id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.829 Rolnummer: A. 161020/X-12247 Zaak: Arrest 203829 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-21 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:43 Fiche Arrest nr 203.829 van 10 mei 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMERnr. 203.829 van 10 mei 2010 in de zaak A. 161.020/X-12.
- In zake: de n.v. BELGOPOSTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik Vanden Brande kantoor houdend te 1040 BRUSSEL Sint-Michielslaan 55, bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van LIMBURG --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 maart 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 19 januari 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg houdende , eensdeels, de verwerping van het beroep tegen het besluit van 29 januari 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt waarbij de vergunning wordt geweigerd voor “de regularisatie van één verlicht publiciteitspaneel van 15 m² (Star) tegen de zijgevel” van een woning te Hasselt, Genkersteenweg 3, kadastraal bekend sectie C, nr. 411/m/2, en anderdeels, de weigering van de voormelde vergunning. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. X-12.247-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 oktober
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Tom Roosen, bestuurssecretaris, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Gehoord adjunct-auditeur Sofie De Doncker, daartoe gemachtigd bij besluit van 31 oktober 2008 van de adjunct-auditeur-generaal, in haar eensluidend advies. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 4 december 2003 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt een aanvraag in tot het verkrijgen van een regularisatievergunning voor een verlicht publiciteitspaneel van 15 m² tegen de zijgevel van een woning gelegen te Hasselt, Genkersteenweg
- Het perceel is kadastraal bekend sectie C, nr. 411/m/2 en overeenkomstig het gewestplan Hasselt-Genk, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 april 1979, gelegen in woongebied. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, of van een vergunde verkaveling. 3.
- Bij brief van 21 januari 2004 verleent de afdeling Wegen en Verkeer Limburg van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap een gunstig advies waarin wordt gewezen op de voorwaarden waaraan het reclamepaneel dient te voldoen. 3.
- Ter zitting van 29 januari 2004 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Deze weigeringsbeslissing is als volgt gemotiveerd: X-12.247-2/8 “Het betreffende perceel is volgens het gewestplan Hasselt-Genk van 03/04/1979 gelegen in een woongebied; Het perceel is niet gelegen binnen de begrenzingen van een bijzonder plan of een vergunde en niet vervallen verkaveling; De aanvraag voor de regularisatie van het behoud van één verlicht publiciteitspaneel van 15m² (Star) tegen de zijgevel is niet aanvaardbaar in de ruimtelijke context; Overwegende dat het publiciteitspaneel bevestigd is tegen een blinde wachtgevel; dat de aangrenzende grond geen eigendom is van de eigenaar van het betreffende pand; dat het paneel dus overdraagt op andermans eigendom; dat hiervoor geen overeenkomst bestaat; dat de bebouwingsmogelijkheden van het naastliggende bouwperceel hierdoor worden gehypothekeerd; dat het paneel visueel storend is voor de ruimtelijke ordening ter plaatse”. 3.
- Op 19 mei 2004 tekent de raadsman van de verzoekende partij beroep aan tegen dat besluit bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg. 3.
- Bij besluit van 19 januari 2005 van de bestendige deputatie wordt het beroep niet ingewilligd en de stedenbouwkundige vergunning geweigerd om volgende redenen: “Overwegende dat overeenkomstig het goedgekeurd gewestplan het perceel gesitueerd is in een woongebied; dat overeenkomstig artikel 5§1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de gewestplannen de woongebieden bestemd zijn voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze takken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd; dat huidige aanvraag naar bestemming niet in strijd is met het gewestplan; Overwegende dat ter plaatse geen specifieke voorschriften van een bijzonder plan van aanleg of een verkaveling van toepassing zijn; dat de vergunning overeenkomstig artikel 19 van bovenvermeld koninklijk besluit van 28 december 1972, ook al is de aanvraag niet in strijd met het gewestplan, slechts kan afgegeven worden zo de uitvoering van de handelingen en werken verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening: Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van Hasselt terecht stelt dat dit reclamepaneel met lichtbalk en tegen de muur bevestigde stelling de bebouwingsmogelijkheden van het naastliggende bouwperceel hypothekeert dat ter zake weliswaar jurisprudentie bestaat waarin bepaald wordt dat dergelijke constructies geen erfdienstbaarheid van niet bouwen kunnen vestigen; dat de eigenaar van het onbebouwde perceel dus nog kan bouwen tegen de wachtgevel; dat het verlenen van een definitieve stedenbouwkundige vergunning voor dit reclamepaneel geen geschikte oplossing is; Overwegende dat de aanwezigheid van dit onvergunde reclamepaneel een bijkomend storend element is in deze reeds visueel aangetaste omgeving (Genkersteenweg)”. Dit is het bestreden besluit. X-12.247-3/8 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij stelt met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep: “Overwegende dat ons college erop wenst te wijzen dat bij het indienen op 21 maart 2005 van het verzoekschrift op de Griffie van uw Raad, dit enkel vergezeld werd van een afschrift van het bestreden besluit, van de eerdere weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van Hasselt en van het beroepschrift bij ons college; dat echter teneinde ontvankelijk te zijn, het ingediende verzoekschrift moet worden vergezeld van de statuten van de rechtspersoon, alsmede een stuk waaruit blijkt dat tot het instellen van het beroep tot nietigverklaring tijdig werd beslist door het daartoe bevoegde orgaan, overeenkomstig de geldende wettelijke en statutaire bepalingen. (...) dat ons college ervan op de hoogte is dat in bepaling nr. 15.4 van het Raad van State-Vademecum betreffende de toepassing van de nieuwe procedureregels, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 januari 1999, is bepaald dat de Griffie van uw Raad de bovenvermelde stukken opvraagt en de verzoekende partij deze binnen een termijn van 15 dagen moet bezorgen; dat ons college niet met zekerheid weet of de verzoekende partij deze stukken, na hiertoe te zijn verzocht, ook effectief aan uw Raad heeft bezorgd; dat indien dit niet het geval mocht zijn, de onontvankelijkheid van de vordering tot nietigverklaring moet uitgesproken worden wegens het ontbreken van de statuten van de vennootschap en van een stuk waaruit blijkt dat tot het instellen van de vordering tijdig werd beslist door het daartoe bevoegde orgaan van de vennootschap”.
- In haar memorie van wederantwoord verwijst de verzoekende partij naar haar schrijven van 12 april 2005 waarmee zij haar gecoördineerde statuten heeft neergelegd ter griffie van de Raad van State, alsmede het proces- verbaal van de raad van bestuur waarin werd beslist tot het instellen van het annulatieberoep bij de Raad van State. Zij benadrukt het feit dat deze stukken neerliggen ter griffie en de verwerende partij over inzagerecht beschikt. Beoordeling
- Niets belette de verwerende partij ter griffie het dossier in te kijken. Haar bedenkingen kunnen niet als een exceptie worden beschouwd. V. Onderzoek van het enig middel Enig middel X-12.247-4/8 Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij voert in haar verzoekschrift het volgende enig middel aan: “Enig middel Schending van de wet 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (B.S. 12 september 1991) Schending van de motiveringsplicht en van het gelijkheidsbeginsel Schending van het rechtszekerheidsbeginsel Schending van artikel 105§4, 1/ van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening Doordat de bestendige deputatie in het bestreden besluit de mening toegedaan is dat ‘het college van burgemeester en schepenen van Hasselt terecht stelt dat dit reclamepaneel (...) de bebouwingsmogelijkheden van het naastliggende bouwperceel hypothekeert’ Terwijl de deputatie in dezelfde overweging bevestigt, met verwijzing naar jurisprudentie, ‘dat de eigenaar van het onbebouwde perceel nog kan bouwen tegen de wachtgevel’ en doordat de bestendige deputatie oordeelt ‘dat het verlenen van een definitieve stedenbouwkundige vergunning voor dit reclamepaneel in dit kader geen geschikte oplossing is’ terwijl verzoekster had gepreciseerd dat het in casu aangewezen is de vergunning te beperken in de tijd conform artikel 105§4, 1/ van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening Toelichting De bestreden beslissing wordt dus gekenmerkt door verregaande tegenstrijdigheden in de motivering. De deputatie erkent dat volgens vaste rechtspraak dergelijke constructies, zoals het reclamebord van (de) n.v. Belgoposter tegen de betrokken zijgevel, geen erfdienstbaarheid van niet bouwen kunnen vestigen en dat er dus nog kan gebouwd worden tegen de wachtgevel. De enige logische conclusie van de deputatie had dan ook moeten zijn het argument van de stad, volgens hetwelk de regularisatie van het reclamebord van de n.v. Belgoposter de bebouwingsmogelijkheden van het naastliggend bouwperceel zou hypothekeren, te verwerpen in graad van beroep. In de plaats daarvan heeft de bestendige deputatie zichzelf tegengesproken en voormeld argument van de Stad gegrond bevonden.... Dergelijke dubbelzinnige besluitvorming is onwettig en brengt de rechtszekerheid in het gedrang. De bestuurshandelingen van de besturen moeten uitdrukkelijk worden gemotiveerd (artikel 2 Wet 29 juli 1991). De motivering moet afdoende zijn (artikel 3). Een verwijzing, bevestiging of een algemene overweging volstaan niet om te voldoen aan het vereiste in artikel 2 en artikel
- Een discretionaire beslissing moet, om ‘afdoende’ gemotiveerd te zijn, uitdrukkelijk en nauwkeurig de precieze , concrete gegevens vermelden die haar verantwoorden. Een antwoord op de concrete argumenten van verzoekster was dus vereist en diende verwoord te worden in de bestreden beslissing. Verzoekster had in de akte van beroep bij de deputatie aangedrongen op de beperking van de vergunning in de tijd, conform artikel 105 §4, 1/: X-12.247-5/8 Het is niet juist dat de wachtgevel door het inwilligen van de aanvraag zou onttrokken worden aan zijn werkelijke bestemming, zelfs niet tijdelijk. Een reclame-inrichting, die tijdelijk vergund wordt, kan op zich nooit de eigen functie van de zone in gedrang brengen. Het kan te allen tijde verwijderd worden, en zal verwijderd worden bij einde van de duurtijd van de verleende vergunning. Immers laat artikel 105 §4 1/ van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening toe dat de geldigheidsduur van een vergunning voor publiciteitsinrichtingen in de tijd wordt beperkt, hetgeen in casu aangewezen is zodat het gevraagde de toekomstige bebouwing van de wachtgevel niet hypothekeert. De Stad Hasselt heeft met bovenstaande criteria en wettelijke mogelijkheden geen rekening gehouden. De Bestendige Deputatie heeft hierop niet geantwoord; meer nog, ze willigt het beroep tot het bekomen van de gevraagde tijdelijke vergunning niet in op gronden die verband houden met een definitieve vergunning (die nooit werd gevraagd). Tenslotte kan het passe partout- argument, aangaande het beweerde visueel storend element van het reclamepaneel voor de omgeving, niet weerhouden worden. Het werd zelfs tegengesproken in vroegere besluitvorming van de bestendige deputatie Limburg die besliste dat: ‘Een tijdelijke vergunningsverlening kan bovendien geen afbreuk doen aan het visueel aspect van de omgeving.’ (besluit dd. 14 december 2000, dossier 874.1/110.22.01 inzake n.v. Belgoposter / Stad Hasselt - Kuringersteenweg 400). Geen enkel van de door de deputatie ingeroepen motieven is toepasselijk op de aanvraag tot tijdelijke stedenbouwkundige vergunning! Het bestreden besluit dient dan ook nietigverklaard te worden”. Beoordeling
- Gelet op het suppletoir karakter van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, wordt de schending ervan geacht te zijn afgeleid uit de schending van het toentertijd geldende artikel 53, § 3, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat aan de deputatie, wanneer zij uitspraak doet over een bouwaanvraag, een motiveringsverplichting oplegt die niet minder streng is dan deze die is opgelegd in de eerstgenoemde wet.
- Het bestreden weigeringsbesluit steunt op twee motieven die allebei draagkrachtig zijn, met name, enerzijds het gegeven dat het reclamepaneel de bebouwingsmogelijkheden van het naastliggende perceel hypothekeert, zodat het verlenen van een definitieve stedenbouwkundige vergunning daarom geen geschikte oplossing is, en, anderzijds, dat de aanwezigheid van dat paneel een bijkomend storend element is in de reeds visueel aangetaste omgeving, met name de Genkersteenweg. X-12.247-6/8
- Tegen het tweede weigeringsmotief wordt in het middel alleen gesteld dat het een “passe partout-argument” betreft, dat wordt tegengesproken door een ander besluit van de bestendige deputatie waarin zou zijn geoordeeld dat een tijdelijke vergunning “geen afbreuk kan doen aan het visueel aspect van de omgeving”.
- Nog in de veronderstelling dat het besluit waarnaar de verzoekende partij verwijst vergelijkbaar zou zijn met het bestreden besluit, en zou inhouden wat de verzoekende partij voorhoudt, dient te worden vastgesteld dat uiteraard ook een tijdelijke vergunning afbreuk kan doen aan het visueel aspect van een omgeving. De verzoekende partij kan zich dan ook niet op goede gronden steunen op dergelijk onwettig standpunt.
- De verzoekende partij betwist het desbetreffende motief niet wat de feitelijke inhoud ervan betreft. De vaststelling dat de omgeving reeds visueel is aangetast, en het betrokken reclamepaneel een bijkomend storend element is, is geen “passe partout”-argument. Dit motief is afdoende.
- Het middel betreft voor het overige het andere, overtollig, motief.
- Het middel kan niet worden aangenomen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. X-12.247-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien mei 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-12.247-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.829 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div