id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.846 Rolnummer: A. 185019/IX-5750 Zaak: Arrest 203846 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 10/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-19 Raadplegingen: 230 - laatst gezien 2026-07-02 15:44 Fiche Arrest nr 203.846 van 10 mei 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 203.846 van 10 mei 2010 in de zaak A. 185.019/IX-5750 In zake: Charles MOERENHOUDT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean Bourtembourg en Anne Falys kantoor houdend te Brussel Zwitserlandstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de NV BELGACOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Chris Van Olmen kantoor houdend te Brussel Louizalaan 221 en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luk De Schrijver en Dany Cornelis kantoor houdend te De Pinte Pont-Noord 15A bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 augustus 2007, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 2 juli 2007 van Didier Ghysen, “benoemende overheid bij delegatie” van de NV Belgacom, waarbij Charles Moerenhoudt ter beschikking wordt gesteld met ingang van 1 juli
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. IX-5750-1/9 De partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frank Vandevoorde, die loco advocaat Jean Bourtembourg verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Dany Cornelis, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behalve wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is ten tijde van de bestreden beslissing tewerkgesteld bij de NV Belgacom. 3.
- In 2002 wordt bij de NV Belgacom een reconversie-operatie opgestart die tot doel heeft de situatie van het personeel aan te passen aan de nieuwe organisatie van het bedrijf. De verzoeker komt in het kader van deze operatie “in reconversie”. 3.
- Op 8 december 2005 wordt in het paritair comité een collectieve overeenkomst gesloten, die op 15 december 2005 wordt goedgekeurd door de raad van bestuur en onder meer tot doel heeft een oplossing te bieden voor de situatie van de personeelsleden die in reconversie zijn. Luidens artikel 8 van deze collectieve overeenkomst worden de personeelsleden “voor wie de reconversie niet gelukt is en die reeds vóór 1 juli 2004 in reconversie waren” met ingang van 1 januari 2006 in de nieuwe stand “structurele disponibiliteit” gesteld. IX-5750-2/9 In uitvoering van deze bepaling wordt de verzoeker bij besluit van 16 december 2005 van de “benoemende overheid bij delegatie” van de NV Belgacom in structurele disponibiliteit gesteld. Tegen deze beslissing stelt de verzoeker bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring in (zaak A. 170.317/IX-5235). 3.
- Bij arrest nr. 164.148 van 26 oktober 2006, in zake Francis Grandmaire (zaak A. 169.440/VIII-5358), schorst de Raad van State de tenuitvoerlegging van verscheidene bepalingen van het besluit van de raad van bestuur van 15 december 2005 houdende goedkeuring van de collectieve overeenkomst van 8 december
- De verzoeker wordt hiervan met een brief van 11 december 2006 in kennis gesteld. De gevolgen van deze schorsing worden hem als volgt toegelicht: “Concreet betekent dit dat de beslissing van de benoemende overheid van Belgacom, waarbij u in structurele disponibiliteit werd gesteld, eveneens geen uitwerking meer kan hebben. Hierdoor wordt u gereïntegreerd in de situatie die op u van toepassing was voor u in structurele disponibiliteit werd geplaatst; bijgevolg bent u terug in reconversie.” 3.
- In de loop van de maanden maart tot mei 2007 wordt een nieuwe collectieve overeenkomst gesloten in het paritair comité. Deze “Collectieve Overeenkomst met betrekking tot de gevolgen van de reconversie” (hierna: de collectieve overeenkomst) wordt op 31 mei 2007 bekrachtigd door de raad van bestuur. Ze bevat onder meer de volgende bepalingen: - Art.
- §
- De statutaire personeelsleden die op 1 januari 2006 of later uit hoofde van de collectieve overeenkomst van 8 december 2005 in structurele disponibiliteit werden gesteld, worden met terugwerkende kracht op 1 januari 2006 in reconversie in de stand “dienstactiviteit” gesteld. - Art.
- Het stelsel van disponibiliteit bij gebrek aan wedertewerkstelling [...] wordt vervangen door een nieuw stelsel, dat in de administratieve stand van disponibiliteit opgericht wordt, onder de benaming “terbeschikkingstelling”. - Art.
- §
- Voor elk personeelslid dat hetzij in reconversie is op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze collectieve overeenkomst, hetzij na de inwerkingtreding ervan in reconversie wordt gesteld, of opnieuw in reconversie IX-5750-3/9 wordt gesteld, wordt een nieuw reconversieproces opgestart en stelt het Job Center een professioneel profiel op. - Art.
- §
- Statutaire personeelsleden die daags vóór de inwerkingtreding van onderhavige collectieve overeenkomst in reconversie waren en weigeren mee te werken aan de opstelling van het professioneel profiel bedoeld in artikel 6, § 1, worden ter beschikking gesteld op 1 juli
- - Art.
- Onderhavige collectieve overeenkomst treedt in werking op de dag van haar goedkeuring door de raad van bestuur van Belgacom. 3.
- Met een brief van 1 juni 2007 wordt de verzoeker in kennis gesteld van deze elementen van het nieuwe akkoord, met inbegrip van de gevolgen die verbonden zijn aan het niet-meewerken aan de opstelling van het professioneel profiel, zoals bepaald in artikel 60, § 1, van de collectieve overeenkomst. Bij de brief is een formulier “Medewerking aan het professioneel profiel (PP)” gevoegd, dat door de verzoeker dient te worden ingevuld en teruggestuurd naar de verwerende partij. Op dat formulier moet de betrokkene vermelden of hij al dan niet zijn medewerking zal verlenen aan het opstellen van zijn professioneel profiel. De verzoeker duidt aan dat hij weigert zijn medewerking te verlenen aan het opstellen van zijn professioneel profiel en stuurt het formulier, aldus ingevuld, terug op 23 juni
- Bij dit formulier voegt de verzoeker een brief waarin hij de redenen voor deze weigering uiteenzet. Hij stelt namelijk dat de collectieve overeenkomst onwettig is, omdat zij de statutaire en de contractuele personeelsleden op dezelfde wijze behandelt. 3.
- Bij beslissing van 13 juni 2007 van Didier Ghysen, “benoemende overheid bij delegatie”, wordt het besluit van 16 december 2005 waarbij de verzoeker in structurele disponibiliteit werd geplaatst, ingetrokken. Deze beslissing wordt met een brief van dezelfde datum aan de verzoeker ter kennis gebracht. Bij arrest nr. 176.256 van 29 oktober 2007 wordt het annulatieberoep dat de verzoeker tegen het besluit van 16 december 2005 had ingesteld, ingevolge deze intrekking verworpen. 3.
- Op 2 juli 2007 beslist Didier Ghysen, “benoemende overheid bij delegatie”, dat de verzoeker overeenkomstig artikel 60, § 1, van de collectieve overeenkomst met ingang van 1 juli 2007 ter beschikking wordt gesteld. IX-5750-4/9 Dit is de bestreden beslissing. Ze wordt met een aangetekende brief van dezelfde datum aan de verzoeker ter kennis gebracht. IV. Verzoek tot verwijzing van de zaak naar de tweetalige kamer
- De verzoeker wijst er ter terechtzitting op dat twee gelijkaardige zaken aanhangig zijn voor de Franstalige VIIIe Kamer van de Raad van State. Hij suggereert dat het raadzaam zou zijn de voorliggende zaak, samen met de bedoelde Franstalige zaken, te verwijzen naar de tweetalige Ve Kamer van de Raad van State.
- De enkele omstandigheid dat bij de Raad van State terzelfder tijd beroepen tegen gelijkaardige Franstalige en Nederlandstalige beslissingen aanhangig zijn, impliceert evenwel niet dat deze zaken moeten worden beschouwd als zaken zoals bedoeld in de artikelen 52 en 61 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, waarvan de tweetalige kamer krachtens artikel 87, achtste lid, van diezelfde gecoördineerde wetten kennis neemt. Er is te dezen geen reden om de voorliggende zaak naar de rol van de tweetalige kamer te verwijzen. V. Bevoegdheid van de Raad van State Uiteenzetting van de exceptie
- De verwerende partij werpt in haar laatste memorie een exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State op. Zij stelt, onder verwijzing naar de arresten van het Hof van Cassatie, nrs. C.06.0574.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.10 en C.06.0596.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.11 van 20 december 2007, dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van een beslissing tot terbeschikkingstelling, aangezien een dergelijke beslissing in de uitoefening van een louter gebonden bevoegdheid is genomen. Volgens de verwerende partij blijkt die gebonden bevoegdheid te dezen uit artikel 60 van de collectieve overeenkomst, dat er geen twijfel over laat bestaan dat de personeelsleden die aan de vooravond van de inwerkingtreding van die overeenkomst in reconversie waren én die bovendien IX-5750-5/9 weigeren om hun medewerking te verlenen aan het opstellen van hun professioneel profiel, met ingang van 1 juli 2007 ter beschikking worden gesteld. Bovendien, zo stelt de verwerende partij, is de terbeschikkingstelling van de verzoeker louter het gevolg van diens vrijwillige beslissing om zijn medewerking niet te verlenen aan het opstellen van zijn professioneel profiel. De verzoeker kende nochtans de gevolgen van die beslissing en heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat hij er voordeel bij had om zich in terbeschikkingstelling te laten plaatsen. De verwerende partij wijst er dienaangaande op dat de personeelsleden die in terbeschikkingstelling worden geplaatst, vrijgesteld zijn van elke prestatie, dat zij een wachtvergoeding genieten, dat zij een aanvullende activiteit mogen uitoefenen, en dat zij nog steeds in aanmerking komen voor interne vacatures. De verwerende partij stelt ten slotte dat de verzoeker sinds zijn terbeschikkingstelling geen enkel initiatief heeft genomen om te worden gereaffecteerd. Beoordeling
- Luidens artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State doet de afdeling bestuursrechtspraak uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van onder meer de onderscheiden administratieve overheden.
- Overeenkomstig de artikelen 144 en 145 van de Grondwet zijn de hoven en rechtbanken uitsluitend of in beginsel bevoegd om kennis te nemen van geschillen over subjectieve rechten. Onder voorbehoud van een -te dezen niet bestaande- toewijzing van bevoegdheid inzake politieke rechten, is de Raad van State dan ook niet bevoegd om kennis te nemen van beroepen tot nietigverklaring waarvan het werkelijke en rechtstreekse voorwerp een geschil over subjectieve rechten betreft. Luidens de arresten van het Hof van Cassatie, nrs. C.06.0574.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.10 en C.06.0596.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.11 van 20 december 2007, waarnaar de verwerende partij verwijst, veronderstelt het bestaan van een geschil over een subjectief recht dat de eiser zich beroept op een welbepaalde juridische verplichting die een regel van objectief recht IX-5750-6/9 rechtstreeks aan een derde oplegt en bij de nakoming waarvan die partij belang heeft. Opdat een partij zich ten aanzien van de bestuurlijke overheid op een dergelijk recht zou kunnen beroepen, dient de bevoegdheid van die overheid gebonden te zijn. De zaak waarover het eerstgenoemde arrest uitspraak deed, had betrekking op de terbeschikkingstelling, van rechtswege, van een personeelslid van het Franse gemeenschapsonderwijs wegens ziekte of invaliditeit. Het Hof van Cassatie oordeelde dat uit de toepasselijke reglementering volgt, enerzijds, dat hoewel de vervulling van de in de reglementering bepaalde voorwaarden van rechtswege de terbeschikkingstelling van het personeelslid tot gevolg heeft, de wijziging van de administratieve stand van het personeelslid een administratieve beslissing vereist, anderzijds echter, dat de bevoegdheid van de administratie om over het vervuld zijn van die voorwaarden uitspraak te doen, gebonden is. Het Hof van Cassatie besloot daaruit dat de Raad van State de afwijzing van de opgeworpen exceptie van onbevoegdheid niet naar recht vermocht te gronden op het discretionair karakter van de bevoegdheid van de administratie. Het Hof van Cassatie vernietigde dienvolgens het bestreden arrest van de Raad van State. Volgens de rechtsopvatting die het Hof van Cassatie in het genoemde arrest huldigt, hangt de bevoegdheid van de Raad van State af van de vraag of hetgeen wordt bestreden een beslissing betreft die door de overheid tot stand is gebracht in de uitoefening van een discretionaire beoordelingsbevoegdheid, dan wel een beslissing waarbij de overheid zonder enige mogelijkheid tot appreciatie slechts vaststelt of de betrokkene voldoet aan de wettelijke en reglementaire voorwaarden en daaraan de voorgeschreven rechtsgevolgen verbindt.
- Te dezen vordert de verzoeker de nietigverklaring van de beslissing van 2 juli 2007 van Didier Ghysen, “benoemende overheid bij delegatie”, waarbij hij ter beschikking wordt gesteld met ingang van 1 juli
- In de motivering van het bestreden besluit wordt verwezen naar de bepaling van artikel 60, § 1, van de collectieve overeenkomst. Deze bepaling luidt als volgt: “Art. 60 § 1.Statutaire personeelsleden die daags vóór de inwerkingtreding van onderhavige collectieve overeenkomst in reconversie waren en weigeren mee te werken aan de opstelling van het professioneel profiel bedoeld in artikel 6, § 1, worden ter beschikking gesteld op 1 juli 2007.” IX-5750-7/9 Aldus blijkt dat de beslissing tot terbeschikkingstelling van een personeelslid op grond van het voormelde artikel het rechtstreekse gevolg is van het voldaan zijn aan twee voorwaarden, namelijk enerzijds zich ten laatste op 30 mei 2007 in reconversie bevinden en anderzijds de weigering van het betrokken personeelslid om zijn medewerking te verlenen aan het opstellen van het “professioneel profiel”. Uit de bewoordingen van het voormelde artikel van de collectieve overeenkomst blijkt dat de verwerende partij ter zake niet over een discretionaire bevoegdheid beschikt. Integendeel is de bevoegdheid van de verwerende partij volstrekt gebonden en leidt de vaststelling dat de verzoeker aan de gestelde voorwaarden voldoet, noodzakelijkerwijze tot het besluit dat hij met ingang van 1 juli 2007 ter beschikking wordt gesteld. Derhalve moet worden besloten dat de Raad van State niet bevoegd is om over het beroep uitspraak te doen. De omstandigheid dat de verzoeker in zijn eerste middel aanvoert dat de voorwaarden van artikel 60, § 1, van de collectieve overeenkomst niet vervuld zijn en hij in zijn tweede, derde en vijfde middel de wettigheid van de collectieve overeenkomst betwist, doet aan deze conclusie geen afbreuk, vermits de hoven en rechtbanken over verzoekers wettigheidsbezwaren kunnen oordelen.
- De exceptie is dan ook gegrond. VI. De kosten
- Gelet op de omstandigheid dat de verwerende partij in de bestreden beslissing van 2 juli 2007 zelf aangeeft dat tegen die beslissing een beroep kan worden ingesteld bij de Raad van State, past het de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. IX-5750-8/9
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-5750-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.846 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.10 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.