← België

Arrest 204176 - Penitentiair recht - 20/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.176 Rolnummer: A. 195151/XIV-33733 Zaak: Arrest 204176 - Penitentiair recht - 20/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-28 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:46 Fiche Arrest nr 204.176 van 20 mei 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 204.176 van 20 mei 2010 in de zaak A. 195.151/IX-6665 In zake : Dave ANNEMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stephen Vanden Bossche kantoor houdend te Oudenaarde Einestraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 8 januari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de directie van de strafinrichting Oudenaarde van 29 december 2009 waarbij aan Dave Annemans de tuchtsanctie wordt opgelegd van 3 weken verplicht verblijf op cel (geen gemeenschappelijke activiteiten, individuele wandeling, individueel bezoek - wel kinderbezoek, telefoon voor 17.30u), bezoekster wordt geschrapt van de bezoekerslijst + aansluitend 1 maand individueel bezoek van betrokken bezoekster. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 mei
  3. Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. IX-6665-1/4 Advocaat Stephen Vanden Bossche, die verschijnt voor de verzoeker, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie en een half jaar voor geweldsdelicten. Hij verblijft op het moment dat de bestreden beslissing werd genomen in de gevangenis van Oudenaarde. 3.
  6. Op 24 december 2009 doet zich een incident voor met een bezoekster voor de verzoeker. In het tuchtrapport staat: “Tijdens een drugscontrole van de bezoekers door de federale politie gaf de hond melding bij Hellemans Kristel (bezoekster van bovenvermelde gedetineer- de). Na verdere controle door de politie meldde deze ons dat de bezoekster drugs bij zich heeft. Bezoekster is meegenomen door de politie.” 3.
  7. Op 25 december 2009 wordt aan de verzoeker meegedeeld dat tegen hem een tuchtprocedure wordt opgestart. De hoorzitting die eerst werd uitgesteld, vindt plaats op 29 december
  8. 3.
  9. De verwerende partij neemt op 29 december 2009 een beslissing waarbij aan de verzoeker de tuchtsanctie wordt opgelegd van 3 weken verplicht verblijf op cel (geen gemeenschappelijke activiteiten, individuele wandeling, individueel bezoek - wel kinderbezoek, telefoon voor 17.30u), bezoekster wordt geschrapt van de bezoekerslijst + aansluitend 1 maand individueel bezoek van betrokken bezoekster. Dit besluit wordt als volgt gemotiveerd: “Drugsvondst bij bezoekster in omstandigheden dat aanleiding geeft tot smokkel”. IX-6665-2/4 Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de vordering
  10. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. V. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
  11. De verzoeker voert aan dat het “strikt regime” dat de bestreden beslissing hem oplegt, zijn grondrechten schendt, zoals zijn recht om met de andere gedetineerden te communiceren, of om radio- en televisie-uitzendingen te volgen. Het betreffen allemaal rechten die vallen onder het recht van eerbiediging van het privé-leven. Wanneer uit het ernstig karakter van het middel voortvloeit dat de aangevochten beslissing de grondrechten van de verzoeker aantast, vormt een dergelijke aantasting een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
  12. De verwerende partij merkt op dat de bestreden beslissing reeds volledig werd ondergaan. Het heeft geen enkel nut meer om een schorsing te verzoeken van de tenuitvoerlegging van een beslissing indien deze reeds is uitgevoerd. De vordering tot schorsing heeft geen voorwerp meer. Bovendien kan de Raad van State niet tot de schorsing van een administratieve rechtshandeling besluiten louter en alleen op grond dat de beslissing eventueel zou kunnen worden vernietigd in een later stadium. Beoordeling
  13. Een schorsingsarrest heeft slechts uitwerking naar de toekomst toe. Aangezien de bestreden beslissing reeds is uitgevoerd, kan de uitvoering van de bestreden tuchtsanctie bijgevolg niet meer vermeden worden door een schorsings-arrest. IX-6665-3/4 De vordering tot schorsing kan niet meer het door de verzoeker beoogde effect tot gevolg hebben. De schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing brengt aldus geen enkele baat bij voor de verzoeker, evenmin kan het opgelegde leed nog worden voorkomen. Vanuit dat oogpunt is het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel dan ook niet aanvaardbaar.
  14. Voorts dient erop gewezen te worden dat de in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gestelde voorwaarde van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel een van een ernstig middel onderscheiden voorwaarde uitmaakt. De beide grondvoorwaarden van het schorsingsberoep moeten van elkaar onderscheiden beoordeeld worden en moeten cumulatief vervuld zijn. In principe volstaat het ernstig bevinden van een middel dus niet om te besluiten dat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel vervuld is. Er is te dezen geen reden om anders te oordelen.
  15. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Pierre Barra IX-6665-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.176 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.571 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.