id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.751 Rolnummer: A. 193669/V-1812 Zaak: Arrêt / Arrest 203751 - Fonction publique locale (provinces, communes, etc.) - Règlements / Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen - 06/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-18 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 04:42 Versie(s): Vertaling in voorbereiding Fiche Arrest nr 203.751 van 6 mei 2010 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 203.751 van 6 mei 2010 in de zaak A. 193.669/XII-5917 In zake: de VZW VLAAMS KOMITEE VOOR BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karl Vanlouwe kantoor houdend te 1082 Brussel Dr. Schweitzerplein 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Paul Lagasse kantoor houdend te 1030 Brussel de Jamblinne de Meuxplein 41 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp
- De vordering, ingesteld op 14 augustus 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 18 juni 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel tot aanwerving onder contract van M.-O. Lognard als directeur-generaal van het departement Demografie. II. Verloop van de rechtspleging Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. XII-5917-1\5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 maart
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Karl Vanlouwe, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die loco advocaat Jean-Paul Lagasse verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 9 oktober 2008 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel een openbare oproep tot Nederlands- en Franstalige kandidaten te doen voor de functie van directeur-generaal van het departement Demografie. Het college beslist op 11 december 2008 zes kandidaturen ontvankelijk te verklaren: drie interne, waaronder de kandidaatstelling van Georges Vanherbergen, Nederlandstalig, en drie externe, waaronder de kandidatuur van M.-O. Lognard, Franstalig. Op 28 mei 2009 bekrachtigt het college van burgemeester en schepenen de uitslagen van het examen: M.-O. Lognard verkrijgt de vermelding “zeer gunstig”, P. T. behaalt “gunstig tot zeer gunstig”, Georges Vanherbergen krijgt “gunstig”, en de overige kandidaten “ongunstig”. Eveneens wordt beslist de laureaten op 18 juni 2009 te horen. Na de betrokken kandidaten te hebben gehoord, gaat op 18 juni 2009 het college over tot een “Grondig onderzoek van de kandidaturen” en beslist het, in het Nederlands en het Frans, om M.-O. Lognard onder contract aan te werven voor de functie van directeur-generaal van het departement Demografie. XII-5917-2\5 IV. Taal van de rechtspleging
- Ter terechtzitting stelt verwerende partij de behandeling door een Nederlandstalige kamer in vraag.
- Gelet op artikel 53, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de Raad de vordering te behandelen in de taal waarin de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt, de zaak die tot de vordering aanleiding heeft gegeven in hun binnendiensten zouden moeten onderzoeken krachtens de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken. De zaak die tot de besproken vordering aanleiding heeft gegeven, heeft betrekking op de functie van directeur-generaal van het departement Demografie van de stad Brussel. Deze functie niet aan een bepaalde taalgroep voorbehouden zijnde en aangezien er zich kandidaten van de twee taalgroepen hebben aangediend, was naar eis van artikel 39, § 1, juncto 17, § 1, B, 1/, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken het onderzoek van die kandidaten, dat één geheel uitmaakt, noodzakelijk tweetalig, en moest ook de bestreden collegebeslissing van 18 juni 2009 waarin dat onderzoek is uitgelopen tweetalig zijn. Dat is overigens effectief het geval. Hieruit volgt dat de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken voor de behandeling van het geschil dat omtrent de collegebeslissing van 18 juni 2009 door verzoeksters verzoekschrift voor de Raad van State is gebracht, niet het gebruik van “een bepaalde taal” voorschrijft. Bijgevolg moet met toepassing van artikel 53, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de behandeling geschieden in de taal van de akte waarbij de zaak bij de Raad van State werd ingediend - te dezen het Nederlands. V. Belang
- Volgens het auditoraatsverslag vereist het beroep slechts korte debatten. Geoordeeld wordt “dat het belang dat de verzoekende partij, als betrokken belangenvereniging, bij de vernietiging van de bestreden beslissing voorstaat, duidelijk een onrechtstreeks belang is”. De bestreden individuele rechtshandeling brengt, aldus het auditoraatsverslag, een direct nadeel toe aan individueel aanwijsbare benadeelden, inzonderheid de gedupeerde medekandidaten, die zelf uit XII-5917-3\5 te maken hebben of het zinvol is er in rechte tegen op te komen; het is de betrokken belangenvereniging niet toegestaan zich in de plaats te stellen van die rechtstreeks belanghebbenden bij de uitoefening van hun recht.
- Deze zienswijze zou wellicht gevolgd kunnen worden indien verzoekster effectief te beschouwen mocht zijn als een belangengroepering die is opgericht ter verdediging van de collectieve belangen -bijvoorbeeld de beroepsbelangen- van haar leden. Er kan echter reden zijn om te betwijfelen of verzoekster wel een dergelijke vereniging is.
- Verzoeksters statutair doel bestaat erin het Vlaams leven in het hoofdstedelijk gebied Brussel te vrijwaren en te bevorderen. Het collectief belang waarvoor zij aldus opkomt is een ideëel belang. Naar mogelijk uit eerdere arresten -bijvoorbeeld de arresten nr. 118.134 van 8 april 2003 en nr. 143.469 van 21 april 2005- kan worden afgeleid, is niet uit te sluiten dat dit doel wel degelijk rechtstreeks en ongunstig wordt beïnvloed door een beslissing zoals de bestredene, waarbij wordt overgegaan tot de aanwerving door de stad Brussel van een directeur-generaal voor het departement Demografie -naar beweerd wordt- in strijd met de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken doordat de betrokkene “niet op de wettelijk voorgeschreven wijze vooraf blijk heeft gegeven van een kennis van het Nederlands, hoewel het personeelslid bovendien in contact komt met het publiek”, waardoor afbreuk wordt gedaan “aan één van de essentiële garanties die de personen van de Nederlandse taalaanhorigheid genieten in de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en aan de tweetaligheid van de gemeenten van dit Gewest”.
- Naar het oordeel van de Raad van State is de zaak niet in zoverre gereed dat ze met toepassing van de kortedebattenprocedure definitief kan worden beslecht overeenkomstig de conclusies van het auditoraatsverslag. XII-5917-4\5 BESLISSING
- De debatten worden heropend.
- De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 mei 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-5917-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.751 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.220.127 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div