierbij uiteen dat er zich een woongebied met landelijk karakter op 150 meter van het bedrijf bevindt, een woonuitbreidingsgebied op 500 meter en een bosgebied op 310 meter. Een exploitatievergunning voor het bedrijf werd destijds toegekend en de overdracht hiervan aan de verzoeker werd gemeld. Hij geeft wel toe dat enkele kleinere gebouwen niet zijn vergund. Het betreft volgens hem een paar oude gebouwen die bestemd zijn voor de varkenskweek. Hij is bereid om deze oude gebouwen af te breken nu hij trouwens het aantal varkens drastisch heeft beperkt van 1.200 in de bestaande vergunning naar 449 in de gevraagde vergunning. Het staat volgens hem ook niet vast dat die gebouwen ingevolge hun ouderdom vergunningsplichtig zijn. Hij stelt verder dat, hoe dan ook, VII-37.641-4/7 moet worden vastgesteld dat de inrichting hoofdzakelijk vergund is, en slechts in zeer beperkte mate niet vergund en dat billijkheidshalve toepassing gemaakt kan worden van enige afwijking. Ten slotte stelt de verzoeker dat hij bereid is het aantal dieren vrijwillig te beperken en zijn bedrijf technisch aan te passen om risico's voor externe veiligheid te verminderen.
  16. In haar nota verwijst de verwerende partij naar de motieven van de bestreden beslissing, waarin wordt gesteld dat uit navraag bij de gemeente Aalter is gebleken dat "een belangrijk deel van de bedrijfsgebouwen, waarin de activiteiten van de inrichting plaatsvinden, niet stedenbouwkundig vergund is". Zij stelt dat er alleen een vergunning bestaat voor een magazijn, zodat de hele varkenskwekerij niet vergund is. De verzoeker kan dan ook bezwaarlijk stellen dat het enkele kleinere gebouwen zouden zijn die niet vergund zijn. Zijn toezegging dat hij bereid is om de stallen af te breken is laattijdig. De verzoeker bewijst ook niet dat de gebouwen effectief van voor 1962 zouden dateren en toont ook niet aan dat er een mogelijk- heid bestond om toepassing te maken van artikel 5.6.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Ook kan noch de "billijkheid" noch enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur toegepast worden tegen de wet in. Beoordeling
  17. Luidens artikel 5.6.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 kan bij het verlenen van een milieuvergunning afgeweken worden van de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan, indien de goede ruimtelijke ordening niet wordt geschaad, hetgeen in het bijzonder betekent dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemming- en in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengt of verstoort, en indien de inrichting hoofdzakelijk is vergund. Als hoofdzakelijk vergund dient, luidens artikel 4.1.1, 7/, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, te worden begrepen een stedenbouwkundige vergunningstoestand, waarbij geldt dat bedrijven en hun constructies slechts hoofdzakelijk vergund zijn indien de voor een normale bedrijfsvoering noodzakelijke constructies vergund of vergund geacht zijn, ook wat de functie betreft. VII-37.641-5/7 De verzoeker toont niet aan en brengt zelfs geen begin van bewijs aan dat aan die tweede voorwaarde is voldaan. Uit de door de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen in eerste instantie verleende vergunning blijkt integendeel dat onder de aflopende vergunning acht stallen werden geëxploiteerd, en dat na de hernieuwing en verandering nog steeds dezelfde acht stallen zouden worden geëxploiteerd, zij het dat in sommige stallen andere aantallen dieren zouden worden gehouden, en dat stal nummer vijf enkel nog een mestopslag zou bevatten. De verwerende partij vermocht bijgevolg enkel vast te stellen dat doordat alleen een vergunning bestaat voor een magazijn, de voor een normale bedrijfsvoering van de gevraagde exploitatie noodzakelijke constructies niet vergund of vergund geacht waren, en diende derhalve de gevraagde vergunning te weigeren, er terecht bij stellende dat alleen al omwille van deze strijdigheid met de bestemming de vergunning moest worden geweigerd. Verzoekers bereidheid om risico's voor externe veiligheid vrijwillig te verminderen, kan daaraan geen afbreuk doen. De vereiste ernst bij de aangevoerde middelen ontbreekt.
  18. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VII-37.641-6/7 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes mei tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.641-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.742 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.407 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.