id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.008 Rolnummer: A. 196462/IX-6798 Zaak: Arrest 204008 - Penitentiair recht - 18/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-19 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 04:45 Fiche Arrest nr 204.008 van 18 mei 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 204.008 van 18 mei 2010 in de zaak A. 196.462/IX-6798 In zake : Jos NIJS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te Hoeselt Tongersesteenweg 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 15 mei 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de gevangenisdirecteur van Hasselt genomen op 11 mei 2010 waarbij Jos NIJS een tuchtsanctie van “2 weken glasbezoek, vanaf 12/05/2010 t/m 25/05/2010”, wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 mei 2010, om 11.00 uur. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pascal Quadflieg, die loco advocaat Jürgen Millen verschijnt voor de verzoeker, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6798-1/5 Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies verleend. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing is de verzoeker gedetineerd in de gevangenis te Hasselt. 3.
- Op 9 mei 2010 worden twee rapporten aan de directeur opgesteld. Beide rapporten hebben betrekking op het gedrag van de verzoeker, naar aanleiding van een naaktfouille na een bezoek van zijn moeder op dezelfde datum. Uit voornoemde verslagen blijkt dat de penitentiaire beambten de verzoeker naar de veiligheidscel dienen over te brengen, omdat de verzoeker de naaktfouille weigert. Deze weigering gaat volgens de penitentiaire beambten gepaard met arrogant gedrag vanwege de verzoeker en met verbale agressie. 3.
- Op 11 mei 2010 gaat de hoorzitting door. Zij spitst zich in essentie toe op de vraag waarom de verzoeker een naaktfouille diende te ondergaan. Volgens de directie was de fouille vereist, omdat er op basis van het observatieverslag van een penitentiair beambte van 4 mei 2010, aanduidingen waren dat de verzoeker naar aanleiding van het bezoek van zijn moeder “illegale snoep” ontvangt. De moeder van de verzoeker neemt de snoep in de mond en geeft de snoep door aan de verzoeker tijdens “het begroeten”. De advocaat van de verzoeker verklaart tijdens de hoorzitting dat er bij de naaktfouille van zijn cliënt niets werd gevonden en betreurt de “uitlatingen” van zijn cliënt ten overstaan van de penitentiair beambten. IX-6798-2/5 3.
- De motivering van de opgelegde tuchtsanctie luidt als volgt: “- Aangezien betrokkene een naaktfouille geweigerd heeft en aldus de bevelen van het personeel niet opvolgt; - Aangezien betrokkene verbaal agressief geweest is naar het personeel; - Aangezien verbale agressie naar het personeel niet toelaatbaar is; - Aangezien de administratieve onduidelijkheden in dit dossier pas op de hoorzitting konden worden weggewerkt. (...).” IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. V. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, met name het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, schrijft de verzoeker wat volgt: “(...) Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel bestaat erin dat de verzoeker, te meer daar het om glasbezoek gaat, een sanctie krijgt die specifiek wordt opgelegd wanneer een gedetineerde iets overhandigd krijgt van een bezoeker daar waar in deze zaak niets maar dan ook helemaal niets overhandigd werd én er ook niets, maar dan ook helemaal niets, bij verzoeker werd aangetroffen. De sanctie is dus niettemin, onrechtstreeks, het bestraffen van iets wat niet is gebeurd: de overhandiging van illegale snoep zoals het zo mooi verwoord wordt in de observatienota. Dit brandmerkt als het ware de verzoeker daar waar er dus niets aan de hand is.”
- Uit wat de verzoeker omschrijft als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij zou ondergaan blijkt dat hij in wezen de tuchtsanctie zelf aan een kritisch onderzoek onderwerpt. Hij voert in essentie aan dat de tuchtsanctie een gedrag bestraft, waaraan hij zich niet schuldig heeft gemaakt. IX-6798-3/5 Bijgevolg heeft de kritiek van de verzoeker betrekking op een opportuniteitsvraag met name de discretionaire appreciatiebevoegdheid van de gevangenisdirectie om te beslissen over de aard en de duur van een disciplinaire straf en heeft de kritiek geen betrekking op het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de verzoeker zou ondergaan door een opgelegde tuchtsanctie. Ten overvloede stelt de Raad van State vast dat de opgelegde tuchtsanctie gebaseerd is op het gedrag van de verzoeker, dat beschreven wordt in het observatierapport van 4 mei 2010 van een penitentiair beambte en dat aan bod komt tijdens de hoorzitting van 11 mei
- Uit de samenlezing van het observatierapport en van het verslag van de hoorzitting van 11 mei 2010 blijkt dat de opgelegde tuchtstraf de toets van de redelijkheid doorstaat en in causaal verband staat met de gepleegde feiten. Bijgevolg mist de bewering van de verzoeker feitelijke grondslag, dat “de sanctie dus niettemin, onrechtstreeks, het bestraffen (is) van iets, wat niet is gebeurd: de overhandiging van illegale snoep”.
- Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede schorsingsvoorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
- Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. IX-6798-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6798-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.008 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div