id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.792 Rolnummer: A. 195570/X-14528 Zaak: Arrest 203792 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-19 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:43 Fiche Arrest nr 203.792 van 7 mei 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 203.792 van 7 mei 2010 in de zaak A. 195.570/X-14.
- In zake:
- Patrick DE SMET
- Ilse BOSSELOO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 1040 BRUSSEL Galliërslaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc De Lat kantoor houdend te 9420 ERPE-MERE Gentsesteenweg 157 tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 SINT-TRUIDEN Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 19 februari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 1 december 2008 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende toekenning aan het AGENTSCHAP WEGEN EN VERKEER LIMBURG van de stedenbouwkundige vergunning voor het “herinrichten doortocht Paal-N29” op een terrein gelegen te Beringen, Beverlosesteenweg ZN, Diestersesteenweg ZN, Mulderstraat ZN, Paal- dorp ZN, Paalsesteenweg ZN, Schrijnwerkersstraat ZN en Stijn Streuvelsstraat ZN, kadastraal bekend sectie B, nrs. 1182/b2, 1184/c, 1184/d, 1203/t, 1204/d, 1214/k, 1305/y2, 1310/z2, 1316/r, 1336/d, en sectie D, nr. 671/v. X-14.528-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 april
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Konstantijn Roelandt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Elke Ballien, die loco advocaat Christian Lemache verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid
- De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. IV. Onderzoek van de vordering
- Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de X-14.528-2/5 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. V. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift duidelijk en concreet dienen aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaan of dreigen te ondergaan. De verzoekende partijen mogen zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan of dreigen te ondergaan. Het moet voor de Raad van State immers mogelijk zijn met voldoende precisie in te schatten of er al dan niet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voorhanden is, en het moet voor de verwerende partij mogelijk zijn zich tegen de door de verzoeker aangevoerde feiten en argumenten te verdedigen. De verzoekende partijen dienen gegevens aan te voeren die enerzijds wijzen op de ernst van het nadeel dat zij ondergaan of kunnen ondergaan, hetgeen betekent dat zij aanduidingen zullen moeten geven omtrent de aard en de omvang van het te verwachten nadeel, en anderzijds wijzen op de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken.
- De verzoekende partijen voeren in het verzoekschrift het volgende aan met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel : “Met het bestreden besluit wordt een vergunning afgeleverd om op de eigendom van verzoekende partijen (perceel 1336D) - of na onteigening ervan in de onmiddellijke omgeving - een ‘haakse aansluiting’ op de Meelbergstraat X-14.528-3/5 te realiseren. Het hoeft geen betoog dat de omzetting van de eigendom van verzoekende partijen naar wegenis een ernstig nadeel uitmaakt. Ingevolge deze ingreep wordt het betreffende perceel quasi onbebouwbaar, waardoor de grond zijn wettelijke bestemming nl. wonen, zal verliezen, minstens ernstig zal beperken. De onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit zal verzoekende partijen dan ook een ernstig nadeel berokkenen. De vernietigingsprocedure heeft geen schorsende werking, zodat het risico dreigt dat de nadelen die voortvloeien uit het bestreden besluit, op het ogenblik van de uitspraak over de vernietiging, volledig zullen verwezenlijkt zijn. Aangezien met het bestreden besluit toelating wordt gegeven om wegenis aan te leggen, kan niet zomaar achteraf worden overgegaan tot het herstel in de oorspronkelijke toestand. De moeilijkheden die op dit vlak kunnen bestaan, dienen in ogenschouw te worden genomen bij de beoordeling van de moeilijke herstelbaarheid van het aangevoerde nadeel (...)”. 7.
- De verzoekende partijen beperken de uiteenzetting omtrent het moeilijk te herstellen ernstig nadeel tot de bewering dat het “geen betoog” behoeft dat de omzetting van hun eigendom naar wegenis een ernstig nadeel uitmaakt, dat het perceel “quasi onbebouwbaar” wordt en daardoor zijn wettelijke bestemming (wonen) zal verliezen of minstens ernstig zal beperkt zien. Vooreerst dient te worden vastgesteld dat niet is aangetoond dat het volledige perceel van de verzoekende partijen zal worden ingenomen door de aan te leggen weg, in die mate dat het “quasi onbebouwbaar” zou worden. Uit een plan, bijgebracht door de verzoekende partijen, blijkt niet dat het perceel volstrekt ongeschikt zal worden als bouwgrond. Het loutere feit dat de bouwmogelijkheden beperkter worden, houdt niet in dat zij volledig wegvallen. Overigens poneren de verzoekende partijen nergens dat zij in de nabije toekomst gebruik zouden willen maken van de bouwmogelijkheden die het perceel hun biedt. De verzoekende partijen tonen nergens concreet aan dat de betreffende grond zijn woonbestemming zal verliezen, noch dat en op welke wijze dit voor hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou uitmaken. 7.
- Ter terechtzitting beroepen de verzoekende partijen zich ten slotte nog op de aantasting van hun eigendomsrecht. Daargelaten de vraag of de beweerde beperking van het eigendomsrecht van de verzoekende partijen rechtstreeks voortvloeit uit het thans bestreden besluit, overtuigt dit argument, bij gebrek aan enige verdere verduidelijking, evenmin. Het feit beperkingen van het eigendomsrecht te moeten ondergaan, toont op zichzelf nog geen ernstig en moeilijk te herstellen nadeel aan. X-14.528-4/5 7.
- De verzoekende partijen blijven bijgevolg in gebreke concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan of dreigen te ondergaan. 7.
- Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven mei 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-14.528-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.792 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.102 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div