← België

Arrest 203746 - Milieuvergunningen - 06/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.746 Rolnummer: A. 195510/VII-37679 Zaak: Arrest 203746 - Milieuvergunningen - 06/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-18 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:42 Fiche Arrest nr 203.746 van 6 mei 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 203.746 van 6 mei 2010 in de zaak A. 195.510/VII-37.

  1. In zake:
  2. Joanna VAN DER CRUYCE
  3. Carlos MEERSMAN
  4. Geert GOOSSENS
  5. Veronik PHILIPS
  6. Georges VANDERHAEGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Hertegonne kantoor houdend te Zellik Noorderlaan 30 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karel Van Alsenoy kantoor houdend te Brussel Antoine Dansaertstraat 92 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Johan SCHOUKENS wonende te Asse Sint Goriksstraat 40 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  7. De vordering, ingesteld op 15 februari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 29 oktober 2009 waarbij het beroep van Johan Schoukens tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse van 13 juli 2009, houdende weigering van de milieuvergunning voor het exploiteren van een rundveehouderij, gelegen aan de Langestraat te Asse, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en aan Johan Schoukens de gevraagde milieuvergunning wordt verleend. VII-37.679-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 april
  9. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ilse Van Calster, die loco advocaat Matthias Hertegonne verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Ward Ghyselinck, die loco advocaat Karel Van Alsenoy verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Feiten 3.
  11. Op 16 april 2009 dient Johan Schoukens een milieuvergunnings- aanvraag in voor het exploiteren van een stal voor 100 runderen, gelegen aan de Langestraat te Asse. 3.
  12. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek wordt een collectief bezwaarschrift ingediend door negentien buurtbewoners. 3.
  13. Bij besluit van 13 juli 2009 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse de gevraagde milieuvergunning. 3.
  14. De aanvrager stelt daarop administratief beroep in bij de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant. VII-37.679-2/6 3.
  15. In het kader van de beroepsprocedure worden een aantal gunstige adviezen verleend. 3.
  16. Op 29 oktober 2009 wordt het thans bestreden besluit genomen; de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant willigt het beroep in en verleent de gevraagde milieuvergunning die afhankelijk wordt gesteld van de naleving van een aantal bijzondere exploitatievoorwaarden. 3.
  17. In de rand weze opgemerkt dat de overeenstemmende steden- bouwkundige vergunning voor het bouwen van een open frontstal en een silo in laatste administratieve aanleg werd geweigerd door de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport op 30 september
  18. IV. Tussenkomst
  19. Met een op 25 februari 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt Johan Schoukens om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. V. Ontvankelijkheid van de vordering
  20. De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringen zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. VI. Onderzoek van de vordering
  21. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de VII-37.679-3/6 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  22. De verzoekende partijen voeren, wat de tweede schorsingsvoor- waarde betreft, in hun verzoekschrift het volgende aan : "
  23. Verzoekende partijen hebben allen hun woning vlakbij de middels het bestreden besluit vergunde inrichting (...). De verste woning situeert zich binnen een straal van 50 meter van de vergunde inrichting. Door de bestreden beslissing zullen verzoekende partijen aanzienlijk nadeel lijden gezien de door de overheid erkende impact op het vlak van geur-, insecten-, ongedierte- en lawaaioverlast (beslissing dd. 30 september 2009 - ...). Bovendien is de hinder die de omwonenden door de exploitatie zullen lijden onherstelbaar. De omwonenden dienen nu reeds door de niet vergunde exploitatie van de rundveehouderij ramen en deuren gesloten te houden en zien zich genoodzaakt door de insectenoverlast de buitenkant van hun woning op frequente basis af te wassen en zelfs te herverven. De omwonenden kunnen zelfs niet meer rustig buiten zitten en worden aanhoudend gestoord door de aanwezigheid van de koeien. Wanneer derhalve een vergunning wordt afgeleverd waardoor 4 keer meer runderen op het aanpalende perceel worden toegestaan, en de oorspronkelijk niet vergunde exploitatie een permanent karakter krijgt staat het moeilijk (lees: niet) te herstellen karakter van het nadeel onweerlegbaar vast.
  24. Een tweede moeilijk te herstellen en ernstig nadeel hangt samen met de visuele impact die de bestreden beslissing met zich zal meebrengen. Het geplande groenscherm zal trouwens pas na enkele jaren volledig functioneel zijn, waardoor voorafgaand hieraan, de stallen het landschap permanent en onomkeerbaar zullen doorbreken. Van zodra een stedenbouwkundige vergunning wordt afgeleverd, kan de tweede open frontstal worden opgericht en is de visuele schade van de omwonenden bovendien een feit. In het verleden heeft Uw Raad meermaals geoordeeld dat dergelijk nadeel wel degelijk voldoet aan de vereisten van artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. (R.v.St., VZW Natuurpunt Oost-Brabant e.a., nr. 199.285, 29 december 2009)". Beoordeling
  25. De met het bestreden besluit vergunde inrichting is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied dat grenst aan woongebied met landelijk karakter waar de woningen van de verzoekende partijen gesitueerd zijn. In agrarische gebieden en in woongebieden met landelijk karakter geldt een hogere tolerantiedrempel voor hinder afkomstig van veehouderijen. Met hun summiere uiteenzetting tonen de verzoekende partijen niet op overtuigende wijze aan dat de door de inrichting teweeggebrachte omgevingshinder dergelijk grote proporties aanneemt dat het normale tolerantieniveau voor landbouwgerela- teerde activiteiten in het betrokken gebied wordt overschreden. In de mate dat de VII-37.679-4/6 verzoekende partijen zich aanhoudend gestoord achten door de "aanwezigheid" van koeien, doen zij blijken van een ergernis die rekening houdend met het landelijk karakter van de omgeving waarin zij hun woonplaats hebben gevestigd, bezwaarlijk kan worden bijgetreden. Voorts poneren de verzoekende partijen geheel ten onrechte dat de negatieve effecten op hun leefomgeving "erkend" zijn door de overheid. De verzoekende partijen verwijzen in dat verband naar het besluit van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport van 30 september 2009 houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een open frontstal en silo. In voormeld besluit wordt enkel gesteld dat de "gevolgen die het bouwen van een extra stal en het vergroten van de veestapel met zich mee zal brengen, (...) in de milieuvergunningsaanvraag (worden) behandeld". Over de ernst van de in de bezwaarschriften aangevoerde "geur-, insecten-, ongedierte- en lawaaihinder", spreekt de betrokken minister zich evenwel op generlei wijze uit. Ten slotte vloeit de beweerde visuele hinder, zo er visuele hinder zou zijn, niet rechtstreeks voort uit de thans bestreden milieuvergunning maar uit de stedenbouwkundige vergunning die noodzakelijk is voor de realisatie van het project. In dat verband hebben de verzoekende partijen trouwens ter terechtzitting de in het auditoraatsverslag uitdrukkelijk opgeworpen bedenking nopens het definitief karakter van de beslissing houdende weigering van de vereiste steden- bouwkundige vergunning bij ministerieel besluit van 30 september 2009, niet tegengesproken. Gelet op het voorgaande komt het in de gegeven omstandigheden niet aannemelijk voor dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit de verzoekende partijen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent of dreigt te berokkenen.
  26. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VII-37.679-5/6 BESLISSING
  27. Het verzoek van Johan Schoukens tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
  28. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes mei tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.679-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.746 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.260 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.