id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.927 Rolnummer: A. 194163/XIV-32786 Zaak: Arrest 203927 - Penitentiair recht - 17/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-28 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:44 Fiche Arrest nr 203.927 van 17 mei 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 203.927 van 17 mei 2010 in de zaak A. 194.163/IX-6538 In zake : Willem PIENING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marnix Decloedt kantoor houdend te Loppem Rijselsestraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 5 oktober 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de minister van Justitie van 23 juli 2009 houdende intrekking van het besluit van 11 oktober 2007 houdende de invrijheidstelling op proef van Willem Piening. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 mei
- Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marnix Decloedt, die verschijnt voor de verzoeker, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6538-1/5 Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker wordt bij arrest van het Hof van Beroep van Gent, 3e kamer, van 27 mei 2004 veroordeeld wegens zedenfeiten met minderjarigen tot een gevangenisstraf van 5 jaar waarvan 3 jaar effectief en 2 jaar met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van 5 jaar mits naleving van opgelegde probatievoorwaarden, ontzetting uit zijn rechten zoals voorzien bij artikel 31 Strafwetboek voor de duur van 5 jaar en ter beschikkingstelling van de regering voor een duur van 10 jaar na afloop van zijn straf overeenkomstig de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten (hierna: de wet van 1 juli 1964). 3.
- De Commissie voor de voorwaardelijke invrijheidstelling beslist op 19 oktober 2005 om de verzoeker voorwaardelijk in vrijheid te stellen. Eén van de voorwaarden is dat hij zijn seksuele problematiek residentieel zal laten behandelen door het Forensisch Initiatief voor Deviante Seksualiteit (hierna: Fides) te Beernem. De verzoeker wordt opgenomen bij Fides. 3.
- De minister van Justitie beslist op 11 oktober 2007 in het kader van de terbeschikkingstelling van de regering met toepassing van artikel 25 van de wet van 1 juli 1964 om de verzoeker op proef in vrijheid te stellen. Aan hem wordt onder meer de verplichting opgelegd om zijn seksuele problematiek residentieel te laten behandelen door Fides. 3.
- Bij e-mail van 10 juni 2009 deelt een contactpersoon van Fides mee dat het therapeutisch contact in het kader van de nazorg tussen de verzoeker en de dienst met onmiddellijke ingang wordt stopgezet. 3.
- De minister van Justitie beslist op 23 juli 2009 om het ministerieel besluit van 11 oktober 2007 in te trekken. IX-6538-2/5 Dit is de bestreden beslissing die luidt als volgt: “Gelet op artikel 25bis van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, gewijzigd bij artikel 16 van de wet van 5 maart
- Gelet het ministerieel besluit van 11 oktober 2007, waarbij de invrijheidstel- ling op proef wordt gelast van Willem PIENING, geboren te Groningen op 1 november
- Gelet op het rapport van maatschappelijke begeleiding van 17.06.2009 en 2.07.2009 waaruit blijkt dat de begeleiding bij Fides definitief werd stopgezet en een negatieve afronding werd afgeleverd. Gelet op het feit dat onder meer uit de negatieve en afwijzende houding van betrokkene ten aanzien van therapeutische begeleiding en de kwalitatieve beoordeling, een gemiddeld hoog risico op herval in gewelddadige seksuele feiten blijkt. Dat momenteel niet wordt voorzien in verplichte ambulante begeleiding in het kader van de nazorg zodat zijn gedragingen een gevaar betekenen voor de maatschappij en de kans op recidive reëel is.” IV. Rechtsmacht van de Raad van State Standpunt van de verwerende partij
- De verwerende partij merkt op dat de Raad van State niet de vereiste rechtsmacht heeft. Wanneer de minister beslist om overeenkomstig artikel 25bis van de wet van 1 juli 1964 de internering uit te spreken, stelt hij een administratieve rechtshandeling waarbij hij meewerkt aan de uitvoering van een vonnis of een arrest. Artikel 25ter van deze wet waarborgt het recht van de veroordeelde om tegen zijn internering op te komen bij de rechter en dus om gehoord te worden. Beoordeling
- Artikel 25, eerste lid, van de wet van 1 juli 1964 bepaalt dat na afloop van hun gevangenisstraf de veroordeelden die ter beschikking van de regering zijn gesteld, onder het toezicht geplaatst worden van de minister van Justitie, die hen in vrijheid kan laten onder de door hem bepaalde voorwaarden, of hun internering kan gelasten. De beslissing van de minister van 11 oktober 2007 om de verzoeker op proef in vrijheid te stellen, is genomen met toepassing van artikel 25 voornoemd. IX-6538-3/5 Artikel 25bis, eerste lid, van de wet van 1 juli 1964 bepaalt dat de minister de internering gelast van een veroordeelde die ter beschikking van deze regering is gesteld onder meer wanneer zijn gedragingen in vrijheid een gevaar voor de maatschappij te zien geven. De bestreden beslissing is genomen met toepassing van artikel 25bis voornoemd; zij houdt de intrekking van de beslissing van 11 oktober 2007 in en betekent de internering van de verzoeker. Artikel 25ter van de wet van 1 juli 1964 bepaalt de voorwaarden waaronder een ter beschikking van de regering gestelde veroordeelde bij de gewone rechter kan opkomen tegen de beslissing van de minister die zijn internering gelast op grond van artikel 25bis van de wet.
- Op grond van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State doet de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak “over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen: 1/ van de onderscheiden administratieve overheden”. De Raad van State is niet bevoegd om kennis te nemen van beroepen tegen handelingen van administratieve overheden waarbij het bestuur rechtstreeks meewerkt aan de uitvoering van vonnissen en arresten van de justitiële rechter.
- De bestreden ministeriële beslissing houdt de uitvoering in van de door de strafrechter opgelegde terbeschikkingstelling van de regering en is aldus een rechtstreekse medewerking aan de uitvoering van het veroordelend arrest. Als zodanig lijkt die beslissing buiten de rechtsmacht van de Raad van State te vallen. De omstandigheid dat de minister over een discretionaire bevoegdheid zou beschikken, doet niets af van deze conclusie.
- Voorts dient erop gewezen te worden dat artikel 25ter van de wet van 1 juli 1964 de gewone rechter lijkt aan te wijzen om kennis te nemen van een vordering tegen de beslissing van de minister die de internering op grond van artikel 25bis van deze wet gelast. IX-6538-4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Pierre Barra IX-6538-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.927 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.704 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div