← België

Arrest 204251 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 25/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.251 Rolnummer: A. 195619/IX-6736 Zaak: Arrest 204251 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 25/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-04 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:47 Fiche Arrest nr 204.251 van 25 mei 2010 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 204.251 van 25 mei 2010 in de zaak A. 195.619/IX-6736 In zake : Freddy VERTENTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de politiezone ANTWERPEN

(5345)bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kitty Vinck en Sofie Bontinck kantoor houdend te Antwerpen Lange Lozanastraat 270 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  1. De vordering, ingesteld op 24 februari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 30 december 2009 van de korpschef van de lokale politiezone Antwerpen waarbij de beslissing van 28 december 2009 tot herplaatsing van Freddy Vertente naar de afdeling GEOV wordt geannuleerd en hij wordt herplaatst naar de afdeling interventie West. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 mei
  3. IX-6736-1/6 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Kitty Vinck, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is als inspecteur van politie werkzaam bij de lokale politie Antwerpen. Vooraleer hij met de hier bestreden beslissing herplaatst werd naar de afdeling Interventie-West, maakte hij deel uit van de lokale recherche. 3.2.
  6. Bij brief van 7 mei 2009 stelt de onderzoeksrechter te Antwerpen de verzoeker ervan in kennis dat hij in verdenking wordt gesteld van mededader- schap van valsheid in private geschriften door een openbaar ambtenaar. 3.2.
  7. Op 15 december 2009 worden op het basisoverlegcomité van de lokale politiezone Antwerpen de resultaten van een door het comité P gevoerd onderzoek (externe audit) besproken. In de notulen van deze vergadering wordt het volgende gesteld: “(...) De audit vermeldt in eerste instantie dat de Lokale Recherche behoort tot de beste van het land. Toch werden tekorten vastgesteld op het vlak van integriteit. Het gaat veeleer om zaken van misbruik maken van een dienstwa- gen, het niet correct invullen van diensturen,... ed. De tekorten situeren zich zowel op organisatorisch, procesmatig als op individueel vlak. Ook werd vastgesteld dat de recherchecapaciteit onvolledig benut wordt. Op basis van deze vaststellingen en na overleg met de gerechtelijke overheden besliste de korpsleiding met ingang van 1 januari 2010 tot het overplaatsen van 8 mensen uit hun huidige functie, 7 daarvan werden in verdenking gesteld. De directeur Opsporingen is niet in verdenking gesteld, maar heeft zelf ontslag uit zijn functie gevraagd. Alle betrokken personeelsle- den met uitzondering van 1 ziek personeelslid werden zonet persoonlijk op de hoogte gesteld; er zal voor hen een passende oplossing worden gezocht.” IX-6736-2/6 3.
  8. Op 21 december 2009 heeft de korpschef een individueel gesprek met de verzoeker. 3.
  9. Op 22 december 2009 formuleert de korpschef het voorstel de verzoeker te herplaatsen met ingang van 1 januari
  10. In die beslissing wordt gesteld dat de verzoeker ten laatste op 30 december 2009 zijn keuze dient te maken (interventie - afdeling noord, city, centrum, west of zuid; gerechtelijk bureel afdeling centrum, GEOV), zoniet zal de korpschef zelf beslissen. Op 28 december 2009 wordt de verzoeker gehoord. Hij stelt dat zijn voorkeur uitgaat naar afdeling West/linkeroever en dat indien dit niet mogelijk is de korpschef zelf de knoop mag doorhakken maar dat de afdeling GEOV het beste alternatief zou zijn. 3.
  11. Op 28 december 2009 neemt de korpschef de beslissing tot herplaatsing van de verzoeker naar de afdeling GEOV. Volgende motivering gaat eraan vooraf: “Als gevolg van het dossier 2007/211 van onderzoeksrechter B. De Hous, werd INP Freddy Vertente in verdenking gesteld wegens valsheid in geschrifte. Gelet op de zorg om de integriteit en de deontologie is het in het belang van de goede werking van de dienst noodzakelijk om INP Freddy Vertente te herplaatsen. De korpschef had hierover met INP Freddy Vertente op 15 december 2009 een gesprek, waarbij hem de mogelijkheid geboden werd zijn standpunt naar voor te brengen. Betrokkene werd gehoord op 28 december 2009 door Koen Van Gijsel van de directie HRM. Aan de betrokkene werden verschillende keuzemogelijkheden gegeven voor de herplaatsing. Hij moet tegen 30 december 2009 een keuze maken uit de volgende opties: - interventie (afdeling noord, city, centrum, west, zuid) - gerechtelijk bureel afdeling Zuid of afdeling centrum - GEOV Op 28 december werd aan INP Vertente een voorstel tot ordemaatregel betekend. Daarbij gaf INP Vertente duidelijk aan dat hij het liefste naar een functie op West/linkerover zou herplaatst worden. Indien dit niet mogelijk was, mocht de korpschef zelf de knoop doorhakken, maar was de afdeling GEOV het beste alternatief.” 3.
  12. Naar aanleiding van een vacature bij de afdeling West en vermits de verzoeker te kennen had gegeven dat hij liefst naar deze afdeling werd herplaatst, IX-6736-3/6 annuleert de korpschef op 30 december 2009 de beslissing van 28 december 2009 tot herplaatsing van de verzoeker naar de afdeling GEOV en herplaatst hij de verzoeker naar de afdeling West. Dit is de bestreden beslissing. Zij steunt op de motivering van de beslissing van 28 december 2009, waaraan nog volgende aanvulling aangebracht wordt: “Op 30 december kreeg Freddy Vertente van de afdelingsleiding van Afdeling West het voorstel om van 1 januari 2010 tot en met 31 mei 2010 te werken op het gerechtelijk bureel om vanaf 1 juni 2010 in te stappen op klachten en aangiften. Freddy Vertente gaf aan dat hij dit een zeer goed voorstel vond en dat hij graag van deze mogelijkheid gebruik wilde maken.” IV. Onderzoek van de vordering
  13. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
  14. De verzoeker wijst erop dat hij ingevolge zijn herplaatsing niet langer als rechercheur kan werken en dat hij de ervaring in deze gespecialiseerde functie zal verliezen. Aangezien de ordemaatregel steunt op een persoonlijke tekortkoming, ondergaat hij van de blamage die het bestreden besluit voor hem meebrengt, ook een moreel nadeel dat niet goedgemaakt kan worden door een vernietiging. In het arrest G. Van Der Cruyssen nr. 65.639 van 26 maart 1997 heeft de Raad van State reeds een dergelijk nadeel aangenomen.
  15. De verwerende partij stelt vooreerst dat de uiteenzetting van de verzoeker vaag en algemeen is. Zij vervolgt dat de verwijzing naar het gemis aan ervaring geen persoonlijk nadeel voor de verzoeker impliceert, omdat hij de opgedane ervaring behoudt terwijl de ervaring die hij zal moeten ontberen tot aan het eventueel vernietigingsarrest zijn verdere beroepscarrière niet zal hypothekeren. Hij kan zich in ieder geval nog steeds kandidaat stellen voor de functie van IX-6736-4/6 rechercheur en aldus verdere ervaring blijven opdoen. Van een moreel nadeel is voorts geen sprake omdat de verzoeker herplaatst is naar een functie die overeen- stemt met zijn graad. Dat hij de herplaatsing als een vernedering ervaart, is een subjectief gegeven dat geen schorsing rechtvaardigt.
  16. Het moreel nadeel als gevolg van de blamage die de verzoeker door zijn overplaatsing ervaart wordt in de regel goedgemaakt door een vernieti- gingsarrest. De verzoeker maakt geen gewag van bijzondere omstandigheden die aantonen dat zijn geval buiten de gewone regel valt. De onmogelijkheid om ervaring op te doen door de verwijdering van de verzoeker uit de dienst recherche kan te dezen evenmin als moeilijk te herstellen ernstig nadeel bestempeld worden, aangezien niet blijkt dat de verzoeker in de periode die de uitspraak over het annulatieberoep voorafgaat in de gelegenheid zou zijn om een bijzondere bekwaamheid te verwerven die hij nu definitief verloren ziet gaan. Evident gaat de opgedane ervaring niet teloor door het feit dat de verzoeker, in afwachting van een vernietigingsarrest, in een andere dienst moet werken.
  17. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-6736-5/6 Vera Wauters André Vandendriessche IX-6736-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.251 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.014 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.