id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.808 Rolnummer: A. 195620/IX-6737 Zaak: Arrest 203808 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 10/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-21 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:43 Fiche Arrest nr 203.808 van 10 mei 2010 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.808 van 10 mei 2010 in de zaak A. 195.620/IX-6737 In zake : Patrick JORDAENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de politiezone ANTWERPEN
(5345)bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kitty Vinck en Sofie Bontinck kantoor houdend te Antwerpen Lange Lozanastraat 270 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 24 februari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 28 december 2009 van de korpschef van de lokale politiezone Antwerpen waarbij Patrick Jordaens wordt herplaatst van de lokale recherche naar de afdeling interventie-Noord. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. IX-6737-1/5 Advocaat Mathieu Lagaet, die loco advocaat Peter Crispyn verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Kitty Vinck, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is als inspecteur van politie werkzaam bij de lokale politie Antwerpen. Vooraleer hij met de hier bestreden beslissing herplaatst werd naar de afdeling Interventie-Noord, maakte hij deel uit van de lokale recherche. 3.2.
- Bij brief van 7 mei 2009 stelt de onderzoeksrechter te Antwerpen de verzoeker ervan in kennis dat hij in verdenking gesteld wordt van mededader- schap van valsheid in private geschriften door een openbaar ambtenaar. 3.2.
- Op 15 december 2009 worden op het basisoverlegcomité van de lokale politiezone Antwerpen de resultaten van een door het comité P gevoerd onderzoek (externe audit) besproken. In de notulen van deze vergadering wordt het volgende gesteld: “(...) De audit vermeldt in eerste instantie dat de Lokale Recherche behoort tot de beste van het land. Toch werden tekorten vastgesteld op het vlak van integriteit. Het gaat veeleer om zaken van misbruik maken van een dienstwa- gen, het niet correct invullen van diensturen,... ed. De tekorten situeren zich zowel op organisatorisch, procesmatig als op individueel vlak. Ook werd vastgesteld dat de recherchecapaciteit onvolledig benut wordt. Op basis van deze vaststellingen en na overleg met de gerechtelijke overheden besliste de korpsleiding met ingang van 1 januari 2010 tot het overplaatsen van 8 mensen uit hun huidige functie, 7 daarvan werden in verdenking gesteld. De directeur Opsporingen is niet in verdenking gesteld, maar heeft zelf ontslag uit zijn functie gevraagd. Alle betrokken personeelsle- den met uitzondering van 1 ziek personeelslid werden zonet persoonlijk op de hoogte gesteld; er zal voor hen een passende oplossing worden gezocht.” 3.
- Op 19 december 2009 heeft de korpschef een individueel gesprek met de verzoeker. IX-6737-2/5 3.
- Op 22 december 2009 formuleert de korpschef het voorstel de verzoeker te herplaatsen met ingang van 1 januari
- In die beslissing wordt gesteld dat de verzoeker ten laatste op 30 december 2009 zijn keuze dient te maken (interventie - afdeling noord, city, centrum, west of zuid; gerechtelijk bureel afdeling centrum, GEOV), zoniet zal de korpschef zelf beslissen. Op 28 december 2009 wordt de verzoeker gehoord. Hij gaat niet akkoord met de opgedrongen keuze. 3.
- Op 28 december 2009 neemt de korpschef de hier bestreden beslissing. Volgende motivering gaat eraan vooraf: “Als gevolg van het dossier 2007/211 van onderzoeksrechter B. De Hous, werd INP Patrick Jordaens in verdenking gesteld wegens valsheid in geschrifte. Gelet op de zorg om de integriteit en de deontologie is het in het belang van de goede werking van de dienst noodzakelijk om INP Patrick Jordaens te herplaatsen. De korpschef had hierover met INP Patrick Jordaens een gesprek, waarbij hem de mogelijkheid geboden werd zijn standpunt naar voor te brengen. Betrokkene werd gehoord op 28 december 2009 door Koen Van Gijsel van de directie HRM. Aan de betrokkene werden verschillende keuzemogelijkhe- den gegeven voor de herplaatsing. Hij moet tegen 30 december 2009 een keuze maken uit de volgende opties: - interventie (afdeling noord, city, centrum, west, zuid) - gerechtelijk bureel afdeling Zuid of afdeling centrum - GEOV Op 28 december werd aan INP Patrick Jordaens een voorstel tot ordemaatre- gel betekend waarin hij de gedwongen keuze maakte om interventie te rijden voor de afdeling Noord vanaf 1 januari 2010.” IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6737-3/5 Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
- De verzoeker wijst erop dat hij ingevolge zijn herplaatsing niet langer als rechercheur kan werken en dat hij de ervaring in deze gespecialiseerde functie zal verliezen. Aangezien de ordemaatregel steunt op een persoonlijke tekortkoming, ondergaat hij van de blamage die het bestreden besluit voor hem meebrengt, ook een moreel nadeel dat niet goedgemaakt kan worden door een vernietiging. In het arrest nr. 65.639 van 26 maart 1997 heeft de Raad van State reeds een dergelijk nadeel aangenomen.
- De verwerende partij stelt vooreerst dat de uiteenzetting van de verzoeker vaag en algemeen is. Zij vervolgt dat de verwijzing naar het gemis aan ervaring geen persoonlijk nadeel voor de verzoeker impliceert, omdat hij de opgedane ervaring behoudt terwijl de ervaring die hij zal moeten ontberen tot aan het eventueel vernietigingsarrest zijn verdere beroepscarrière niet zal hypothekeren. Hij kan zich in ieder geval nog steeds kandidaat stellen voor de functie van rechercheur en aldus verdere ervaring blijven opdoen. Van een moreel nadeel is voorts geen sprake omdat de verzoeker herplaatst is naar een functie die overeen- stemt met zijn graad. Dat hij de herplaatsing als een vernedering ervaart, is een subjectief gegeven dat geen schorsing rechtvaardigt.
- Het moreel nadeel als gevolg van de blamage die de verzoeker door zijn overplaatsing ervaart wordt in de regel goedgemaakt door een vernieti- gingsarrest. De verzoeker maakt geen gewag van bijzondere omstandigheden die aantonen dat zijn geval buiten de gewone regel valt. De onmogelijkheid om ervaring op te doen door de verwijdering van de verzoeker uit de dienst recherche kan te dezen evenmin als moeilijk te herstellen ernstig nadeel bestempeld worden, aangezien niet blijkt dat de verzoeker in de periode die de uitspraak over het annulatieberoep voorafgaat in de gelegenheid zou zijn om een bijzondere bekwaamheid te verwerven die hij nu definitief verloren ziet gaan. Evident gaat de opgedane ervaring niet teloor door het feit dat de verzoeker, in afwachting van een vernietigingsarrest, in een andere dienst moet werken. IX-6737-4/5
- Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6737-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.808 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.120 ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.220.698 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div