id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.868 Rolnummer: A. 185021/X-13441 Zaak: Arrest 203868 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-21 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:43 Fiche Arrest nr 203.868 van 11 mei 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 203.868 van 11 mei 2010 in de zaak A. 185.021/X-13.
- In zake: de n.v. HOMING COMPANY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Brusselstraat 59 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 augustus 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 31 mei 2007 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende inwilliging van het beroep van Suzy De Meirsman en de heer en mevrouw Vossen-De Vos tegen het besluit van 30 maart 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stabroek en houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. Homing Company voor het oprichten van 12 appartementen, 1 woning en 11 garages te Stabroek, Sint Caharinastraat 67-69-71-73, kadastraal bekend sectie C, nrs. 354/f4, 354/l3 en 354/m
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. X-13.441-1/11 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 april
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anneleen Claes, die loco advocaat Willem Slosse verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur Wouter De Cock, daartoe gemachtigd bij beslissing van 1 september 2009 van de adjunct-auditeur-generaal, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Ingevolge een vergunningsaanvraag, ingediend op 13 januari 2006, verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stabroek aan de verzoekende partij op 30 maart 2006 een stedenbouwkundige vergunning onder voorwaarden voor het bouwen van 12 appartementen, 1 woning en 11 garages op een terrein aan de Sint Catharinastraat 67-69-71-73, kadastraal bekend sectie C, nrs. 354/f4, 354/l3 en 354/m
- In graad van administratief beroep besluit de deputatie van de provincieraad van Antwerpen op 8 juni 2006, het beroep ingesteld door Suzy DE MEIRSMAN en de heer en mevrouw VOSSEN-DE VOS tegen voormeld besluit van het college van burgemeester en schepenen van 30 maart 2006 niet in te willigen. Tevens besluit de deputatie dat het “besluit van het schepencollege van 30 maart 2006 wordt gevolgd en dezelfde voorwaarden worden opgelegd”.
- Het arrest van de Raad van State nr. 165.608 van 6 december 2006 beveelt “de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 8 juni 2006 waarbij aan de nv HOMING COMPANY de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het bouwen van twaalf appartementen, één woning en elf garages op een perceel X-13.441-2/11 gelegen te STABROEK, Sint Catharinastraat 67-69-71-73, kadastraal bekend onder sectie C, nrs. 354F 4, 354L 3 en 354M 3”.
- Het arrest van de Raad van State nr. 169.106 van 19 maart 2007 stelt de afstand van het geding vast ten aanzien van de beslissing van 30 maart 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stabroek, en vernietigt “het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 8 juni 2006 waarbij aan de n.v. HOMING COMPANY de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het bouwen van twaalf appartementen, één woning en elf garages op een perceel gelegen te Stabroek, Sint Catharinastraat 67-69-71-73, kadastraal bekend sectie C, nrs. 354/f4, 354/l3 en 354/m3”.
- Opnieuw uitspraak doend over het hoger vermeld administratief beroep ingesteld door Suzy DE MEIRSMAN en de heer en mevrouw VOSSEN-DE VOS, besluit de deputatie op 31 mei 2007 “steunend op de door de Raad van State in zijn arrest van 19 maart 2007, nr. 169.106, aangevoerde elementen tot vernietiging van het besluit van ons college van 8 juni 2006 (...)”het beroep in te willigen en bijgevolg geen vergunning te verlenen aan de n.v. HOMING COMPANY. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie wegens laattijdigheid van het beroep
- De verwerende partij betwist de tijdigheid van het door de verzoekende partij ingestelde annulatieberoep in volgende bewoordingen: “II.1: tijdigheid Verzoekende partij kon, naar eigen zeggen, ten vroegste op 2 juli 2007 kennis nemen van het schrijven van 29 juni 2007 waarmee het bestreden besluit werd meegedeeld. Het bestreden besluit is bij aangetekende brief op vrijdag 29 juni 2007 betekend. Aangezien een aangetekende zending die vrijdag heeft plaatsgehad alleszins de maandag op het adres van de bestemmeling aangeboden wordt, is dit in casu inderdaad gebeurd op maandag 2 juli
- Dit betekent dat de termijn om de vernietiging te vorderen, verstrijkt op donderdag 30 augustus
- Zoals gezegd, is de vordering door de griffie van de Raad van State afgestempeld voor ontvangst op maandag 3 september
- Er zijn geen deugdelijk aangevoerde feiten waaruit overmacht kan blijken”. X-13.441-3/11
- De verzoekende partij repliceert wat volgt: “II.
- TIJDIGHEID Het verzoekschrift wordt ingediend overeenkomstig art. 14 § 1 van de Wetten op de Raad van State en dit binnen de 60 dagen na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing; Aangezien verzoekster slechts ten vroegste op 2 juli 2007 kennis kon nemen van het schrijven vanwege Gedeputeerde Koen Helsen en dhr. Ans Van Loo, provinciale stedenbouwkundig ambtenaar dd. 29 juni 2007 waarin de beslissing van de Deputatie van de Provincie Antwerpen dd. 31 mei 2007 werd medegedeeld, is het verzoekschrift tijdig ingediend; Verwerende partij bevestigt dat verzoekster inderdaad pas op maandag, 2 juli 2007 kon kennis genomen hebben van het schrijven van 29 juni 2007; Ze stelt evenwel ook dat daardoor de termijn verstrijkt op donderdag, 30 augustus 2007 en dat gezien de Griffie het verzoekschrift slechts afstempelt op 3 september 2007 voor ontvangst, de vordering laattijdig is; Evenwel staat vast dat verzoekster 60 dagen had na de kennisgeving van de brief om haar verzoek bij de Raad van State aanhangig te maken bij aangetekend schrijven; Dat deze termijn bovendien start de dag na de dag waarop men kennis kreeg van de beslissing aldus op 3 juli 2007 om te verstrijken op 31 augustus 2007; Immers bepaalt artikel 88 van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot de regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de dag van de akte die het uitgangspunt is van de termijn niet begrepen wordt in de termijn; De vervaldag evenwel wordt wel in de termijn gerekend; Bovendien geldt niet de datum van ontvangst op de Griffie van de Raad van State als indieningsdatum, doch wel de datum waarop het verzoekschrift per aangetekende post werd verzonden naar de Raad van State; In huidig geval was dit op 31 augustus 2007; Aldus is de vordering ontvankelijk”. Beoordeling
- Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het bestreden besluit aan de verzoekende partij werd betekend bij aangetekende brief van vrijdag 29 juni 2007 en door de verzoekende partij werd ontvangen op maandag 2 juli
- De partijen betwisten deze vaststellingen niet.
- Krachtens artikel 88 van het procedurereglement is de dag van de akte die het uitgangspunt is van de termijn niet in de termijn begrepen. De vervaldag wordt wel in de termijn gerekend.
- Uit het voorgaande volgt dat de termijn van 60 dagen een aanvang neemt op dinsdag 3 juli 2007 en dat het annulatieberoep van de verzoekende partij dat bij aangetekende brief van 31 augustus 2007 werd ingediend, bijgevolg tijdig is. De exceptie wordt verworpen. X-13.441-4/11 Exceptie wegens gebrek aan belang
- De verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partij als volgt: “II. 2: belang De gemeente Stabroek is ontvoogd, zodat dit dossier onderworpen was aan de nieuwe vergunningenprocedure; De enige betrachting van de verzoekende partij-bouwheer is nu om in functie van de rechtszekerheid het bestreden besluit tot weigering van een stedenbouwkundige vergunning gewoon uit het rechtsverkeer te laten halen, zonder meer. Ondertussen wil verzoeker uitvoering geven aan de oorspronkelijke vergunning, verleend door het schepencollege op 30 maart 2006, bij toepassing van art. 123, § 2, DORO”.
- De verzoekende partij repliceert wat volgt: “II.
- BELANG Verwerende partij stelt dat verzoekster bouwheer de enige betrachting heeft met het verzoek tot vernietiging om het besluit tot weigering van de stedenbouwkundige vergunning gewoon uit het rechtsverkeer te laten halen; Verzoekster zou daarmee beogen dat de oorspronkelijke vergunning verleend door het Schepencollege van 30 maart 2007 toepassing zou krijgen bij artikel 123, § 2 D.O.R.O.; Verzoekster kan niet begrijpen in welke mate dat dit argument aanleiding geeft tot het bewijs van gebrek aan belang van verzoekster; Immers is het inderdaad uitsluitend de bedoeling van een verzoek tot vernietiging om een beslissing die foutief is uit het rechtsverkeer te halen; Verdere overwegingen van partijen doen daartoe niets terzake; Aldus is het verzoek ontvankelijk voor wat betreft het belang”. Beoordeling
- De verzoekende partij is de aanvrager van de met het bestreden besluit geweigerde stedenbouwkundige vergunning. Deze hoedanigheid volstaat op zich in principe voor het naar het recht vereiste belang van de verzoekende partij bij het beroep tegen dit weigeringsbesluit. De exceptie wordt verworpen. X-13.441-5/11 V. Onderzoek van de middelen Eerste middel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 123 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna DRO) : “Doordat het bestreden besluit het beroep tegen de vergunning toegekend aan verzoekster als ongegrond afwijst en haar die beslissing ter kennis brengt, meer dan 75 dagen na de indiening ervan; Terwijl verwerende partij, eens deze termijn verstreken, niet meer bevoegd is een eindbeslissing op het beroep te betekenen; TOELICHTING
- Het artikel 123 § 2 stelt het volgende: Als de termijn van 75 of 150 dagen verstreken is zonder dat de aanvrager op de hoogte werd gebracht van een beslissing, in de gevallen dat de aanvrager geen beroep heeft ingesteld, dan blijft de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van toepassing. (Van de vergunning mag gebruik worden gemaakt, als de aanvrager niet binnen 20 dagen na het verstrijken van de termijn, op de hoogte werd gebracht van een beslissing tot schorsing met toepassing van artikel 126, § 2.) Krachtens artikel 123 § 2 heeft het verzuim van de Deputatie om binnen de termijn van 75 dagen een beslissing ter kennis te brengen van de bouwaanvrager, de bevoegdheid van de Deputatie om nog langer uitspraak te doen op het beroep; (sic) 2 De bespreking spitst zich toe op twee rechtsvragen, met name: - Wat is het beginpunt van de termijn van 75 dagen bij een vernietigingsarrest van de Raad Van State of intrekking van de beslissing? - Wat is het eindpunt van de termijn van 75 dagen?
- Slechts ten vroegste op 2 juli 2007 werd verzoekster op de hoogte gebracht van de beslissing van de Bestendige Deputatie aan de hand van een schrijven dd. 29 juni 2007; 75 dagen terug gerekend zou dit betekenen dat de dies a quo 18 april 2007 is; Er kan geen enkele reden zijn waarom de dies a quo slechts op 18 april 2007 zou moeten bepa(a)ld worden; Aldus werd de aanvrager, zijnde verzoekster, niet binnen de 75 dagen op de hoogte gebracht van de inhoud van de beslissing van 31 mei 2007; Aldus dient te worden vastgesteld dat art. 123 van het Vlaamse Decreet dd. 18 mei 1999 is geschonden;
- Wat na een vernietigingsarrest of intrekking van een beslissing in beroep: Het artikel 123 §2 van het decreet van 18 mei 1999 behelst de zogenaamde impliciete goedkeuring bij stilzitten van de overheid. X-13.441-6/11 Overeenkomstig de leer van het arrest Van Bever (10 januari 1984, nr. ...) gaat Uw Raad er vanuit dat wanneer een beslissing wordt vernietigd, de zaak geacht wordt in de toestand te zijn waarin zij zich bevond daags na het indienen van het beroep. Dit arrest ligt volledig in de lijn van de heersende rechtsleer. (OPDEBEEK, I., Rechtsbescherming tegen het stilzitten van het bestuur, Brugge, Die Keure, 1992, p.206-207.) Men moet dan ook aannemen dat na een vernietigingsarrest van de Raad van State of intrekking door de bevoegde overheid(bestendige deputatie), de termijn van 75 dagen voor de bestendige deputatie opnieuw begint te lopen. (zie ook: Cass. 4 april 2002, Pas. 2002, afl. 3, p. 826) Het vernietigingarrest van 23 maart 2007 werd ter kennisgebracht op 11 april 2007, zodat de 75 dagentermijn afliep op 26 juni 2007;
- Eindpunt van de termijn van 75 dagen: Als referentiepunt moet de ontvangstdatum van de beslissing bij de aanvrager van de vergunning genomen Men hoeft maar te kijken naar het artikel 123 § 2 van het decreet van 18 mei
- De relevante passage uit het artikel luidt als volgt: Als de termijn van 75 of 150 dagen verstreken is zonder dat de aanvrager op de hoogte werd gebracht van een beslissing, ... Een letterlijke lezing van deze passage lijkt te kunnen volstaan om te besluiten dat de datum van ontvangst als referentiepunt moet dienen. Binnen de 75 dagen moet de aanvrager in kennis zijn gebracht; Dit is niet gebeurd: 2 juli 2007 was na het verstrijken van de termijn van 75 dagen na ieder mogelijk beginpunt van de termijn;
- Alhoewel verzoekster dus op dit ogenblik over een bouwvergunning beschikt van het College, past het toch om de besteden beslissing uit de rechtsorde te laten verwijderen; Het middel is manifest gegrond”.
- De verwerende partij repliceert wat volgt: “Middel 1: schending van artikel 123, § 2, DRO Verzoekende partij wil de bestreden beslissing van 31 mei 2007 uit de rechtsorde laten verdwijnen omdat de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 30 maart 2006 tot toekenning van de stedenbouwkundige vergunning van toepassing is. Eerst rekent verzoekende partij vanaf de aanbieding van het bestreden besluit op 2 juli 2007 met 75 dagen terug, zodat zij op 18 april komt. Vervolgens stelt zij dat er geen reden is om de 75 dagen pas op 18 april te nemen aangezien het arrest van 23 maart 2007 (lees: 19 maart 2007) tot vernietiging ter kennis gebracht zou zijn op 11 april
- De 75-dagen-tijd om haar een besluit te betekenen, zou dan op 26 juni 2007 verstreken zijn. Verweer Een bewijs van de aanbieding van de zending met het arrest op woensdag 11 april 2007, is niet bij de vordering gevoegd. De datum 11/04/2007 die door de Raad van State zelf op zijn briefwisseling is gezet, is geen bewijs van aanbieding. Via De Post is de datum van de aanbieding van betrokken zending ook niet meer te achterhalen. Dergelijke informatie wordt blijkbaar maar 3 maanden bijgehouden. X-13.441-7/11 De stempels die op de aan verweerster gerichte briefwisseling van de Raad van State voorkomens, geven echter aan dat het arrest ingekomen is op zowel het provinciebestuur als op het provinciaal departement ruimtelijke ordening, planning en mobiliteit (DROM) op maandag 16/04/
- Naar gewoonte wordt de stempel ‘ingekomen op ...’ steevast de dag van de aanbieding zélf gezet. Het terzake op het provinciebestuur bijgehouden register van de aangetekende zendingen toont onder het cijfer 7, met de code van de aangetekende zending in kwestie, onomstotelijk aan dat: 1) de Raad van State pas op vrijdag 13 april 2007 zijn zending heeft verzonden; 2) deze zending is ingekomen op het provinciebestuur op maandag 16/04/2007; 3) voor deze zending, bestemd voor DROM, op diezelfde 16/04/2007 door de beambte is afgetekend voor ontvangst. Dit stemt ook overeen met de rechtspraak van de Raad van State, die hierop neerkomt dat een aangetekende zending doorgaans (dit is met uitzondering van zaterdagen, zondagen en feestdagen) binnen de 24 uur wordt aangeboden op het adres van de bestemmeling) of de maandag wanneer de zending de voorafgaande vrijdag heeft plaatsgehad. Met andere woorden: maandag 16 april 2007 is de datum waarop de aangetekende zending met het arrest tot vernietiging effectief aan verweerster is aangeboden. Vanaf die dag wordt de zaak dan geacht weer in de toestand te zijn gebracht waarin zij zich bevond de dag na het indienen van het beroep, maar vóór het onderzoek ervan door de overheid. Dit impliceert dat verweerster derhalve opnieuw over de volle termijn beschikt om een nieuwe beslissing ter kennis te brengen. Deze termijn is 75 dagen na de datum van ontvangst van het eerste aangetekende beroep (eigen cursivering), in dit geval dus na datum van ontvangst van het arrest tot vernietiging. De decretale bepaling zegt niet vanaf de datum van ontvangst. De dies a quo, de dag van de aanbieding van de aangetekende zending, is derhalve niet in die termijn van 75 dagen begrepen. Dit toegepast op voorliggend dossier, betekent dat zaterdag 30 juni 2007 de uiterste datum is waarop het bestreden besluit kon verstuurd worden. Het is bij aangetekende brief dd. 29 juni 2007, een vrijdag, verstuurd en aangeboden op maandag 2 juli
- Dit is ook conform de rechtspraak volgens dewelke een aangetekende zending normaal (dit is met uitzondering van zaterdagen, zondagen en feestdagen) binnen de vierentwintig uur op het adres van de bestemmeling aangeboden wordt of de maandag wanneer de zending de voorafgaande vrijdag heeft plaatsgehad. Het middel is niet gegrond”.
- De verzoekende partij dupliceert als volgt: “
- Verzoekster kan niet verweten worden dat zij het bewijs niet levert van de verzending van de beslissing vanuit de Griffie van de Raad van State op 11 april 2007; Immers heeft verzoekster geen toegang tot die informatie; Verzoekster kan zich enkel baseren op de gegevens die haar door de Griffie zelf worden medegedeeld;
- X-13.441-8/11 De dies ad quem is de dag waarop verzoekster op de hoogte werd gebracht van de beslissing; Aangezien verzoekster in kennis werd gebracht op 2 juli 2007 van de beslissing, zou dit betekenen dat de 75 dagentermijn dient te starten op 18 april 2007; Verwerende partij stelt evenwel dat zij de aangetekende zending ontving op 16 april 2007; Aldus startte de vervaltermijn op 17 april om te eindigen op 1 juli 2007; Gezien het feit dat de 75 dagentermijn een vervaltermijn is en het Decreet Ruimtelijke Ordening niet voorziet in een verlenging van de termijn ingeval de laatste dag een zaterdag, zondag of feestdag is, eindigde de termijn die zondag op 1 juli 2007; Aldus staat vast dat op 2 juli 2007 de termijn van 75 dagen waarbinnen de Bestendige Deputatie haar antwoord kon overmaken aan verzoekster, reeds was verstreken; Aldus is het eerste middel gegrond”. Beoordeling
- Het toentertijd geldende artikel 123, § 2 DRO bepaalde wat volgt: “§
- Als de termijn van 75 (...) dagen verstreken is zonder dat de aanvrager op de hoogte werd gebracht van een beslissing, in de gevallen dat de aanvrager geen beroep heeft ingesteld, dan blijft de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van toepassing. Van de vergunning mag gebruik worden gemaakt, als de aanvrager niet binnen 20 dagen na het verstrijken van de termijn, op de hoogte werd gebracht van een beslissing tot schorsing met toepassing van artikel 126, § 2”.
- De partijen betwisten niet de toepasselijkheid van de voormelde decretale bepaling die in de gevallen dat de aanvrager geen beroep heeft ingesteld, de vergunningverlenende overheid in graad van administratief beroep een dwingende termijn van 75 dagen oplegt om de aanvrager op de hoogte te brengen van de beslissing in beroep. Overeenkomstig het toentertijd geldende artikel 118 DRO schorst het tijdig ingestelde beroep tegen een beslissing waarbij de vergunning in eerste aanleg wordt verleend, de uitvoering van de vergunning. Gelet op de sanctie van de blijvende toepasselijkheid van de beroepen beslissing van het college van burgemeester en schepenen, is de deputatie niet langer bevoegd om na het verstrijken van de termijn van 75 dagen de aanvrager op de hoogte te brengen van haar beslissing.
- De terugwerkende kracht van een vernietigingsarrest heeft onder meer tot gevolg dat, wanneer de vernietigde handeling er een is die door de overheid binnen een bepaalde termijn dient te worden vastgesteld, de overheid over een nieuwe volle termijn beschikt om een beslissing te nemen. X-13.441-9/11
- Te dezen heeft de verwerende partij het vernietigingsarrest nr. 169.106 van 19 maart 2007 ontvangen op 16 april 2007 zodat de nieuwe volle beslissingstermijn bedoeld in het voormelde artikel 123, § 2 DRO een aanvang heeft genomen op 17 april 2007 zodat de verzoekende partij, als aanvrager, uiterlijk op zaterdag 30 juni 2007 op de hoogte diende te worden gebracht van een beslissing van de deputatie. Gelet op het gebruik van de voltooid verleden tijd in de voormelde bepaling van artikel 123, § 2 DRO (“op de hoogte werd gebracht”) volstond het niet dat de beslissing te dezen uiterlijk op 30 juni 2007 door de deputatie werd verstuurd naar de verzoekende partij, maar was vereist dat deze laatste op dat tijdstip kennis heeft genomen of heeft kunnen nemen van de beslissing van de deputatie.
- Uit wat voorafgaat blijkt dat het bestreden besluit aan de verzoekende partij met de aangetekende post werd aangeboden op 2 juli 2007 en derhalve buiten de termijn van 75 dagen bedoeld in het voormelde artikel 123, § 2 DRO. Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van het besluit van 31 mei 2007 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende inwilliging van het beroep van Suzy De Meirsman en de heer en mevrouw Vossen-De Vos tegen het besluit van 30 maart 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stabroek en houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. Homing company voor het oprichten van 12 appartementen, 1 woning en 11 garages te Stabroek, Sint Caharinastraat 67-69-71-73, kadastraal bekend sectie C, nrs. 354/f4, 354/l3 en 354/m
- Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. X-13.441-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf mei 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-13.441-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.868 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div