← België

Arrest 203929 - Tucht (openbaar ambt) - 17/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.929 Rolnummer: A. 184698/IX-5720 Zaak: Arrest 203929 - Tucht (openbaar ambt) - 17/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-26 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-30 04:44 Fiche Arrest nr 203.929 van 17 mei 2010 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 203.929 van 17 mei 2010 in de zaak A. 184.698/IX-5720 In zake : Angelo DECEUNINCK wonend te Meulebeke Stijn Streuvelsstraat 2A tegen : de lokale politiezone DENTERGEM - INGELMUNSTER - MEULEBEKE - OOSTROZEBEKE - WIELSBEKE (MIDOW) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ivan Lietaer kantoor houdend te Kortrijk President Rooseveltplein 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 juli 2007, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 24 mei 2007 van het politiecollege van de lokale politiezone MIDOW waarbij aan Angelo Deceuninck de tuchtstraf van de schorsing voor drie maanden wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. IX-5720-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 mei
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Verzoeker en advocaat Ivan Lietaer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is hoofdinspecteur van politie bij de lokale politiezone MIDOW. 3.
  6. Gevolg gevend aan een verklaring van een collega over bepaalde feitelijkheden die de verzoeker op 11 februari 2006 en 10 juni 2006 gepleegd zou hebben en na daaromtrent een voorafgaand onderzoek te hebben laten uitvoeren, beslist de korpschef van de verzoeker als zijn gewone tuchtoverheid de zaak bij de hogere tuchtoverheid aanhangig te maken. 3.
  7. Op 12 december 2006 stelt het politiecollege een inleidend verslag op. Het college is van oordeel dat de feiten vaststaan, dat ze aan de verzoeker kunnen toegerekend worden en dat ze als tuchtvergrijp kunnen gekwalificeerd worden. Op grond daarvan wordt het voorstel geformuleerd om aan de verzoeker de zware tuchtstraf van schorsing bij tuchtmaatregel voor een periode van 3 maanden op te leggen. 3.
  8. Op 22 januari 2007 wordt de verzoeker, bijgestaan door zijn tuchtverdediger, gehoord door het politiecollege, dat beslist om bij zijn voorstel van drie maanden schorsing te blijven. De feiten worden als volgt samengevat: IX-5720-2/8 “2.
  9. Op 11/02/2006 was u als dienstoverste belast met de mobiele permanentieshift 2200-0600 en dit tesamen met INP Hespeel. Tijdens deze shift, vermoedelijk tussen 23.30 en 0400 uur, heeft u:
  10. de combi opgesteld op de parking naast de dancing ‘Revolution’ te Ingelmunster, vlakbij de ingang en achter het hekwerk doch duidelijk zichtbaar voor de talrijke bezoekers aan de dancing.
  11. te samen met vier burgers, één collega in burger en uw shiftcollega INP Hespeel, plaats genomen achterin de combi. In het totaal zaten hierbij 7 personen achterin de combi. Later zijn nog twee burgers tot aan de zijdeur van de combi gekomen. Dit wordt bevestigd door 5 verklaringen van burgers en de verklaring van INP Lust.
  12. in dit gezelschap, achterin de combi én in het zicht van de talrijke bezoekers aan de dancing, nadrukkelijk plezier gemaakt. Dit wordt bevestigd door 4 verklaringen van burgers en door de verklaring van INP Lust.
  13. in dit gezelschap, achterin de combi én in het zicht van de talrijke bezoekers aan de dancing, meerdere dranken besteld en genuttigd. U dronk hierbij Carlsberg. Dit wordt bevestigd door 1 burgergetuige en door INP Lust. De overige burgergetuigen herinneren zich niet meer wat u dronk of hebben geen drank gezien hetgeen niet noodzakelijkerwijs impliceert dat er geen drank werd aangevoerd en verbruikt.
  14. dranken verbruikt in die mate dat u duidelijk tekenen vertoonde van alcoholintoxicatie. Dit wordt bevestigd door 3 burgergetuigen en door INP Lust. Eén burger weet het niet meer en een vijfde burgergetuige heeft u onvoldoende duidelijk kunnen waarnemen.
  15. toegelaten dat burgers voor de fun een ademtest aflegden. Dit wordt bevestigd door vier aanwezige burgergetuigen én door INP Lust. Uzelf evenals uw collega INP Hespeel hebben eveneens een ademtest afgelegd waarbij twee burgergetuigen stellen dat INP Hespeel positief blies waarmee tenslotte goed gelachen werd.
  16. toegelaten dat uw collega INP Hespeel alcoholische dranken verbruikte in die mate dat hij uiterlijke tekenen van dronkenschap vertoonde. Dit wordt bevestigd door drie burgergetuigen (INP Hespeel ‘zakte als een pudding in elkaar’, ‘hij was niet meer in staat om als politie zijn taak te vervullen’, ‘hij zag er inderdaad niet al te goed meer uit en was duidelijk onder invloed van alcohol’), door INP Lust (‘hij was duidelijk dronken en viel bijna in slaap op het klapstoeltje’) en door uzelf vermits u volgens INP Lust enkele dagen later zei dat INP Hespeel ‘weer eens dronken was geweest’. U bent tevens op de hoogte van het feit dat INP Hespeel een alcoholgevoelige collega is en dat hij terzake reeds een tuchtverleden heeft.
  17. seksueel getinte praat gevoerd door onder meer aan één burgergetuige (Jo Ann Goddeeris) te vragen of zij aan een andere burgergetuige (Ulle Wambeke) wilde zeggen dat u ‘haar nog eens wou pakken’
  18. zich tijdens een onverantwoord lange tijd opgehouden aan de dancing ‘Revolution’. Drie burgergetuigen situeren het tijdsverbruik tussen een half uur tot één uur. 2.2 Op 10/06/2006 was u als dienstoverste belast met de mobiele permanen- tieshift 2200-0600 tesamen met INP Buyst. Tijdens deze shift heeft u:
  19. publiekelijk en in uniform alcoholische dranken (Carlsberg) verbruikt zowel in de bar van de dancing als in de danszaal zelf. Dit wordt bevestigd door de twee aanwezige burgergetuigen.
  20. zich tijdens een onverantwoord lange tijd opgehouden in de dancing ‘Revolution’. Twee burgergetuigen situeren het tijdsverbruik tussen een IX-5720-3/8 half uur in de danszaal gaande tot een totaal verblijf van een tweetal uur (bar én danszaal). Uw collega INP Buyst stelde dat het zekerlijk méér dan een uur betrof en dat zij ‘hiermee verveeld was gezien de uitvoering van de opdracht dit niet rechtvaardigde’.” Blijkens het in het administratief dossier neergelegde uittreksel uit de notulen van de vergadering van 22 januari 2007, wordt als aanwezig vermeld “Lambrecht Georges, burgemeester” met de bemerking “vervoegt halverwege punt 1 het college”. Punt 1 van de dagorde van die vergadering betreft het “tuchtonder- zoek lastens HINP Deceuninck”, waarbij het politiecollege, na kennisname van het verweer van de verzoeker dat samengevat wordt in de voorafgaande overwegingen (pag 1 en 2 van het besluit), dat verweer beantwoordt (artikel 1) en vervolgens besluit zijn oorspronkelijk voorstel om de verzoeker drie maanden te schorsen, te bevestigen (artikel 2 en 3). 3.
  21. Op 31 januari 2007 dient de verzoeker een verzoek tot heroverwe- ging in bij de tuchtraad. Op 14 maart 2007 wordt de verzoeker gehoord. Op 13 april 2007 brengt de tuchtraad advies uit. Ingaande tegen het advies van de algemene inspectie, is de tuchtraad van oordeel dat er geen essentiële procedurefouten werden begaan en dat de feiten bewezen zijn, behoudens het excessief alcoholgebruik bij het eerste tuchtfeit. Hij adviseert de tuchtstraf te herleiden tot een zware tuchtstraf van 6 weken schorsing. Dit advies wordt op dezelfde datum aan de verzoeker en de verwerende partij betekend. 3.
  22. Op 19 april 2007 beslist het politiecollege haar voorstel tot het opleggen van een zware tuchtsanctie van schorsing bij tuchtmaatregel van drie maanden te handhaven. Na verweer van de verzoeker beslist het politiecollege op 24 mei 2007 de zware tuchtsanctie van schorsing voor een periode van drie maanden te handhaven. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt bij aangetekende zendingen van 24 en 25 mei 2007 aan de verzoeker betekend. IX-5720-4/8 IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
  23. De verzoeker voert de schending aan van artikel 30 van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politie- diensten (hierna: de tuchtwet). Hij betoogt dat volgens die bepaling de leden van het politiecollege die niet permanent aanwezig waren tijdens het geheel van de hoorzittingen, niet mogen deelnemen aan de beraadslaging en aan de stemming over de op te leggen straf. Welnu, uit de notulen van de vergadering van het politiecolle- ge van 22 januari 2007 blijkt dat Georges Lambrecht de hoorzitting vervoegde halverwege punt 1, dit is het tijdstip waarop de verdediging haar middelen van verdediging grotendeels had beëindigd. Georges Lambrecht was derhalve niet gedurende de gehele hoorzitting aanwezig en bijgevolg is de beraadslaging over de op te leggen tuchtstraf die het politiecollege op 22 januari 2007 genomen heeft door een vormgebrek aangetast en zijn zijn rechten van verdediging geschonden.
  24. De verwerende partij beantwoordt het middel als volgt: de verzoeker heeft naar aanleiding van de hoorzitting een verweerschrift ingediend en hij heeft op de hoorzitting integraal naar dat verweerschrift verwezen met de mededeling dat hij in die stand van het dossier geen bijkomende opmerkingen te maken had. Na zijn verweer heeft hij de vergaderzaal verlaten; hij is vervolgens teruggeroepen om hem te confronteren met een bijkomend onderzoek, waarbij het politiecollege een aantal vragen gesteld heeft en de verdediging geantwoord heeft. Op basis van die gegevens stelt de verwerende partij dat de verzoeker geen belang heeft bij het middel. In ieder geval heeft de verzoeker nagelaten de grief ter kennis van het politiecollege zelf te brengen, zodat hij het recht om thans nog opmerkingen te maken verwerkt heeft, aangezien de vereisten van de hoorplicht niet op straffe van nietigheid voorgeschreven zijn. Wat de grond van de zaak betreft, stelt de verwerende partij dat uit de notulen blijkt dat Georges Lambrecht halverwege punt 1 het college vervoegd heeft en dat toen gehandeld werd over het tuchtonderzoek tegen de verzoeker en niet enkel over zijn verhoor. Het te laat aankomen voor de behandeling van een agendapunt bewijst niet dat Georges Lambrecht niet aanwezig was tijdens het geheel van de hoorzitting. Het is aan de verzoeker om het tegendeel te bewijzen. IX-5720-5/8
  25. De verzoeker repliceert dat hij voor de tuchtraad uiteengezet heeft dat Georges Lambrecht niet permanent aanwezig was op de hoorzitting. Hij herhaalt dat wie te laat komt niet aanwezig is tijdens de gehele hoorzitting en niet mag deelnemen aan de beraadslaging en de stemming, zonder dat het van belang is of er tijdens zijn afwezigheid essentiële punten besproken zijn.
  26. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij nog dat niet vereist wordt dat het verhoor opgenomen wordt in een afzonderlijk proces-verbaal; enkel wordt vereist dat het proces-verbaal van verhoor opgenomen wordt in het tuchtdossier, hetgeen te dezen gebeurd is. Het opstellen van een afzonderlijk proces- verbaal kan wenselijk zijn en is ook toegelaten, maar de afwezigheid ervan betekent niet dat het hoorrecht geschonden is. Beoordeling
  27. Artikel 30 van de tuchtwet luidt: “Indien een tuchtstraf opgelegd wordt door het politiecollege, mogen de leden ervan die niet permanent tijdens het geheel van de hoorzittingen aanwezig waren, niet deelnemen aan de beraadslaging noch aan de stemming over de op te leggen tuchtstraf. ” Die bepaling sluit uit dat de leden van het politiecollege, die niet aanwezig waren bij de verhoren die in het kader van de tuchtvervolging gehouden zijn, deelnemen aan de beraadslaging en aan de stemming over de tuchtstraf. In het licht van de rechtsbescherming die het voorschrift aan de tuchtrechtelijk vervolgde ambtenaar beoogt te verlenen, door hem te garanderen dat de personen die het tegensprekelijk deel van het proces niet geheel hebben bijgewoond, zich tijdens het verder verloop van de tuchtprocedure afzijdig houden zodat zij niet op het besluitvormingsproces kunnen wegen, gaat het niet enkel om de beraadslaging en de stemming over het eindbesluit, maar over elke beslissing die het verloop van de tuchtprocedure inhoudelijk bepaalt, zoals te dezen het formuleren van een voorstel van tuchtstraf.
  28. Beslissingen van een collegiaal orgaan worden bewezen door een vermelding in de notulen van de vergadering. De notulen vormen het enig mogelijk bewijs van de samenstelling van het orgaan dat de beslissing genomen heeft en van de naleving van de wettelijke vormvereisten. Met de notulen moet het bestuur kunnen aantonen dat het besluitvormingsproces correct verlopen is. IX-5720-6/8 Te dezen betekent dit dat uit de notulen van de vergadering van 22 januari 2007 moet blijken dat Georges Lambrecht, die het besluit van die datum mede getroffen heeft, het gehele verhoor van de verzoeker bijgewoond heeft. Aangezien deze problematiek de regelmatige samenstelling betreft van het college dat het bestreden besluit getroffen heeft, gaat zij de openbare orde aan en moet de verzoeker niet specifiek blijk geven van een concreet belang en kan hem ook geen rechtsverwerking tegengeworpen worden.
  29. De notulen van de vergadering van 22 januari 2007 bewijzen enkel dat Georges Lambrecht “halverwege” de beraadslaging over de tuchtzaak van de verzoeker het politiecollege vervoegd heeft. Die vermelding laat niet toe met zekerheid vast te stellen dat Georges Lambrecht het gehele verhoor van de verzoeker bijgewoond heeft, vanaf zijn verwijzing naar het schriftelijk verweer dat hij heeft neergelegd tot en met de verklaringen die hij afgelegd heeft nadat hij door het college teruggeroepen was.
  30. De beslissing van 22 januari 2007 waarbij het politiecollege een voorstel van zware tuchtstraf formuleert is onregelmatig tot stand gekomen. Dit vitieert de tuchtstrafbeslissing die erop gevolgd is. Het middel is gegrond. BESLISSING
  31. De Raad van State vernietigt de beslissing van 24 mei 2007 van het politiecollege van de lokale politiezone MIDOW waarbij aan Angelo Deceuninck de tuchtstraf van de schorsing voor drie maanden wordt opgelegd.
  32. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-5720-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5720-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.929 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.