← België

Arrest 203861 - Gerechtsdeurwaarders - 11/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.861 Rolnummer: A. 195341/IX-6692 Zaak: Arrest 203861 - Gerechtsdeurwaarders - 11/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-12 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:44 Fiche Arrest nr 203.861 van 11 mei 2010 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.861 van 11 mei 2010 in de zaak A. 195.341/IX-6692 In zake : Erik VERSTRAETEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te Beringen Scheigoorstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Vincent LAMORAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 26 januari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 20 november 2009 waarbij Vincent Lamoral benoemd wordt tot gerechtsdeurwaarder in het arrondissement Mechelen en van het ministerieel besluit van 20 november 2009 waarbij zijn kantoor wordt gevestigd in de stad Mechelen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-6692-1/14 Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Wim Mertens, die verschijnt voor de verzoeker, advocaat Anthony Poppe, die loco advocaat Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Matthias Valkeniers, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Met een bericht in het Belgisch Staatsblad van 3 december 2008 wordt een betrekking van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement MECHELEN vacant verklaard. De verzoeker dient hiervoor zijn kandidatuur in bij aangetekende brief van 22 december
  6. De tussenkomende partij doet dit bij aangetekende brief van 8 december
  7. Er stellen zich 18 personen kandidaat voor deze betrekking. 3.
  8. De procureur des Konings verleent op 4 maart 2009 een “gunstig advies” voor zowel de verzoeker als voor de tussenkomende partij. IX-6692-2/14 De procureur-generaal bij het Hof van Beroep verleent op 11 maart 2009 een “gunstig advies” voor zowel de verzoeker als voor de tussen- komende partij. 3.
  9. De raad van de arrondissementskamer van het gerechtelijk arrondissement Mechelen (hierna: de arrondissementskamer) geeft, voor de aangelegenheden waarover hij advies moet verlenen, aan de beide kandidaten -zoals aan alle kandidaten- het maximum van 50 punten. Voor de verzoeker resulteert dat wel in een “zeer uitmuntend advies met bijzondere aanbeveling”; voor de tussenkomende partij in een “zeer uitmuntend advies met aanbeveling”. Bij het optellen van de punten op de onderscheiden criteria zoals aangegeven in de circulaire nr. 116 van 7 april 2008 betreffende de adviesprocedure bij de benoeming van gerechtsdeurwaarders, krijgen de verzoekende en de tussen- komende partij beiden een totaal van 76 punten. Twee andere kandidaten behalen een betere score, met name 79 en 78/
  10. 3.
  11. Bij koninklijk besluit van 20 november 2009 wordt de tussen- komende partij benoemd. Dit besluit bevat volgende motieven: “(...) Overwegende dat de heer Lamoral Vincent, licentiaat in de rechten, een hoge quotering kreeg met een totaal van 76 punten; (...) Overwegende dat uit de vergelijking van de titels en de verdiensten van de kandidaten aan de hand van de criteria gesteund op de circulaire van 16 april 2008 blijkt dat er vier kandidaten zijn die het best gerangschikt zijn op louter mathematische benadering, te weten in alfabetische volgorde: de heer Cnop Marc, mevrouw Geens Anne-Mieke, de heer Lamoral Vincent en de heer Verstraeten Eric; Overwegende dat inzake anciënniteit de globale ervaring, de ervaring in het gerechtelijk arrondissement van de vacature, de ervaring in de stad of gemeente waarin de vacature gelegen is, de ervaring in het vacante kantoor zelf en het totaal aantal plaatsvervangingen in aanmerking komen voor de weging; Overwegende dat inzake anciënniteit de heer Verstraeten Eric de beste score haalt, gevolgd door mevr. Geens Anne-Mieke, nadien de heer Lamoral Vincent en tenslotte de heer Cnop Marc; Overwegende dat voor wat de adviezen betreft uitgebracht door de bevoegde raad van de arrondissementskamer alle kandidaten eenzelfde score halen, hetzij het maximum der punten; IX-6692-3/14 Overwegende dat bovendien verworven kennis, opleidingen, activiteiten gerelateerd aan het ambt, en andere nuttige ervaring een meerwaarde kan betekenen voor de uitoefening van het ambt van gerechtsdeurwaarder; dat hier de heer Verstraeten Eric met 6 punten de beste score behaalt, gevolgd door heer Lamoral Vincent met 4, heer Cnop Marc met 3 en tenslotte de heer mevr. Geens Anne-Mieke die geen punten kreeg toebedeeld; Overwegende dat de vier kandidaten wat de mathematische score betreft nauw op elkaar aansluiten en dat ze binnen de categorieën van criteria elkaar afwisselen; dat deze vier kandidaten bijzonder aan elkaar zijn gewaagd; dat het dus noodzakelijk is binnen de criteria na te gaan hoe de onderlinge vergelijking zich aandient; Overwegende dat de circulaire voor de voordragende overheid een leidraad is die ze zichzelf heeft opgelegd om, enerzijds gestandaardiseerde en op gelijke wijze voor iedere kandidaat informatie te verkrijgen, en anderzijds om de adviesinstanties er toe aan te zetten op identieke wijze advies uit te brengen aan de hand van gelijke criteria; dat het uiteraard aan de voordragende overheid is om, op basis van deze gestandaardiseerde adviesprocedure op haar beurt de titels en verdiensten van de kandidaten te vergelijken en een voordracht te doen; Overwegende dat de kandidaten wat de bekwaamheden en de vaardigheden betreft allemaal dezelfde score behalen, namelijk het maximum der punten; dat de raad van de arrondissementskamer hier geen onderscheid maakt, hetzij dat voor bepaalde kandidaten een bijzondere aanbeveling wordt toegevoegd; dat dit het geval is voor de kandidaten Geens Anne-Mieke, Lamoral Vincent en Verstraeten Eric, wat hen positief onderscheidt van de andere kandidaat; Overwegende dat alle kandidaten gemotiveerde adviezen hebben toege- voegd; dat voor bepaalde kandidaten er meerdere adviezen zijn uitgebracht, waaruit mag worden afgeleid dat zij over een meer gevarieerde ervaring beschikken doordat zij met meerdere titularissen hebben samen gewerkt; dat deze kandidaten bijgevolg moeten worden geacht over de kwalificaties en verdiensten te beschikken om het ambt van gerechtsdeurwaarder uit te oefenen; Overwegende dat met betrekking tot de andere elementen gerelateerd aan het ambt betreft de resultaten tussen de kandidaten meer uitgesproken zijn; dat de heer Verstraeten Erik hier de beste score haalt, gevolgd door de andere kandidaten Lamoral Vincent en Cnop Marc; dat mevr. Geens Anne-Mieke geen enkel punt behaalt, wat haar op dit vlak dus negatief beoordeelt; Overwegende dat de heer Lamoral Vincent ten overstaan van sommige andere kandidaten een minder lange ervaring heeft wat de ambtsuitoefening betreft; dat zijn ervaring zowel in haar geheel als met betrekking tot het aantal plaatsvervangingen echter reeds aanzienlijk is; dat de langere ervaring in deze geen extra bijdrage levert aan de verdienste van de kandidaat en niet opweegt ten overstaan van de andere kwalificaties, kennis, inzet en attitudes met betrekking tot de ambtsuitoefening; Overwegende dat de goede score van de heer Lamoral Vincent bij het advies van de raad van arrondissementskamer bijzonder onderbouwd is door zeer gunstige adviezen van andere gerechtsdeurwaarders; dat de kwalificaties die hem worden toebedeeld een bijzonder breed draagvlak hebben, wat hem positief onderscheidt van de andere kandidaten; IX-6692-4/14 Overwegende dat de heer Lamoral Vincent binnen de categorie van de andere relevante elementen een goede score behaalt; dat hij op dit vlak slechts door één andere kandidaat wordt voorgegaan, kandidaat echter die mindere ervaring heeft op het lokale vlak; Overwegende dat de combinatie van de ervaring, de lokale verbondenheid, de bijzondere kwalificatie in de adviezen en de gedragenheid ervan, de kennis, inzet, opleidingen en maatschappelijke integratie van de heer Lamoral Vincent hem onderscheiden van de andere kandidaten; Overwegende dat betrokkene aan alle wettelijke benoemingsvoorwaarden voldoet; Overwegende dat de adviezen van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen en de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen gunstig zijn omtrent de voorgedragen kandidaat; Overwegende dat op grond van de vergelijking van alle vooropgestelde elementen inzake adviesvorming en beroepservaring de heer Lamoral Vincent als de meest geschikte kandidaat dient te worden weerhouden voor het ambt van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Mechelen.” Dit is de eerste bestreden beslissing. Zij is in het Belgisch Staatsblad van 3 december 2009 gepubliceerd. 3.
  12. Bij ministerieel besluit van 20 november 2009 wordt het kantoor van de tussenkomende partij gevestigd in MECHELEN. Dit is de tweede bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging Tussenkomst
  13. Met een op 12 februari 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt Vincent Lamoral om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. V. Onderzoek van de vordering
  14. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die IX-6692-5/14 de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6692-6/14 A. Ernst van de middelen Standpunt van de partijen
  15. De verzoeker richt zich onder meer tegen de beoordelingscriteria “ervaring in de gemeente” en “ervaring in het vacante kantoor” die door de verwerende partij gehanteerd worden om de kandidaturen voor een ambt van gerechtsdeurwaarder te vergelijken en tegen de wijze waarop die criteria in dit geval zijn toegepast. In het eerste middel voert hij de schending aan van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en van een aantal beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel. In het tweede middel voert hij de schending aan van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van het motiveringsbeginsel en van dezelfde beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoeker stelt dat de verwerende partij de kandidaten beoordeeld heeft met inachtneming van de criteria vermeld in de circulaire 116 van 7 april 2008, maar dat de criteria “ervaring in de stad/gemeente” en “ervaring in het vacante kantoor” onregelmatig zijn en in dit geval ook foutief toegepast. Het criterium “ervaring in de stad/gemeente” is volgens de verzoeker onregelmatig omdat het ingaat tegen het beginsel van de gelijke toegang tot de openbare ambten en er geen redelijke verantwoording bestaat voor het feit dat een kandidaat, die verbonden is aan een kantoor in de stad Mechelen, meer geschikt zou zijn dan een kandidaat die verbonden is aan een kantoor in een andere gemeente van hetzelfde arrondissement, nu de gerechtsdeurwaarders in het gehele arrondissement werken en de streekgebondenheid “arrondissementeel bekeken moet worden”. Hier heeft de verwerende partij het begrip “ervaring in de stad” zeer eng geïnterpreteerd: de verzoeker is verbonden aan een kantoor in Lier en hij kreeg daarom geen punten voor “ervaring in de stad”, terwijl hij “zeer vertrouwd is met de stad Mechelen” en wel degelijk ervaring heeft in de stad Mechelen, want met de stukken die hij voorlegt bewijst hij dat er met zijn “patron” samenwerkingsafspraken bestaan die zijn werkterrein hoofdzakelijk situeert “in de stad Mechelen, het kanton Mechelen en het kanton Heist-op-den-Berg”; de tussenkomende partij daarentegen is verbonden aan een kantoor dat weliswaar zijn officiële standplaats te Mechelen heeft, maar dat zijn daadwerkelijke activiteit uitoefent te Willebroek. De in die omstandigheden vastgestelde verbondenheid met een kantoor te Mechelen kan bezwaarlijk als een meerwaarde voor de tussenkomende partij beschouwd worden IX-6692-7/14 die haar in de vergelijking punten oplevert. De nulquotatie van de verzoeker voor het criterium “ervaring in de stad”, terwijl hij die ervaring wel degelijk heeft, berust op een criterium dat niet pertinent is en dat kennelijk onevenredig is met het beoogde doel, te weten de selectie van de meest geschikte kandidaat. Ware het criterium “ervaring in de stad” correct toegepast, dan zou hij ongetwijfeld als de beste kandidaat met een heel hoge score naar voor gekomen zijn, want het is precies met die punten dat de drie kandidaten die blijkens het bestreden besluit in de vergelijking opgenomen zijn, op zijn hoogte komen. Hij besluit dat de criteria “ervaring in de stad” en “ervaring in het kantoor” zeer sterk wegen op de quotering van de kandidaten, terwijl zij geen meerwaarde bieden, onredelijk en willekeurig geïnterpreteerd worden en geen wettelijk aanvaardbaar motief vormen of zeker niet opwegen tegen de verdiensten die de verzoeker doet gelden. De Raad van State kan binnen zijn marginaal toetsingsrecht nagaan of de verwerende partij de criteria van de omzendbrief 116 op dezelfde wijze toegepast en beoordeeld heeft. Hij scoort op verschillende vlakken beter dan de tussenkomende partij. Zo zij beiden een score van 76 verkregen, dan is dit manifest onjuist, onder meer omdat hij voor de “ervaring in de stad” geen punten kreeg, wat ten onrechte gebeurde omdat hij sinds 1993 een grote ervaring in het arrondissement en in de stad Mechelen bezit.
  16. De verwerende partij antwoordt dat de bemerking van de verzoeker dat de tussenkomende partij werkte in een kantoor dat in feite te Willebroek gevestigd was, niet opgaat aangezien “de loutere aanwezigheid van een kantoor te Mechelen er ongetwijfeld voor zorgde dat de benoemde kandidaat op zeer frequente wijze in contact zal gekomen zijn met inwoners van de gemeente en bijna dagelijks zijn activiteiten zal hebben uitgeoefend te Mechelen”. Zij benadrukt dat er effectief ook rekening gehouden is met de ervaring in het arrondissement en met het feit dat de vacature zich voordeed in de stad Mechelen. De rechtspraak sluit volgens haar niet uit dat de “ervaring in de gemeente” een beoordelingscriterium kan zijn; dat criterium is ook niet kennelijk onredelijk omdat de gerechtsdeurwaar- der de gewoontes en de mentaliteit binnen een gemeenschap moet kennen en het desbetreffend criterium slechts voor 12,5% van de punten meetelt. Wat betreft het doorslaggevend gewicht van de criteria over de ervaring in de stad en in het vacante kantoor stelt de verwerende partij in essentie dat zij de opportuniteit van de criteria binnen de redelijkheidsgrens beoordeelt en dat het kennelijk niet onredelijk is dat aan alle criteria inzake de ervaring eenzelfde aantal punten toegekend wordt. IX-6692-8/14
  17. De tussenkomende partij betwist het belang van de verzoeker bij de middelen. Volgens haar is het eerste middel een reden voor de verzoeker om een klaagzang aan te heffen over de actuele gang van zaken in de deurwaarderswereld, maar vormt dat geen rechtstreeks belang. Bovendien toont de verzoeker niet aan welk voordeel de middelen en elk van hun onderdelen hem kunnen opleveren. Ten gronde wijst zij er, ten aanzien van het eerste middel, op dat de verwijzing naar de beroepservaring/anciënniteit als één van de beoordelingscrite- ria, wettig is en niet kennelijk onredelijk en dat alle titels en verdiensten van de kandidaten onderzocht en vergeleken zijn. Wat de opsplitsing van het criterium betreft, stelt zij dat elk subcriterium zijn eigen toetsingslogica heeft en dat zij als zodanig niet samenvallen, terwijl er ook maximaal acht punten mee verdiend kunnen worden. Zij besluit dat de criteria op gelijke wijze op alle kandidaten toegepast zijn en dat de verzoeker punten gekregen heeft voor de criteria waaraan hij voldeed. Ten aanzien van het tweede middel wijst zij op de discretionaire bevoegdheid van het bestuur, op het geringe puntenverschil tussen de kandidaten en, met betrekking tot de vergelijking van de kandidaten op het vlak van de ervaring in de stad of de gemeente, naar het feit dat de verzoeker zijn ervaring “kunstmatig” opkrikt met “toevallige” prestaties binnen de stad, dat het criterium van de omzendbrief correct verwijst naar de “ervaring in een kantoor in de stad” zonder de plaatsvervangingen daarbij te betrekken en dat de verzoeker zijn aanspraken in ieder geval had moeten toelichten in zijn curriculum om het bestuur in staat te stellen daarover te oordelen. Beoordeling
  18. De verzoeker wenst met de uiteengezette middelen, als hiervoor samengevat, vastgesteld te zien dat de verwerende partij het criterium “ervaring in de stad”, waarvan sprake in de omzendbrief 116, niet had mogen gebruiken om de kandidaten voor de betrekking te vergelijken en dat zij in ieder geval dat criterium verkeerd toegepast heeft omdat hij wel degelijk over die ervaring beschikt. Een vernietiging op die grondslag zal voor de verzoeker nuttig zijn omdat zij de verwerende partij zal verplichten zijn ervaring in de stad Mechelen te waarderen en ze te vergelijken met deze van de tussenkomende partij. De middelen zijn ontvankelijk.
  19. Het bestreden besluit vertrekt van de vaststelling dat “de mathematische benadering”, gesteund op de criteria van de omzendbrief nr. 116, aan IX-6692-9/14 vier kandidaten de beste rangschikking verleent. De verzoeker en de tussenkomende partij horen daarbij: zij behalen elk 76 punten en moeten twee kandidaten laten voorgaan: een met 79 en een andere met 78 punten. Inzake de “beroepservaring in de gemeente” -die maximaal 8 punten op een totaal van 40 voor het gehele hoofdstuk “anciënniteit en beroepservaring” kan opleveren- krijgt de verzoeker geen punten, terwijl de andere drie daarvoor zes of vier punten behalen. In de visie van de verzoeker had hij voor het criterium nochtans 8 punten moeten behalen; dat zou hem ten aanzien van de tussenkomende partij, die daarvoor vier punten kreeg, een voorsprong van vier punten opgeleverd hebben en hem ten aanzien van de overige kandidaten mathematisch op de eerste plaats gebracht hebben. Voortbouwend op de mathematische classificatie en het hoofdstuk “anciënniteit/beroepservaring” daarin, wordt in het bestreden besluit de “globale ervaring” van de verzoeker, bepaald op 21 jaar wat hem 8 punten oplevert tegenover 14 jaar en 6 punten voor de tussenkomende partij, gerelativeerd door de vaststelling dat de langere ervaring “geen extra bijdrage levert aan de verdienste van de kandidaat” -wat een inhoudelijke beoordeling van de voorliggende cijfers uitmaakt-, en wordt uiteindelijk tegenover de voorsprong die de verzoeker krijgt op het hoofdstuk “andere relevante elementen” -6 punten op 10 in plaats van 4 voor de tussenkomende partij- aangevoerd dat hij een “mindere ervaring op het lokale vlak (bezit)”. Daaruit blijkt dat het criterium van de “ervaring in de stad/gemeente” in dit geval decisief geweest is om de tussenkomende partij te benoemen.
  20. De “ervaring in de stad” is in de omzendbrief 116 vermeld als een onderdeel van het hoofdstuk 1 - “anciënniteit/beroepservaring”, waarop 40 punten kunnen behaald worden (op een totaal van 100) en die moet blijken uit de adviezen en de curricula van de kandidaten. Dat hoofdstuk omvat volgende criteria: a) de globale ervaring; b) de ervaring in het arrondissement van de vacature; c) de ervaring in de stad/gemeente; d) de ervaring in het vacante kantoor en e) plaatsver- vangingen. Elk criterium van a) tot e) is goed voor maximaal acht punten, toe te kennen a rato van twee punten per blok van vijf jaar ervaring. Uit de overwegingen van het bestreden besluit, en met name de beoordeling van de globale ervaring van de verzoeker, blijkt wel dat de verwerende partij in dit geval de cijfers niet altijd als een absoluut beoordelingscriterium gehanteerd heeft.
  21. Daargelaten de vraag of, in het algemeen, de criteria “ervaring in het kantoor” en “ervaring in de stad of gemeente” wel pertinente criteria zijn om, IX-6692-10/14 met dezelfde wegingswaarde als de ervaring in het arrondissement, de kandidaten van elkaar te onderscheiden -het ambt van gerechtsdeurwaarder wordt immers in het arrondissement uitgeoefend, zodat de genoemde twee criteria op het eerste zicht geen decisieve meerwaarde kunnen vormen- wordt te dezen vastgesteld dat de verwerende partij de punten voor de “ervaring in de stad’ toegekend heeft op basis van het zuiver formeel criterium van de gemeente waarin het kantoor van tewerkstelling gelegen is en dat zij geen oog gehad heeft voor de daadwerkelijke ervaring die de kandidaten in de gemeente hebben kunnen verwerven. Nochtans wees de verzoeker er in zijn curriculum op dat “ingevolge samenwerkingsafspraken met gerechtsdeurwaarder Van Orshaegen (zijn) werkterrein in hoofdzaak toegespitst was op de stad Mechelen, het Mechelse kanton en het kanton Heist-op-den-Berg en hun respectieve deelgemeenten”, gaf hij een uiteenzetting -punt 14 van het CV- over zijn “vertrouwdheid met de plaats en de omgeving waar de vacante standplaats zich bevindt” en wordt dat ook bevestigd in het advies van 22 december 2008 van gerechtsdeurwaarder Van Orshaegen.
  22. Het is voor de Raad van State niet duidelijk waarom de verwerende partij, die onmiskenbaar op dat vlak een discretionaire bevoegdheid bezit, de cijfers die op het criterium “globale ervaring” gegeven werden zou mogen nuanceren met een inhoudelijke beoordeling en waarom zij dit ook niet zou doen ten aanzien van de ervaring in de stad. In het licht van haar opdracht om de beste kandidaat voor de bewuste betrekking uit te kiezen kan daarvoor ook geen pertinente reden bedacht worden, temeer de verzoeker ook stelt dat de ervaring in de stad Mechelen van de tussenkomende partij op een zuivere theoretische basis steunt omdat haar kantoor van tewerkstelling in feite in Willebroek ligt en het enkel “officieel” -in het kader van de deontologische code van de gerechtsdeurwaarders- in de stad Mechelen geregistreerd is, en de verwerende en de tussenkomende partij dit niet concreet weerleggen maar enkel met algemeenheden tegenspreken. Prima facie wordt dan ook vastgesteld dat het bestuur, door geen onderzoek te voeren naar de daadwerkelijke ervaring in de stad Mechelen, de kandidatuur van de verzoeker en van de tussenkomende partij niet correct vergeleken heeft en dat de verwerende partij ten onrechte besloten heeft dat de tussenkomende partij een voorsprong bezat wegens haar inschrijving in een kantoor met vestiging in de stad Mechelen.
  23. De vaststelling dringt zich op dat de benoeming van de tussen- komende partij niet door een deugdelijke grondslag gedragen wordt. IX-6692-11/14 B. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
  24. De verzoeker stelt dat, zo in de regel aanvaard wordt dat de later komende vernietiging van het bestreden besluit een afdoende genoegdoening verschaft aan de niet-benoemde kandidaat, er in dit geval reden is om anders te besluiten. Hij verwijst naar de “manifeste onwettigheid” van de benoeming van de tussenkomende partij wegens de waarde die de verwerende partij gehecht heeft aan de beoordelingscriteria “ervaring in de stad” en “ervaring in het vacante kantoor” en stelt dat hij kennelijk grotere aanspraken zou hebben kunnen doen gelden indien deze criteria correct toegepast waren geweest; hij krijgt geen eerlijke kans omdat hij steeds voorbijgestoken wordt door kandidaten die omwille van hun verbondenheid met een “zogenaamd” kantoor of een “zogenaamd” vacante stad een quotering behalen die voor hem onoverbrugbaar is en die de werkelijke verdiensten en bekwaamheden van de benoemde overstijgt. Hij wijst in dat verband onder meer op het feit dat zijn effectieve ervaring in de stad Mechelen verwaarloosd is en betoogt dat het de tweede keer op korte termijn is dat hij op dezelfde wijze een benoeming tot gerechtsdeurwaarder in het arrondissement Mechelen misloopt, hetgeen vernederend en zeer nadelig voor hem is. Hij voegt daaraan toe dat hij een “al vrij hoge leeftijd in vergelijking met andere kandidaten” heeft en dat er in de nabije toekomst geen plaatsen in het arrondissement Mechelen open zullen vallen zodat zijn kans op benoeming die pas na een vernietiging zou gebeuren, zeer klein wordt, ook rekening houdend met de steeds moeilijker wordende mogelijkheden om krediet te vinden voor de uitbouw van een zaak. Hij wijst tenslotte op de aberraties van de door de verwerende partij gehanteerde handelwijze, met name dat de kandidaten tuk zijn om te gaan werken in kantoren die binnenkort vacant zullen worden en die een goede score inzake de anciënniteit opleveren.
  25. De verwerende partij antwoordt dat de verzoeker zijn nadeel niet concreet aantoont en dat het mislopen van een benoeming geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt. Zij betwist dat de verzoeker zich in een buitengewo- ne situatie zou bevinden: in het arrest 197.285 van 26 oktober 2009 heeft de Raad van State een vordering van de verzoeker wegens ontstentenis van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel afgewezen, zijn leeftijd verhindert geen toekomstige benoeming en het nadeel dat volgt uit de omzendbrief nr. 116 kan niet aan de bestreden benoemingsbeslissing worden toegerekend. IX-6692-12/14
  26. Ook de tussenkomende partij stelt dat de verzoeker geen bijzondere redenen aanvoert die een schorsing kunnen rechtvaardigen en verwijst naar het voormeld arrest nr. 197.285 gewezen over een gelijkaardige vordering van de verzoeker. Zij wijst erop dat de verzoeker het nadeel legt in de motieven van het bestreden besluit, terwijl het onderzoek van de middelen niet vereenzelvigd mag worden met het onderzoek van het nadeel; ook de leeftijd van de verzoeker of de duur van de procedure voor de Raad van State kan niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel gezien worden. Beoordeling
  27. In beginsel berokkent het mislopen van een benoeming geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel. In dit geval heeft de Raad van State evenwel oog voor de stelling van de verzoeker dat hij op korte termijn een tweede keer bij de benoeming voorbijgestoken wordt op grond van een toepassing van dezelfde benoemingscriteria waarvan hiervoor vastgesteld is dat zij niet correct toegepast zijn en wordt rekening gehouden met het feit dat de verwerende partij zich blijkbaar niet echt ingespannen heeft om, bij het opnieuw beoordelen van de aanspraken van de verzoeker voor een nieuwe benoeming in de stad Mechelen, de knelpunten die de verzoeker blijkens zijn annulatieberoep tegen het eerste benoemingsbesluit ontwaarde, op te lossen en minstens haar standpunt beter te duiden. Deze houding van de verwerende partij rechtvaardigt dat spoedig uitspraak gedaan wordt over de grond van de zaak. In die zin wordt het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvaard. BESLISSING
  28. Het verzoek van Vincent Lamoral tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
  29. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 20 november 2009 waarbij Vincent Lamoral benoemd wordt tot gerechtsdeurwaarder in het arrondissement Mechelen en van het ministerieel besluit van 20 november 2009 waarbij zijn kantoor wordt gevestigd in de stad Mechelen. IX-6692-13/14
  30. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het geschorste besluit.
  31. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst in het administratief kort geding, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6692-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.861 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.648 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.