id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.172 Rolnummer: A. 195376/VII-37647 Zaak: Arrest 204172 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 20/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-31 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:46 Fiche Arrest nr 204.172 van 20 mei 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 204.172 van 20 mei 2010 in de zaak A. 195.376/VII-37.
- In zake: Rita Wouters die woonplaats kiest te Haacht Grote Appelstraat 12 tegen: het VLAAMS ZORGFONDS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
- Het enig verzoekschrift, ingesteld op 20 januari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van de beslissing van het Vlaams Zorgfonds van 24 november 2009 waarbij het bezwaar van de verzoekster tegen het opleggen van een administratieve geldboete verworpen wordt en beslist wordt dat de geldboete verschuldigd blijft. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag overeen- komstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 mei
- VII-37.647-1/5 Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Gegevens van de zaak
- De bestreden beslissing is als volgt gemotiveerd: "Naar aanleiding van de administratieve geldboete die u werd opgelegd in het kader van de Vlaamse Zorgverzekering, diende u een bezwaar in. Mogelijke redenen waarvoor u kan vrijgesteld worden van het betalen van de administratieve geldboete zijn opgesomd in het ministerieel besluit van 6 januari
- Het argument dat u aanhaalt, behoort daar niet toe. Er is ook geen andere regeling waardoor de geldboete kan vervallen. Daarom kan uw bezwaar niet worden aanvaard. Iedereen die in Vlaanderen woont en ouder is dan 25 jaar is verplicht om de Vlaamse zorgverzekering te betalen. Voor de geldboete werd opgelegd, werd u nogmaals op de hoogte gebracht van de verplichting betreffende de Vlaamse zorgverzekering bij brief van 21 november 2005, 26 maart 2007 en 3 maart 2008 van de Vlaamse zorgkas. Daarbij kreeg u de mogelijkheid om u in orde te stellen. Aangezien u op de hoogte werd gebracht van uw verplichting en daar geen gevolg aan gaf, kan het Vlaams Zorgfonds uw bezwaar niet aanvaarden. Het bezwaarschrift is dan ook ongegrond. Daarom blijft de geldboete verschuldigd. U betaalde reeds 75 euro bij het Vlaams Zorgfonds op 27 februari
- De totale som die u nog moet betalen bedraagt 250 euro, namelijk 175 euro voor de geldboete en de openstaande bijdragen: 25 euro voor 2004, 25 euro voor 2007 en 25 euro voor
- Dat bedrag moet u uiterlijk op 31 december 2009 betalen. U dient daarvoor het bijgevoegde overschrijvingsformulier te gebruiken of bij uw overschrijving de gestructureerde mededeling 200919596848 te vermelden. De bijdragen voor de volgende jaren dient u telkens voor 30 april bij uw zorgkas te betalen". VII-37.647-2/5 IV. Onderzoek van de middelen
- In het verzoekschrift tot nietigverklaring wordt het volgende uiteengezet: "Ik dien bezwaar in tegen de administratieve geldboete, omdat ik op mijn brief van 14 april 2006 i.v.m. de betaling voor 2006 (...) nooit een antwoord heb gekregen, en omdat ik sindsdien geen uitnodigingen voor betaling meer heb ontvangen. De reden hiervan kan liggen in het feit dat mijn echtgenoot die mijn administratie deed een aantal jaren apart is gaan wonen, scheiding van tafel en bed, en daardoor is er waarschijnlijk een en ander fout gelopen met de bedeling van de post. Ik woonde op Grote Appelstraat 6, en mijn echtgenoot op Grote Appelstraat
- Bij mijn echtgenoot Jos Dens die dezelfde boete opgelegd kreeg is om deze reden het bezwaar aanvaard. Ik begrijp dus niet waarom het bezwaar bij mij niet aanvaard wordt, terwijl ik voor de administratieve zaken volledig van mijn echtgenoot af hing. Bovendien is mij de reden van de niet aanvaarding van mijn bezwaar nooit meegedeeld. Bovendien zijn op heden alle bijdragen betaald, al doet het Vlaams Zorgfonds in haar brief van 24/11/2009 het voorkomen alsof nog 75,00 euro achterstal moet betaald worden. Deze achterstallen ten belope van 75,00 euro werden volledig betaald op 26/02/2009 op de rekening 096-0124778-57 met mededeling
- (...) Ik vraag dus uitdrukkelijk de genomen beslissing te schorsen en/of te vernietigen (artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State) en dit om volgende reden:
- Om reden dat mijn rechten in verdediging geschonden zijn omdat mij nooit meegedeeld werd waarom mijn bezwaar verworpen is.
- Problemen met de postbedeling in de periode dat mijn echtgenoot apart woonde.
- Om reden van verwarrende communicatie in de media. Bepaalde politieke partij verkondigde in de media als zou de bijdrage in de toekomst door de overheid gedragen worden, en bij gevolg maakte ik mij niet ongerust en ben ik niet tot spontane betaling overgegaan.
- Goodwill van mijn kant. Na telefonisch onderhoud met het Vlaams Zorgfonds (tel 02/553 46 54 op 26/02/2009 te 11 u30) op aanraden van Martijn heb ik het volgens hun schrijven van 17 februari 2009 verschuldigd bedrag aan premies van 75,00 euro op 26/02/2009 op de rekening 096-0124778-57 alle achterstallen betaald.
- Communicatiefouten bij het Vlaams Zorgfonds. Het Vlaams Zorgfonds heeft nagelaten antwoord te geven op mijn brief van 14/06/
- Het Vlaams Zorgfonds eist in haar brief van 24/11/2009 nog altijd achterstallen, terwijl deze reeds betaald zijn. (...)
- Om reden dat ik daadwerkelijk meewerk in het systeem. Ik ben namelijk erkend mantelzorger voor twee oudere personen. De Becker Maria, Grote Appelstraat 12 te Haacht, rijksregister: 230214 258 13 De Becker Jan, Keerbergsesteenweg 30 te Haacht, rijksregister 220602 259 88 Beide personen ontvangen een maandelijkse bijdrage, maar kunnen mij daar niet mee vergoeden, omdat zij, zo beweren zij, het geld nodig VII-37.647-3/5 hebben, enerzijds om het rusthuis te betalen, en anderzijds om alle medische kosten te dekken.
- Om reden dat het bezwaar van mijn echtgenoot, om gelijkaardige reden wel aanvaard werd".
- In het auditoraatsverslag, dat besluit tot de toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , wordt het volgende gesteld: "In het verzoekschrift worden zeven redenen opgegeven waarom verzoekster de bestreden beslissing onwettig acht. Redenen 2 (problemen met de postbede- ling), 3 (verwarrende communicatie in de media), 5 (communicatiefouten bij het Vlaams Zorgfonds), 6 (daadwerkelijk meewerken in het systeem) en 7 (gelijkaardige reden bij haar echtgenoot) hebben geen uitstaans met de wettigheid dan wel onwettigheid van de bestreden beslissing. Bij reden 7 wordt zelfs niet aangegeven welk argument haar echtgenoot dan wel zou opgegeven hebben. Reden 1, waarin de verzoekster stelt dat haar rechten van verdediging zijn geschonden omdat nooit werd meegedeeld waarom haar bezwaar verworpen werd, wordt tegengesproken door de bestreden beslissing zelf waarin te lezen staat dat de 'mogelijke redenen waarvoor u kan vrijgesteld worden van het betalen van de administratieve geldboete (...) opgesomd (zijn) in het ministe- rieel besluit van 6 januari 2006' en dat 'het argument door u (aangehaald), (...) daar niet toe (behoort)'. Reden 4 waarin verzoekster stelt alle achterstallen te hebben betaald, kan misschien wel met de waarheid stroken, doch zij geeft zelf aan -in rede 3- niet tot spontane betaling te zijn overgegaan waardoor de achterstallen -zoals het woord trouwens zelf aangeeft- te laat werden betaald. Voor dergelijke te late betaling kon een administratieve geldboete worden opgelegd". De verzoekster, die niet ter terechtzitting is verschenen, ontkracht deze vaststellingen niet. Dit volstaat om vast te stellen dat het beroep moet worden verworpen. Dienvolgens moet de vordering tot schorsing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, eveneens worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
- De verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. VII-37.647-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig mei tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.647-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.172 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.