← België

Arrest 204205 - Cultuur en schone kunsten - 25/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.205 Rolnummer: A. 195513/XII-6113 Zaak: Arrest 204205 - Cultuur en schone kunsten - 25/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-02 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:46 Fiche Arrest nr 204.205 van 25 mei 2010 Onderwijs en cultuur - Cultuur en schone kunsten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 204.205 van 25 mei 2010 in de zaak A. 195.513/XII-6113 In zake: Viviane MANTELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luk Delbrouck en Lori Parroni kantoor houdend te Hasselt Maastrichterstraat 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 15 februari 2010, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van 19 november 2009 van de Vlaamse minister, bevoegd voor cultuur, om “[de] aanvraag van [Viviane Mantels] voor een minitoelage 2009 niet te honoreren”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 mei
  3. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stefan Sottiaux, die loco advocaat Luk Delbrouck verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. XII-6113-1/4 Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoekster dient een aanvraag in voor het verkrijgen van een minitoelage -dit is een terugvorderbare overbruggingstoelage van de Vlaamse overheid, blijkbaar gesteund op een experimentele regeling- om een kunstproject uit te werken. Een ad-hoccommissie geeft een negatief advies, in essentie wegens het ontbreken van een haar overtuigende terugbetalingsgarantie. Met een brief van 24 november 2009 wordt aan verzoekster meegedeeld dat haar aanvraag door de minister niet wordt ingewilligd. Deze brief citeert ook het advies van de ad-hoccommissie. IV. Korte-debattenprocedure
  6. In een eerste middel voert verzoekster aan dat de formele- motiveringsplicht, als vervat in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen geschonden is omdat de verwerende partij niet expliciet verwijst naar de toepasselijke wetgeving, de concrete toepassing ervan en de grondslag van haar beslissing en louter melding maakt van een advies. De Raad van State stelt vast, eensdeels, dat de kennisgeving niet “louter melding maakt” van een advies maar het woordelijk aanhaalt zodat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist en, anderdeels, dat verzoekster bij haar verzoekschrift zelf de toepasselijke teksten van het agentschap Kunsten en Erfgoed heeft bijgevoegd op grond waarvan de bedoelde minitoelage wordt verleend, zodat zij bij dat onderdeel van het middel geen belang heeft. XII-6113-2/4
  7. In een tweede middel noemt verzoekster andermaal artikel 3 van de formele-motiveringswet van 29 juli 1991 geschonden omdat “de beslissing niet correct werd gemotiveerd”. Verder licht zij dit middel in het geheel niet toe. Om een ontvankelijk middel aan te voeren, volstaat het evenwel niet een regel of beginsel aan te halen dat geschonden zou zijn. Ook moet op een voldoende duidelijk wijze worden uiteengezet hoe het bestuur, door zijn bestreden handeling, naar de mening van de verzoeker die regel of dat beginsel heeft geschonden. Het middel is dan ook niet ontvankelijk.
  8. In een derde middel heet het dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden zijn, meer bepaald het zorgvuldigheidsbeginsel, “inzonderheid de behoorlijke en correcte feitenvinding, de deskundige voorlichting en de informatieplicht en de volledigheid van het dossier”. Verzoekster komt alweer niet verder dan in algemene termen te stellen dat een administratieve beslissing moet steunen op een in feite en in rechte aanvaardbare grondslag en dat de motieven gebaseerd moeten zijn op een correcte feitenvinding. Dit klopt, maar na deze theoretische beschouwingen laat zij andermaal na toe te lichten hoe volgens haar de bestreden weigering dit beginsel zou schenden. Ook het derde middel is onontvankelijk.
  9. De auditeur heeft terecht gemeend dat de behandeling van het voorliggende beroep slechts korte debatten vereist. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. XII-6113-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 mei 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-6113-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.205 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.