← België

Arrest 203804 - Politie - 10/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.804 Rolnummer: A. 195325/IX-6691 Zaak: Arrest 203804 - Politie - 10/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-21 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:43 Fiche Arrest nr 203.804 van 10 mei 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.804 van 10 mei 2010 in de zaak A. 195.325/IX-6691 In zake: Dirk LUYPAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Mary kantoor houdend te Brussel Afrikastraat 92 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de politiezone ZUID 5341 - ANDERLECHT - VORST - SINT-GILLIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jérôme Sohier kantoor houdend te Brussel Emile De Motlaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 25 januari 2010, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 26 november 2009 van de politiezone Zuid waarbij Dirk Luypaert preventief geschorst wordt voor de duur van vier maanden vanaf 21 november
  2. De verzoeker vraagt ook de schorsing van de tenuitvoerlegging van de voormelde beslissing. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot IX-6691-1\7 schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april
  4. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en zijn advocaat Mieke Thyssen, die loco advocaat Sven Mary verschijnt, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verzoeker is hoofdinspecteur van politie bij de politiezone Zuid. 3.
  7. Op 30 en 31 oktober 2009 worden de agenten van deze politiezone door de directie van de gevangenis van Vorst opgevorderd om de continuïteit van de bewaking te waarborgen tijdens een staking van de cipiers. De verzoeker maakt deel uit van de ter beschikking gestelde agenten; hij is aangeduid om de verantwoordelijke voor het politiepersoneel dat ter beschikking wordt gesteld -hoofdinspecteur J.-M. Jacobs- bij te staan. Tijdens de opdracht vinden incidenten plaats. 3.
  8. Op 16 november 2009 richt het directoraat-generaal EPI van de FOD Justitie een brief aan de korpschef van de politiezone Zuid waarin melding wordt gemaakt van de incidenten. Op basis van een informatieverslag wordt een voorafgaand onderzoek uitgevoerd. IX-6691-2\7 3.
  9. Op 19 november 2009 wordt de verzoeker door de korpschef bij hoogdringendheid met onmiddellijke ingang voorlopig geschorst voor de duur van één maand. De verzoeker ondertekent deze beslissing op 20 november 2009 voor kennisname en ontvangst. In die beslissing wordt onder de rubriek “Rechten van verdediging” gesteld dat de verzoeker gehoord zal worden overeenkomstig artikel 63 van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten (hierna: de tuchtwet). 3.
  10. Op 26 november 2009 beslist het politiecollege “met meerderheid van stemmen na geheime stemming”

(1)dat de verzoeker bij ordemaatregel met ingang van 20 november 2009 geschorst wordt voor de duur van vier maanden, zonder inhouding van wedde;
(2)“de dienst Intern Toezicht te gelasten met het opstellen van de nodige documenten en de betekening van deze beslissing”, en
(3)“de burgemeester-voorzitter en de korpschef met volledige draagkracht te ma n d a t e r e n t o t d e b e o o r d e l i n g e n o n d e r t e k e n i n g v a n d e administratieve/tuchtdocumenten, die voortvloeien uit onderhavig besluit”. 3.
  1. Met een nota van 26 november 2009, ondertekend door de voorzitter van het politiecollege en de korpschef, wordt aan de verzoeker kennis gegeven van de voorlopige schorsing bij ordemaatregel voor de duur van vier maanden, zonder inhouding van wedde. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt als volgt gemotiveerd: “Gelet op de feitelijke elementen vervat in het dossier, Overwegende, enerzijds, het bestaan van: C een opsporingsonderzoek met referte: BR.34.L3.060482/2009, waarin u betrokken zou zijn , C een uitgebreide mediatisering van de feiten zowel in de geschreven als in de audiovisuele pers over gans het land, C de beroering die deze zaak bij het korps teweegbracht, alsook bij de bevolking, de gerechtelijke- en politieke overheden, C het feit dat er zich tengevolge van de feiten, op 20.11.2009 in de loop van de avond, rellen hebben plaatsgevonden en die aanleiding gaven tot brandstichting in een wijkcommissariaat te Anderlecht, C ernstige aanwijzingen dat er zich, ten gevolge van de feiten, nog rellen zouden kunnen plaatsvinden, gericht tegen de politiediensten in het bijzonder, Overwegende, anderzijds, dat C uw aanwezigheid bij de lokale politie van de Zone Zuid onverenigbaar is met het belang van de dienst, gezien de ernst van de feiten, en indien deze bewezen zijn, de relaties die u met de bevolking onderhoudt in uw IX-6691-3\7 hoedanigheid van Hoofdinspecteur, in het gedrang zouden kunnen brengen; het Politiecollege is de mening toegedaan dat niet alleen uw aanwezigheid in de dienst GIG 6, maar tevens in om het even welke dienst of in welke hoedanigheid dan ook, onverenigbaar zijn met de belangen van de dienst, C het vertrouwen dat uw hiërarchie in u stelde, gecompromitteerd is, C uw collega's kennis kregen van de feiten, waardoor deze laatsten niet meer het volste vertrouwen in u kunnen stellen, C de feiten van dien aard zijn dat zij de reputatie van uw beroep in het gedrang brachten en het imago van het Politiekorps in diskrediet brachten, C de feiten volledig in tegenstrijd zijn met de deontologie van het politieberoep, in die mate dat zij mogelijkerwijs gesanctioneerd kunnen worden met een zware tuchtstraf, Overwegende dat aan de wettelijke voorwaarden inzake de voorlopige schorsing is voldaan.” 3.
  2. Met een besluit van dezelfde datum beslist het politiecollege ook J.-M. Jacobs, die de tussenkomst van de politie leidde, preventief te schorsen voor de duur van vier maanden. Die beslissing is door de Raad van State, toepassing makend van artikel 93 van het algemeen procedurereglement, bij arrest nr. 203.034 van 19 april 2010 vernietigd. IV. Onderzoek van het tweede onderdeel van het tweede middel Standpunt van de partijen
  3. De verzoeker voert de schending aan van zijn rechten van verdediging en van het recht om gehoord te worden. Hij betoogt dat hij niet gehoord werd alvorens de bestreden maatregel getroffen werd, niet door de korpschef toen hij hem een dringende voorlopige schorsing oplegde -hoewel daar de tijd voor was- en ook niet door het politiecollege. Hij heeft voorts ook het dossier van de zaak niet kunnen inkijken: het bestuur heeft zich beperkt tot een vage mededeling omtrent de feiten. Bij gebrek aan precieze kennis van de feiten die hem verweten worden, heeft hij zich niet kunnen verweren over de noodzakelijkheid van zijn verwijdering uit de dienst, over de motieven van die beslissing, waarin verwezen wordt naar een strafdossier en naar “ernstige aanwijzingen” van nieuwe rellen en ook niet over de duur van de maatregel -de zwaarst mogelijke, te weten een schorsing voor vier maanden.
  4. De verwerende partij antwoordt in essentie dat de verzoeker gehoord is op 20 november 2009 en dat de motieven van de maatregel terdege worden omschreven in het verslag van de korpschef van 19 november 2009, zodat IX-6691-4\7 de verzoeker zich perfect adequaat heeft kunnen verweren; de feiten werden overigens ook uitgesmeerd in de pers. Beoordeling
  5. Luidens artikel 59, eerste lid, van de tuchtwet kan de burgemeester of het politiecollege het personeelslid van de lokale politie tegen wie een tuchtprocedure of een opsporingsonderzoek loopt bij ordemaatregel voorlopig schorsen. Luidens artikel 62 van dezelfde wet moeten de in artikel 59 bedoelde overheden of hun gemachtigde de betrokkene horen vooraleer zij de beslissing tot voorlopige schorsing nemen. Wordt de voorlopige schorsing dringend beslist overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van de tuchtwet, dan wordt het horen van de betrokkene uitgesteld tot de bekrachtiging ervan. Te dezen heeft de korpschef, in zijn hoedanigheid van gewone tuchtoverheid, de verzoeker bij dringende noodzakelijkheid geschorst op 19 november 2009, zonder hem voorafgaandelijk te horen. Bijgevolg diende hij overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van de tuchtwet nog gehoord te worden vooraleer het politiecollege de voorlopige schorsing kon bekrachtigen.
  6. De bestreden beslissing stelt hierover onder de hoofding “Rechten van de verdediging”: “5.1 U werd in kennis gesteld van uw recht om voorafgaand aan de uitspraak van de voorlopige schorsing te worden gehoord. 5.2 U werd op 20.11.2009 verhoord aangaande de dringende voorlopige schorsing bij ordemaatregel, genomen door uw Gewone Tuchtoverheid. 5.3 U werd op 20.11.2009 verhoord omtrent de feiten.”
  7. Het dossier bevat geen bewijs dat de verzoeker opgeroepen is geworden voor een verhoor in het kader van artikel 63, eerste lid, van de tuchtwet op 20 november
  8. Er wordt ook geen proces-verbaal van dergelijk verhoor voorgelegd. Op 20 november 2009 blijkt de verzoeker enkel de beslissing van de korpschef om hem dringend voorlopig te schorsen in ontvangst genomen te hebben en heeft de verzoeker een verklaring afgelegd over de feiten. IX-6691-5\7 De verwerende partij stelt dat de verzoeker op 20 november 2009 wel degelijk gehoord is. Zij verwijst daarvoor naar de voormelde verklaring van de “commissaris-onderzoeker van de dienst intern toezicht” waarin het verhoor van de verzoeker een neerslag heeft gevonden. Dat betreft duidelijk een verhoor in het kader van het voorafgaand onderzoek waarin de verzoeker een eerste verklaring geeft over het verloop van de feiten. Dergelijk verhoor strekt ertoe het bestuur inzicht te geven in de feiten en het tuchtrechtelijk karakter ervan. Daargelaten de vraag of hij zulks rechtsgeldig zou kunnen, heeft de vooronderzoeker de verzoeker er op dat ogenblik niet op gewezen dat hem voor de feiten een voorlopige schorsing zou opgelegd kunnen worden. Het verhoor waarop de verwerende partij doelt kadert zeker niet binnen de procedure van de voorlopige schorsing.
  9. De verwerende partij levert in genen dele het bewijs dat de verzoeker in de mogelijkheid is geweest om hem te verweren over een ordemaatregel die tegen hem zou kunnen genomen worden, zoals de artikelen 62, eerste lid, en 63 van de tuchtwet voorschrijven. Het middel is gegrond.
  10. De vernietiging van het bestreden besluit maakt het onderzoek van de vordering tot schorsing overbodig. BESLISSING
  11. De Raad van State vernietigt het besluit van 26 november 2009 van de politiezone Zuid waarbij Dirk Luypaert preventief geschorst wordt voor de duur van vier maanden vanaf 21 november
  12. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 175 euro. IX-6691-6\7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6691-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.804 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.