id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.926 Rolnummer: A. 194454/IX-6569 Zaak: Arrest 203926 - Penitentiair recht - 17/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-26 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:44 Fiche Arrest nr 203.926 van 17 mei 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.926 van 17 mei 2010 in de zaak A. 194.454/IX-6569 In zake : Ibrahim BOUFOUS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te Sint-Kruis Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 november 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gevangenisdirecteur van de strafinrichting te Brugge van 28 oktober 2009, waarbij aan Ibrahim Boufous de tuchtsanctie van één maand glasbezoek wordt opgelegd van 29 oktober 2009 tot en met 28 november
- II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 197.655 van 6 november 2009 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 mei
- IX-6569-1/7 Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mieke Depovere, die loco advocaat Mathieu Langerock verschijnt voor de verzoeker, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing bevindt de verzoeker zich in de strafinrichting te Brugge. 3.
- Op 13 oktober 2009 wordt een eerste rapport aan de directeur opgesteld. Het heeft in essentie betrekking op ordeverstoring, veroorzaakt door het kind van de verzoeker dat er blijkbaar een gewoonte van maakt om in de gang van de gedetineerden te lopen als de gedetineerden toekomen met het oog op het gezinsbezoek. De verzoeker laat het kind begaan en houdt zich niet aan de regel dat bij het einde van het bezoek, de bezoekers moeten gescheiden worden van de gedetineerden. 3.
- Op 15 oktober 2009 deelt de gevangenisdirectie aan de verzoeker mee dat geen tuchtprocedure wordt opgestart, omdat hij “is verwittigd”. 3.
- Op 24 oktober 2009 wordt een tweede omstandig rapport over de problematiek aan de directeur overgemaakt. 3.
- Op 28 oktober 2009 neemt de gevangenisdirectie de thans bestreden beslissing, nadat de verzoeker, in aanwezigheid van zijn raadsman werd gehoord. IX-6569-2/7 Op 28 oktober 2009 wordt een uitgebreid verslag opgesteld van de tuchtrechtelijke hoorzitting. Op dezelfde datum wordt de thans bestreden beslissing van 28 oktober 2009 ter kennis gebracht aan de verzoeker. Deze beslissing luidt als volgt: “BESLISSING TUCHTSANCTIE Betreft: (naam en voornaam van de gedetineerde) Boufous Ibrahim Gelet op : : artikel 81 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende Algemeen reglement van de strafinrichtingen : artikel 82 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende Algemeen reglement van de strafinrichtingen 9 artikel 83 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende Algemeen reglement van de strafinrichtingen • Gelet op de feiten die als volgt worden omschreven: Zie rapport aan directeur d.d. 24/10/2009 Gelet op de argumenten van de gedetineerde (en / of zijn advocaat) die het tuchtdossier heeft kunnen raadplegen en hieromtrent op 28/10/2009 werd gehoord: Betrokkene wordt bijgestaan door Meester Langerock Mathieu Betrokkene ontkent de feiten. (...) De volgende tuchtsanctie wordt ten aanzien van de gedetineerde uitgespro- ken ‘1 maand glasbezoek, van 29/10 tot en met 28/11/2009 Aanvang van de tuchtsanctie: 29/10/2009’ Motivering van de sanctie: Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’. Betrokkene is een tweetal weken geleden reeds gezien door de directie in verband met een gelijkaardig incident tijdens het bezoek. De directie heeft hem de regels uitgelegd, maar hij kreeg een 2A, wat inhoudt dat er geen sanctie op volgde. Toen hem deze 2A werd betekend, reageerde hij woedend. De elementen vermeld in het rapport van 24/10/2009 zijn duidelijk, hij blijft onmiddellijk zware verbale agressie uiten in volle zaal, en houdt zich niet aan de regels dat bij einde bezoek de bezoekers moeten gescheiden worden van de gedetineerden. Hij brengt gans deze beweging in gevaar, en dat terwijl er bezoekers en kinderen aanwezig zijn. Hij richt zich ook vooral tegenover de verantwoordelij- ke kwartierchef, en doet hier zelfs tijdens het verhoor lasterlijke aantijgingen ten opzichte van deze kwartierchef. Hij vindt het nodig te melden dat hij nog vóór dit incident reeds een klacht indiende tegen deze kwartierchef. Hij wil zich beroepen op de getuigenis van andere beambten, deze beambten hebben het rapport mee geviseerd, maar hij vindt dit machtsmisbruik kwartier- IX-6569-3/7 chef. Betrokkene heeft een houding die totaal niet passend is in de bezoekzaal, en ten opzichte van het personeel. Hij probeert in zijn verdediging zijn arrogant en agressief gedrag weg te verklaren doordat zijn kind rondloopt en weent als de beambte het terugbrengt. Als een kind rondloopt en het kan naar een speelhoekje lopen, is het niet toegelaten dat bezoekers of gedetineerden ook rondlopen, maar ze kunnen wel in overleg met de beambten ingrijpen mocht dit nodig blijken. Dit stelt nooit geen problemen en de overzichtelijkheid over het bezoek wordt bewaard voor het personeel. Deze gedetineerde laat zich gelden op een bijzonder ongepaste manier, en betekent een gevaar voor de fysieke integriteit van derden, zowel personeel als bezoekers. Hij moet leren om zijn verbaal agressieve commentaar te stoppen. De feiten zijn bewezen, en als zeer ernstig geëvalueerd. Een passende tuchtstraf is dan ook nodig. De gevangene die zich schuldig maakt aan bedreigingen, beledigingen of gewelddaden hetzij tegen het personeel van de strafinrichtingen, hetzij tegen andere gevangenen wordt strenger bewaakt of afgezonderd. (Art. 614 Wetboek van Strafvordering). De gedetineerden moeten gehoorzamen aan de personeelsleden en alles volbrengen wat deze hun opleggen om de orde te handhaven en de reglementen uit te voeren. (Art. 77, Algemeen Reglement Strafinrichtingen). De gedetineerde moet de bevelen of instructies opvolgen van het personeel met betrekking tot de handhaving van de orde en de veiligheid en tot de uitvoering van de reglementen. (Basiswet, art.106 § 2). De gedetineerde heeft tot plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort (Art. 106 § 1 van de Basiswet 12.1.2005). (...).” IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoeker roept de schending in van de hoorplicht. In het motiverend gedeelte wordt melding gemaakt van het bestaan van een beslissing “2A”. Een beslissing “2A” betekent dat aan een tuchtrapport geen tuchtrechtelijk gevolg wordt gegeven. Dit stuk werd niet bij het tuchtdossier gevoegd, hoewel het belangrijk is om reden dat het als verzwarende omstandigheid in aanmerking werd genomen voor het opleggen van de bestreden tuchtsanctie. Deze gegevens worden niet aan tegenspraak onderworpen. Uit het tuchtrechtelijk hoorverslag voorafgaand aan de bestreden beslissing blijkt nergens sprake te zijn geweest over het bestaan van dit stuk. IX-6569-4/7 Beoordeling
- Inzake het inroepen van de hoorplicht dient opgemerkt te worden dat de rechten van verdediging onder meer inhouden dat een tuchtrechtelijk vervolgde persoon kennis krijgt van al hetgeen in verband met zijn zaak aan de beslissende overheid ter kennis wordt gebracht, en dat hij over de tenlastelegging tegenspraak kan voeren. Dit veronderstelt dat de tuchtoverheid haar beslissing slechts steunt op gegevens die aan de tegenspraak van de betrokkene zijn onderwor- pen. De rechten van verdediging van de verzoeker zijn geschonden indien blijkt dat hij geen tegenspraak heeft kunnen voeren over gegevens die van essentieel belang konden zijn voor de beoordeling van de tenlastelegging en de geloofwaardigheid van zijn verweer. Er is geen schending van de rechten van verdediging indien uit de concrete omstandigheden van de zaak blijkt dat de verzoeker in staat is geweest om zich naar behoren tegen de tenlastelegging te verdedigen.
- Uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat op 13 oktober 2009 een tuchtverslag werd opgesteld lastens de verzoeker en dat op 15 oktober 2009 de directie besliste geen tuchtprocedure tegen de verzoeker op te starten, een zogenaamde beslissing 2A, en hem slechts te verwittigen; daarbij werden hem de regels omtrent het bezoek uitgelegd; de betekening van die mededeling aan de verzoeker vermeldt dat de verzoeker weigerde te tekenen voor ontvangst; in de bestreden beslissing wordt vermeld: “Toen hem deze 2A werd betekend, reageerde hij woedend”. Uit dit alles dient te worden afgeleid dat de verzoeker kennis heeft van deze beslissing 2A. Dit stuk diende niet nogmaals aan hem ter kennis te worden gebracht om zijn rechten van verdediging te kunnen uitoefenen. Bovendien blijkt uit het verslag van de hoorzitting van 28 oktober 2009 dat de raadsman van de verzoeker verwijst naar de procedure die aanleiding heeft gegeven tot een 2A. Zo staat in het verslag : “Advocaat meldt dat hij 2 weken geleden al heeft gevraagd wat de juiste reglementering is in verband met bezoek kinderen, wegens onduidelijkheid hieromtrent”. Hieruit dient te worden afgeleid dat de verzoeker kennis had van deze procedure en hierover tegenspraak kon voeren en dit ook heeft gedaan. IX-6569-5/7 Het middel zoals aangevoerd door de verzoeker mist feitelijke grondslag. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoeker roept de schending in van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshande- lingen (hierna: de motiveringswet). De bestreden beslissing, aldus de verzoeker, is niet gesteund op een correcte feitenvinding; er staat als verweer “Betrokkene ontkent de feiten”; in het motiverend gedeelte van de bestreden beslissing echter staat dat de verzoeker enkele zaken opmerkt. De weergave van het verweer van de verzoeker tijdens de tuchtzitting is niet correct. In de bestreden beslissing wordt nergens uitgelegd wat de regels in de bezoekzaal nu juist zijn. Enkel omtrent het rondlopen van kinderen wordt enige uitleg verschaft. Omtrent de concrete aanleiding van het tuchtrapport wordt met geen woord gerept. Beoordeling
- Conform artikel 2 van de motiveringswet moeten de individuele bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd. De bestreden beslissing die aan de betrokkene wordt meegedeeld, moet niet enkel het dictum omvatten, maar eveneens de redenen op grond waarvan de beslissing werd genomen. In de beslissing moet niet op elk argument dat door de betrokkene wordt aangevoerd, afzonderlijk worden geantwoord. Het volstaat dat de beslissing duidelijk de redenen doet kennen die haar verantwoorden.
- Uit het verslag tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de verzoeker de aantijgingen als leugens afdoet en zijn onschuld staande houdt. Hierdoor is de vermelding in de bestreden beslissing dat de verzoeker de feiten ontkent, niet onjuist of onvolledig. Het verder verweer van de verzoeker houdt geen schuldbekentenis in. IX-6569-6/7
- Uit de bestreden beslissing blijkt dat er wel degelijk rekening is gehouden met het verweer van de verzoeker. Aangezien de bestreden beslissing een tuchtstraf betreft waarbij de verzoeker voor zijn arrogant en agressief gedrag wordt gesanctioneerd, dienen in de bestreden beslissing niet de regels van de bezoekzaal te worden weergegeven om te voldoen aan de motiveringsplicht.
- Het tweede middel is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Pierre Barra IX-6569-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.926 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.655 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div