← België

Arrest 203938 - O.C.M.W. - 18/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.938 Rolnummer: A. 180958/XII-5016 Zaak: Arrest 203938 - O.C.M.W. - 18/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-27 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:45 Fiche Arrest nr 203.938 van 18 mei 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 203.938 van 18 mei 2010 in de zaak A. 180.958/XII-5016 In zake: ALGEMENE CENTRALE DER OPENBARE DIENSTEN woonplaats kiezend te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN STABROEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 februari 2007, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van Stabroek van 31 oktober 2006 waarbij in de personeelsformatie uiterlijk op 1 maart 2007 de functie deskundige procesbeheer-sociale zaken wordt opgeheven en van de beslissing van dezelfde raad van 27 december 2006 waarbij de voornoemde functie wordt opgeheven met ingang van 1 januari
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Bart Weekers heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april
  4. XII-5016-1\7 Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Bart Weekers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De raad voor maatschappelijk welzijn (OCMW-raad) van Stabroek beslist op 3 oktober 2006 principieel -in functie van onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties en met het overlegcomité gemeente - OCMW- om de personeelsformatie aan te passen, waarbij een nieuwe functie “diensthoofd maatschappelijke dienstverlening” wordt gecreëerd en uiterlijk op 1 maart 2007 de functie van deskundige procesbeheer / sociale zaken wordt opgeheven “waarbij rekening houdende met de vastheid van betrekking dat betrokken personeelslid geniet, in toepassing van het administratief statuut, een passende oplossing zal worden uitgewerkt”. Met hetzelfde besluit past de OCMW-raad het administratief statuut aan en stelt het de aanwervingsvoorwaarden voor de nieuwe functie vast. 3.
  7. Op 9 oktober 2006 worden de uitnodigingen verstuurd voor vakbondsoverleg, dat plaatsgrijpt op 19 oktober
  8. Het eerste agendapunt van het OCMW is “invoeren in het statutaire kader van de functie van diensthoofd maatschappelijke dienstverlening, functiebeschrijving en aanwervingsvoorwaar- den”. Gevoegd bij de uitnodiging en opgenomen in de notulering van het overleg zijn het “bestaand organogram” -met vermelding van de functie deskundige systeembeheerder / sociale zaken” als het “nieuw organogram” -nu met de vermelding van de functie “hoofd maatschappelijke dienstverlening”. De notulering, zoals neergelegd als stuk 3 van het administratief dossier, vermeldt onder meer ook : XII-5016-2\7 “Omwille van de uitbesteding van de ICT en de herindeling van de organisatie- structuur [...] is het aangewezen dat de betrekking van deskundige procesbe- heerder wordt opgeheven”. Het protocol van het bijzonder onderhandelingscomité is gedateerd 19 oktober 2006 en vermeldt bij het bedoelde agendapunt: “Geen opmerkingen De onderhandeling is beëindigd”. 3.
  9. Op 31 oktober 2006, nadat ook het overlegcomité gunstig adviseerde, neemt de OCMW-raad de eerste bestreden beslissing. Op 27 december 2006 preciseert de OCMW-raad dat de opheffing van de functie van deskundige systeembeheerder / sociale zaken gebeurt “met ingang van 01.01.07”. Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
  10. Een gewestelijk secretaris van het ACOD laat op 10 januari 2007 aan verwerende partij weten dat een reorganisatie van een dienst voorafgaandelijk moet worden voorgelegd aan het onderhandelingscomité. Op 19 januari 2007 antwoordt verwerende partij dat op 19 oktober 2006 tijdens het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties het voorstel van vernieuwd organogram en de wijziging ten aanzien van het bestaande organogram uitvoerig werden toegelicht en besproken, waarmee het bestuur heeft voldaan aan de vormvereisten zoals bepaald in het syndicaal statuut. IV. Samenvoeging
  11. Verwerende partij verzoekt om dit beroep samen te voegen met het beroep, gekend onder rolnummer A.180.962/XII-
  12. Over beide beroepen werd gelijktijdig een auditoraatsverslag opgesteld en ze zijn beide op dezelfde openbare terechtzitting opgeroepen. Er wordt op dezelfde dag uitspraak over gedaan. De Raad van State ziet geen bijkomend nut in een formele samenvoeging en wijst het verzoek af. XII-5016-3\7 V. Ontvankelijkheid van het beroep
  13. Verwerende partij betwijfelt in de memorie van antwoord de tijdigheid van het beroep en stelt het belang van verzoeker in vraag. Volgens het auditoraatsverslag is er geen reden om deze excepties in te willigen en is het beroep zonder meer ontvankelijk. Dit wordt door verwerende partij niet meer tegengesproken in een laatste memorie, die zij immers niet indient. Ook de Raad van State ziet geen reden om de conclusie van het auditoraatsverslag tegen te spreken. Een en ander bijvallend worden de excepties verworpen. VIII. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen
  14. Het enig middel voert de schending aan van artikel 11, § 1, eerste lid, 1/, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Uit de aangevoerde bepaling volgt dat overlegd dient te worden in het bevoegde overlegcomité over “beslissingen tot vaststelling van de personeels- formatie van de diensten die onder het betrokken overlegcomité ressorteren”. Over de opheffing van de functie van deskundige procesbeheer / sociale zaken werd volgens verzoeker nooit overleg gepleegd met de vakbonden.
  15. In de memorie van antwoord verwijst verwerende partij naar de notulen van het vakbondsoverleg van 19 oktober 2006, die de bewering van verzoeker tegenspreken. Zij stelt dat verzoeker zich tracht te verschuilen achter de bewoordingen van de agenda en het protocol, waarover de wet evenwel geen vormvereisten stelt. Overigens is de tweede bestreden beslissing er een die enkel een ingangsdatum preciseert en toont verzoeker niet aan waarom deze beslissing het voorwerp zou moeten uitmaken van vakbondsoverleg. XII-5016-4\7
  16. In de memorie van wederantwoord verwijst verzoeker naar het afschrift van de notulering, zoals hij die heeft gevoegd bij zijn verzoekschrift. Er moet uit blijken dat over de afschaffing van de functie van deskundige procesbeheer / sociale zaken niets is genotuleerd, en dus niets is overlegd. De opheffing van een functie mag niet louter blijken uit een organogram in bijlage, aldus verzoeker. De tweede bestreden beslissing is geen louter bevestigende beslissing, maar behelst een nieuw element, te weten de precieze ingangsdatum van de opheffing van de bedoelde functie. Beoordeling
  17. In het auditoraatsverslag wordt opgemerkt dat in de versie van de notulen van het vakbondsoverleg die gaat bij het inleidend verzoekschrift, een aantal bladzijden ontbreekt waaronder de bladzijde met de vermelding “Omwille van de uitbesteding van de ICT en de herindeling van de organisatiestructuur [...] is het aangewezen dat de betrekking van deskundige procesbeheerder wordt opgeheven”. In de laatste memorie put verzoeker zich uit in argumenten om aannemelijk te maken dat zijn versie van de notulen correct is en dat de versie van het bestuur in het administratief dossier een post factum gemanipuleerd document moet zijn. Nog steeds echter -want in het auditoraatsverslag al op die mogelijkheid opmerkzaam gemaakt- komt verzoeker er niet toe om het stuk volgens de geëigende procedure van valsheid te betichten. Verzoeker betwist daarenboven niet dat hem met de agenda van het overleg en nogmaals als “bijlage 1” bij de notulen van het vakbondsoverleg zowel het “oude” als het “nieuwe” organogram als begeleidende stukken werden bezorgd. Op het “bestaand organogram” figureert prominent “1 Deskundige Systeembeheerder / Sociale Zaken (B4-B5)” onmiddellijk onder de OCMW- secretaris en OCMW-ontvanger. Even prominent staat in het “nieuw organogram” onder de OCMW-secretaris “Hoofd maatschappelijke dienstverlening”, terwijl er van een deskundige systeembeheerder / sociale zaken geen spoor meer is. Deze stukken stroken dan ook met de hiervoor geciteerde vermelding en, overigens, ook met de weliswaar door verzoeker beweerdelijk evenmin gekende bijlage 3 van de notulering die de financiële impact weergeeft van de voorgenomen maatregel met onder meer de vermeldingen “kost opgeheven functie, “opgeheven” en “Deze XII-5016-5\7 functie wordt niet langer voorzien in de organieke personeelsformatie [...]” bij de in het geding zijnde functie. Mét de auditeur moet de Raad van State derhalve vaststellen dat de bewijskracht van de notulering zoals ze is bijgebracht door verwerende partij van aard is om aan het middel feitelijke grondslag te ontnemen. In zoverre het gericht is tegen de eerste bestreden beslissing, wordt het eerste middel verworpen.
  18. Met verwerende partij wordt ingestemd dat verzoeker niet aannemelijk maakt dat de specificering van de ingangsdatum op 1 januari 2007 van een al eerder goedgekeurde beslissing met als ingangsdatum “uiterlijk” 1 maart 2007, zo essentieel is dat het opnieuw voorwerp van vakbondsoverleg moet uitmaken. Het middel wordt, ook wat de tweede bestreden beslissing betreft, verworpen. BESLISSING
  19. De Raad van State verwerpt het beroep.
  20. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. XII-5016-6\7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 mei 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert Van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-5016-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.938 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.